<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	xmlns:georss="http://www.georss.org/georss" xmlns:geo="http://www.w3.org/2003/01/geo/wgs84_pos#" xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/"
	>

<channel>
	<title>Greeth&#039;s Blog</title>
	<atom:link href="http://greeth.wordpress.com/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://greeth.wordpress.com</link>
	<description>Just another WordPress.com weblog</description>
	<lastBuildDate>Sun, 30 Oct 2011 18:43:37 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.com/</generator>
<cloud domain='greeth.wordpress.com' port='80' path='/?rsscloud=notify' registerProcedure='' protocol='http-post' />
<image>
		<url>http://s2.wp.com/i/buttonw-com.png</url>
		<title>Greeth&#039;s Blog</title>
		<link>http://greeth.wordpress.com</link>
	</image>
	<atom:link rel="search" type="application/opensearchdescription+xml" href="http://greeth.wordpress.com/osd.xml" title="Greeth&#039;s Blog" />
	<atom:link rel='hub' href='http://greeth.wordpress.com/?pushpress=hub'/>
		<item>
		<title>HET MYSTERIE VAN JE EIGEN KRUIS; H.Grignion de Montfort</title>
		<link>http://greeth.wordpress.com/2011/10/30/het-mysterie-van-je-eigen-kruis-h-grignion-de-montfort/</link>
		<comments>http://greeth.wordpress.com/2011/10/30/het-mysterie-van-je-eigen-kruis-h-grignion-de-montfort/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 30 Oct 2011 18:43:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>greeth</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://greeth.wordpress.com/?p=577</guid>
		<description><![CDATA[Uit het &#8220;Gouden Boek&#8221; van de H.Grignion de Montfort; blz. 293/347. Brief aan de &#8220;Vrienden van het Kruis&#8221;. Inleiding: De vereniging van &#8220;Vrienden van het Kruis&#8221; was ten tijde in 1708 door de zalige de Montfort opgericht in een van de voorsteden van Nantes, tijdens een missie die hij aldaar predikte in de parochie St. Similien. [...]<img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=577&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Uit het &#8220;Gouden Boek&#8221; van de H.Grignion de Montfort; blz. 293/347.</p>
<p>Brief aan de &#8220;Vrienden van het Kruis&#8221;.</p>
<p>Inleiding:</p>
<p>De vereniging van &#8220;Vrienden van het Kruis&#8221; was ten tijde in 1708 door de zalige de Montfort opgericht in een van de voorsteden van Nantes, tijdens een missie die hij aldaar predikte in de parochie St. Similien. Het was een lekenvereniging, of broederschap, zoals ze ook wel werd genoemd. In de zomer van het jaar  1714 bracht de gelukzalige wederom enige dagen te Nantes door. Graag had hij de leden van het vrome genootschap uit de stoel van de waarheid het verheven geheim van het Kruis ontvouwd; maar zijn vijanden hadden van de bisschop weten te verkrijgen, dat hem het preken verboden werd. Te Rennes, waar hij toen heentrok, trof hem eenzelfde verbod. Alsdan begaf hij zich naar het klooster van de Paters Jezuïeten en hield er een achtdaagse retraite. Op de laatste dag schreef hij aan de &#8220;Vrienden van het Kruis&#8221;de heerlijke brief waarvan de vertaling hier volgt.</p>
<p>Niet genoeg kunnen wij, vooral in onze dagen van gemakzucht en verfijnd zingenot, de lezing van deze bladzijden aanbevelen. In sommige Trappistenkloosters worden ze dagelijks overwogen en ter overweging voorgelegd aan allen die er de geestelijke oefeningen komen volgen. Moge de lezer, door Maria voorgelicht, dieper doordringen in de kennis van het geheim van het Kruis, en door Haar geholpen, zich die kennis ten nutte te maken, door ze toe te passen op geheel zijn leven!</p>
<p><strong>Brief aan de Vrienden van het Kruis.</strong></p>
<p>Geliefde Vrienden van het Kruis.</p>
<p>Daar het goddelijk Kruis mij verborgen houdt en mij het preken belet, is het mij niet mogelijk, en vind ik het ook niet wenselijk, u mondeling de gevoelens van mijn hart mee te delen omtrent de uitmuntendheid van uw vereniging in het aanbiddelijk Kruis van Jezus Christus en omtrent de verheven oefeningen van uw broederschap. Heden nochthans, op de laatste dag van mijn retraite, treed ik om zo te zeggen uit de aantrekkelijkheid van mijn binnenste, om enige zwakke trekken van het Kruis op dit papier te tekenen en uw goede harten daarmee als met pijlen te doorboren. Gave God, dat er, om die pijlen te scherpen, niets anders nodig was dan het bloed van mijn aderen in plaats van de inkt van mijn pen! Doch helaas!  mocht het al nodig zijn, het is te misdadig! Zij dan de geest van de levende God als het leven, de kracht en de inhoud van deze brief, zijn zalving als de inkt van mijn inktkoker, het goddelijk Kruis van mijn pen en uw hart mijn papier! Gij bent onderling verenigd, Vrienden van het Kruis, als evenzoveel gekruisigde soldaten, om de wereld te bestrijden; niet door ze te ontvluchten, gelijk de kloosterlingen, uit vrees van overwonnen te worden, maar als dappere en moedige krijgslieden op het slagveld, zonder de hielen te lichten of de rug toe te keren. Houdt moed en strijdt dapper. Verenigt u hecht en sterk door de verbintenis van de harten en zielen; deze is oneindig sterker dan de innerlijke kracht van een eendrachtig rijk, en meer te vrezen voor de wereld en de hel, dan laatstgenoemde voor de vijanden van de staat. De duivels verenigen zich om u in het verderf te storten; gij, verenigt u om ze te verslaan. De hebzuchtigen verenigen zich om handel te drijven en goud en zilver te verdienen; werkt gij samen om de schatten van de eeuwigheid, die in het Kruis besloten zijn, te verwerven. De losbandigen verenigen zich om zich te vermaken; gij verenigt u om te lijden.</p>
<p>Gij heet Vrienden van het Kruis; hoe verheven is die naam! Ik beken u, dat hij mij bekoort en verblindt. Hij is schittender dan de zon, verhevener dan de hemel, eervoller en luisterrijker dan de meest grootse titels van koningen en keizers: het is de grote naam van Jezus Christus, waarlijk God en tevens waarlijk mens: het is de ondubbelzinnige naam van een echt christen.</p>
<p>Maar zo zijn luister mij verrukt, in niet mindere mate voel ik mij bevreesd voor zijn last. Wat een niet te ontwijken en zware verplichtingen zijn in die naam vervat en in deze woorden van de H.Geest uitgedrukt: Een Vriend van het Kruis is door God uitverkoren onder tienduizend anderen  (I.Petr.11), die slechts naar de zinnen en de blote rede leven. Hij moet een gans goddelijk mens zijn, boven de rede verheven en geheel in tegenstrijd met de zinnen, door een leven en licht van zuiver geloof en door een vurige liefde tot het Kruis. Een Vriend van het Kruis is een alvermogend Koning en een held, die zegeviert over de duivel, de wereld en het vlees, in hun drie begeerlijkheden. Door zijn liefde tot de vernederingen velt hij Satans hoogmoed neer; door zijn liefde tot de armoede zegeviert hij over de hebzucht van de wereld; door zijn liefde tot het lijden bedwingt hij de zinnelijkheid van het vlees. Een vriend van het Kruis is een heilig man, van al het zichtbare afgescheiden. Zijn hart is verheven boven al wat broos en vergankelijk is. Zijn wandel is in de hemel; hij trekt hier voorbij als een vreemdeling en een pelgrim; hij hecht zijn hart niet aan de aarde, maar beziet ze van ter zijde met onverschilligheid, en treedt ze minachtend met voeten. Een Vriend van het Kruis is een roemrijke verovering van de op de Calvarieberg gekruisigde Christus en van zijn H.Moeder. Hij is een Benoni of Benjamin, kind der smart en der rechterzijde, in Jezus lijdens Hart geteeld, ter wereld gekomen langs zijn doorboorde rechterzijde en geheel in zijn bloed gepurperd. Naar zijn bloedige afkomst aardend, snakt hij slechts naar kruis en bloed, naar afsterven aan wereld, vlees en zonde, om hier op aarde geheel verborgen te zijn met Jezus Christus in God. Ten slotte, een volmaakt Vriend van het Kruis is een waar Christusdrager, of, beter gezegd, een andere Jezus Christus, zodat hij in waarheid kan zeggen: ik leef, neen, ik niet meer, maar Jezus Christus leeft in mij.</p>
<p>Geliefde vrienden van het Kruis, zijt gij door uw gedrag uw verheven naam waardig, of hebt gij ten minste een oprecht verlangen en een ware wil, om zulks met Gods genade te worden in de schaduw van het Kruis op de Calvarieberg, in de schaduw ook van de Vrouwe van Smarten?</p>
<p>Gebruikt gij de daartoe vereiste middelen? Hebt gij de ware weg van het leven ingeslagen, de enge en doornige weg van het Kruis? Bevindt gij u niet, zonder dat gij het vermoedt, op de brede weg van de wereld, die ten verderve leidt? Weet gij wel, dat er een weg is, die de mens recht en veilig toeschijnt, maar die ten dode voert? Onderscheidt gij de stem van God en die van zijn genade wel van de stem van de wereld en van de natuur? Hoort gij de stem van God wel, de stem van onze goede Vader, die, na een drievoudige vloek te hebben uitgesproken over al degenen die de begeerlijkheden van de wereld najagen: vae, vae, vae habitantibus in terra, u liefdevol toeroept, terwijl Hij zijn armen naar u uitstrekt: Separamini, popule meus,  scheidt u af, mijn uitverkoren volk, beminde Vrienden van het Kruis van mijn Zoon, scheidt u af van de wereldlingen, die door mijn Majesteit vervloekt, door mijn Zoon in de ban gedaan en door mijn H.Geest veroordeeld zijn. Wacht er u wel voor, op hun gans verpeste stoel te gaan zitten, gaat niet naar hun vergaderingen, blijft niet eens stilstaan op hun wegen. Vlucht uit de boezem van het grote en schandelijke Babylon. Luister alleen naar de stem, volgt alleen de voetstappen van mijn welbeminde Zoon, die ik u tot weg, tot waarheid, tot leven en tot toonbeeld heb gegeven.</p>
<p>Luistert gij naar die beminnelijke Jezus, die, met zijn Kruis beladen, u toeroept: volg mij; wie mij volgt, wandelt niet in duisternissen, hebt vertrouwen, ik  heb de wereld overwonnen?</p>
<p>Ziet, beminde medebroeders, dagelijks treden twee legers aan: dat van Jezus Christus en dat van de wereld. Dat van onze beminnelijke Zaligmaker bevindt zich rechts, en gaat opwaarts langs een smalle weg, die enger dan ooit is geworden door de verdorvenheid van de wereld. Onze goede Meester gaat voorop, blootvoets, het hoofd met doornen gekroond, het lichaam gans vol bloed, en met een zwaar kruis beladen. Slechts een handvol soldaten, maar van de dappersten, volgt Hem; want zijn zo zachte stem wordt niet gehoord te midden van het gewoel van de wereld. Trouwens, daar mist men ook de moed om Hem te volgen in zijn armoede, zijn smarten, zijn vernederingen en zijn andere kruisen, die men noodzakelijk in zijn dienst moet dragen, alle dagen van zijn leven.</p>
<p>Links bevindt zich het leger van de wereld of van de duivels. Het is het talrijkste het prachtigste en het schitterendste althans in schijn. Alwat tot de grote wereld behoort, loopt er samen. Men verdringt er zich, hoe breed de wegen ook zijn, en alhoewel ze breder dan ooit zijn geworden, door de menigte die er bij stromen op voorttrekt; ze zijn met  bloemen bezaaid, met genoegens en vermakelijkheden bezoomd, met goud en zilver bedekt.</p>
<p>Rechts wordt, door de kleine kudde die Jezus Christus volgt, over niets anders gesproken dan over tranen, boetplegingen, gebed en wereldverachting. Onophoudelijk hoort men er deze door snikken onderbroken woorden: laat ons lijden, wenen, vasten, bidden. Verbergen, vernederen, verarmen, versterven wij ons; want die de geest van Jezus Christus niet heeft, d.i. de geest van het Kruis, behoort Hem niet toe: zij die aan Jezus Christus toebehoren, hebben hun  vlees met hun begeerlijkheden gekruisigd. Men moet gelijkvormig zijn aan het beeld van Jezus Christus, of verloren gaan.</p>
<p>Moed!! zo roepen zij uit, moed! Indien God mèt ons, in ons en vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Die in ons is, is sterker dan die in de wereld is. De knecht is niet meer dan zijn meester. Eén ogenblik van lichte beproeving werkt een eeuwig gewicht van glorie uit. Er zijn minder uitverkorenen dan men denkt: alleen moedigen en geweldenaars veroveren de hemel stormenderhand; niemand zal gekroond worden dan wie behoorlijk gestreden heeft, naar het Evangelie en niet naar de mode.</p>
<p>Strijden wij dan met kracht, haasten wij ons om ons doel te bereiken om de kroon te verwerven.</p>
<p>Ziedaar ten dele met welke goddelijke woorden de Vrienden van het Kruis elkander aanmoedigen.</p>
<p>De wereldlingen integendeel, ten einde elkander op te wekken om zonder schroom te blijven volharden in hun boze gevoelens, roepen dagelijks uit: Leven, leven, vrede, vreugde, vreugde! Laat ons eten, drinken, zingen, dansen, spelen: God is goed, God heeft ons niet geschapen om ons te verwerpen. God verbiedt niet dat men zich vermake; wij zullen daarom niet verloren gaan: geen overdreven angstvalligheid.</p>
<p>Herinnert u, lieve medebroeders, dat onze goede Jezus u thans aanschouwt, en tot ieder van u in het bijzonder zegt: Zie, bijna iedereen verlaat mij op de koninklijke weg van het Kruis: de blinde afgodendienaars bespotten mijn Kruis als een dwaasheid; de halsstarrige Joden ergeren er zich over als over een voorwerp van afschuw; ketters verbrijzelen het en halen het omver als iets verachtelijks. Doch, -en dit kan ik niet anders zeggen dan met tranen in de ogen en met een van droefheid doorstoken hart, &#8211; mijn kinderen, die ik in mijn schoot heb gekweekt en in mijn school onderwezen, mijn ledematen, die ik met mijn geest heb bezield, zij zelfs hebben mij verlaten en veracht, door vijanden te worden van mijn Kruis.</p>
<p>Wilt ook gij mij verlaten, door mijn Kruis te vluchten, gelijk de wereldlingen, die zodoende even zoveel antichristen zijn? Zult gij, ten einde gelijkvormig te zijn aan deze wereld, de armoede van mijn Kruis versmaden om jacht te maken op aardse goederen, de smart van mijn Kruis schuwen om naar genot te streven, de vernederingen van mijn Kruis haten om naar eerbetoningen te haken?</p>
<p>Ik heb vele schijnvrienden, die betuigen dat ze mij liefhebben, maar die mij in werkelijkheid haten, omdat zij mijn Kruis niet beminnen; vele vrienden van mijn tafel en zeer weinig van mijn Kruis.</p>
<p>Verheffen wij ons boven onszelf bij die liefderijke oproep van Jezus. Laten wij ons niet verleiden door onze zinnen, zoals Eva. Zien wij slechts op tot de Bewerker en Voltooier van ons geloof, de gekruisigde Jezus. Vluchten wij het verderf en de begeerlijkheid van de bedorven wereld. Beminnen wij Jezus op de rechte manier, d.w.z. door allerlei kruisen heen. Overwegen wij ernstig deze bewonderenswaardige woorden van onze beminnelijke Meester waarin de hele volmaaktheid van het christelijk leven vervat is.</p>
<p>Inderdaad, de christelijke volmaaktheid komt geheel hierop neer: 1e heilig willen worden: Indien iemand Mij volgen wil; 2e zich ter zijde stellen: hij verzake zichzelf; 3e lijden: hij drage zijn kruis; 4e handelen: en hij volge Mij.</p>
<p>Si quis, indien iemand, iemand, en niet sommigen, om het geringe aantal der uitverkorenen aan te duiden, die aan de gekruisigde Jezus willen gelijkvormig worden door het dragen van hun Kruis. Het is zó klein, zó  klein, dat wij, indien wij het kenden, van droefheid zouden in onmacht vallen. Het is zó klein, dat God, indien Hij hen wilde  verenigen, hun zou toeroepen zoals Hij eertijds deed door de mond van een profeet: verenigt u één voor één, één uit dit gewest, één uit dit koninkrijk (De gelukzalige spreekt hier slechts van de volmaakte christenen, die in het kruisdragen geheel en al willen gelijkvormig worden aan Jezus).</p>
<p>Indien iemand een ware, volkomen wil heeft, niet door natuurlijke aandrift, gewoonte, eigenliefde, baatzuchtigheid of menselijk opzicht bepaald, maar door een ten volle zegevierende genade van de H.Geest, die niet aan iedereen gegeven wordt. De praktische kennis van het geheim van het Kruis is slechts aan weinigen gegeven. Om de Calvarieberg te bestijgen en er zich met Jezus aan het Kruis te laten hechten, midden in zijn eigen land, behoort men een dappere te zijn, een held, een vastberadene, een in God verheven man, die de wereld en de hel, zijn lichaam en zijn eigen wil veracht, en die vastbesloten is, alles te verlaten, alles te ondernemen en alles te lijden voor Jezus Christus.</p>
<p>Weet wel, lieve vrienden van het Kruis, dat degenen onder u die deze vastberadenheid niet bezitten, slechts met één voet gaan, slechts met één vleugel vliegen, en dat zij uwer niet waardig zijn, want ze zijn niet waardig vrienden van het Kruis te worden genoemd; van het Kruis, dat men met Jezus Christus moet liefhebben. Eén zulke halve wil is voldoende, om, gelijk een schurftig schaap, de gehele kudde aan te tasten. Mocht er reeds een door de boze deur van de wereld in uw schaapstal zijn binnengedrongen, in naam van de gekruisigde Jezus Christus, men jage hem weg als een onder de schapen geslopen wolf.</p>
<p>Indien iemand na mij wil komen, na mij, die mij zozeer vernederd en vernietigd heb, dat ik eerder een aardworm dan een mens geworden ben, na mij, die slechts ter wereld ben gekomen om het Kruis te omhelzen, om het midden in mijn hart te plaatsen, om het van mijn jeugd af te beminnen, om er naar te verzuchten mijn leven lang, om het met blijdschap te dragen, het bij voorkeurverkiezend boven alle vreugden en geneugten van hemel en aarde, na mij, ten slotte, die niet ben tevreden geweest, dan toen ik stierf in zijn goddelijke omhelzingen.</p>
<p>Wil dus iemand mij volgen in die staat van vernietiging en kruisiging, zo stelle hij zijn roem slechts, evenals ik, in de armoede, de vernederingen en de smarten van mijn Kruis.</p>
<p>Hij verzake zichzelf. Verre van de vereniging van de Vrienden van het Kruis, die hoogmoedige lijders, die wijzen van de wereld, die grote vernuften en die alweters, stijfhoofdig en opgeblazen door hun kennis en talenten. Verre van hier die grote zwetser, die veel leven maken en geen andere vrucht voortbrengen dan die der ijdelheid. Verre van hier die trotse vromen, die overal het -wat mij betreft- van de hoodmoedige Lucifer met zich dragen; zij kunnen niet dulden, dat zij gelaakt worden, zonder zich te verontschuldigen; dat zij aangevallen worden, zonder zich te verdedigen; dat zij vernederd worden, zonder zich te verheffen!</p>
<p>Wacht er u wel voor, in uw vereniging van die teergevoelige en zinnelijke lieden toe te laten, die bang zijn voor het minste prikje, die gillen en klagen bij de minste pijn, die nooit van boetekleed, haren gordel, geselroede of andere boetetuigen geproefd hebben en die hun devoties van de dag met de meest gepleisterde en verfijnde teergevoeligheid en zinnelijkheid doormengen.</p>
<p>Hij drage diegene, die zeldzame man of vrouw, waarvoor de gehele aarde, van het ene tot het andere einde, geen voldoende prijs kan storten, zijn Kruis met vreugde opnemen, het met vurigheid omhelze en het met moed op zijn schouders drage. Zijn Kruis, en niet dat van een ander. Zijn Kruis, dat Ik voor hem, in mijn wijsheid, met getal, gewicht en maat vervaardigd heb!!! Zijn Kruis, waaraan Ik eigenhandig en met grote nauwkeurigheid, zijn vier afmetingen gegeven heb, t.w. zijn dikte, lente, breedte en diepte. Zijn Kruis, dat Ik hem, ten gevolge van de oneindige genegenheid die Ik hem toedraag, uit een stuk van het Kruis dat ik naar de Calvarieberg opdroeg, heb uitgesneden. Zijn Kruis, het grootste geschenk dat Ik mijn uitverkorenen op aarde geven kan. Zijn Kruis, bestaande, in zijn dikte, uit goederenverlies, vernederingen, versmadingen, pijnen, ziekten en geesteskwellingen, die hem naar de beschikking mijner Voorzienigheid, dagelijks tot aan zijn dood moeten overkomen. Zijn Kruis bestaande, in zijn lengte, uit een zeker tijdvak van maanden of dagen, dat hij met laster overladen, op een bed uitgestrekt, tot de bedelstaf zal veroordeeld worden, en ten prooi zal zijn aan bekoringen, dorheid, verlatenheid en andere geesteskwellingen. Zijn Kruis, bestaande, in zijn breedte, uit de hardste en bitterste bejegeningen van de kant van zijn vrienden, huisgenoten en bloedverwanten. Zijn Kruis, bestaande, in zijn diepte, uit het geheimste leed, waarmee ik hem zal bezoeken, zonder dat hij troost zal kunnen vinden bij de schepselen; deze zullen hem zelfs ingevolge mijn beschikkingen, de rug toekeren, en zich bij mij aansluiten om hem te doen lijden.</p>
<p>Hij drage zijn Kruis, en niet, hij slepe het, noch, hij schudde het van zich af, noch, hij legge het ter zijde, noch, hij berge het weg; maar hij drage het hoog in de hand, zonder ongeduld of verdriet, zonder vrees of vrijwillig gemor, zonder vermindering of natuurlijk zelfontzien, zonder schaamte of menselijk opzicht.</p>
<p>Hij plaatse, het op zijn voorhoofd en zegge met de H.Paulus: Moge God verhoeden, dat ik op iets anders roem drage dan op het Kruis van Jezus Christus, mijn Meester!</p>
<p>Hij drage het Kruis op zijn schouders, naar het voorbeeld van Jezus Christus, opdat het het wapen worde van zijn veroveringen en de schepter van zijn heerschappij.</p>
<p>Hij plaatse het eindelijk door de liefde in zijn hart, om hiervan een vurig braambos te maken, dat dag en nacht van zuivere liefde brande tot God, zonder ooit verteerd te worden.</p>
<p>Hij drage het, want niets is zo noodzakelijk, niets zo nuttig  en zoet, niets ook zo eervol, als iets voor Jezus Christus te lijden.</p>
<p>Inderdaad, lieve Vrienden van het Kruis, gij zijt allen zondaars. Niet één uwer, of hij verdient de hel, en ik nog meer dan elk ander. Onze zonden moeten gestraft worden, hetzij hier op aarde hetzij in het hiernamaals. Worden zij het hier, dan worden zij in het hiernamaals niet. Straft God ze hier op aarde tezamen met ons, dan is de straf liefdevol; immers, dan worden zij gestraft door zijn barmhartigheid, die hier op aarde regeert, en niet door zijn strenge gerechtigheid; de straf zal licht en kortstondig zijn, vergezeld gaan van geneugten en verdiensten, en gevolgd worden door beloningen, in tijd en eeuwigheid. Wordt echter de straf voor onze zonden tot het hiernamaals uitgesteld, dan is zij het werk van Gods wrekende gerechtigheid, die alles te vuur en te zwaard verwoest. Verschrikkelijke straf, onuitsprekelijke, onbegrijpelijke straf, straf zonder erbarming, zonder mededogen, zonder verlichting, zonder verdiensten, zonder perk en zonder einde</p>
<p>Ja, zonder einde: die door u in een oogwenk bedreven doodzonde; die vrijwillige slechte gedachte, waaraan gij niet eens meer denkt; dat door de wind meegevoerde woordje, die geringe en zo kortstondige daad tegen de wet van God, zal eeuwig, zolang God God blijft, met de duivels in de hel gestraft worden, zonder dat die God van de wrake zich zal ontfermen over uw folteringen, noch over uw snikken en tranen, wel in staat nochthans om rotsen te doen splijten.</p>
<p>Altijddoor lijden, zonder verdiensten, zonder ontferming en zonder einde! Denken wij daar wel aan, beminde Broeders en Zusters, wanneer wij hier op aarde iets te lijden hebben? Wat zijn wij toch gelukkig, dat wij op zulk een voordelige wijze een eeuwige en verdiensteloze straf kunnen omruilen tegen een kortstondige en verdienstelijke, door ons Kruis geduldig te dragen! Hoeveel onvoldane schulden hebben wij niet? Hoeveel zonden hebben wij niet bedreven, voor welke uitboeting wij, zelfs na een bitter berouw en een oprechte biecht, eeuwenlang in het vagevuur zullen moeten lijden, omdat wij hier op aarde genoegen nemen met enige zeer lichte penitenties? Ach! Laten wij hier op aarde in der minne voldoen, door ons Kruis behoorlijk te dragen;  in het hiernamaals moet alles tot de laatste penning toe streng voldaan worden, zelfs een onnuttig woord. Konden wij de duivel maar eens het boek des doods ontnemen, waarin hij al onze zonden heeft opgetekend met de daarvoor verschuldigde straf, wat zouden wij een hooglopende debet-rekening vinden en wat zouden wij blij zijn, jarenlang hier op aarde te mogen lijden, in plaats van slechts een enkele dag in het hiernamaals! </p>
<p>Vleit gij u niet, Vrienden van het Kruis, met het denkbeeld dat gij Gods vrienden zijt of dit althans wilt worden?  Besluit dan tot het drinken van de kelk die men noodzakelijk drinken moet om Gods vriend te worden: De welbeminde Benjamin kreeg de kelk, de andere broers slechts graan. De grootste gunsteling van Jezus kreeg, diens Hart, besteeg de Calvarieberg, dronk aan de kelk. Het is goed naar Gods glorie te verlangen; doch er naar verlangen en erom vragen zonder bereid te zijn alles te lijden, is een dwaze en onzinnige eis. Het moet, &#8216;t is iets noodzakelijks, iets onvermijdelijks; wij moeten door veel beproevingen en kruisen het rijk der hemelen binnengaan.</p>
<p>Gij draagt er te recht roem op, kinderen Gods te zijn; draagt dan ook roem op de zweepslagen, welke die goede Vader u reeds gegeven heeft en u in het vervolg nog geven zal; want Hij kastijdt al zijn kinderen. Indien gij niet tot het getal van zijn welbeminde kinderen behoort, dan behoort gij, -o ramp, o donderslag!- dan behoort gij, zoals de H.Augustinus zegt, tot het getal der verworpenen. Wie hier op aarde niet zucht als pelgrim en vreemdeling, zal in het hiernamaals niet juichen als hemelburger, zegt dezelfde H.Augustinus. Zo God de Vader u niet van tijd tot tijd enige goede kruisjes overzendt, is dit een teken, dat Hij zich niet meer om u bekommert, dat Hij vertoornd is op u. Hij beschouwt u nog slechts als een vreemdeling, buiten zijn huis en zijn bescherming   gesteld, of als een bastaardkind, dat geen recht heeft op enig aandeel in de erfenis van zijn Vader, en daarom ook diens zorg en kastijding niet waard is.</p>
<p>Vrienden van het Kruis, leerlingen van een gekruisigde God, het geheim van het Kruis is een geheim dat de heidenen niet kennen, dat de Joden verwerpen en dat de ketters en slechte Katholieken verachten. Het is nochthans het grote geheim, dat gij praktisch leren moet in de school van Jezus Christus, en dat gij dáár slechts leren kunt. Tevergeefs zoekt gij in de academies van de oudheid naar een wijsgeer die het onderwezen heeft. Tevergeefs gaat gij te rade bij het licht van de zinnen en de rede. Jezus Christus alleen kan u, door zijn overwinnende genade, dit geheim leren kennen en doen smaken. Zorgt dus dat gij ervaren wordt in deze alles overtreffende wetenschap, onder de leiding van zo groot een Meester. Alsdan zult gij alle andere wetenschappen bezitten, want zij bevat ze alle bij uitnemendheid. Zij is onze natuurlijke en bovennatuurlijke wijsbegeerte, onze goddelijke en geheimnisvolle godgeleerdheid, en onze steen der wijzen, die, door geduld in het lijden, de grofste metalen in kostbare, de hevigste pijnen in geneugten, de ellende in rijkdom en de diepste vernederingen in glorie verandert. Hij die onder u het best zijn Kruis weet te dragen, al kent hij overigens geen a of b, is de geleerdste van allen. Luister dan naar de grote H.Paulus: bij zijn terugkomst uit de derde hemel, waar hij geheimen leerde kennen, die zelfs aan de Engelen verborgen zijn, roept hij uit, dat hij niets kent en niets kennen wil, dan de gekruisigde Jezus Christus. Verheug u, onnozele arme vrouw zonder verstand of kennis, zo gij met vreugde weet te lijden, kent gij meer dan een doctor van de Sorbonne, indien deze niet zo goed weet te lijden als gij.</p>
<p>Gij zijt ledematen van Jezus Christus: wat een eer! Maar ook, wat een noodzakelijke verplichting tot lijden legt die hoedanigheid u op! Het hoofd is met doornen gekroond, en de ledematen zouden het met rozen zijn? Het hoofd wordt verguisd en beslijkt op de kruisweg, en de ledematen zouden met reukwerken doortrokken zijn op een troon? Het hoofd heeft geen kussen om op te rusten, en de ledematen zouden zacht neergevlijd liggen op een pluimen of donzen bed? Dat ware een ongehoorde gedrochtelijkheid!</p>
<p>Neen, neen, lieve metgezellen van het Kruis, laat u niet misleiden: christenen, zoals gij er allerwegen ziet: naar de mode opgedirkt, uiterst fijngevoelig, bovenmate groots en deftig, zijn geen ware volgelingen noch ware ledematen van de gekruisigde Jezus! Door anders te denken, zoudt gij aan dat met doornen gekroonde Hoofd en aan de waarheid van het Evangelie te kort doen. O God! wat al schimmen van christenen, die zich ledematen van de Verlosser wanen, en die zijn verraderlijkste vervolgers zijn; want, terwijl zij met de hand het kruisteken maken, zijn zij vijanden van het Kruis in hun hart!  Indien gij door eenzelfde geest geleid wordt als Jezus Christus, uw met doornen gekroond Hoofd, en eenzelfde leven met Hem leeft, verwacht dan niets anders dan doornen, geselslagen, nagels; niets anders in één woord, dan het Kruis; want de leerling moet noodzakelijk als zijn meester, het lidmaat als het hoofd behandeld worden. En mocht de hemel u, evenals aan de H.Catharina van Siënna, een doornen- en een rozenkroon voorhouden, kiest dan met die Heilige, zonder te aarzelen, de doornenkroon, en drukt ze u in het hoofd, om gelijkvormig te zijn aan Jezus Christus.</p>
<p>Het is u niet onbekend, dat gij de levende tempels van de H.Geest bent, en dat gij, als even zoveel levende stenen, door die God van liefde in het gebouw van het hemels Jeruzalem moet geplaatst worden. Reken er dan op, dat gij met de hamer van het Kruis zult gehouwen, gekapt en bewerkt worden; anders blijft gij gelijk aan ruwe stenen, die nergens toe dienen, die men versmaadt en ver van zich afwerpt. Wacht er u wel voor, de hamer, waarmee op u geslagen wordt, te doen afspringen, en let op de beitel die u kapt en op de hand die u draait. Mogelijk wil die bekwame en liefdevolle bouwmeester u tot een der voornaamste stenen maken van zijn eeuwige bouw, tot een der schoonste beelden van zijn hemelse rijk. Laat Hem dus begaan: Hij heeft u lief, Hij weet wat Hij doet. Hij is ervaren; al zijn slagen zijn doeltreffend en liefdevol; nooit slaat Hij mis, als gij zijn slagen maar niet vergeefs doet zijn door uw ongeduld.</p>
<p>Het kruis wordt door de H.Geest vergeleken:</p>
<p>1e Bij een wan, waardoor het goede graan van het kaf en het vuil gezuiverd wordt. Laat u dus, als het graan in de wan, zonder tegenstreven, schommelen en schudden: gij zijt in de wan van de Vader van het huisgezin en weldra zult gij in zijn graanschuur zijn.</p>
<p>2e Bij een vuur, dat het roest van het ijzer wegneemt door de hevigheid van zijn vlammen. Onze God is een verslindend vuur, dat door het Kruis in de ziel blijft branden om haar te zuiveren zonder haar te verteren, zoals eertijds het vuur in het brandende braambos.</p>
<p>3e Bij de smeltkroes van een goudsmid, waarin het echte goud gelouterd wordt en het vale in rook vergaat. Het echte goud onderstaat geduldig de vuurproef, het valse stijgt in rook tegen de vlammen op. Zo worden de ware Vrienden van het Kruis in de smeltkroes van de kwelling en beproeving door hun geduld gelouterd, terwijl de vijanden van het Kruis in rook vergaan door hun ongeduld en hun gemor.</p>
<p>Aanschouwt, geliefde Vrienden van het Kruis, de grote schare van getuigen die u voorafgaat: zonder een woord te spreken, bewijzen zij wat ik u voorhoud. Aanschouwt, als in het voorbijgaan, de rechtvaardige Abel, door zijn broeder gedood; de rechtvaardige Abraham, vreemdeling op aarde; de rechtvaardige Loth, uit zijn land verjaagd; de rechtvaardige Jacob, door zijn broer vervolgd; de rechtvaardige Tobias, met blindheid geslagen; de rechtvaardige Job, arm geworden, vernederd en met wonden bedekt van het hoofd tot de voeten. Aanschouwt de apostelen en de zo talrijke martelaren in het purper van hun bloed; de zo talrijke Maagden en Belijders, arm en vernederd, verjaagd en verstoten. Allen roepen met de H.Paulus uit: aanschouwt de goede Jezus, de Bewerker en Voltooier van het geloof dat wij hebben in Hem en in zijn Kruis: Hij heeft moeten lijden, om door het Kruis zijn heerlijkheid in te gaan.</p>
<p>Aanschouwt, naast Jezus Christus, de H.Maagd Maria, in wie noch erfzonde, noch dadelijke zonde ooit gevonden werd: een scherp zwaard dringt door tot in het diepste van haar teder en onschuldig Hart.</p>
<p>Hoe graag zou ik uitweiden over beider Passie, om aan te tonen, dat, hetgeen wij te lijden hebben, niets is in vergelijking met hetgeen Zij geleden hebben!</p>
<p>Wie kan zich, na dit alles, ontslaan van zijn Kruis te dragen? Wie onzer zal niet met spoed daarheen snellen waar hij weet dat het Kruis hem wacht? Wie zal niet met de H.Ignatius, martelaar, uitroepen: Dat het vuur, de galg, de wilde dieren en al de folteringen van de duivels over mij neerkomen, opdat ik Jezus Christus moge genieten!</p>
<p>Wilt gij echter niet geduldig lijden en uw kruis met gelatenheid dragen naar het voorbeeld van de uitverkorenen, dan zult gij het met gemor en ongeduld dragen zoals de verworpelingen. Gij zult dan gelijk zijn aan de twee dieren die de ark van het  verbond al loeiende voortsleepten. Gij zult navolgers zijn van Simon van Cyrene, die het eigen Kruis van Jezus Christus onwillig opnam, en terwijl hij het droeg, niets deed dan morren. Gij zult eindelijk het lot ondergaan van de boze moordenaar, die van zijn kruis in het diepste van de afgrond neerstortte.</p>
<p>Neen, neen, de vervloekte aarde, waarop wij leven, maakt niemand gelukkig; men ziet niet helder in dit land van de duisternissen; men is niet volkomen gerust op deze onstuimige zee, men blijft niet zonder strijd in dit oord van beproeving en op dit slagveld; men gaat niet zonder zich te steken over deze met doornen begroeide grond; beiden, uitverkorenen en verworpelingen, moeten er hun kruis dragen, goed of kwaadschiks.</p>
<p>Onthoudt dit vierregelig versje:</p>
<p>Kies een van de Kruisen die ge op Golgotha ontwaart,</p>
<p>Kies echter wijselijk; want lijden moet ge op aard,</p>
<p>Als heilige, als boeteling, of -wilt gij anders- niet,</p>
<p>Als een verworpeling die  het lijden steeds verdriet.</p>
<p>Dat wil zeggen: zo gij niet met vreugde wilt lijden, gelijk Jezus Christus, of met geduld, gelijk de goede moordenaar, zult gij u ondanks moeten lijden, gelijk de boze moordenaar. Gij zult de bitterste kelk tot de laatste druppel moeten ledigen zonder de minste genadevertroosting. Gij zult de ganse last van uw kruis moeten dragen zonder de minste krachtdadige hulp van Jezus Christus. Gij zult bovendien de noodlottige last te dragen hebben, die de duivel aan uw keus zal toevoegen, door de ongeduldigheid, waartoe het u zal brengen. En, na, ongelukkig te zijn geweest met de boze moordenaar hier op aarde, zult gij hem moeten volgen in de vlammen van de hel.</p>
<p>Lijdt gij integendeel zoals het hoort, dan wordt het Kruis een uiterst zacht juk dat Jezus Christus met u draagt. Het wordt de dubbele vleugel van uw ten hemelopstijgende ziel. Het wordt een scheepsmast, die u voorspoedig en zonder moeite in de haven van het heil zal doen aanlanden. Draagt geduldig uw Kruis, zodoende zult gij verlicht worden in uw geestelijke duisternissen,  want wie geen beproeving lijdt, kent niets. Draagt uw Kruis met blijdschap, dan zult gij blaken van goddelijke liefde. Zonder lijden is het onmogelijk in de zuivere liefde van de Zaligmakers te leven. Men plukt geen rozen van tussen doornen. Het Kruis is het enig voedsel van de liefde tot God, zoals het hout het voedsel is van het vuur.</p>
<p>Herinnert u dan deze schone spreuk uit de Navolging: Naarmate gij u geweld zult aandoen, door geduldig te lijden, zult gij vorderingen maken in de goddelijke liefde.</p>
<p>Verwacht niets bijzonders van die teergevoelige en trage zielen, die het Kruis afweren wanneer het tot hen komt, en die er zich nooit een, in alle bedachtzaamheid, vrijwillig bezorgen. Zij zijn als een onbebouwd land, dat niets dan doornen voortbrengt, omdat het niet door een verstandig landman gespit, gehakt en omgekeerd wordt. Zij zijn als een slijkerig stilstaand water, dat niet deugt om er iets in te wassen noch om er van te drinken.</p>
<p>Draagt uw Kruis met blijdschap, en gij zult er een overwinnende kracht in vinden, waaraan geen van uw vijanden zal kunnen weerstaan. Gij zult er ook een heerlijk genot in smaken, waarbij niets kan vergeleken worden. Ja, Broeders, weest overtuigd dat dit het ware aardse Paradijs is: iets te lijden voor Jezus Christus. Ondervraagt alle Heiligen: zij zullen u zeggen, dat hun ziel nooit een heerlijker feestmaal genuttigd heeft, dan wanneer zij de hevigste pijnen doorstonden. Dat al de folteringen van de duivel over mij neerkomen, zei de H.Ignatius Martelaar. Ofwel lijden, ofwel sterven, zei de H.Theresia. Niet sterven, doch lijden, zei de H.Magdalena de Pazzi. Lijden en veracht worden om uwentwille, zei de H.Joannes van  het Kruis. En een menigte anderen hebben in dezelfde geest gesproken, zoals in hun levensbeschrijving te lezen staat.</p>
<p>Gelooft God, lieve Broeders; wanneer men blijmoedig lijdt voor God, dan is het Kruis, naar het woord van de H.Geest, een bron van allerlei geneugten voor alle soorten van personen. De vreugde, die het Kruis biedt, overtreft de vreugde van een arme die met allerlei schatten overladen wordt; de vreugde ook van een landman die op een troon verheven wordt; de vreugde van een koopman die goud wint met millioenen; de vreugde van legeraanvoerders die overwinningen behalen; de vreugde van gevangenen, die uit hun boeien verlost worden. In één woord: men denke zich de grootste vreugde van deze aarde uit: de vreugde van een gekruisigd mens, die naar behoren lijdt, bevat en overtreft ze alle!!</p>
<p>Verheugt u dus en springt op van blijdschap, wanneer God u met een goed Kruis bedeelt, want het hoogste goed dat er voor u bestaat in de hemel en bij God zelf, valt u ten deel, zonder dat gij het merkt. O, wat een groot geschenk van God is het Kruis! Zoudt gij dit beseffen, gij zoudt H.Missen laten lezen, de grafplaatsen van de heiligen bezoeken en er novenen houden, verre bedevaarten doen, zoals de heiligen, om dit goddelijk geschenk van de hemel te verkrijgen. De wereld noemt het een dwaasheid, een schande, een onozelheid, een onbezonnenheid, een onvoorzichtigheid. Laat die blinden maar praten: hun verblindheid, die hun het Kruis menselijkerwijze en gans verkeerd doet beoordelen, maakt deel uit van onze glorie, telkenmale als zij ons het een of ander kruis bezorgen door hun minachting en hun vervolgingen. Zij geven ons juwelen, zij plaatsen ons op een troon, zij kronen ons met lauweren. Wat zeg ik? Alle schatten, eerbewijzen, schepters, alle schitterende kronen van potentaten en keizers, kunnen, naar het woord van de H.Joannes Chrysostomus, niet vergeleken worden bij de glorie welke het Kruis ons schenkt. Deze is groter dan die van een Apostel of van een gewijde schrijver. Graag, -zo zei die door de H.Geest voorgelichte Heilige, &#8211; graag zou ik de hemel  verlaten, indien mij de keus gelaten werd, om voor de God van de Hemel te lijden. Ik zou de kerkers en gevangenisssen verkiezen boven de tronen van de hoogste hemel. Ik verlang niet zozeer naar de glorie van de Serafijnen als naar de grootste kruisen. Ik geef minder om de gaven van mirakelen, waardoor men aan de duivels gebiedt, de elementen schokt, de zon doet stilstaan en de dode in het leven terugroept, dan om de eer van te lijden. De HH Petrus en Paulus zijn roemwaardiger in hun gevangenis, met boeien aan hun voeten, dan waar de laatste tot de derde hemel verheven werd en de eerste de sleutels van de hemel ontving. Inderdaad, is het het kruis niet dat aan Jezus Christus een naam heeft gegeven boven alle naam, opdat bij de naam Jezus alle knieën buige, in de hemel, op aarde en in de hel?</p>
<p>De glorie van iemand die waardig lijdt is zó groot, dat de hemel, de engelen en de mensen, ja, dat zelfs de God van de hemel er met vreugde naar ziet, als naar het heerlijkste schouwspel, en dat de Heiligen, indien zij nog enig verlangen konden koesteren, op aarde zouden willen terugkomen om het een of ander Kruis te dragen!!!   Is die glorie hier op aarde al reeds zo groot, hoe groot zal ze dan in de hemel niet zijn? Wie zal ooit het eeuwig gewicht van glorie kunnen verklaren of zelfs begrijpen, dat door het kortstondig, doch waardig dragen van het Kruis in ons wordt uitgewerkt? Wie zal de glorie begrijpen, die in de hemel verkregen wordt voor een jaar en meer nog, voor een geheel leven van kruisen en kwellingen? Voorzeker, lieve Vrienden van het Kruis, de hemel bestemt u tot iets groots, zoals een groot Heilige zegt, aangezien de H.Geest u zo nauw verenigt met iets dat alle anderen zo zorgvuldig ontwijken. Voorzeker, God wil van u even zoveel Heiligen maken als gij Vrienden van het Kruis zijt, als gij maar getrouw blijft aan uw roeping en uw Kruis naar behoren draagt gelijk Jezus Christus het zijne.</p>
<p>Doch het is niet genoeg te lijden: de duivel en de wereld hebben ook hun martelaren. Men moet lijden en zijn Kruis dragen in navolging van Jezus Christus: hij volge mij; d.w.z. men moet zijn kruis dragen zoals Hij het zijne gedragen heeft.</p>
<p>Ziehier de regels die gij in dit opzicht in acht moet nemen.</p>
<p>1e Bezorgt u geen kruisen met opzet en door eigen schuld. Men mag geen kwaad doen ter bereiking van een goed doel. Behoudens een bijzondere ingeving, mag men zijn handelingen niet verkeerd verrichten om daardoor de minachting van de mensheid op zich te laden. Veeleer dient men Jezus Christus na te volgen, van Wie geschreven staat dat Hij alles wel deed. Doet ook gij zo, niet uit eigenliefde of ijdelheid, maar om aan God te behagen en de evennaaste te winnen. Zelfs al volbrengt gij uw plichten zo goed mogelijk, zal het u niet ontbreken aan tegenkantingen, vervolgingen, versmadingen, die de goddelijke Voorzienigheid u zal overzenden tegen uw wil in, en zonder dat gij ze zelf kiest.</p>
<p>2e Neemt uw evenmens ergernis, zij het dan ook ten onrechte, aan een onverschillige handeling die gij verricht, laat ze dan liever achterwege, uit naastenliefde, om een eind te stellen aan de ergernis van de zwakken. De heldhaftige daad van naastenliefde welke gij alsdan verricht, is oneindig meer waard dan wat gij deedt of wilde doen. Betreft het echter een goed werk dat noodzakelijk of nuttig is voor uw evenmens, en ergert deze of gene Farizeeër of kwaadgezinde er zich zonder reden over, raadpleeg dan een ervaren leidsman, om te vernemen of dat werk waarlijk noodzakelijk of zeer nuttig is voor het merendeel van de medemensen; zo ja, gaat dan voort met uw werk, en laat ze praten, als ze u maar laten begaan. In dit geval kunt gij antwoorden zoals O.L. Heer tot enige van zijn volgelingen, die Hem kwamen zeggen, dat de Schriftgeleerden en Farizeeërs zich ergerden over zijn woorden en daden:   Laat ze, het zijn blinden.</p>
<p>3e Sommige grote Heiligen hebben weliswaar kruisen, versmadingen en vernederingen afgebeden en gezocht, en er zich zelfs vrijwillig bezorgd door bespottelijke daden. Laten wij de buitengewone werking van de H.Geest in hun ziel aanbidden en bewonderen, en ons verootmoedigen bij het aanschouwen van een zo verheven deugd, zonder dat wij het wagen zo hoog te vliegen; want vergeleken bij die vlugge arenden en die briesende leeuwen, zijn wij slechts vreesachtige hoenders en levenloze honden.</p>
<p>4e Nochtans moogt en moet gij zelfs de wijsheid van het Kruis vragen, t.w. een behaaglijke en proefondervindelijke kennis van de waarheid, waardoor men in het licht van het geloof de meest verborgen geheimen aanschouwt, o.a. het geheim van het Kruis. Die kennis verkrijgt men echter niet dan met veel moeite, door diepe vernederingen en vurig gebed. Hebt gij behoefte aan die verheven geest, die de zwaarste kruisen met moed doet dragen; aan die goede en zoete geest, die de hogere vermogens van de ziel smaak doet vinden in de meest weerzinwekkende bitterheden; aan die gezonde en rechte geest, die niets zoekt dan God; aan de kennis van het Kruis, die alles bevat, in één woord, aan die oneindige schat, die, goed gebruikt, de ziel deelachtig maakt aan de vriendschap Gods: vraagt de wijsheid van het Kruis, vraagt ze zonder ophouden en met aandrang, vraagt ze zonder te twijfelen, zonder te vrezen dat gij ze niet zult verkrijgen; gij zult ze dan onfeilbaar bekomen, en de ondervinding zal u duidelijk doen inzien, hoe het mogelijk is, dat men naar het Kruis verlangt, dat men het Kruis zoekt en er smaak in vindt.</p>
<p>5e Hebt gij onwetend, of zelfs door uw schuld, een misslag begaan, die u het een of ander kruis bezorgt, vernedert er u dan aanstonds over in uw binnenste onder de machtige hand van God, zonder er u vrijwillig over te verontrusten. Zeg bijvoorbeeld inwendig: Zie, Heer, dat is weer een van mijn streken. Was uw fout een zonde, zo aanvaardt de vernedering die zij berokkent, als een straf daarvoor. Was ze geen zonde, beschouw dan uw kruisje als een middel om uw hoogmoed te vernederen. Dikwijls, zeer dikwijls zelfs, laat God toe dat zijn grootste dienaars, zij die het hoogst verheven zijn in zijn genade, de meest vernederende fouten begaan. Hij wil hen zodoende in hun eigen ogen en in dat van hun medemensen vernederen, en hen beletten, hun blik, ja zelfs hun gedachte, met zelfbehagen te vestigen op de genaden die Hij hun verleent en op het goede dat zij verrichten, opdat naar het woord van de H.Geest, geen vlees zich beroeme voor God.</p>
<p>6e Weest wel overtuigd, dat alles in ons, door de zonde van Adam en door onze dadelijke zonden, geheel bedorven is; niet alleen de zintuigen van ons lichaam, maar ook alle vermogens van onze ziel. Zodra dus onze bedorven geest voorbedachtelijk en met zelfbehagen de een of andere gave Gods in ons beschouwt, wordt die gave, die handeling, die genade, geheel bezoedeld en bedorven, en wendt God er zijn goddelijke aanschijn van af. Bederven de blikken en gedachten van &#8216;s mensens geest alreeds dusdanig zijn beste handelingen en Gods hoogste gaven, wat dan te zeggen van de werken van de eigen wil, die nog meer bedorven zijn dan die van de geest? Geen wonder dan ook dat God er behagen in schept, de zijnen in het geheim van zijn aangezicht te verbergen, opdat zij niet bezoedeld worden door de aanblik van de mensen en hun ijdele zelfkennis.</p>
<p>En wat doet die naijverige God niet om hen aldus te verbergen? Hoeveel vernederingen bezorgt Hij hun niet? In hoeveel fouten laat Hij hen niet vallen? Door welke bekoringen laat Hij hen niet bestormen, zoals de H.Paulus? In welke onzekerheid, duisternis en besluiteloosheid laat Hij hen niet? O, wat is God wonderbaar in zijn heiligen en in de wijze waarop Hij hen tot nederigheid en heiligheid brengt.</p>
<p>7e Wacht er u dus wel voor, met de hoovaardige en verwaande schijnvromen te menen, dat uw kruisen van groot belang zijn, dat ze dienen om uw getrouwheid op de proef te stellen en blijk geven van een bijzondere liefde die God u toedraagt: die strik, door de geestelijke hoogmoed gespannen, is uiterst sluw en fijn, doch vol vergif.</p>
<p>Ziehier wat gij moet geloven:</p>
<p>1e dat uw hoogmoed en teergevoeligheid u strospiertjes voor balken, prikjes voor wonden, een rat voor een olifant, een luttel, zonder erg uitgesproken woordje voor een grove belediging, en wat eigenlijk maar een nietigheid is, voor een wrede verlatenheid doen aanzien;</p>
<p>2e dat de kruisen, die God u overzendt, eerder liefdevolle straffen zijn voor uw zonden -dat zijn ze ook inderdaad- dan blijken van een buitengewone goedgunstigheid;</p>
<p>3e dat, wat kruis of vernedering Hij u ook overzendt, Hij u toch nog oneindig spaart, in aanmerking genomen uw menigvuldige en gruwelijke misdaden; deze immers moet gij niet anders beschouwen dan door de heiligheid heen van God, die niets onzuivers duldt en aan wie gij u vergrepen hebt; door een stervende God heen, met smarten overladen om de schijn van uw zonden; door de eeuwige hel heen, die gij duizend en misschien honderdduizend malen verdiend hebt;</p>
<p>4e dat er, in het geduld waarmee gij lijdt, meer menselijk en natuurlijk gevoel schuilt dan gij wel denkt: getuige, dat ontzien van uzelf in allerlei kleinigheden, die geheime jacht naar vertroosting, die louter natuurlijke gemoedsuitstortingen bij uw vrienden, misschien zelfs bij uw biechtvader; die slimme en haastige verschoningen, die netjes ingeklede en niet huichelachtige liefde uitgesproken klachten, of liever die kwaadsprekerij over wie u leed deed; dat gedurig herdenken van uw kwalen en het week genot dat gij daarin zoekt; die duivelachtige waan dat gij een verheven iets zijt, enz&#8230; Er kwam nooit een eind aan, indien ik al de wegen en omwegen wilde beschrijven die de natuur ons doet betreden, zelfs in het lijden.</p>
<p>8e Doet uw voordeel met uw geringe wederwaardigheden, meer zelfs dan met de grote. God let niet zozeer op hetgeen men lijdt danwel op de manier. Veel, doch slecht lijden, is lijden als een verdoemde; veel lijden zelfs met moed, doch om een slechte zaak, is lijden als een martelaar van de duivel; weinig of veel lijden, maar voor God, is lijden als een heilige. Kan ooit met waarheid gezegd worden, dat men mag kiezen tussen de kruisen, dan is het voornamelijk ten opzichte van de geringe en geheime, wanneer deze ons gelijktijdig met grote en schitterende worden aangeboden. De hoogmoed van de natuur kan wel grote en schitterende kruisen afbidden en najagen, ze zelfs bij voorkeur kiezen en omhelzen; doch de geringe en geheime kruisjes kiezen en ze vreugdevol dragen, dat kan slechts het uitwerksel zijn van een grote genade en van een grote getrouwheid aan God.</p>
<p>Handelt dan gelijk een winkelier bij zijn toonbank: doe uw voordeel met alles, laat niet het kleinste stukje van het ware Kruis verloren gaan, als is het maar een mugge- of speldesteek, een lichte dwarsdrijverij van een buurman, een geringe belediging tengevolge van een misverstand, het onbeduidend verlies van een penning, een weinigbetekenende zielskwelling, een voorbijgaande vermoeidheid in uw lichaam, een lichte pijn in een van uw ledematen, enz. Doet met alles uw voordeel, zoals een winkelier met zijn waren, en gij zult spoedig rijk worden in God, evenals een winkelier rijk wordt aan geld door penning op penning in zijn winkellade te bergen. Zegt, bij de minste wederwaardigheid die u overkomt: God zij geloofd!! Mijn God, ik dank u!!! Verberg dan het zo pas verdiende Kruis in het geheugen van God, dat om zo te zeggen uw geldlade is, en denkt er verder niet meer aan, dan alleen om te zeggen: Van harte dank, of: Wees mij barmhartig.</p>
<p>9e Wordt u gezegd, dat gij het Kruis moet liefhebben, dan is er geen sprake van een gevoelige liefde, want daartoe is de natuur niet in staat.</p>
<p>Onderscheidt dus nauwkeurig drie soorten van liefde: de gevoelige liefde, de verstandelijke liefde, de bovennatuurlijke en hoogste liefde; m.a.w. de liefde van het lagere bestanddeel van uw natuur, nl. het vlees, de liefde van het hogere bestanddeel, nl. het verstand, en de liefde van het opperste deel of het toppunt van uw ziel, nl. het verstand, voorgelicht door het geloof.</p>
<p>God vergt niet van u dat gij het Kruis liefhebt met de wil van het vlees; deze immers is geheel bedorven en misdadig, zodat al wat er uit geboren wordt ook bedorven is. Uit zichzelf kan de wil van het vlees niet eens aan Gods wil en aan zijn kruisigende wet onderworpen zijn. Van die wil sprekend, riep Jezus dan ook in de Hof van Olijven uit: Vader, uw wil geschiede en niet de mijne! Indien het lagere bestanddeel van de mens zelfs in Jezus Christus, waar het heilig was, het Kruis niet gestadig heeft kunnen liefhebben, zal het in ons, waar het geheel bedorven is, het Kruis des te zekerder verwerpen.</p>
<p>Somtijds, weliswaar, kunnen wij zelfs een gevoelige vreugde smaken in ons lijden, zoals dit met verscheidene Heiligen het geval is geweest. Maar die vreugde komt niet van het vlees, ofschoon zij in het vlees gevoeld wordt. Zij komt uitsluitend voort uit het hogere bestanddeel: dit is nl. zó overvol van de goddelijke vreugde van de H.Geest, dat het die uitstort over het lagere deel. In zulke ogenblikken kan zelfs de meest gekruisigde mens uitroepen: Mijn hart en mijn ziel zijn van vreugde opgesprongen in de levende God!!</p>
<p>Er bestaat een andere liefde tot het Kruis, die ik verstandelijk noem, omdat ze tot het hogere of verstandelijke deel van de mens behoort. Deze liefde is geheel geestelijk; en daar zij voortspruit uit de kennis van het geluk dat erin gelegen is, iets voor God te lijden, kan ze door de ziel worden waargenomen en wordt dit ook inderdaad, met het gevolg, dat zij de ziel inwendig verblijdt en versterkt. Maar die verstandelijke en door de rede waargenomen liefde, alhoewel goed en zelfs zeer goed is, is niet altijd noodzakelijk om met vreugde en volgens God te lijden.</p>
<p>Er bestaat dan ook nog een andere liefde, die van het toppunt of de spits van de ziel, zoals de leermeesters van het geestelijk leven zeggen, of van het verstand, zoals de wijsgeren zeggen. Ofschoon men door deze liefde geen genot smaakt in het zinnelijk gedeelte en geen verstandelijke vreugde in de ziel, heeft men toch het Kruis, dat men te dragen heeft, lief, en vindt men er smaak in, door het licht van het geloof alleen, al is dikwijls alles in opstand en beroering in het lagere gedeelte. Dit zucht dan, en klaagt, en schreit, en zoekt naar verlichting; doch men zegt met Jezus Christus: Vader, uw wil geschiede en niet de mijne, of met de H.Maagd: Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord.</p>
<p>Met een van deze twee soorten van liefde van onze hogere vermogens moeten wij het Kruis liefhebben en aanvaarden.</p>
<p>10e Neem het besluit, lieve vrienden van het Kruis, alle soorten van Kruisen te dragen, zonder uitzondering en zonder keus: alle armoede, alle onrecht, alle verlies, alle ziekte, alle vernedering, alle tegenspraak, alle laster, alle dorheid, alle verlatenheid, alle in- en uitwendige kwelling. Zeg steeds: Mijn hart is bereid, o God, mijn hart is bereid.</p>
<p>Wees er dan ook werkelijk op voorbereid om door de mensen, de Engelen, en als het ware door God zelf verlaten te worden; om vervolgd, benijd, verraden, belasterd, verdacht gemaakt en door allen in de steek te worden gelaten; om honger en dorst te lijden, tot de bedelstaf gebracht en van alles ontbloot te worden; om tot ballingschap, tot de kerker, het schavot en allerhande folteringen te worden veroordeeld, en wel onschuldig, om misdaden die men u valselijk ten laste legt. Stel u ten slotte voor, dat gij, na goed en eer verloren te hebben, zoals Job en de H.Elisabeth, koningin van Hongarije, uit uw huis geworpen bent; dat gij met laatstgenoemde Heilige in het slijk, of met Job op een mesthoop gesleurd wordt en daar een walgelijke reuk verspreidend en geheel met etterbuilen overdekt, blijft neerliggen, zonder dat u een lijnwaad gegeven wordt om uw wonden te verbinden of een stuk brood om uw honger te stillen: iets wat men aan een paard of hond niet zou weigeren; dat God u, midden in die uiterste nood, ten prooi laat aan al de bekoringen van de duivelen, zonder de minste gevoelige vertroosting in uw ziel te storten. Wees vast overtuigd, dat dit het toppunt is van de bovennatuurlijke glorie en de ware zaligheid voor een echt en volmaakt Vriend van het Kruis.</p>
<p>11e. Als een hulpmiddel om waardig te lijden moet gij het u tot een heilige gewoonte maken aan de vier navolgende dingen te denken:</p>
<p>Ten eerste, aan het oog van God, die, gelijk een groot koning, als van een toren op zijn strijder neerziet, hem met welgevallen gadeslaat in de hitte van het gevecht en hem prijst om zijn moed. Waarnaar ziet God op aarde? Naar de koningen en keizers op hun tronen? Dikwijls beschouwt Hij deze slechts met verachting. Naar de grote overwinningen van de legermachten van een land, naar onze kostbare edelstenen, in één woord, naar al wat groot is in het oog van de mensen? Wat groot is in het oog van de mensen, is een voorwerp van afschuw bij God. Waarnaar ziet Hij dan met genoegen en welgevallen, en waarover vraagt Hij inlichtingen bij de Engelen en zelfs bij de duivelen? Naar iemand die voor God aan het strijden is tegen het noodlot, de wereld, de hel en zichzelf, en die zijn Kruis met vreugde draagt. Hebt gij niet een groot wonder op aarde gezien, dat de gehele hemel met bewondering gadeslaat?  zegt de Heer tot Satan. Hebt gij mijn dienaar Job niet gezien, die voor mij lijdt?</p>
<p>Denkt ten tweede aan de hand van die machtige Heer: immers alle natuurlijk leed dat ons overkomt, van het grootste tot het minste, is háár werk. Dezelfde hand, die een leger van honderdduizend man in het stof deed bijten, doet de bladeren van de bomen en het haar van uw hoofd vallen. De hand die zwaar op Job neerkwam, raakt u maar zachtjes aan, door de lichte pijn die zij u veroorzaakt. Met dezelfde hand brengt God de dag en de nacht, de zon en de duisternis, het goed en het kwaad voort. Hij laat de zonden toe die men bedrijft wanneer men u beledigt; Hij is niet de oorzaak van het kwaad van de zonde, maar de daad zelf laat Hij toe. Ondervindt gij dus ooit, dat een Semeï u schimpwonden toevoegt of met stenen naar u werpt, zoals eertijds naar koning David, zeg dan bij u zelf: Wreken wij ons niet, laten wij hem begaan, want de Heer heeft hem gelast aldus te handelen. Ik weet, dat ik alle mogelijke beledigingen verdiend heb en dat ik terecht door God gestraft word. Verroer u niet, mijn armen; gij, mijn tong, zwijg stil: slaat niet, spreek geen woord. Die man of die vrouw beledigt mij met woord of daad: het zijn gezanten van God, die in naam van zijn barmhartigheid tot mij komen om in de minne wraak te nemen. Vertoornen wij zijn gerechtigheid niet, door ons zijn recht tot wraakoefening wederrechtelijk toe te eigenen. Versmaden wij zijn barmhartigheid niet, door ons te verzetten tegen haar gans liefderijke zweepslagen: Hij mocht ons anders, om zich te wreken, naar de strenge gerechtigheid verwijzen van de eeuwigheid.</p>
<p>Zie hoe één van Gods handen,  -een almachtige en oneindig voorzichtige hand, &#8211; u ondersteunt, terwijl de andere u slaat. Met de ene hand doodt Hij en met de andere doet Hij leven. Hij vernedert en heft weer op. Met zijn twee armen reikt Hij zacht en krachtig van het ene tot het andere eind van uw leven: zacht, door niet toe te laten dat gij boven uw kracht beproefd en bedroefd wordt; krachtig, door u met een krachtdadige genade bij te staan, berekend naar de kracht en de duur van uw beproeving en droefenis; krachtig ook, omdat Hij zelf, zoals Hij door de geest van zijn H.Kerk zegt, uw steun wordt op de rand van de afgrond waarbij gij u bevindt, uw reisgezel op de weg waarop gij aan het dwalen raakt, uw lommer in de hitte die u verzengt, uw kleed in de regen die u bevochtigt en in de koude die u doet bevriezen, uw wagen in de vermoeidheid die u teneerdrukt, uw hulp in de tegenspoed die u overkomt, uw stok op de gladde wegen, en uw haven temidden van de stormen die u met ondergang en schipbreuk bedreigen.</p>
<p>Denkt ten derde aan de wonden en smarten van de gekruiste Jezus. Hij zelf zegt: O gij allen die langs de doornige kruisweg komt, die ik betreden heb, aanschouwt en ziet. Ziet, zelfs met de ogen van uw lichaam, en ziet ook met de ogen van de geestelijke beschouwing, of uw armoede, uw naaktheid, uw versmading, uw smart, uw verlatenheid, bij de mijne kan vergeleken worden. Zie naar mij, die onschuldig ben, en beklaag u dan, gij die schuldig zijt.</p>
<p>Ook de H.Geest vermaant ons door de mond van de Apostelen, de gekruisigde Jezus Christus aldus te beschouwen!!; Hij vermaant ons, ons te wapenen met deze gedachte, die scherper is en verschrikkelijker voor al onze vijanden dan enig ander wapen. Wordt gij overvallen door armoede, vernedering, pijnen, bekoring, of door welk kruis ook, wapent u dan met een schild, een pantser, een helm, een tweesnijdend zwaard, nl. met de gedachte aan de gekruisigde Jezus Christus: dat is het midel om alle moeilijkheden op te lossen en om over alle vijanden te zegevieren!!!.</p>
<p>Ten vierde, zie opwaarts, naar de schone kroon die u in de hemel wacht, indien gij uw Kruis behoorlijk draagt. Die beloning heeft de Patriarchen en Profeten in hun geloof en hun vervolgingen gesteund, de Apostelen en Martelaren in hun werken en pijnen bemoedigd. Liever, zo zeiden de Patriarchen met Mozes, liever worden wij met het volk Gods beproefd, om er eeuwig mee gelukkig te zijn, dan één ogenblik een misdadig genot te smaken. &#8211; Wiij verduren hevige vervolgingen ter wille van de beloning, zeiden de Profeten met David. -  Wij zijn als ter dood verwezen slachtoffers, als een schouwspel voor de wereld, de Engelen en de mensen door ons lijden, als het uitvaagsel en de gebanvloekten van de wereld,-  zeiden de Apostelen en Martelaren met de H.Paulus, -ter wille van het oneindig gewicht van de eeuwige glorie, dat door dit enkel ogenblik van lichte pijn in ons wordt uitgewerkt.</p>
<p>Aanschouwen wij, boven ons hoofd, de Engelen die ons toeroepen: Zorgt dat gij de kroon niet verliest, die bestemd is voor het u toebedeelde Kruis, indien gij het waardig draagt. Doet gij dit niet, zo zal een ander het doen en uw kroon bemachtigen.</p>
<p>Strijdt moedig, door geduldig te lijden, -zeggen ons alle Heiligen, -  en gij zult een eeuwig rijk verwerven.</p>
<p>Luisteren wij ten slotte naar Jezus Christus, die ons zegt: Aan hem slechts zal ik mijn beloning geven, die lijdt, en door geduld overwint.</p>
<p>Wenden wij de ogen afwaarts naar de plaats die wij verdienen, en die ons te wachten staat in de hel, met de boze moordenaar en de verworpelingen, indien wij, zoals zij, al morrend en met spijt en wraakzucht lijden. Roepen wij met de H.Augustinus uit: Brand, Heer, kap, snijd en hak hier op aarde tot straf voor mijn zonden, als Gij ze mij maar kwijtscheldt voor de eeuwigheid.</p>
<p>12e Beklaag u nooit vrijwillig en mort niet over de schepselen waarvan God zich bedient om u te beproeven.</p>
<p>Onderscheid te dezen opzichte een drievoudig klagen in het lijden dat men te verduren heeft.</p>
<p>Het eerste is onvrijwillig en natuurlijk: het is het klagen van het lichaam, dat kermt, zucht, kreunt, schreit en jammert. Als de ziel zich maar in haar hogere vermogens, aan Gods wil onderwerpt, is dit klagen zoals ik reeds gezegd heb, geen zonde.</p>
<p>Het tweede is redelijk, wanneer men zich nl. bij dezulken beklaagt en hun zijn lijden blootlegt, die het kunnen verhelpen, b.v. een overste, of een dokter. Dit klagen kan een onvolmaaktheid zijn, als men er te licht toe overgaat, maar het is geen zonde. Het derde is misdadig, wanneer men zich nl. over zijn evennaaste beklaagt om bevrijd te worden van het leed dat hij ons aandoet of om er wraak over te nemen, of wanneer men, als men klaagt over hetgeen men te lijden heeft, in dit klagen toestemt, ongeduldig wordt en aan het morren slaat.</p>
<p>13e Aanvaardt nooit een Kruis zonder het ootmoedig en met dankbaarheid te kussen.  Mocht de algoede God u met een enigszins aanzienlijk Kruis begunstigen, bedankt Hem dan op bijzondere wijze en doe Hem ook door anderen bedanken, naar het voorbeeld van een arme vrouw, die, na alwat zij bezat te hebben verloren in een proces dat men haar onrechtvaardig had aangedaan, onmiddellijk een H.Mis liet lezen voor het enige tienstuiverstukje dat zij nog overhad, om God te danken voor het buitenkansje dat haar was ten deel gevallen.</p>
<p>14e Wilt gij waardig worden de beste Kruisen te ontvangen, die nl. welke u zonder uw toedoen overkomen, belaadt u dan met vrijwillige Kruisen, in overleg met een wijze zielsbestierder.  Hebt gij b.v. thuis het een of ander meubelstuk, waaraan gij min of meer gehecht bent, geef het aan een arme en zeg: Zoudt gij iets overtolligs willen hebben, waar Jezus zo arm is? Staat de een of andere spijs, de een of andere oefening van deugd, of een onaangename reuk u tegen: eet van die spijs, beoefen die deugd, ruik die reuk, overwin u. Bent gij met een enigszins overdreven tederheid en vurigheid aan sommige personen of zaken gehecht; ga weg, onthoudt u, verwijder u van hetgeen u streelt. Gevoelt gij een natuurlijke aandrang om iets te zien of te doen, om gezien te worden of om ergens heen te gaan: bedwing u, zwijg, verberg u, wendt uw ogen af. Hebt gij een natuurlijke afkeer van dit of dat voorwerp, voor die of die persoon: ga er dikwijls heen, overmeester u.</p>
<p>Als gij ware Vrienden van het Kruis bent zal de altijd vindingrijke liefde u duizenden dergelijke Kruisjes doen ontdekken, waarmee gij u langzamerhand zult verrijken, zonder gevaar voor het ijdel zelfbehagen, dat dikwijls het geduld aankleeft waarmee men schitterende Kruisen draagt.</p>
<p>En omdat gij zodoende getrouww zult zijn geweest in het kleine, zal u de Heer, naar zijn belofte, over het grote aanstellen, d.w.z. over menigvuldige genaden die Hij u zal schenken, over talrijke Kruisen die Hij u zal overzenden, en over een grote glorie die Hij u zal bereiden.</p>
<p>&nbsp;</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/greeth.wordpress.com/577/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/greeth.wordpress.com/577/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/greeth.wordpress.com/577/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/greeth.wordpress.com/577/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/greeth.wordpress.com/577/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/greeth.wordpress.com/577/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/greeth.wordpress.com/577/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/greeth.wordpress.com/577/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/greeth.wordpress.com/577/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/greeth.wordpress.com/577/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/greeth.wordpress.com/577/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/greeth.wordpress.com/577/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/greeth.wordpress.com/577/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/greeth.wordpress.com/577/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=577&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://greeth.wordpress.com/2011/10/30/het-mysterie-van-je-eigen-kruis-h-grignion-de-montfort/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://1.gravatar.com/avatar/d2e0130c3aae324e6a0d4416eff0dbf7?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">greeth</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>ZELFKENNIS; is de uitwerking van de toewijding aan Jezus door de handen van Maria! : H.Grignion de Montfort</title>
		<link>http://greeth.wordpress.com/2011/08/11/zelfkennis-is-de-uitwerking-van-de-toewijding-aan-jezus-door-de-handen-van-maria-h-grignion-de-montfort/</link>
		<comments>http://greeth.wordpress.com/2011/08/11/zelfkennis-is-de-uitwerking-van-de-toewijding-aan-jezus-door-de-handen-van-maria-h-grignion-de-montfort/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 11 Aug 2011 19:02:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>greeth</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://greeth.wordpress.com/?p=559</guid>
		<description><![CDATA[Uit het boek:  &#8220;Het Gouden Boek&#8221;  blz. 195 t/m 209  van de H.Grignion de Montfort. Zelfkennis en zelfverachting. 213. Mijn dierbare broeder, indien gij getrouw blijft aan de inwendige en uitwendige oefeningen, welke ik u hierna zal aanwijzen, wees dan overtuigd, dat gij, in het licht dat de H.Geest u door Maria, zijn beminde Bruid, [...]<img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=559&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Uit het boek:  &#8220;Het Gouden Boek&#8221;  blz. 195 t/m 209  van de H.Grignion de Montfort.</p>
<p>Zelfkennis en zelfverachting.</p>
<p>213. Mijn dierbare broeder, indien gij getrouw blijft aan de inwendige en uitwendige oefeningen, welke ik u hierna zal aanwijzen, wees dan overtuigd, dat gij, in het licht dat de H.Geest u door Maria, zijn beminde Bruid, zal meedelen, uw slechte inborst, uw bedorvenheid en uw onbekwaamheid tot alle goed zult leren kennen; ten gevolge van deze kennis zult gij uzelf verachten en slechts met afschuw aan uzelf denken.  Gij zult uzelf beschouwen als een slak die alles met haar slijm bezoedelt; als een pad die alles met haar venijn vergiftigt; als een arglistige slang die steeds zoekt te bedriegen. Kortom, de nederige Maria zal u haar diepe nederigheid meedelen, waardoor gij uzelf zult minachten, de anderen niet, en gij de minachting zult liefhebben.</p>
<p>Aandeel in Maria&#8217;s geloof!!</p>
<p>214. De heilige Maagd zal u deelachtig maken aan haar geloof, dat groter was op aarde dan het geloof van alle Patriarchen, Profeten, Apostelen en alle heiligen. Thans, nu Zij in de hemelen heerst, heeft Zij dit geloof niet meer, omdat Zij, door het licht der glorie, alle dingen in God duidelijk aanschouwt. Met goedvinden van de Allerhoogste, heeft Zij nochthans bij haar intrede in de glorie  dat geloof niet verloren. Zij heeft het behouden om  het in de strijdende Kerk aan haar getrouwste dienaren en dienaressen mee te delen. Hoe meer gij dus de gunst van deze doorluchtige Vorstin en getrouwe Maagd zult weten te winnen, des te meer zuiver geloof zult gij in heel uw gedrag aan de dag leggen: een zuiver geloof, waardoor gij u weinig om het gevoelige en het buitengewone zult bekreunen; een levendig geloof, door de liefde bezield, waardoor gij uw werken uit zuivere liefde zult verrichten; een geloof vast en onwankelbaar als de rots, waardoor gij onwrikbaar en standvastig zult blijven te midden van storm en noodweer; een werkdadig en doordringend geloof, dat als een geheimzinnige sleutel, u ingang zal verlenen tot alle geheimen van Jezus Christus, tot &#8216;s mensen uitersten, ja tot het hart van God zelf; een moedig geloof, dat u, zonder aarzelen, grote dingen zal doen ondernemen en tot stand brengen voor God en het heil van de zielen; een geloof eindelijk, dat een brandende fakkel, een goddelijk leven, een verborgen schat van de goddelijke wijsheid een een onweerstaanbaar wapen voor u zal zijn; om hen die in de duisternissen en de schaduw van de dood verkeren, te verlichten; om hen die lauw zijn en het gloeiende goud van de liefde niet bezitten, in liefde te doen ontvlammen; om hen die de dood der zonde gestorven zijn, het leven te schenken; om door uw zacht en machtig woord, de versteende harten te vermurwen en de ceders van de Libanon neer te vellen; en ten slotte, om de duivel en alle vijanden der zaligheid het hoofd te bieden.</p>
<p>Bevrijding van zielsangsten en kwellingen:</p>
<p>215. Die Moeder der schone liefde zal alle angstvalligheid en alle slaafse vrees uit uw hart verbannen. Zij zal dat hart openen en verruimen, om u met de heilige vrijheid der kinderen Gods voort te doen gaan op de weg van de geboden van haar Zoon. Zij zal ook in dat hart de zuivere liefde storten, wier schat Zij bezit. Zodoende zult gij u niet meer zozeer als voorheen door de vrees voor God, die Liefde is, laten leiden, doch door de zuivere liefde. Gij zult Hem beschouwen als uw goede Vader, wie gij altijd zult trachten te behagen en met wie gij vertrouwelijk zult omgaan, gelijk een kind met zijn goede vader. Mocht gij Hem bij ongeluk beledigen, dan zult gij u aanstonds voor Hem vernederen; gij zult Hem deemoedig vergiffenis vragen, met kinderlijke eenvoud de hand naar Hem uitstrekken; liefdevol, zonder ontsteltenis noch ongerustheid, zult gij u oprichten, en zonder ontmoediging tot Hem blijven voortgaan. En in dit alles zult gij Maria, uw goede Moeder, tot Middelares en Voorspreekster nemen, en Zij zal u de liefde en dat vetrouwen op God inboezemen.</p>
<p><strong>Groot vertrouwen op God en op de H.Maagd</strong>.</p>
<p>216. De heilige Maagd zal u met een groot vertrouwen op God en op Haarzelf vervullen:</p>
<p>1e omdat gij niet meer door uzelf, maar altoos door deze goede Moeder tot Jezus Christus zult naderen;</p>
<p>2e daar gij Haar al uw verdiensten, genaden en voldoeningen hebt afgestaan, om daarover volgens haar wil te beschikken, zal Zij u haar deugden meedelen en u met haar verdiensten bekleden; zodat gij vol vertrouwen tot God kunt zeggen: Zie Maria, uw dienstmaagd: mij geschiede naar uw woord.</p>
<p>3e omdat gij u geheel met ziel en lichaam aan Haar hebt geschonken zal Zij, die vrijgevig is met de vrijgevigen, en vrijgeviger dan de vrijgevigen, zich wederkerig op wonderbare, doch waarachtige wijze aan u schenken. Zodat gij Haar stoutmoedig zult kunnen zeggen: ik behoor U toe, heilige Maagd, red mij; of met de welbeminde Leerling, gelijk ik reeds heb aangegeven: U heilige Maagd, heb ik voor al mijn bezit genomen. Met de H.Bonaventura zult gij nog kunnen zeggen: Mijn dierbare Meesteres en Verlosseres, ik zal met vertrouwen handelen en niet vrezen, omdat gij mijn kracht en mijn roem in de Heer zijt&#8230; Ik ben geheel de uwe en al wat ik bezit behoort  U toe, o glorierijke Maagd, gezegend boven alle schepselen, ik plaats U als een zegel op mijn hart, omdat uw liefde sterk is als de dood!</p>
<p>Met de gevoelens van de Profeet kunt gij zeggen tot God: Heer, mijn hart en mijn ogen hebben geen reden om zich te verheffen en te verhovaardigen en naar grote en wonderbare dingen te streven, en hierdoor ben ik nog niet nederig. Doch ik heb mijn ziel opgebeurd en aangemoedigd door het vertrouwen; ik ben een kind gelijk, van de genoegens van de aarde gespeend en rustend aan de boezem zijn moeder, en aan die boezem word ik met weldaden overladen.</p>
<p>4e Wat uw vertrouwen in Haar nog zal vermeerderen is, dat gij, Haar alles toevertrouwd hebbende wat gij aan goeds bezit, opdat Zij het uitdele of beware, dus minder vertouwen in uzelf zult stellen en veel meer in Haar, die uw schatkamer is. O, wat een vertrouwen wat een troost voor een ziel te kunnen zeggen, dat de schatkamer van God, waarin Hij al het kostbaarste dat Hij bezit, heeft opgesloten, ook de hare is!!!   Zij is, zegt een heilige, de schatkamer van de Heer.</p>
<p><strong>Mededeling van Maria&#8217;s geest en ziel</strong>.</p>
<p>217. Indien gij getrouw de oefeningen van deze godsvrucht onderhoudt, zal zich de ziel van de heilige Maagd aan u meedelen om de Heer te verheerlijken; haar geest zal de plaats van de uwe innemen, om zich in God, zijn Heil, te verheugen.  Dat Maria&#8217;s ziel in eenieder zij, om de Heer te verheerlijken; dat Maria&#8217;s geest in eenieder zij, om er zich in God te verheugen. Ach!!!! wanneer zal die gelukkige tijd aanbreken, -zo zei onlangs een heilige man, geheel in Maria verslonden,- ach, wanneer zal de gelukkige tijd aanbreken, dat Maria als meesteres en vorstin over alle harten zal aangesteld worden, om ze volkomen aan de heerschappij van haar grote en enige Jezus te onderwerpen? Wanneer zullen de zielen Maria inademen zoals het lichaam de lucht? Alsdan zullen wondere dingen hier op aarde gebeuren, wanneer de H.Geest, zijn geliefde Bruid in de zielen als het ware afgebeeld vindend, zich overvloedig  aan haar zal meedelen, ze met zijn gaven vervullen, voornamelijk met de gave van zijn wijsheid, om wonderen van genade uit te werken. Mijn dierbare broeder, wanneer zal die gelukkige tijd, die eeuw van Maria komen, waarin vele zielen, door Maria gekozen en door Haar van de Allerhoogste verkregen, geheel in de afgrond van haar binnenste zullen verzinken, en aldus haar levend evenbeeld worden om Jezus Christus te beminnen en te verheerlijken?  Die tijd zal dan eerst komen, wanneer men de devotie die ik predik, zal kennen en beoefenen: Opdat kome uw rijk, laat toekomen het rijk van Maria!</p>
<p><strong>Maria, Boom van het leven, brengt Jezus in de getrouwe ziel voort</strong>.</p>
<p>218. Wanneer Maria, de Boom des levens, door de getrouwe beoefening van deze godsvrucht goed wordt aangekweekt in onze ziel, zal Zij te gelegener tijd haar vrucht voortbrengen, en die vrucht is niets anders dan Jezus Christus. Ik zie zoveel vrome mannen en vrouwen, die Jezus Christus zoeken, de ene door deze oefening en langs deze weg, de andere langs genen; en na in de nacht veel gearbeid te hebben, moeten zij vaak bekennen: De gehele nacht door hebben we gearbeid en niets gevangen. En men kan toevoegen: Gij hebt veel gewerkt en weinig gewonnen; het leven van Jezus Christus in u is nog slechts zeer zwak. Maar op Maria&#8217;s maagdelijke weg en door deze uitmuntende oefening die ik predik, werkt men gedurende de dag, werkt men in een heilige plaats. Men werkt weinig. Er is geen nacht in Maria,  omdat in Haar geen zonde, noch de minste schaduw van zonde is geweest. Maria is een heilig oord en het Heilige der heiligen, waarin de Heiligen gevormd en gegoten worden.</p>
<p>219.  Merk wel op, bid ik u, dat ik zeg: de Heiligen worden in Maria gevormd en gegoten! Daar zijn twee zeer verschillende wijzen om een beeld te maken: men kan het uithouwen met behulp van hamer en beitel; men kan het ook vervaardigen door middel van een gietvorm. De beeldhouwers gaan op de eerste wijze te werk, en het kost hun veel tijd en moeite. Op de tweede wijze verkrijgt men het beeld met weinig arbeid en in zeer korte tijd. De H.Augustinus noemt de H.Maagd &#8220;de vorm Gods&#8221;; een vorm, geschikt om Goden te vormen. Wie in deze uitmuntende vorm geworpen wordt, is weldra in Jezus Christus en Jezus Christus in hem gevormd: met weinig moeite en in weinig tijd, zal hij het evenbeeld Gods worden, omdat hij gegoten is in dezelfde vorm die een God gevormd heeft.</p>
<p>220. Zielenbestuurders en andere vrome personen, die Jezus Christus in zichzelf of in anderen door andere oefeningen dan deze willen vormen, kan ik, dunkt me, zeer goed vergelijken bij beeldhouwers, die hun vertrouwen stellen in hun vaardigheid, bedrevenheid en kunst, en met een onnoemelijk aantal hamer- en beitelslagen, uit een harde steenklomp of uit een ruw stuk hout, de beeltenis van Jezus Christus willen vervaardigen. Somtijds gelukt het hun niet Jezus Christus getrouw weer te geven, ofwel door gemis aan genoegzame kennis van Jezus persoonlijkheid, ofwel tengevolge van een onhandig aangebrachte slag, die het werk bedorven heeft. Degenen echter die het genadegeheim, dat ik hun aanbied, willen aanvaarden, kan ik terecht vergelijken bij gieters die, de schone vorm van Maria, waarin Jezus natuurlijk en goddelijk gevormd werd, gevonden hebben, hun vertrouwen niet stellen in hun eigen bekwaamheid, doch alleen in de uitmuntendheid van de vorm, zich werpen en opsluiten in Maria om het sprekend evenbeeld van Jezus Christus te worden.</p>
<p>221. O, schone en ware vergelijking!!! Doch wie zal ze begrijpen? Moogt gij dat zijn, dierbare broeder. Maar gedenk, dat men alleen in een vorm kan gieten, wat gesmolten en vloeibaar is: dat wil zeggen, dat gij de oude Adam in u moet uitdelgen en doen versmelten, om in Maria de nieuwe te worden.</p>
<p><strong>De meerder glorie Gods</strong></p>
<p>222. Door deze oefening, getrouw onderhouden, zult gij Jezus Christus meer glorie brengen in één maand tijd, dan door iedere andere, alhoewel moeilijkere, in meerdere jaren. Ziehier de redenen van wat ik beweer: 1e Daar gij, naar deze godsvrucht leert, uw handelingen door de heilige Maagd verricht, verzaakt gijaan uw eigen inzichten en werken, hoewel ze goed en u bekend zijn, en gij verliest u als het ware, alhoewel onbekend. Hierdoor wordt gij deelachtig aan de verhevenheid van haar meningen, die zó zuiver waren dat Zij door de geringste van haar handelingen bijvoorbeeld door aan haar spinnewiel te werken of door een enkele naaldstreek, God meer glorie heeft geschonken, dan een H.Laurentius door zijn wrede marteldood op het gloeiende rooster, ja zelfs meer dan alle Heiligen door hun heldhaftigste daden! Zo komt het, dat de heilige Maagd, gedurende haar verblijf hier op aarde, zó een onuitsprekelijke overmaat van genaden en verdiensten verworven heeft, dat men eerder de sterren aan het uitspansel, de waterdruppels in de zee en de zandkorrels aan het strand zou kunnen tellen, dan haar genaden en verdiensten; en dat Zij God meer glorie heeft geschonken dan alle Engelen en Heiligen gedaan hebben of nog zullen doen. O wonderbare Maagd!!! Gij kunt slechts wonderen van genade bewerken in de zielen, die zich in U willen verliezen!!! 2e Daar een getrouwe ziel door deze oefening geen waarde hecht aan al wat zij uit zichzelf denkt of doet, en alleen in Maria&#8217;s gesteltenis haar steun en welbehagen neemt, om tot Jezus Christus te naderen en zelfs tot Hem te spreken, beoefent zij veel beter de nederigheid dan de zielen die uit zichzelf handelen en onmerkbaar op haar eigen gevoelens steunen en daarin behagen scheppen. Dientengevolge verheerlijkt die ziel God meer, die alleen door de nederigen en kleinen van harte volmaakt verheerlijkt wordt.</p>
<p>224. 3e Omdat Maria, in haar grote liefde het geschenk van onze handelingen in haar maagdelijke handen wil aannemen, geeft Zij daaraan een wonderbare schoonheid en luister. Zij biedt ze zelf Jezus Christus aan, en zonder twijfel wordt daardoor Jezus Christus meer verheerlijkt, dan indien wij ze door onze eigen misdadige handen aanboden.</p>
<p>225. 4e Ten slotte, denkt gij nooit aan Maria of Maria denkt in uw plaats aan God; nooit prijst en vereert gij Maria, of Maria prijst en vereert God. Maria is helemaal betrekkelijk tot God, en ik zou Haar heel goed de betrekking Gods kunnen noemen, die niet bestaat dan in verband tot God; ofwel de Echo Gods, die niets zegt en herhaalt dan God. Wanneer gij zegt Maria, dan zegt Zij God. De H.Elisabeth prees Maria en noemde Haar zalig, omdat Zij geloofd had; Maria, de getrouwe Echo Gods, hief de lofzang aan: Magnificat anima mea Dominum. Mijn ziel verheft de Heer. Wat Maria bij deze gelegenheid deed, doet Zij alle dagen; wanneer men Haar looft, bemint, eert of Haar iets geeft, dan wordt God geloofd, bemind, geëerd; men geeft dan aan God door en in Maria.</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/greeth.wordpress.com/559/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/greeth.wordpress.com/559/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/greeth.wordpress.com/559/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/greeth.wordpress.com/559/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/greeth.wordpress.com/559/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/greeth.wordpress.com/559/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/greeth.wordpress.com/559/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/greeth.wordpress.com/559/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/greeth.wordpress.com/559/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/greeth.wordpress.com/559/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/greeth.wordpress.com/559/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/greeth.wordpress.com/559/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/greeth.wordpress.com/559/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/greeth.wordpress.com/559/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=559&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://greeth.wordpress.com/2011/08/11/zelfkennis-is-de-uitwerking-van-de-toewijding-aan-jezus-door-de-handen-van-maria-h-grignion-de-montfort/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://1.gravatar.com/avatar/d2e0130c3aae324e6a0d4416eff0dbf7?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">greeth</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>VOORAFBEELDING UIT HET O.T.; de toewijding aan Jezus door de handen van Maria!! door de H.Grignion de Montfort.</title>
		<link>http://greeth.wordpress.com/2011/05/16/voorafbeelding-uit-het-o-t-de-toewijding-aan-jezus-door-de-handen-van-maria-door-de-h-grignion-de-montfort/</link>
		<comments>http://greeth.wordpress.com/2011/05/16/voorafbeelding-uit-het-o-t-de-toewijding-aan-jezus-door-de-handen-van-maria-door-de-h-grignion-de-montfort/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 16 May 2011 13:00:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>greeth</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://greeth.wordpress.com/?p=528</guid>
		<description><![CDATA[Uit het boek  &#8221;Het Gouden Boek&#8221;  van de H.Grignion de Montfort; blz. 165 t/m 194. Voorafbeelding van de &#8220;toewijding aan Jezus, door de handen van Maria&#8221; uit het oude testament; zie de geschiedenis van deze godsvrucht uit het leven van Rebecca en Jacob. 183. Van al de waarheden die ik tot hiertoe omtrent de heilige [...]<img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=528&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Uit het boek  &#8221;Het Gouden Boek&#8221;  van de H.Grignion de Montfort; blz. 165 t/m 194.</p>
<p>Voorafbeelding van de &#8220;toewijding aan Jezus, door de handen van Maria&#8221; uit het oude testament; zie de geschiedenis van deze godsvrucht uit het leven van Rebecca en Jacob.</p>
<p>183. Van al de waarheden die ik tot hiertoe omtrent de heilige Maagd en haar kinderen en dienaren beschreven heb, geeft ons de H.Geest in de H.Schrift een bewonderenswaardige afbeelding in de geschiedenis van Jacob (Gen. XXVII)  die door de vindingrijke zorgen van Rebecca, zijn moeder, de zegen van zijn vader Isaäc ontving. Ziehier vooreerst de geschiedenis, zoals de H.Geest ze ons verhaalt; daarna laat ik haar uitleg volgen.</p>
<p>184. Omdat Ezau zijn eerstgeboorterecht aan Jacob verkocht had, gebruikte Rebecca, de moeder van de beide broers, enige jaren later een heilige en geheimnisvolle list om Jacob, die zij teder beminde, dit voorrecht te verzekeren. Isaäc was ouder geworden en wilde alvorens te sterven zijn kinderen zegenen. Hij ontbood dus zijn zoon Ezau, die hij liefhad, en gaf hem bevel op jacht te gaan en van het bemachtigde wild een gerecht te bereiden, waarna hij hem zou zegenen. Rebecca verwittigde Jacob schielijk van wat er gebeurde, en beval hem twee geitenbokjes uit de kudde te halen. Toen hij ze zijn moeder gebracht had, bereidde deze voor Isaäc een gerecht zoals zij wist dat hij graag at; zij bekleede Jacob met Ezau&#8217;s kleren die zij in bewaring had, bedekte zijn handen en hals met de huid van de beide geitenbokjes, opdat zijn vader, die blind was, als hij de stem van Jacob zou horen, door het haar van de handen evenwel in de waan zou verkeren, dat het zijn broer Ezau was. En inderdaad, verwonderd over deze stem, waarin hij die van Jacob meende te herkennen, deed Isaäc hem naderbij komen; en toen hij de haren van het vel van de geitenbokjes, waarmee Jacob&#8217;s handen bedekt waren, had aangeraakt, zei hij, dat het wel Jacobs stem was, maar dat het Ezau&#8217;s handen waren. Nadat hij gegeten had en, bij het omhelzen van Jacob, de geur van zijn welriekende kleren had ingeademd, zegende hij hem en wenste hem de dauw van de Hemel en de vruchtbaarheid van de aarde toe; hij stelde hem aan als heer over al zijn broeders en eindigde zijn zegen met deze woorden: &#8220;Dat hij die u vervloekt, zelf vervloekt zij, en hij die u zegent, met zegeningen overladen worde&#8221;. Nauwelijks had Isaäc deze woorden uitgesproken, of Ezau trad binnen en bracht zijn vader te eten van de buit van zijn jacht, om daarna zijn zegen te ontvangen. Een ongelooflijke verbazing maakte zich van de heilige Oudvader meester, toen hij inzag wat er gebeurd was; doch, verre van te herroepen wat hij gedaan had, bevestigde hij het integendeel, omdat hij al te duidelijk de vinger Gods daarin herkende. Hierop -zo verhaalt de H.Schrift- barstte Ezau in een woest geschreeuw uit, beschuldigde zijn broer openlijk van bedrog, en vroeg aan zijn vader of hij dan maar één zegen had: hierin was hij, zo merken de HH Kerkvaders op, het beeld van diegenen, die graag God met de wereld verenigen en tegelijk de vertroostingen van de Hemel en die van de aarde willen genieten. Door het luid geween van Ezau bewogen, zegende Isaäc hem eindelijk, doch met een zegen van de aarde, en stelde hem van zijn broer afhankelijk. Dit deed bij Ezau zulk een venijnige haat tegen Jacob ontstan, dat hij slechts de dood van zijn vader afwachtte om zijn broer om het leven te brengen; en Jacob zou de dood niet ontkomen zijn, indien zijn dierbare moeder Rebecca hem daartegen niet gevrijwaard had door haar scherpzinnigheid en door haar goede raadgevingen, welke Jacob opvolgde.</p>
<p>185. Alvorens deze zo schone geschiedenis ververklaren, dient opgemerkt te worden dat Jacob, volgens alle HH Vaders en alle verklaarders van de H.Schrift, de afbeelding is van Jezus Christus en de uitverkorenen, Ezau integendeel die van de verworpelingen. Men behoeft slechts de handelingen en het gedrag van beide na te gaan om zich hiervan te overtuigen.</p>
<p><strong>Ezau en de verworpelingen.</strong></p>
<p>Ezau, de oudste, was sterk en fors gebouwd; hij was een handig boogschutter en een bedreven jager. 2. Hij bleef bijna nooit thuis en op zijn kracht en behendigheid alleen vertrouwend, arbeidde hij slechts buitenshuis. 3. Hij bekommerde zich weinig om de gunst van zijn moeder Rebecca en deed niets om ze te verkrijgen. 4. Hij was zó gulzig en zó op het eten gesteld, dat hij zijn eerstgeboorterecht voor een schotel linzen verkocht. 5. Hij was, zoals Caïn, vol nijd tegen zijn broer Jacob, en vervolgde deze tot het uiterste.</p>
<p>186. Zo handelen ook steeds de verworpelingen:</p>
<p>1. Zij vertrouwen op hun kracht en bedrevenheid in de tijdelijke zaken; zij zijn zeer sterk, behendig en scherpzinnig voor de dingen van deze aarde, maar zeer zwak en onwetend in de dingen van de Hemel. Daarom ook: 1. Blijven zij niet of zeer weinig thuis, in hun eigen woning, d.w.z. in hun binnenste, dat de inwendige en eigenlijke woning is, door God aan ieder mens geschonken, om daarin, naar zijn voorbeeld, te verblijven; want God verblijft steeds in zichzelf. De verworpelingen houden niet van afzondering, van geestelijk leven noch van innerlijke godsvrucht; zij beschouwen als kleingeestigen, als kwezels en mensenschuw, degenen die inwendig zijn en van de wereld teruggetrokken, en meer arbeiden in hun binnenste dan daarbuiten.</p>
<p>188. 3. De verworpelingen bekommeren zich weinig om de godsvrucht tot de H.Maagd, de Moeder van de uitverkorenen. Zij haten Haar wel niet bepaald; zij brengen Haar soms lof; ze zeggen, dat ze Haar beminnen, verrichten zelfs sommige godvruchtige oefeningen te harer eer. Doch, voor de rest, kunnen zij niet uitstaan dat men Haar teder bemint, omdat zij Jacobs tedere liefde voor Haar niet bezitten. Zij vinden steeds wat aan te merken op de godvruchtige oefeningen, welke haar goede  kinderen en dienaren getrouw onderhouden om haar genegenheid te winnen, omdat zij in de waan verkeren, dat deze godsvrucht niet noodzakelijk is voor de zaligheid. Haten ze niet bepaald de H.Maagd, en verachten ze niet uitdrukkelijk haar godsvrucht, dan is dit, hun inziens, genoeg: ze hebben de gunst van Maria verworven; en ze menen haar dienaren te zijn, met enige gebeden te harer eer op te zeggen en te mompelen, zonder liefde voor Haar en zonder beterschap voor zichzelf.</p>
<p>189. 4. De verworpelingen verkopen hun eerstgeboorterecht, met andere woorden de geneugten van de hemel, voor een schotel linzen, d.w.z. voor de genoegens van deze  aarde. Zij lachen, drinken, eten, maken pret, spelen en dansen, en bekommeren zich niet meer dan Ezau om de zegen van de hemelse Vader waardig te worden. In drie woorden: zij denken alleen aan de aarde, beminnen alleen de aarde, spreken en handelen alleen voor de aarde en haar genoegens. Zodoende verkopen zij voor één ogenblik van genot, voor de ijdele rook van de eer, voor een stuk harde aarde, geel of wit, de genade van het H.Doopsel, het kleed hunner onschuld en het erfgoed van de hemel.</p>
<p>190. 5. De verworpelingen eindelijk haten en vervolgen dagelijks de uitverkorenen, openlijk of heimelijk; zij kunnen hen niet uitstaan, zij verachten en bevitten hen, apen hen na, beledigen, bestelen, bedriegen, verarmen, verjagen hen en doen hen te gronde gaan. Inmiddels maken zij zelf fortuinen en kunnen zich alle genoegen verschaffen; het gaat hun goed, zij worden rijk, komen vooruit in de wereld en leven op hun gemak.</p>
<p><strong>II. Jacob en de uitverkorenen.</strong></p>
<p>191. Jacob, de jongste van de twee broers, was zwak van gestel, zacht en vreedzaam van karakter, en bleef meestal thuis om de gunst van zijn moeder Rebecca, die hij teder liefhad, te winnen. Zo hij soms uitging, was dit niet uit eigenwil noch uit vertrouwen op eigen bedrevenheid, doch om zijn moeder te gehoorzamen.</p>
<p>192. 2. Hij beminde en eerde zijn moeder: daarom bleef hij bij haar thuis; hij was nooit gelukkiger dan in haar bijzijn. Hij vermeed alles wat haar kon mishagen, en deed wat hij meende dat haar aangenaam was. Dit vermeerderde bij Rebecca de liefde, die zij hem toedroeg.</p>
<p>193. 3. Hij was in alles aan zijn lieve moeder onderworpen. Hij gehoorzaamde haar ten volle in alles, ogenblikkelijk en zonder toeven, liefdevol en zonder klagen. Bij het geringste teken van haar wil, snelde de kleine Jacob heen om haar verlangens te bevredigen. Zonder verder onderzoek hechtte hij geloof aan al wat zij hem zei: bijvoorbeeld, toen zij hem beval, haar twee geitenbokjes te brengen om ze voor zijn vader Isaäc toe te bereiden, wierp Jacob niet op, dat één wel voldoende was voor de maaltijd van één enkel man, doch, zonder redenen volbracht hij wat hem bevolen was.</p>
<p>194. 4. Hij stelde een groot vertrouwen in zijn lieve moeder. Hij steunde geenzins op eigen vaardigheid en verliet zich alleen op haar zorgen en bescherming. Hij was gewoon haar hulp in te roepen in alle noodwendigheden en haar te raadplegen in iedere onzekerheid. Zo bijvoorbeeld toen hij haar vroeg, of hij niet in plaats van de zegen van zijn vader diens vloek te verwachten had, en zij antwoordde, dat zij die vloek op zich nam, verliet hij zich geheel op haar woord.</p>
<p>195. 5. Ten slotte volgde hij zoveel mogelijk de deugden na, die hij in zijn moeder aanschouwde; en het schijnt wel, dat dit een der redenen was waarvoor hij thuis bleef, n.l. om het voorbeeld van zijn moeder te volgen, die deugdzaam was en zedenbedervende gezelschappen vermeed. Hierdoor werd hij de dubbele zegen van zijn vader waardig.</p>
<p>196. Van dezelfde aard is ook de dagelijkse levenswijze van de uitverkorenen: 1. Zij leiden een teruggetrokken leven thuis bij hun moeder: d.w.z. het zijn inwendige mensen, zij houden van afzondering en leggen zich toe op het gebed, maar dan altijd naar het voorbeeld en in gezelschap van hun Moeder, de H.Maagd, wier luister geheel inwendig is (Ps. XLIV.14) en die, gedurende haar gehele leven, de afzondering en het gebed zozeer heeft liefgehad. Zij verschijnen weliswaar soms buiten in de wereld; daar dan uit gehoorzaamheid aan de wil van God en van hun dierbare Moeder, om de plichten van hun staat te vervullen. Wat al schijnbaar grote dingen zij ook uiterlijk doen, hoger nog schatten ze die, welke zij in zichzelf, in hun eigen binnenste, in gezelschap van de allerheiligste Maagd, verrichten. Daar immers volbrengen zij het grote werk hunner volmaaktheid, waarbij vergeleken al het andere slechts kinderspel is. Terwijl dan hun broeders en zusters somtijds met veel kracht, bedrevenheid en voldoening voor het uiterlijke arbeiden, door de wereld geroemd en geprezen, beseffen zij in het licht van de H.Geest, dat het veel roemrijker, voordeliger en gelukkiger is, met Jezus Christus, hun toonbeeld, een verborgen en teruggetrokken leven te leiden in algehele en volstrekte onderworpenheid aan hun Moeder, dan uit zichzelf wonderen naar de natuur of de genade te verrichten in de wereld, gelijk zovele Ezau&#8217;s en verworpelingen doen.  (Ps. CXI.3) De glorie voor God en de schatten door de mens bevinden zich in Maria&#8217;s woon.  Heer Jezus, hoe lieflijk zijn uw woontenten! De mus heeft een woning gevonden om er te verblijven en de tortelduif een nest, waarin zij haar jongen legt. O, hoe gelukkig is de mens, die verblijft in Maria&#8217;s woning, waar Gij het eerst uw verblijf hebt genomen!! In deze woning der uitverkorenen ontvangt hij zijn hulp van U alleen. Daar heeft hij in zijn hart opgangen en trappen van alle deugden aangelegd, om in dit dal van tranen op te stijgen tot de volmaaktheid. (Ps. LXXXIII).</p>
<p>197. 2. De uitverkorenen beminnen teder en vereren waarlijk de allerheiligste Maags als hun goede Moeder en Meesteres. Zij beminnen Haar niet enkel met woorden, doch in waarheid; zij vereren Haar niet alleen uitwendig, maar ook in de grond van hun hart. Zij vermijden gelijk Jacob al wat Haar kan mishagen, en volbrengen met ijver al wat zij geschikt achten om zich haar genegenheid te verwerven. Zij brengen en schenken Haar niet twee geitenbokjes zoals Jacob voor Rebecca deed, doch, wat door die dieren voorafgebeeld werd, hun lichaam en hun ziel met al wat daarbij hoort: 1e opdat Zij ze ontvange als iets dat Haar toebehoort; 2e opdat Zij ze dode en doe sterven aan de zonde en aan hen zelf, ze van hun eigen huid, d.w.z. van hun eigenliefde ontdoen, om ze zodoende aan Jezus, haar Zoon, te doen behagen, die alleen tot vrienden en leerlingen wil hen die aan zichzelf gestorven zijn; 3e opdat Zij ze bereide naar de smaak van de hemelse Vader en tot zijn meerdere glorie, welke Zij beter kent dan enig ander schepsel; 4e opdat die ziel en dat lichaam door haar zorgen en haar voorspraak welgezuiverd van alle vlek, zichzelf volkomen afgestorven, goed gereinigd en wel toebereid, een spijs, kostelijk en God aangenaam moge worden, en de zegen van de hemelse Vader waardig . Is dit niet wat de uitverkoren zielen doen, die deze volmaakte toewijding aan Jezus door Maria&#8217;s handen smaken en getrouw beoefenen, om aldus Jezus en Maria een werkdadige en moedige liefde te betuigen? De verworpelingen beweren wel, dat zij Jezus beminnen, dat zij ook Maria beminnen en vereren; maar niet zó zeer dat zij iets van zichzelf willen afstaan, niet zózeer dat zij hun lichaam met zijn zintuigen, hun ziel met haar vermogens aan Jezus en Maria opofferen, gelijk de uitverkorenen doen.</p>
<p>198. 3. De uitverkorenen zijn aan de H.Maagd, als aan hun goede Moeder, ook gehoorzaam en onderworpen, naar het voorbeeld van Jezus, die, van de drie-endertig  jaar welke Hij op aarde geleefd heeft, er dertig heeft besteed, om God zijn Vader door een volstrekte en algehele onderwerping aan zijn heilige Moeder te verheerlijken. Zij gehoorzamen Haar door haar raadgevingen stipt op te volgen, zoals Jacob deed voor Rebecca, die hem zei: &#8220;Mijn zoon, volg mijn raadgevingen op; of zoals de bedienden op de bruiloft te Cana, tot wie de H.Maagd zei: &#8220;Doet al wat Hij u zeggen mag&#8221;.  Omdat Jacob zijn moeder gehoorzaamde, ontving hij als bij wonder de zegen van zijn vader, die hij natuurlijkerwijze niet moest ontvangen. De gasten van de bruiloft te Cana, omdat zij Maria&#8217;s raad gevolgd hadden, werden vereerd met het eerste wonder van Jezus, die op de bede van zijn heilige Moeder, het water in wijn veranderde. Zo ook zullen al degenen, die tot het einde der eeuwen de zegen van de hemelse Vader ontvangen en met de wonderen Gods vereerd zullen worden, deze genaden slechts verkrijgen als een gevolg van hun gehoorzaamheid aan Maria. De Ezau&#8217;s, integendeel, verliezen hun zegen bij gemis aan onderworpenheid aan de H.Maagd.</p>
<p>199. 4. De uitverkorenen stellen een groot vertrouwen op de goedheid en de macht van de allerheiligste Maagd, hun goede Moeder. Zij roepen onophoudelijk haar hulp in. Zij beschouwen Haar als hun poolster om in de veilige haven te landen. Zij leggen Haar met grote openhartigheid hun zorgen en behoeften bloot. Zij hechten zich aan haar barmhartigheid en zachtmoedigheid, om door haar voorspraak de vergiffenis van hun zonden te verkrijgen, en om in hun leed en tegenspoed haar moederlijke vertroosting te smaken. Zij werpen, verschuilen en verliezen zichzelf op bewonderenswaardige wijze, in haar liefderijke en maagdelijke schoot, om er in zuivere liefde ontstoken, om er van de geringste vlekken gezuiverd te worden, om er op volmaakte wijze Jezus te vinden, die daarzetelt als op zijn glorierijkste troon!! O, welk een geluk!!  Denkt niet, zegt Abt Guerric, dat het een groter geluk is in Abrahams dan in Maria´s schoot te verblijven, daar de Heer hier zijn troon heeft opgeslagen. De verworpelingen, integendeel, stellen al hun vertrouwen in zichzelf, eten, zoals de verloren zoon, niets dan zwijnenvoedsel, voeden zich slechts met aarde gelijk de padden, en beminnen met de wereldlingen enkel het zichtbare en uiterlijke. Daarom kunnen zij de zoetheden van Maria´s schoot niet smaken, en ontberen zij die steun, dat vertrouwen dat de uitverkorenen op de H.Maagd, hun goede Moeder, stellen. Zij verlustigen zich jammerlijk in hun honger naar het uiterlijke, zegt de H.Gregorius, omdat zij de zoetheid niet willen smaken, die in hun binnenste en in Jezus en Maria voor hen bereid is.</p>
<p>200. 5. Ten slotte, bewandelen de uitverkorenen de wegen van de H.Maagd, hun goede Moeder, d.w.z. zij volgen haar voorbeelden na. En hierdoor smaken zij werkelijk geluk, tonen zich waarlijk godvruchtig, en dragen het onfeilbaar kenteken, hunner voorbeschikking, zoals deze goede Moeder getuigt: &#8220;Zalig die mijn wegen bewandelen&#8221;  d.w.z. zalig diegenen die mijn deugden beoefenen en met behulp van de goddelijke genade de voetstappen van mijn leven drukken. Gelukkig zijn ze in deze wereld gedurende hun leven, om de overvloed van genaden en zoetheden, die ik hun van mijn volheid meedeel, en zulks overvloediger dan aan de anderen, die mij niet van zo nabij volgen. Gelukkig zijn ze bij hun dood, die zacht en rustig is, en waarbij ik gewoonlijk zelf tegenwoordig ben om hen de vreugde van de eeuwigheid binnen te leiden. Gelukkig eindelijk zijn zij in de eeuwigheid, omdat nooit een van mijn trouwe dienaren, die mijn deugden gedurende zijn leven heeft nagevolgd, verloren is gegaan. De verworpelingen daarentegen zijn ongelukkig gedurende hun leven, bij hun dood en in de eeuwigheid, omdat zij de allerheiligste Maagd in haar deugden niet navolgen en zich tevreden stellen met hoogstens lid te worden van haar broederschappen, enige gebeden te harer eer op te zeggen of enige andere uiterlijke godsvrucht te beoefenen. O, heilige Maagd, mijn goede Moeder, hoe gelukkig, ik herhaal het in de vervoering van mijn hart, hoe gelukkig zijn degenen, die zich niet laten misleiden door een valse godsvrucht jegens U, maar getrouw uw wegen bewandelen, uw raadgevingen en bevelen nakomen. Maar hoe ongelukkig en vervloekt degenen die, misbruik makend van uw godsvrucht, de geboden van uw Zoon niet onderhouden: vervloekt zijn degenen die van uw geboden afwijken.</p>
<p>III. <strong>Rebecca en de H.Maagd</strong></p>
<p>201. Zie hier thans de liefderijke diensten, welke de H.Maagd, als de beste van alle moeders, haar trouwe dienaren bewijst, die zich op de hier aangegeven wijze en naar Jacobs afbeelding aan Haar hebben toegewijd.</p>
<p>1. Zij bemint hen.</p>
<p>Ik bemin degenen die mij beminnen. Zij bemint hen: 1e omdat Zij hun ware Moeder is, en een moeder altijd haar kind bemint, dat de vrucht is van haar schoot. 2e Zij bemint hen uit erkentelijkheid, omdat  zij Haar werkdadig als hun goede Moeder liefhebben. 3e Zij bemint hen, omdat zij, als uitverkorenen, door God zelf geliefd zijn: &#8220;Jacob heb ik bemind, Ezau echter gehaat&#8221;. 4e Zij bemint hen, omdat zij zich geheel aan Haar hebben toegewijd en aldus haar eigendom en erfdeel zijn: &#8220;Neem Israël tot uw erfdeel&#8221;.</p>
<p>202. Zij bemint hen teder, tederder zelfs dan alle moeders tezamen. Verzamel, zo gij kunt, al de natuurlijke liefde, welke de moeders van de gehele wereld voor haar kinderen gevoelen, in het hart ener moeder voor een enig kind; voorzeker zal die moeder dat kind zeer veel beminnen. En toch is het waar, dat Maria met meer tederheid nog haar kinderen bemint, dan die moeder het hare zou liefhebben. Die liefde welke Zij hun toedraagt, is niet enkel genegenheid, doch ook werkdadige en vruchtbare liefde, zoals, en meer nog, die van Rebecca voor Jacob. Ziehier wat die goede Moeder, van wie Rebecca slechts de voorafbeelding was, voor haar kinderen doet, om hun de zegen van de hemelse Vader te verkrijgen.</p>
<p>203. 1e Evenals Rebecca bespiedt Zij de gunstige gelegenheden om hun goed te doen, om hen te verheffen en te verrijken. Daar Zij alle goed en kwaad, alle voor- en tegenspoed, de zegeningen en vervloekingen Gods duidelijk in God voorziet, beschikt Zij van verre alle dingen zodanig, dat haar dienaren van allerlei rampen bevrijd en met allerlei zegeningen overladen worden. En wanneer er bij God een buitengewoon voordeel te behalen is, door de getrouwheid in een of andere hoge bediening, dan kan men zeker zijn, dat Maria die buitenkans aan een van haar kinderen en trouwe dienaren zal bezorgen, en hem de genade verkrijgen om dat ambt met getrouwheid te vervullen. Zij zorgt voor onze belangen zegt een heilige.</p>
<p>204. 2e Zij geeft aan haar kinderen goede raad, gelijk Rebecca aan Jacob: &#8220;Mijn zoon luister naar mijn raadgevingen&#8221;. Zij geeft o.a. de raad, haar twee geitebokjes te brengen, d.w.z. hun lichaam en hun ziel aan Haar toe te wijden, opdat Zij er een God aangename spijs van toebereide. Ook spoort Zij hen aan om alles te volbrengen wat Jezus Christus haar Zoon, door woord en voorbeeld ons heeft voorgehouden. Geeft Zij hun deze raad niet rechtstreeks zelf, dan zoet Zij dit door bemiddeling van de Engelen, wier grootste eer en genoegen het is, een van haar bevelen te volbrengen, op aarde neer te dalen en een van haar getrouwe dienaren bij te staan.</p>
<p>205. 3e Wanneer men Haar zijn lichaam en ziel, met al wat er aan toebehoort, zonder enige uitzondering, gebracht en toegewijd heeft, wat doet dan die goede Moeder? Hetgeen weleer Rebecca deed met de twee geitebokjes, welke Jacob haar bracht: a Zij doodt ze en doet ze sterven aan het leven van de oude Adam; b Evenals Rebecca die gedode dieren van hun huid ontdeed, zo ontdoet ook Maria haar dienaren van hun eigenliefde en eigen wil en van alle gehechtheid aan het geschapenen; c. Zij zuivert hen van alle smetten, onreinheid en zonde; d. Zij bereidt ze naar Gods smaak en tot zijn meerdere glorie. En daar Maria alleen volkomen die goddelijke smaak en die meerdere glorie van de Allerhoogste kent, zo is Zij ook Zij alleen in staat, zonder te falen, ons lichaam en onze ziel toe te bereiden naar die oneindige verheven smaak en te voegen naar de oneindige verborgen glorie.</p>
<p>206. Wanneer wij aan de H.Maagd, door de hier beschreven oefening, de volmaakte opdracht van onszelf, van onze eigen verdiensten en voldoeningen hebben gedaan, en wij aldus onze oude kleren hebben afgelegd, dan maakt Zij ons gereed om waardig voor de hemelse vader te verschijnen.</p>
<p> a. Zij bekleedt ons met de zuivere, nieuwe, kostbare en welriekende kleren van onze oudste Broeder, Jezus Christus, haar Zoon. Die kleren heeft Zij in bewaring, Zij kan er over beschikken, als de eeuwige schatbewaarster en uitdeelster van Christus&#8217;deugden en verdiensten, welke Zij schenkt en meedeelt aan wie Zij wil, wanneer Zij wil, zoals Zij wil, en zoveel Zij wil, gelijk hierboven is aangetoond. </p>
<p> b. Hals en handen van haar dienaren omwikkelt Zij met de huid van de gedode en gestroopte geitebokjes: d.w.z. Zij tooit hen met de verdiensten en de waarde van hun goede werken. Zij doodt weliswaar en vernietigt al wat onrein en onvolmaakt in hen is: maar van al het goede, dat de genade in hen heeft voortgebracht, laat Zij niets verloren gaan; Zij bewaart en vermeerdert het, om er het sieraad en de kracht van hun hals en handen van te maken. Zij versterkt hen aldus, om het juk van de Heer, dat op de hals genomen wordt, te dragen, en om grootse dingen te verrichten voor de glorie Gods en het heil van hun arme broeders.</p>
<p>c. Zij verhoogt de welriekende geur en de bevalligheid van hun kleren en sieraden, voordat Zij hen met haar eigen kleding voorziet, nl. met haar verdiensten en deugden, welke Zij hun als kostbare nalatenschap, bij haar dood heeft vermaakt, naar de getuigenis van een vrome kloosterzuster van de laatste eeuw, gestorven in geur van heiligheid en die dit door openbaring heeft vernomen. Zodoende zijn al haar onderhorigen, al haar trouwe dienaren en slaven dubbel gekleed, met de kleren van haar Zoon en met haar eigene. Daarom ook hebben zij niets te vrezen van de koude van Jezus Christus, die wit is als sneeuw. Die koude echter zullen de verworpelingengeheel naakt en ontbloot als zij zijn van de verdiensten van Jezus Christus en zijn heilige Moeder, niet kunnen doorstaan.</p>
<p>207. 5e Eindelijk doet Zij hun de zegen van de hemelse Vader verkrijgen, ofschoon zij daarop, als jongere en aangenomen kinderen, eigenlijk geen aanspraak konden maken. Met deze geheel nieuwe, allerkostbaarste en zeer welriekende kleding getooid, met hun ziel en lichaam wel gezuiverd en voorbereid, naderen zij vol vertrouwen tot het rustbed van de hemelse Vader. Hij hoort en herkent hun stem, welke die eens zondaars is; Hij raakt hun handen, met vellen omwonden, aan; Hij ademt de geur van hun kleren in; Hij eet met genoegen van hetgeen Maria, hun Moeder, Hem heeft toebereid, en daar Hij in hen de verdiensten en de heerlijke geur van zijn Zoon en Diens heilige Moeder gewaar wordt:</p>
<p> a. geeft Hij hun zijn dubbele zegen: van de dauw van de hemel, d.w.z. van de goddelijke genade die het zaad is van de glorie; zegen van het vette van de aarde, d.w.z. die goede Vader geeft hun het dagelijks brood en een voldoende voorraad van de goederen van deze aarde.</p>
<p>b. Hij stelt hen aan als meesters over hun andere broeders, de verworpelingen; niet, dat die heerschappij altijd blijkt in deze wereld, die in een oogwenk vergaat: hier heersen vaak de verworpelingen;. De zondaren zullen zich verheffen en grootspreken. Ik heb de zondaar gezien, hoog verheven en in aanzien. Die heerschappij is nochthans waarachtig en zal duidelijk in alle eeuwigheid blijken, in het andere leven, waar de rechtvaardigen, naar het woord van de H.Geest, zullen heersen en de volkeren gebieden: Dominaabuntur populis. Verder stelt God zich niet tevreden met hen zelf te zegenen in hun persoon en goederen; Hij zegent ook al die hen zegenen, en vervloekt al die hen vervloeken en vervolgen.</p>
<p>2. <strong>Zij onderhoudt hen.</strong></p>
<p>208. De tweede liefdesdienst door de heilige Maagd aan haar getrouwe dienaars bewezen bestaat hierin, dat Zij hen van alles voorziet naar ziel en lichaam. Zij geeft hun een dubbele kleding, gelijk wij zo even gezien hebben. Zij geeft hun te eten de uitgezochtste spijzen van &#8216;s Heren tafel. Zij geeft hun te eten het Brood van het leven dat Zij heeft voortgebracht. (generationibus meis implemini: Eccli. XXIV.26) Mijn dierbare kinderen, zo spreekt Zij hun met de Wijsheid toe, vervul u met mijn geslachten, d.w.z. met Jezus, de vrucht van het leven, die ik voor u ter wereld heb gebracht.( Prov. IX -5 Cantic. V.I.) Komt, herhaalt Zij op een andere plaats, eet mijn brood,  dat Jezus is, drinkt de wijn van zijn liefde, die ik voor u gemengd heb uit de melk van mijn borst. Daar  Zij de bewaarster en de uitdeelster van de gaven en genaden van de Allerhoogste is, besteedt Zij er het grootste en beste deel van, om haar kinderen en dienaren te voeden en te onderhouden. Zij worden versterkt met het Brood van het leven en dronken van de Wijn die maagden kweekt. Zij worden aan haar borst gedragen: Ad ubera portabimini (Is. LXVI. 12 ). Zij dragen met zoveel gemak het juk van Jezus Christus, dat zij zijn last bijna niet gewaar worden vanwege de olie van de godsvrucht, waarmee het geheel doortrokken is: Jugum eorum computrescet a facie olei;  (Is. X 27).</p>
<p><strong>3. Zij geleidt hen</strong>.</p>
<p>209. De derde weldaad, welke de H.Maagd haar getrouwe dienaren bewijst, is dat Zij hen geleidt en bestuurt naar de wil van haar Zoon. Rebecca geleidde haar zoon Jacob en gaf hem van tijd tot tijd heilzame raadgevingen, hetzij om hem de  zegen van zijn vader te bezorgen, hetzij om hem tegen de haat en de vervolging van zijn broeder Ezau te behoeden. Maria, die de Sterre der Zee is, voert al haar getrouwe dienaren naar de veilige haven. Zij wijst hun de weg van het eeuwige leven; Zij doet hen gevaarlijke stappen vermijden; Zij geleidt hen bij de hand op de paden van de gerechtigheid; Zij ondersteunt hen wanneer zij op het punt staan te vallen; Zij richt hen op, wanneer zij gevallen zijn; Zij berispt hen, als een liefdevolle moeder, wanneer zij misdoen, en straft hen zelfs somtijds op liefderijke wijze. Kan een kind, dat aan Maria, zijn Moeder en wijze Geleidster, gehoorzaamt, op de wegen van de Eeuwigheid verdwalen? Wanneer gij Haar volgt, zegt de H.Bernardus, zult gij niet dwalen. Vrees niet, dat een waar kind van Maria door de boze zal bedrogen worden en in erkende ketterij zal vallen. Waar Maria is als geleidster daar is geen plaats voor de boze geest en zijn bedrog, noch voor de ketters en hun spitsvondigheden. Indien Zij u steunt, zult gij niet bezwijken.</p>
<p><strong>4. Zij verdedigt en beschermt hen</strong>.</p>
<p>210. De vierde goede dienst, welke de heilige Maagd haar kinderen en trouwe dienaren bewijst is, dat Zij hen verdedigt en beschermt tegen hun vijanden. Door haar vindingrijke zorgen wist Rebecca Jacob tegen alle gevaren te behoeden; bijzonder tegen de dood, die zijn broer Ezau hem waarschijnlijk uit haat en nijd zou hebben toegebracht, gelijk eertijds Caïn aan Abel. Maria, de goede Moeder van de uitverkorenen, verbergt deze onder de vleugels van haar bescherming, zoals de hen haar kuikens. Zij spreekt tot hen, daalt tot hen af, weet zich naar al hun zwakheden te schikken, om hen tegen de sperwer en de gier te beschutten. Zij omgeeft en vergezelt hen als een in slagorde geschaard leger. Zou iemand, door een welgeordend leger van honderdduizend strijders omgeven, zijn vijanden kunnen vrezen? Een getrouw dienaar van Maria, door haar bescherming en koninklijke macht omgeven. heeft nog minder te duchten. Die goede Moeder en machtige Hemelvorstin zou eerder legerscharen van millioenen Engelen een van een haar dienaren te hulp zenden, dan dat er ooit gezegd zou kunnen worden, dat een trouw dienaar van Maria die zich op Haar verlaten heeft, onder de boosheid het getal en de macht van zijn vijanden is bezweken.</p>
<p><strong>5. Zij is hun voorspraak bij God</strong>.</p>
<p>211. De vijfde en grootste weldaad, die ten slotte die beminnenswaardige Moeder aan haar trouwe dienaren schenkt, is dat Zij hun voorspraak is bij haar Zoon, door haar gebeden zijn gramschap tot bedaren brengt, hen op de innige wijze met Hem verenigt en ze in die nauwe vereniging bewaart. Rebecca deed Jacob tot het rustbed van zijn vader naderen. De goede grijsaard raakt hem aan, omhelsde hem, kuste hem zelfs met vreugde, voldaan en verzadigd als hij was door de welbereide vleesspijzen, die Jacob hem had aan geboden. En toen hij met veel voldoening de heerlijke geur van zijn kleren had ingeademd, riep hij uit: Ecce odor filii mei, sicut odor agri pleni, cui benedixit Dominus (Gen. XXVII 27). Ziet, de geur van mijn Zoon is gelijk de geur van een volle akker, die de Heer gezegend heeft. Die volle akker, wiens geur het hart van de Vader verrukt, is niets anders dan de geur van de deugden en verdiensten van Maria, die een akker is vol van genaden, waarin God de Vader zijn enige Zoon, als een Tarwekorrel van de uitverkorenen, gezaaid heeft. O, hoe welkom is bij Jezus Christus, de Vader van de toekomende eeuwen, een kind van Maria, omgeven met haar goede geur!!  O, hoe spoedig en hoe innig is het met Hem verenigd!!  Wij hebben zulks hierboven breedvoerig aangetoond.</p>
<p>212. Daarenboven, wanneer Maria haar kinderen en trouwe dienaren met haar gunsten heeft overladen, wanneer Zij hun de zegen van de hemelse Vader en de vereniging met Jezus Christus heeft verworden, dan bewaart Zij hen in Jezus Christus en Jezus Christus in hen. Zij draagt zorg voor hen en waakt gedurig over hen, uit vrees dat zij Gods genade verliezen en weer in de strikken van hun vijanden verward geraken.  Zij behoudt de Heiligen in hun volheid en doet hen daarin tot het einde volharden, zoals wij reeds gezien hebben.</p>
<p>Ziedaar de verklaring van het verhevene en aloude voorafbeelding van voorbeschikking en verwerping, zo weinig bekend en toch zo vol geheimen.</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/greeth.wordpress.com/528/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/greeth.wordpress.com/528/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/greeth.wordpress.com/528/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/greeth.wordpress.com/528/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/greeth.wordpress.com/528/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/greeth.wordpress.com/528/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/greeth.wordpress.com/528/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/greeth.wordpress.com/528/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/greeth.wordpress.com/528/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/greeth.wordpress.com/528/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/greeth.wordpress.com/528/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/greeth.wordpress.com/528/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/greeth.wordpress.com/528/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/greeth.wordpress.com/528/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=528&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://greeth.wordpress.com/2011/05/16/voorafbeelding-uit-het-o-t-de-toewijding-aan-jezus-door-de-handen-van-maria-door-de-h-grignion-de-montfort/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://1.gravatar.com/avatar/d2e0130c3aae324e6a0d4416eff0dbf7?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">greeth</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>TOEWIJDING VAN ZICHZELF AAN JEZUS DOOR MARIA; H.Grignion de Montfort.</title>
		<link>http://greeth.wordpress.com/2011/05/06/toewijding-van-zichzelf-aan-jezus-door-maria-h-grignion-de-montfort/</link>
		<comments>http://greeth.wordpress.com/2011/05/06/toewijding-van-zichzelf-aan-jezus-door-maria-h-grignion-de-montfort/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 06 May 2011 14:13:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>greeth</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://greeth.wordpress.com/?p=504</guid>
		<description><![CDATA[Uit:  Het Gouden Boek; geschreven door de H.Grignion de Montfort. Blz. 118 t/m 164. De voortreffelijkheid van de volmaakte toewijding van zichzelf aan Jezus Christus door de handen van Maria. 135. Zo er op aarde geen verhevener ambt kan worden uitgedacht dan de dienst van God, en Gods geringste dienaar rijker, machtiger en edeler is dan [...]<img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=504&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Uit:  Het Gouden Boek; geschreven door de H.Grignion de Montfort. Blz. 118 t/m 164.</p>
<p>De voortreffelijkheid van de volmaakte toewijding van zichzelf aan Jezus Christus door de handen van Maria.</p>
<p>135. Zo er op aarde geen verhevener ambt kan worden uitgedacht dan de dienst van God, en Gods geringste dienaar rijker, machtiger en edeler is dan alle koningen en keizers van de wereld, wanneer deze God niet dienen, hoe groot zijn dan wel de schatten, de macht en de waardigheid van een getrouw en volmaakt dienaar Gods, die geheel en al, zonder voorbehoud en zoveel het hem mogelijk is, aan &#8216;s Heren dienst is toegewijd!  Zo is de getrouwe en liefdevolle slaaf van Jezus in Maria die zich geheel en al aan de dienst van de Koning der Koningen, door de handen van zijn H.Moeder, verbonden heeft zonder iets voor zichzelf te behouden: al het goud van deze aarde en al de pracht van de hemelen zijn van minder waarde.</p>
<p>136. De andere congregaties, verenigingen en broederschappen, ter ere van Onze Heer en van zijn H.Moeder ingesteld, en die zoveel goed stichten onder de Christenen, doen niet alles zonder  voorbehoud afstaan; zij schrijven hun leden maar enkele bepaalde oefeningen en werken voor om aan hun verplichtingen te voldoen, en laten hun verder vrij met betrekking  tot al hun  andere werken en de overblijvende tijd. Deze devotie doet aan Jezus en Maria zonder voorbehoud geven: al zijn gedachten, woorden en werken, al zijn lijden en alle ogenblikken van zijn leven; zodat, hetzij men waakt of slaapt, hetzij met eet of drinkt, hetzij men de grootste handelingen verricht of de geringste, het steeds waar is te zeggen, dat al wat men doet, ook al denkt men er niet aan, Jezus en Maria toebehoort uit kracht van deze opdracht, tenzij men ze uitdrukkelijk herroepen heeft. Wat een vertroosting! Bovendien, gelijk ik reeds gezegd heb, bestaat er geen andere oefening dan deze, om zich gemakkelijk te ontdoen van een zeker eigendomsgevoel, dat ongemerkt onze beste handelingen binnensluipt. Onze goede Jezus verleent deze grootste gunst tot loon voor de heldhaftige en onbaatzuchtige akte, waardoor men Hem, door de handen van zijn H.Moeder, de gehele waarde van zijn goede werken afstond. Schenkt Hij zelfs hier op aarde een hondervoudig loon aan wie uit liefde tot Hem hun uitwendige, tijdelijke en vergankelijke goederen verlaten, wat zal dan het honderdvoud zijn, dat Hij schenken zal aan wie Hem zelfs zijn inwendige en geestelijke goederen opoffert!</p>
<p>138. Jezus, onze grote minnaar, heeft zich zonder voorbehoud aan ons gegeven met ziel en lichaam, met zijn deugden genaden en verdiensten: Se toto totum me comparavit, zegt de H.Bernardus: Hij heeft mij geheel voor zich aangewonnen, door zich geheel aan mij te geven. Vordert dan de rechtvaardigheid en dankbaarheid niet, dat wij Hem geven al wat wij hem kunnen geven? Hij is het eerst jegens ons vrijgevig geweest; laten wij het op onze beurt zijn jegens Hem, dan zal Hij zich, gedurende ons leven, bij onze dood en in alle eeuwigheid, nog vrijgeviger tonen: Cum liberali liberalis erit: (Met de vrijgevige zal Hij vrijgevig zijn).</p>
<p>Het is rechtmatig in zichzelf en voordelig voor de Christenen, zich geheel en al door deze oefening aan de allerheiligste Maagd toe te wijden, om des te volmaakter aan Jezus Christus toegewijd te zijn.</p>
<p>139. Die goede Meester heeft zich verwaardigd, zich als een gevangene en een slaaf uit liefde in de schoot van de H.Maagd op te sluiten en Haar gedurende dertig jaren onderdanig en gehoorzaam te zijn. Bij dit geheim, ik herhaal het, staat het menselijk verstand stil, wanneer het ernstig de handelwijze van de mensgeworden Wijsheid overweegt, die zich niet rechtstreeks, al had Zij dit kunnen doen, maar door de allerheiligste Maagd aan de mensen heeft willen geven; die ter wereld is willen komen, niet als een volwassen mens, die geen vreemde hulp behoeft, maar als een arm, een klein kind, dat de zorgen en de oppassing van zijn H.Moeder nodig heeft. Deze oneindige Wijsheid, die een onmetelijk verlangen had, God de Vader te verheerlijken en de mensen te verlossen, vond hiertoe geen volmaakter en korter middel, dan zich in alles aan de allerheiligste Maagd te onderwerpen, niet alleen gedurende de acht, tien of vijftien eerste jaren van haar leven, gelijk de andere kinderen, maar gedurende dertig jaren; en Zij heeft God de Vader meer verheerlijkt, door zich gedurende al die tijd aan de allerheiligste Maagd te onderwepen en van Haar afhankelijk te zijn, dan indien Zij die dertig jaren gebruikt had om wonderen te doen, over de gehele wereld te preken en alle mensen te bekeren; anders had Zij dit gedaan. O, hoe groots verheerlijkt men God, door zich naar Jezus voorbeeld aan Maria te onderwerpen!  Zouden wij, met een zo duidelijk en zo algemeen bekend voorbeeld voor ogen, dwaas genoeg zijn, om te menen dat wij tot verheerlijking van God een volmaakter en korter middel kunnen vinden, dan ons aan Maria te onderwerpen naar het voorbeeld van haar Zoon?</p>
<p>140. Men herinnere zich hier, ten bewijze dat wij afhankelijk moeten zijn van de allerheiligste Maagd, wat ik hierboven gezegd heb, toen ik de voorbeelden aanhaalde, ons door de Vader, de Zoon en de H.Geest betreffende deze afhankelijkheid gegeven. Door Haar alleen schonk de Vader zijn Zoon en schenkt Hem ook nu nog; door Haar alleen verwekt Hij zich kinderen en deelt Hij zijn genaden mee. Door Haar alleen werd God de Zoon gevormd voor allen in het algemeen, door Haar alleen wordt Hij nog dagelijks gevormd en voortgebracht in vereniging met de H.Geest; door Haar alleen deelt Hij zijn verdiensten en deugden mee. Door Haal alleen heeft de H.Geest Jezus Christus gevormd, en door Haar alleen vormt Hij de ledematen van zijn geheimzinnig lichaam; door Haar alleen deelt Hij zijn gaven en gunsten uit. Zouden wij, na zoveel en dringende voorbeelden van de allerheiligste Drieëenheid, zonder een uiterste verblindheid, Maria kunnen ter zijde laten, ons niet aan Haar toewijden en niet afhankelijk van Haar zijn  om tot God te gaan en ons aan God op te offeren? Ziehier enige latijnse teksten van de Kerkvaders, die ik tot staving van mijn woorden gekozen heb:</p>
<p>Duo filii Mariae sunt, homo Deus ethomo purus; unius corporaliter, et alterius spiritualiter Mater est Maria (H.Bonav. et Orig.)</p>
<p>Haec est voluntas Dei, qui totum n os voluit habere per Mariam; ac pro inde si quid spei, si quid gratiae, si quid salutis, ab ea novermus redundare (S.Bern.)</p>
<p>Omnia dona, virtutes et gratiae ipsius Spiritus Sancti, quibus vult, quando vult, quomodo vult et quantum vult,per ipsuius manus administrantur (S.Bernardus)</p>
<p>Qui indinus eras cui daretur, datum est Mariae, ut per eam acciperes quidquid haberes (S.Bern.)::</p>
<p>Maria heeft twee zonen, een Godmens en een zuiver mens, van Genen is Zij Moeder op lichamelijke, van deze op geestelijke wijze.</p>
<p>Het is de wil Gods dat wij alles verkrijgen door Maria; weten wij dus wel, dat alle hoop, genade en heil van Haar afstroomt.</p>
<p>Al de gaven, deugden en genaden van de H.Geest, worden door haar handen uitgedeeld aan wie Zij wil, wanneer Zij wil, zoals Zij wil en voor zoveel Zij wil.</p>
<p>Onwaardig als gij waart iets rechtstreeks te ontvangen, is het aan Maria gegeven, opdat gij alles door Haar zoudt ontvangen.</p>
<p>142. God, die wel weet, dat wij onwaardig zijn, zijn genaden rechtstreeks uit zijn hand te ontvangen, aldus de H.Bernardus, geeft ze aan Maria, opdat wij door Haar verkrijgen al wat Hij ons geven wil. Wederkerig, vindt Hij er zijn glorie in, door Maria&#8217;s handen de dank, de eerbied en de liefde te ontvangen, die wij Hem voor zijn weldaden verschuldigd zijn. Het is dus zeer billijk, dat wij God in deze zijn handelwijze navolgen, opdat, naar het woord van dezelfde H.Bernardus, de genade door hetzelfde kanaal tot haar Gever terugkere, waardoor zij tot ons is gekomen. Dit geschiedt door deze godsvrucht: al wat men is en heeft, wordt aan de allerheiligste  Maagd opgedragen en toegewijd, opdat Onze Heer de Hem verschuldigde eer en dank door haar tussenkomst ontvange. Men erkent zich onwaardig en onbekwaam om persoonlijk tot zijn oneindige Majesteit te naderen en bedient zich daarom van de bemiddeling der allerheiligste Maagd.</p>
<p>143. Bovendien is dit een oefening van grote nederigheid, een deugd, die God boven alle andere liefheeft. Een ziel die zich verheft, vernedert God, een ziel die zich vernedert, verheft God. God weerstaat de hoogmoedigen en schenkt de nederigen zijn genade. Als gij u vernedert, u onwaardig achtend voor Hem te verschijnen en tot Hem te naderen, daalt Hij neer en vernedert zich om tot u te komen, zijn behagen in u te scheppen en u, ondanks u zelf, te verheffen. Integendeel, wanneer men stoudtmoedig zonder middelaar tot God nadert, trekt Hij zich terug en kan men Hem niet bereiken. O, hoezeer bemint Hij de ootmoed van hart! Welnu, tot die ootmoed spoort ons deze oefening van godsvrucht aan; want zij leert ons, nooit uit onszelf tot Onze Heer te naderen, hoe zachtmoedig en goedertieren Hij ook weze, doch ons immer van de tussenkomst der  H.Maagd te bedienen, hetzij om voor God te verschijnen,  hetzij om tot Hem te spreken, tot Hem te naderen, Hem  iets aan te bieden of zich met Hem te verenigen en zich aan Hem toe te wijden.</p>
<p><strong>Wat Maria voor haar liefdesslaven doet.</strong></p>
<p>144. Zij geeft zich geheel aan hen. De allerheiligste Maagd is een Moeder van zachtmoedigheid en barmhartigheid en laat zich nooit in liefde en vrijgevigheid overtreffen; als Zij ziet, dat men zich geheel aan Haar schenkt om Haar te eren en te dienen, en dat men zich berooft van het dierbaarste wat men heeft om er Haar mee te tooien, geeft Zij zich ook geheel en al, en op onbeschrijfelijke wijze, aan wie Haar alles schenkt. Zij doet hem wegzinken in de afgrond van haar genaden; Zij steunt hem met haar macht; Zij verlicht hem met haar licht; Zij ontvlamt hem door haar liefde; Zij deelt hem haar deugden mee, haar nederigheid, haar geloof, haar zuiverheid, enz. Zij wordt zijn borg, zijn aanvulling en zijn dierbaar alles bij Jezus. In één woord, zoals hij geheel aan Maria toebehoort, zo behoort Maria ook geheel aan hem toe: zodat men van deze volmaakte dienaar en zoon van Maria kan zeggen wat de H.Joannes de Evangelist van zichzelf zei: Dat hij de allerheiligste Maagd tot enig bezit heeft genomen: Accepit eam discipulus in sua: XIX27.</p>
<p>145. Hierdoor ontstaat in zijn ziel, mits hij getrouw blijft, een diep gevoel van wantrouwen, minachting en haat jegens zich zelf, maar ook van vertrouwen en overgeving jegens de H.Maagd, zijn goede Meesteres. Hij steunt niet meer, zoals vroeger, op zijn gesteltenissen, inzichten, verdiensten, deugden en goede werken: want hiervan heeft hij volledig, afstand gedaan aan Jezus Christus, door zijn goede Moeder. Hij heeft dan ook maar één schat meer, die gans zijn rijkdom bevat, en die niet meer bij hem berust: die schat is Maria. Dientengevolge nadert hij tot Onze Heer zonder slaafse of angstvallige vrees en bidt tot Hem met veel vertrouwen.  Dientengevolge ook deelt hij de gevoelens van de vrome en geleerde abt Rupertus, die, zinspelende op Jacobs overwinning op de Engel, de H.Maagd deze schone woorden toevoegt: O Maria, mijn Vorstin, en onbevlekte Moeder van de Godmens, Jezus Christus ik verlang met die Man, d.i. met het Woord Gods, te strijden, niet met mijn eigen verdiensten gewapend, maar met de uwe. O wat is men machtig en sterk bij Jezus Christus, wanneer men gewapend is met de verdiensten en de voorspraak van deze waardige Moeder Gods, die, zoals de H.Augustinus zegt, door haar liefde de Almachtige overwonnen heeft!</p>
<p><strong>Zij zuivert onze goede werken, verfraait ze en biedt ze haar Zoon aan.</strong></p>
<p>146. Daar men door deze oefening al zijn goede werken aan Onze Heer geeft door de handen van zijn H.Moeder, worden ze door die goede  Meesteres gezuiverd en verfraaid, en doet Zij ze aannemen door haar Zoon.</p>
<p>a. Zij zuivert ze volkomen van de smet der eigenliefde en de onmerkbare gehechtheid aan het geschapene, die steelsgewijze onze beste handelingen binnensluipt. Niet zodra bevinden zij zich in haar zuivere en werkzame handen, of deze, die nooit bezoedeld of werkeloos zijn geweest en alles zuiveren wat zij aanraken, nemen al het bedorvene en onvolmaakte weg, dat het Haar aangeboden geschenk kan aankleven.</p>
<p>147. b. Zij verfraait ze, door ze met haar verdiensten en deugden te sieren. &#8216;t Gaat hiermee als met een landman die, om de vriendschap en welwillendheid van de koning te winnen, zich tot de koningin wendt en haar zijn gehele rijkdom, een appel, aanbiedt, opdat zij hem de koning ter hand stelt. De koningin neemt het armoedig geschenk van de landman aan, legt de appel midden op een grote, prachtige gouden schotel en biedt hem de koning aldus in naam van de landman aan. Dan wordt die appel, alhoewel niets waard op zichzelf om de koning te worden aangeboden, een zijner Majesteit waardig geschenk, wegens de gouden schotel waar hij op ligt en wegens de persoon die hem aanbiedt.</p>
<p>148. c. Zij biedt die goede werken aan Jezus Christus aan; want per slot van rekening, behoudt Zij niets voor zich van wat men Haar ter hand stelt; Zij geeft alles getrouw aan haar Zoon over. Geeft men Haar, zo geeft men noodzakerlijkerwijs aan Jezus; looft en verheerlijkt men Haar, zo looft en verheerlijkt Zij dadelijk Jezus. Nu, gelijk eertijds toen Elisabeth Haar loofde, zing Zij, wanneer men Haar loofde, zingt  Zij, wanneer men Haar looft en prijst: Magnificat&#8230;. Mijn ziel verheft de Heer. (Luc. 1.46)</p>
<p>149. d. Zij doet die goede werken door Jezus aanvaarden, hoe gering en armoedig een geschenk dit ook zijn kan voor die Heilige der heiligen en die Koning der koningen. Biedt men Jezus iets uit zichzelf aan, steunend op eigen kracht en zielsgesteldheid, dan onderzoekt Hij het geschenk en verwerpt het niet zelden om de smet van eigenliefde die er aan kleeft. Zo verwierp Hij eertijds de offers van de Joden, die gans vol waren van hun eigen wil. Biedt men Hem echter iets aan door de zuivere en maagdelijke handen van zijn Welbeminde, dan tast men Hem in zijn zwak, indien het mij vergund is deze uitdrukking te bezigen; dan let Hij niet zozeer op het geschenk zelf, alswel op zijn goede Moeder die het aanbiedt; dan ziet Hij niet zozeer naar de afkomst van het geschenk, alswel naar degene door wie het Hem gewordt. Zo bewerkt Maria, die door haar Zoon nooit afgewezen maar steeds welwillend ontvangen wordt, dat al wat zij Hem aanbiedt, groot of klein, door zijne Majesteit met welgevallen wordt aanvaard. &#8216;t Is voldoende dat Maria het aanbiedt, opdat Jezus het ontvange en aanvaarde. Dit is de gewichtigste raad, door de H.Bernardus gegeven aan allen die hij tot de volmaaktheid opleidde: Wilt gij God iets aanbieden, zorg dan dat gij het Hem aanbiedt door Maria&#8217;s zeer aangename en waardige handen, zo gij althans niet wilt afgewezen worden.</p>
<p>150. Wordt deze handelwijze niet, zoals wij gezien hebben, door de natuur zelve aan de geringen ingegeven ten opzichte van hun meerderen? Waarom zou de genade er ons dan niet toe brengen evenzo te handelen ten opzichte van God, die oneindig boven ons verheven is en voor wie wij minder dan stofdeeltjes zijn? Vooral daar wij een Voorspreekster hebben, zo machtig, dat Zij nooit wordt afgewezen, zo ervaren, dat Zij al de geheimen kent om Gods hart voor zich te winnen, zo goed en liefderijk, dat Zij niemand verstoot, hoe gering en slecht hij ook zijn moge. Ik zal naderhand, in de geschiedenis van Jacob en Rebecca, de waarachtige voorafbeelding van deze waarheden verklaren!!!</p>
<p>vierde beweegreden:</p>
<p><strong>Deze godsvrucht, getrouw beoefend, is een voortreffelijk middel om de waarde van al onze goede werken tot Gods meerdere eer te doen strekken.</strong></p>
<p>151. Niemand bijna handelt met dit edel doel ofschoon men er toe verplicht is. Dit komt, ofwel doordat men niet weet waarin Gods meerdere eer bestaat, ofwel doordat men deze niet wil. De H.Maagd echter, aan wie men de waarde en de verdiensten van zijn goede werken afstaat, weet zeer goed waarin Gods meerdere eer bestaat, en stelt zich die meerdere eer Gods steeds ten doel in al  wat zij doet. Bijgevolg kan een volmaakt dienaar dezer goede Meesteres, die zich op de boven beschreven wijze geheel aan Haar heeft toegewijd, stoutmoedig verklaren, dat de waarheid van al zijn werken, gedachten en woorden, tot Gods meerdere eer wordt aangewend, tenzij hij zijn opdracht uitdrukkelijk herroepe. Kan er iets troostrijkers uitgedacht worden voor iemand die God met een zuivere en belangenloze liefde bemint en die de eer en de belangen van God hoger schat dan de zijne!</p>
<p>vijfde beweegreden:</p>
<p><strong>Deze godsvrucht is een gemakkelijke, korte, volmaakte en zekere weg om te geraken tot de vereniging met onze Heer, waarin de volmaaktheid van de Christen bestaat.</strong></p>
<p>152. Het is een gemakkelijke weg; een weg door Jezus Christus gebaand, toen Hij tot ons kwam, een weg ook zonder hinderpalen om tot Hem te komen. Men kan weliswaar langs andere wegen tot de vereniging met God geraken, maar dan door een veel groter aantal kruisen en geheimzinnige doden, met veel meer moeilijkheden, die wij slechts bezwaarlijk zullen te boven komen. Wij zullen door donkere nachten moeten, door eigenaardige worstelingen en doodsstrijden, over steile bergen, door zeer scherpe doornen en schrikwekkende woestijnen. Maar over Maria&#8217;s weg gaat men zachter en rustiger. Wel heeft men ook hier hevige strijden te leveren en grote moeilijkheden te overwinnen; maar die goede Moeder en Meesteres verblijft zo dicht bij haar getrouwe dienaren, om hen te verlichten in hun duisternissen, vóór te lichten in hun twijfelingen, te versterken in hun angsten, te ondersteunen in hun strijd en hun moeilijkheden, dat deze maagdelijke weg om Jezus Christus te vinden, in waarheid een weg van rozen en honing is, in vergelijking met de andere wegen. Enige Heiligen, doch in kleine getale, b.v. de H.Ephrem, de H.Joannes Damascenus, de H.Bernardus, de H.Bernardinus, de H.Bonaventura, de H.Franciscus van Sales, e.a. hebben die zachte weg bewandeld om tot Jezus te gaan, omdat de H.Geest, Maria&#8217;s getrouwe Bruidegom, hun die door een bijzondere genade had aangewezen. De andere Heiligen, in veel groter getale, zijn wel allen vereerders geweest van de H.Maagd, maar hebben deze weg niet of zeer weinig betreden. Daarom ook hebben zij zwaarder en gevaarlijker beproevingen doorstaan.</p>
<p>153. Hoe komt het dan, zal men vragen, dat de getrouwe dienaars van die goede Moeder zo dikwijls te lijden hebben, ja, meer dan de anderen, die Haar niet zo verknocht zijn?  Zij worden tegengesproken, vervolgd, belasterd; men kan hen niet uitstaan; ofwel zij wandelen in inwendige duisternissen en in woestijnen waar niet de minste druppel van &#8216;s hemels dauw te vinden is. Als deze godsvrucht tot de H.Maagd de weg om Jezus Christus te vinden gemakkelijker maakt, hoe komt het dan dat zij het meest gekruisigd worden?</p>
<p>154. Ziehier mijn antwoord: de getrouwste dienaars van de H.Maagd ontvangen weliswaar van Haar, als haar grootste gunstelingen, de grootste genaden en gunsten van de hemel, n.l. de kruisen; maar ik beweer ook, dat Maria&#8217;s dienaren die kruisen met meer gemak, verdienste en glorie dragen. Wat een ander duizendmaal zou tegenhouden of doen vallen, houdt hen niet éénmaal tegen, doch doet hen vooruitgaan, omdat die goede Moeder gans vol van genade en van zalving van de H.Geest al die kruisen, die zij hun uitsnijdt, in de suiker van haar moederlijke zoetheid en in de zalving van de zuivere liefde inlegt; zodat zij ze blij, als ingelegde noten, slikken, alhoewel zij op zich zelf zeer bitter zijn. Ik geloof niet dat iemand, die braaf en godvruchtig in Jezus Christus wil leven, en dus vervolging moet lijden en dagelijks zijn kruis opnemen, ooit zware kruisen zal dragen, ten minste blijmoedig en tot het einde toe, zonder een tedere godsvrucht tot de H.Maagd, die de zoetheid van de kruisen is; zoals ook niemand, zonder zich veel geweld aan te doen, -en dat zal hij niet lang volhouden- groene noten kan eten, die niet in suiker zijn ingelegd.</p>
<p>155. 2. Deze godsvrucht tot de H.Maagd is een korte weg om Jezus Christus te vinden, én omdat men er niet verdwaalt én, omdat men er, gelijk ik zo even gezegd heb, blijmoediger en gemakkelijker, dus ook sneller vooruitgaat. Men vordert meer in weinig tijd van onderworpenheid aan Maria en afhankelijkheid van haar dan in gehele jaren van eigen wil en van steun op zichzelf; want de gehoorzame en aan Maria onderworpen mens zal schitterende overwinningen over zijn vijanden bezingen (Prov. XXI.28)  Zij zullen weliswaar willen beletten vooruit te gaan; zij zullen zelfs trachten hem te doen achteruitgaan of te doen vallen; maar met Maria&#8217;s steun, hulp en geleide, zal hij, zonder te vallen, zonder terug te deinzen en zelfs zonder zijn gang te vertragen, met reuzenschreden tot Jezus Christus naderen, langs dezelfde weg, waarlangs, gelijk geschreven staat, Jezus met reuzenschreden en in korte tijd tot ons gekomen is.</p>
<p>156. Waarom, meent gij, heeft Jezus Christus zo korte tijd op aarde geleefd, en de weinige jaren, die Hij geleefd heeft, bijna geheel in onderdanigheid en gehoorzaamheid aan zijn Moeder doorgebracht? O,  &#8216;t is omdat Hij, na korte tijd weggenomen, lang heeft geleefd, langer zelfs dan Adam wiens schade Hij is komen herstellen, ofschoon deze meer dan negenhonderd jaar geleefd heeft. Jezus Christus heeft lang geleefd, omdat Hij een leven geleid heeft van volkomen onderwerping aan zijn heilige Moeder en van innige vereniging met Haar om volmaakt aan zijn goddelijke Vader te gehoorzamen. Immers:</p>
<p>1e wie zijn moeder eert, is gelijk aan iemand die schatten vergaard, zegt de H.Geest, d.w.z. hij die Maria, zijn Moeder, zó vereert, dat hij zich aan Haar onderwerpt en Haar in alles gehoorzaamt, zal spoedig zeer rijk worden, omdat hij dagelijks schatten vergaard door middel van deze steen der wijzen: Qui honorat matrem, quasi qui thesaurizat; </p>
<p>2e in Maria&#8217;s schoot, &#8220;die een volmaakte mens omsloten en gebaard heeft, en Degene kon bevatten, die het heelal niet in staat is te bevatten&#8221;"</p>
<p>in Maria&#8217;s schoot, zeg ik, worden jongelingen aan grijsaards gelijk, in verlichting, heiligheid, ervaring en wijsheid, en geraakt men in weinig jaren tot de volheid van Christus leeftijd.</p>
<p>157. 3  Deze godsvrucht tot de H.Maagd is een volmaakte weg om tot Jezus Christus te gaan en zich met Hem te verenigen, terwijl Maria het volmaaktste en het heiligste aller zuivere schepselen is, en Jezus Christus, die op volmaakte wijze tot ons is gekomen, geen andere weg voor zijn grote en bewonderenswaardige reis genomen heeft. De Allerhoogste, de Onbevatbare, de Ongenaakbare, Hij die Is, is willen komen tot ons, nietige aardwormen, die niets zijn. Hoe is dat geschied?  De Allerhoogste is op volmaakte en goddelijke wijze, door de ootmoedige Maria, tot ons neergedaald, zonder iets te verliezen van zijn godheid en heiligheid; door Maria ook moeten wij, allerkleinsten, op volmaakte en goddelijke wijze, opklimmen tot de Allerhoogste, zonder iets te duchten.  De Onbevatbare heeft zich laten omsluiten en bevatten door de geringe Maagd Maria, zonder iets van zijn onmetelijkheid te verliezen; door de geringe Maagd Maria ook moeten wij ons op volmaakte wijze laten omvatten en geleiden, zonder enig voorbehoud. De Ongenaakbare is tot onze mensheid genaderd en heeft zich innig, volmaakt en zelfs persoonlijk met haar verenigd door Maria, zonder iets van zijn majesteit te verliezen; door Maria ook moeten wij tot God naderen en ons met zijn majesteit volmaakt en innig verenigen, zonder vrees van verstoten te worden. Eindelijk, Hij die Is, is willen komen tot hetgeen niet is, opdat hetgeen niet is, God worde of Hij die Is; en Hij heeft dit op volmaakte wijze gedaan door zich geheel aan de jeugdige Maagd Maria over te geven en te onderwepen, zonder op te houden in de tijd te wezen Hij die Is van alle eeuwigheid; zo ook, ofschoon wij niets zijn, kunnen wij, met Maria&#8217;s hulp, door de genade en de glorie gelijkvormig worden aan God en zulks door ons zó volmaakt en zó volkomen aan Haar te geven dat wij niets meer zijn in onszelf, maar alles in Haar, zonder vrees van te dwalen.</p>
<p>158. Dat men mij een nieuwe weg bane om tot Jezus Christus te gaan: en dat die weg geplaveid zij met al de verdiensten van de Gelukzaligen, versierd met al hun heldhaftige deugden, verlicht en verfraaid met al de luister en de pracht van de Engelen, en dat alle Engelen en Heiligen er aanwezig zijn om er te geleiden, te verdedigen en te ondersteunen wie die weg willen bewandelen; voorwaar, voorwaar, ik verklaar het stoutmoedig, en ik zeg de waarheid: bovendien zo volmaakte weg zou ik Maria&#8217;s onbevlekte weg verkiezen: Posui immaculatam viam meam (Ps. XVII.33) baan of weg zonder enige smet, zonder efzonde of dadelijke zonde, zonder schaduw of duisternis. En indien mijn beminnelijke Jezus andermaal in zijn glorie op aarde komt om er te heersen, -wat zeker is- dan zal Hij geen andere weg voor zijn komst kiezen dan Maria, door wie Hij op zo zekere en volmaakte wijze de eerste maal gekomen is. Het onderscheid tussen zijn eerste en tweede komst zal hierin bestaan, dat het eerste geheim en verborgen was, de tweede echter glorierijk en schitterend zal wezen, maar beide volmaakt, omdat beide door Maria plaats hebben. Helaas! dit is een geheim dat niet begrepen wordt: Hic taceat omnis linqua, Hier verstomme alle spraak.</p>
<p>159. 4 Deze godsvrucht tot de H.Maagd is een zekere weg om tot Jezus Christus te gaan. en ons, door ons met Hem te verenigen, de volmaaktheid te doen bereiken.</p>
<p>1e De oefening van godsvrucht die ik predik, is niet nieuw; zij is zo oud zegt de Eerw. Heer Boudon (sinds korte tijd in geur van heiligheid gestorven), in een boek dat hij over deze godsvrucht heeft geschreven, zij ik ook zo oud, dat men haar oorsprong niet nauwkeurig kan bepalen. Zeker is evenwel, dat men er sedert meer dan 700 jaar sporen van aantreft in de H.Kerk.: (Ook in veel vroegere tijden werd deze uitmuntende devotie beoefend. De heilige koning Dagobert II (7e eeuw) uit dankbaarheid voor de verrijzenis van zijn zoontje op Maria&#8217;s voorspraak verkregen, verklaarde zich, volgens een gewoonte dier tijden, bij openlijke akte, slaaf van de H.Maagd en beloofde Haar altijd te zullen dienen (Kronenburg. Maria&#8217;s Heerlijkheid I.blz. 98). Van Paus Joannes VII (705-707) is het volgende merkwaardige opschrift weergevonden: Johannis servi Scae Mariae. Johannou doulou tès Theotokou. &#8220;Johannes slaaf der Moeder Gods (Battandier, Annuaire Pontifical 1906, blz. 145).</p>
<p>De H.Odilo, abt van Cluny, die omstreeks het jaar 1040 leefde, is een der eersten geweest die haar openlijk in Frankrijk beoefend hebben, zoals in zijn leven verhaald wordt. Kardinaal Petrus Damianus (door Paus Leo XII tot Kerkleraar verheven), verhaalt dat zijn broer, de zalige Marinus, zich in het jaar 1076 op de volgende stichtende wijze, in tegenwoordigheid van zijn biechtvader als slaaf aan de H.Maagd toewijde; hij bond zich een koord om zijn hals, geselde zich en legde op het altaar een som geld neer, ten bewijze van zijn verknochtheid en toewijding aan de H.Maagd. Hij beoefende deze godsvrucht zó getrouw tijdens geheel zijn leven, dat hij bij zijn dood waardig werd bevonden door zijn goede Meesteres bezocht en getroost te worden en, tot beloning van zijn diensten uit haar mond de belofte van het Paradijs mocht vernemen. Cesarius gewaagt van eene vermaard ridder, Walter van Bierbeek, die, omstreeks het jaar 1300, deze toewijding van zichzelf aan de H.Maagd deed. Deze godsvrucht werd door velen in het bijzonder beoefend tot de XVIIe eeuw, toen zij openbaar werd.</p>
<p>160. Pater Simon de Roias, van de Orde der H.Drievuldigheid, ook van de Verlossing der Gevangenen genaamd, hofprediker van koning Philips III, bracht deze godsvrucht in geheel Spanje en Duitsland in zwang en verkreeg van Paus Gregorius XV, op verzoek van Philips III, rijke aflaten voor degenen die haar zouden beoefenen. Pater de Los-Rios, van de Orde van de H.Augustinus, beijverde zich met zijn boezemvriend, Pater de Roias, deze godsvrucht door woord en geschrift in genoemde landen te verspreiden. Hij schreef een lijvig boekdeel: Hierarchia Mariana, waarin hij met evenveel vroomheid als geleerdheid de oudheid, voortreffelijk en degelijk deze godsvrucht behandelt.</p>
<p>161. De Eerw. Paters Theatijnen vestigden haar gedurende de vorige eeuw, in Italië, Sicilië en Savoye; de Eerw. Pater Stanislaus Phalacius S.J. verspreidde haar op wonderbare wijze in Polen. Pater de Los-Rios vermeldt in zijn bovegenoemd werk, de namen van de prinsen, prinsessen, hertogen en kardinalen van verschillende rijken, die deze godsvrucht omhelst hebben. De Eerw. Pater Cornelius a Lapide, even bekend om zijn godsvrucht als om zijn diepgrondige wetenschap, ontving van verschillende bisschoppen en godgeleerden de opdracht deze devotie te onderzoeken; na rijp beraad, prees hij haar, op een zijner vroomheid waardige wijze, aan. Vele andere beroemde mannen volgden zijn voorbeeld. De Eerw. Paters Jezuïeten, steeds vol ijver voor de dienst van de H.Maagd, boden in naam van de Congreganisten van Keulen, de Hertog Ferdinand van Beieren, alsdan bisschop van Keulen, een kleine verhandeling aan over de heilige slavernij. De Kerkvoogd hechtte er zijn goedkeuring aan, gaf verlof om ze te drukken en spoorde al de pastoors en kloosterlingen van zijn bisdom aan, deze degelijke godsvrucht zoveel mogelijk te verspreiden.</p>
<p>162. Kardinaal de Bérule, wiens nagedachtenis door geheel Frankrijk in zegening is, was een van de ijverigsten om in Frankrijk deze godsvrucht te verspreiden, trots al de lasteringen en vervolgingen, die hij van vrijdenkers en losbadige mensen te verduren had. Ze beschuldigden hem van nieuwigheid en bijgeloof, gaven tegen hem een smaadschrift uit en bedienden zich, of liever de duivel bediende zich door hen, van duizend listen, om hem te beletten, deze godsvrucht in Frankrijk te verbreiden. Deze beroemde en vrome man beantwoordde hun laster alleen met zijn geduld, en de opwerpingen van hun schandschrift met een klein werkje, waarin hij hen zegevierend uitlegt, door hun aan te tonen, dat deze godsvrucht gegrond is op het voorbeeld van Jezus Christus, op de verplichtingen die wij jegens Hem hebben, en op de beloften die wij in het H.Doopsel hebben afgelegd. Door deze laatste reden vooral snoert hij hun de mond. Hij wijst er op, dat deze toewijding aan de H.Maagd en door haar handen aan Jezus Christus, niets anders is dan een volmaakte hernieuwing van de beloften van het Doopsel. Veel schoons schrijft hij over deze godsvrucht, zoals men in zijn werken lezen kan.</p>
<p>163. In het werk van Boudon worden de verschillende Pausen aangehaald die deze godsvrucht hebben goedgekeurd, de godgeleerden die haar onderzocht hebben, de vervolgingen welke ze zegevierend doorstond, en de namen van duizenden personen die haar omhelsd hebben, zonder dat ooit een Paus haar veroordeelde; dit zou men ook niet kunnen doen zonder de grondslagen van het Christendom omver te halen. Het staat dus vast, dat deze devotie niet nieuw is, en dat, indien zij niet algemeen beoefend wordt, zulks hieran te wijten valt, dat zij te kostbaar is om door iedereen gesmaakt en beoefend te worden.</p>
<p>164. 2e Deze devotie is een zeker middel om tot Jezus Christus te gaan, omdat het Maria eigen is, ons zeker tot Jezus Christus te geleiden, zoals het Jezus eigen is, ons zeker tot zijn eeuwige Vader te geleiden. En laat degenen die zich op het geestelijk leven toeleggen niet valselijk menen, dat Maria hun een beletsel is om tot de vereniging met God te geraken. Zou het immers mogelijk zijn, dat Zij, die voor allen in het algemeen en voor eenieder in het bijzonder genade heeft gevonden bij God, een beletsel zou zijn voor een ziel om de grote genade van de vereniging met God te vinden? Zou het mogelijk zijn, dat Zij, die gans vol en overvol van genade is, die zó met God verenigd en in Hem herschapen is, dat Hij in Haar heeft willen mensworden, zou het mogelijk zijn, dat Zij een ziel belette zich volmaakt met God te verenigen? Weliswaar, zou het aanschouwen van andere, ook heilige schepselen, in zekere omstandigheden, de vereniging met God wellicht kunnen vertragen. Maria echter niet, zoals ik gezegd heb en onverpoosd zal blijven zeggen. Een reden, waarom zo weinig zielen tot de volheid van Christus&#8217;leeftijd geraken, is, dat Maria, die zo goed als ooit de Moeder is van Jezus Christus en de vruchtbare Bruid van de H.Geest, niet genoeg in hun harten gevormd is. Wie de vrucht wil hebben, volgroeid en welgerijpt, moet de boom die haar voortbrengt bezitten; wie de vrucht van het leven, Jezus Christus, wil hebben, moet de boom des levens, Maria, bezitten. Wie de werking van de H.Geest in zijn binnenste wil voelen, moet zijn getrouwe en onafscheidbare Bruid, Maria, die Hem vruchtbaar maakt, bezitten. Dit heb ik reeds elders verklaard.</p>
<p>165. Wees dus overtuigd, dat hoe meer gij Maria voor ogen zult houden in uw gebeden, beschouwingen, werken en wederwaardigheden, -zo niet op duidelijke en merkbare, dan toch op algemene en onmerkbare wijze- des te volkomener gij Jezus Christus zult vinden, die altijd met Maria is: groot en machtig, werkend en ondoorgrondelijk, meer nog dan in de Hemel of in enig schepsel van het heelal. Aldus, wel verre dat Maria, geheel in God verslonden, de volmaakte een hinderpaal zou zijn om tot de vereniging met God te geraken, is er integendeel tot nog toe geen schepsel geweest, en zal er nooit een zijn, dat ons krachtdadiger helpt in deze grote onderneming; delende door de genaden die Zij ons te dien einde zal verlenen -niemand immers wordt met de gedachte Gods vervuld dan door Haar, zegt een Heilige (Nemo cogita tione Dei repletur nisi per te; de H.Germanus van Constantinopel: Sermo 2 in Dormit), anderdeels door de zorgen die Zij zal aanwenden, om ons voor de begoochelingen en het bedrog van de boze geest te vrijwaren.</p>
<p>166. Waar Maria is, daar is de boze geest niet; en het is een der onfeilbaarste kentekenen dat men door een goede geest geleid wordt, wanneer men een grote godsvrucht tot Maria heeft, dikwijls aan Haar denkt en dikwijls over Haar spreekt. Dit is het gevoelen van een Heilige (Germanus van Constantinopel), die hieraan toevoegt, dat, evenals de ademhaling een zeker bewijs is dat het lichaam nog leeft, zo ook de veelvuldige gedachte aan en de liefdevolle aanroeping van Maria een zeker bewijs is dat de ziel niet dood is door de zonde.</p>
<p>167. Daar Maria alleen alle ketterijen vernietigd heeft, naar de woorden van de H.Kerk en van de H.Geest die haar bestiert: Sola cunctas hoereses interemisti in universo mundo, zo zal nooit, ondanks het gepruttel van de fitters, een getrouw dienaar van Maria in vrijwillige ketterij of dwaling valen. Wel zal hij feitelijk kunnen dwalen, de leugen voor de waarheid houden, en de boze geest voor een goede, ofschoon moeilijker dan een ander; doch vroeg of laat zal hij zijn vergissing en feitelijke dwaling inzien. En heeft hij ze eenmaal ingezien, dan zal hij geenszins hardnekkig blijven geloven en volhouden wat hij voor de waarheid had aangezien.</p>
<p>168. Alwie dus, -zonderdie valse inbeeldingen te vrezen, waaraan beschouwende personen zozeer zijn blootgesteld,- op de weg der volmaaktheid vooruitgang wil maken en Jezus Christus op zekere en volmaakte wijze vinden, hij omhelze van ganser harte,corde magno et animo volenti, deze godsvrucht tot de  H.Maagd die hem misschien nog onbekend was. Hij sla deze voortreffelijke weg in, die hij niet kende en die ik hem thans aanwijs. Het is een weg door Jezus Christus, de mensgeworden Wijsheid, ons enig Opperhoofd, gebaand; door die te bewandelen kunnen de ledematen niet dwalen. Het is een gemakkelijke weg, vanwege de volheid van de genade en de zalving van de H.Geest, die daar gevonden wordt: men wordt niet moe en gaat niet achteruit wanneer men hem bewandelt. Het is een korte weg, die ons in weinig tijd tot Jezus Christus voert. Het is een volmaakte weg, waarop geen slijk, geen stof, en het geringste vuil van zonde te vinden is. Het is ten slotte een zekere weg, die ons recht en zeker tot Jezus Christus en het eeuwige leven leidt, zonder afwijken naar rechts of links. Slaan wij die weg dan in, en gaan wij er dag en nacht op voort, tot wij de volheid van Christus leeftijd bereiken.</p>
<p><strong>Deze godsvrucht brengt een grote inwendige vrijheid voort.</strong></p>
<p>169. Deze godsvrucht deelt aan haar getrouwe beoefenaars een groot inwendige vrijheid mee, de vrijheid nl. van de kinderen Gods. Want, daar men zich door deze devotie tot slaaf maakt van Jezus Christus door zich geheel aan Hem in deze hoedanigheid toe te wijden, beloont die goede Meester de liefdevolle gevangenschap waarin men zich stelt: 1e door de ziel te bevrijden van alle angstvalligheid en slaafse vrees, die haar slechts kunnen benauwen, verstikken en verwarren. 2e door het hart te verruimen met een vast vertrouwen op God, die Hij ons als onze Vader doet beschouwen; 3e door ons een tedere en kinderlijke liefde in te boezemen.</p>
<p>170. Ik wil hier niet langer stilstaan om deze waarheid met bewijzen te staven. Ik zal me vergenoegen, met een feit aan te halen, dat ik gelezen heb in het leven van Mère Agnès de Jésus, religieuse van de orde van de H.Dominicus uit het klooster van Langeac in Auvergne, die aldaar, in het jaar 1634, in geur van heiligheid gestorven is. Nog pas zeven jaar oud en aan grote geesteskwellingen onderhevig, hoorde zij een stem, die haar zei dat, indien zij van al haar kwellingen bevrijd en tegen al haar vrijanden beschermd wilde worden, zij zo spoedig mogelijk slavin zou worden van Jezus en zijn H.Moeder. Zodra zij thuis was teruggekeerd, schonk ze zich geheel als zodanig aan Jezus en Maria, ofschoon zij vroeger niet wist waarin deze godsvrucht bestond. Met een ijzeren keten, die zij gevonden had, omgordde zij zich de lendenen en droeg die tot aan haar dood. Hiermee hielden al haar kwellingen en gewetensangsten op, en zij smaakte grote vrede en verruiming van hart. Hierdoor opgewekt, deelde zij deze devotie aan vele anderen mee, die er grote vorderingen in maakten, o.a. aan M.Olier, Stichter van het Semenarie van Saint-Sulpice, en aan verscheidene priesters en geestelijke van hetzelfde Semenarie. Op zekere dag, verscheen haar de H.Maagd en deed haar een gouden keten om de hals, om van haar vreugde te getuigen, over haar toewijding als slavin aan Jezus en aan Haarzelve. En de H.Cecilia, die de H.Maagd vergezelde, zei tot haar: Zalig zijn de getrouwe slaven van de Koningin van de Hemel, want zij zullen de ware vrijheid genieten: U dienen is vrijheid.</p>
<p>Zevende beweegreden</p>
<p><strong>Deze godsvrucht verschaft groot voordeel aan onze naaste.</strong></p>
<p>171. Wat ons nog kan aansporen deze oefening te omhelzen, is het grote nut dat onze naaste daaruit zal trekken. Door deze godsvrucht immers beoefent men de naastenliefde op voortreffelijke wijze, daar men zijn evenmens, door Maria&#8217;s handen, al het kostbaarste schenkt wat men bezit, te weten: de voldoenings- en verkrijgingskracht van al zijn goede werken, zonder ook maar de geringste goede gedachte of het minste lijden uit te zonderen. Men staat toe, dat al wat men aan voldoeningen verworven heeft en tot de dood verwerven zal, naar Maria&#8217;s goedvinden aangewend worde, óf tot de bekering van de zondaars,  óf tot de verlossing van de zielen in het vagevuur. Is dat niet zijn evenmens volmaakt liefhebben? Is dat niet een waar leerling van Jezus Christus zijn, die men aan de naastenliefde herkent? Is dat niet het middel, om de zondaars te bekeren zonder vrees voor ijdelheid, om de zielen uit het vagevuur te verlossen, zonder bijna iets anders te doen dan hetgeen iedereen in zijn staat verplicht is te doen?</p>
<p>172. Om het voortreffelijke van deze beweegreden te begrijpen, zou men moeten beseffen hoe verheven het is, een zondaar te bekeren of een ziel uit het vagevuur te verlossen; een oneindig goed, groter dan de schepping van hemel en aarde, daar men aan een ziel het bezit van God verschaft. Al zou men door deze oefening, gedurende heel zijn leven, slechts één ziel uit het vagevuur bevrijden of slechts één zondaar bekeren, zou dat niet voldoende zijn om eenieder die zijn evenmens waarlijk liefheeft aan te zetten ze te onhelzen? Doch er dient opgemerkt te worden dat onze goede werken, omdat zij door Maria&#8217;s handen gaan, in zuiverheid toenemen en bijgevolg in verdienste, in voldoenings- en verkrijgingskracht. Daardoor worden zij zoveel krachtiger om de pijnen van de zielen in het vagevuur te verzachten en de zondaars te bekeren, dan indien zij niet door Maria&#8217;s maagdelijke en vrijgevige handen gingen. Het weinige dat men door Maria geeft, zonder eigen wil en met een uiterst belangeloze  liefde, vermag in waarheid zeer veel om Gods toorn te stillen en zijn barmhartigheid te verwerven. En zo zal misschien  bij de dood blijken, dat iemand die deze godsvrucht getrouw beoefend heeft, hierdoor vele zielen uit het vagevuur heeft verlost en vele zondaren bekeerd, al heeft hij ook enkel de gewone handelingen van zijn staat verricht. Wat een vreugde bij zijn oordeel! Wat een glorie in de eeuwigheid!</p>
<p>achtste beweegreden:</p>
<p><strong>Zij is een wonderbaar middel ter volharding</strong></p>
<p>173. Wat ons eindelijk in zekere zin nog krachtiger moet aansporen om deze godsvrucht tot de allerheiligste Maagd te aanvaarden is, dat zij een wonderbaar middel is om in de deugd te volharden en getrouw te blijven. Want hoe komt het, dat de meeste bekeringen niet duurzaam zijn? Hoe komt het, dat men zo licht in de zonde terugvalt? Hoe komt het, dat de meeste rechtvaardigen, in plaats dat ze van deugd tot deugd vooruitgaan en nieuwe genaden verwerven, vaak de weinige deugden en genaden die zij bezitten, nog verliezen? Dit komt hierdoor, zoals ik vroeger heb aangetoond, dat de mens die zo bedorven, zo zwak en zo onstandvastig is, op zichzelf vertrouwt, op eigen krachten steunt en zich bij machte waant de schat van zijn genaden, deugden en verdiensten te bewaren. Welnu, door deze devotie vertrouwt men alles toe aan de H.Maagd, die getrouw is; men neemt Haar als algemene bewaarster van al zijn goederen in de orde van de natuur en de genade. Men verlaat zich op haar getrouwheid, steunt op haar macht, bouwt op haar goedertierenheid en liefde, opdat Zij onze deugden en verdiensten beware en vermeerdere, ondanks de duivel, de wereld en het vlees, die alles in het werk stellen om ze ons te ontrukken. Men zegt Haar, gelijk een goed kind tot zijn moeder en een getrouw dienaar tot zijn meesteres: Depositum custodi; Mijn goede Moeder en Meesteres, ik erken, dat ik, door uw voorspraak, tot nog toe meer genaden van God heb ontvangen dan ik waardig ben. Een noodlottige ondervinding heeft mij geleerd, dat ik deze schat in een zeer broos vat draag, en dat ik te zwak en te ellendig ben om die genaden in mijzelf te bewaren. Ik smeek U derhalve, neem al wat ik bezit in bewaring en behoud het mij door uw getrouwheid en uw macht. Indien Gij mij behoedt, zal ik niets verliezen; indien Gij mij ondersteunt, zal ik niet vallen, indien Gij mij beschermt, ben ik tegen mijn vijanden beschut.</p>
<p>174. Dit zegt de H.Bernardus in uitdrukkelijke woorden, om ons tot deze oefening aan te sporen: Wanneer Zij u ondersteunt, val gij niet; wanneer Zij u beschermt, vreest gij niet; wanneer Zij u geleidt, wordt gij niet moede; wanneer Zij u gunstig is, zult gij de haven van het heil bereiken. De H.Bonaventura schijnt hetzelfde te zeggen in nog uitdrukkelijker woorden: De H.Maagd, zo zegt hij, wordt niet alleen in de volheid der Heiligen behouden, maar Zij behoudt ook en bewaart de Heiligen in hun volheid, opdat deze niet verminderd worde. Zij belet, dat hun deugden verdwijnen, hun verdiensten vergaan, hun genaden verloren gaan, dat de duivel hen benadele; eindelijk weerhoudt Zij Onze Heer hen te straffen wanneer zij zondigen.</p>
<p>175. Maria is de getrouwe Maagd, die door haar getrouwheid aan God, de verliezen herstelt, welke de ontrouwe Eva door haar ongetrouwheid veroorzaakt heeft, en die, voor wie zich aan Haar hechten, de getrouwheid aan God en de volharding verkrijgt. Daarom vergelijkt haar een heilige (H.Joannes Damascenus) met een anker, dat hen vasthoudt en belet schipbreuk te lijden op de woelige zee van deze wereld, waar zovelen vergaan, omdat zij zich aan dit anker niet vastklemmen. Wij hechten de zielen, zo zegt die Heilige, aan de hoop op U, als aan een stevig anker. Aan Haar hebben de Heiligen, die hun zaligheid bewerkten, zichzelf en de anderen het meest vastgehecht om te volharden in de deugd. Gelukkig dan en duizendmaal gelukkig de Christenen, die zich thans getrouw en geheel aan Haar vasthechten als aan een stevig anker. Het geweld van de storm van deze wereld zal hen niet doen vergaan, noch hen beroven van hun hemelse schatten. Gelukkig die zich in Haar, als in de ark van Noë opsluiten! De wateren van de zondvloed, waarin zovelen vergaan, zullen hen niet deren; want : Die in mij zijn om hun zaligheid te bewerken, zullen niet zondigen, zo spreekt Maria met de Wijsheid. Gelukkig de ontrouwe kinderen van de rampzalige Eva, die zich hechten aan die getrouwe Moeder en Maagd. Zij blijft altijd getrouw en verloochent zich nooit: Zij bemint altijd degenen die Haar beminnen. Haar liefde is niet enkel genegenheid, maar een werkdadige en vruchtbare liefde: door een grote overvloed van genaden belet zij hen in de deugd achteruit te gaan, of op de weg te vallen en de genade van haar Zoon te verliezen.</p>
<p>176. Die goede Moeder neemt altijd uit loutere liefde aan, al wat men Haar toevertrouwt. Heeft Zij het eenmaal in bewaring aangenomen, dan is Zij uit rechtvaardigheid verplicht, krachtens het bewaringscontract, daarvoor zorg te dragen; evenals iemand, aan wie ik duizend kronen ter bewaring zou hebben toevertrouwd, verplicht zou zijn daarvoor zorg te dragen; en mochten mijn duizend kronen door zijn nalatigheid verloren gaan, dan zou hij daarvoor gerechtelijk aansprakelijk zijn. Doch nee, nooit zal de getrouwe Maria door haar nalatigheid laten verloren gaan, wat men Haar toevertrouwt; hemel en aarde zouden eerder vergaan, dan dat Zij nalatig en ontrouw zou worden jegens hen, die zich op Haar verlaten.</p>
<p>177. Arme kinderen van Maria, uiterst is uw zwakheid, groot uw onstandvastigheid, zeer bedorven uw inborst. Ik erken, dat ook gij genomen zijt uit de bedorven schaar van de kinderen van Adam en Eva. Doch laat u daarom niet ontmoedigen; maar troost u, ja, verheugt u. Ziehier een geheim, dat ik u wil mededelen, een geheim aan bijna alle Christenen, zelfs de vroomste, onbekend. Laat niet uw goud en zilver in uw eigen kisten, vroeger reeds opengebroken door de boze geest, die u bestolen heeft, te klein ook, te zwak en te oud om een schat zo groot en kostbaar te bevatten.Giet het zuivere en heldere bronwater van de genade niet in uw door zonde besmette en verzuurde vaten; al is er de zonde niet meer in, de reuk ervan bleef achter, en het water zou hierdoor bederven. Doe uw kostbare wijnen niet in oude vaten, die met slechte wijn zijn gevuld geweest; zij zouden verzuren en mogelijk wegvloeien.</p>
<p>178. Al begrijpt gij mij, uitverkoren zielen, ik wil nog duidelijker spreken. Vertrouwt het goud uwer liefde, het zilver uwer zuiverheid, de wateren der hemelse genaden en de wijnen uwer verdiensten en deugden niet aan een gescheurde zak, aan een oude en gebroken kist, aan een verzuurd en bedorven vat, zoals gij zijt. Gij zoudt door de dieven geplunderd worden, d.i. door de duivels, die dag en nacht het gunstige ogenblik daartoe zoeken en bespieden. Het zuiverste dat God u gegeven heeft, zou door de slechte reuk van eigenliefde, zelfvertrouwen en eigenwil bedorven worden. Legt en stort in Maria&#8217;s schoot en hart al uw schatten, al uw genaden en deugden. Zij is een geestelijk vat, een eerwaardig vat, een uitmuntend vat van godsvrucht. Sedert dat God in eigen persoon zich met al zijn volmaaktheden in dat vat heeft opgesloten, is dit geheel geestelijk geworden en de geestelijke woning van de meest geestelijke zielen. Het is eerwaardig geworden en de eerbetoon van de hoogste vorsten van de eeuwigheid. Het is uitmuntend in godsvrucht geworden en het heerlijkste verblijf wat zoetheden, genaden en deugden betreft. Het is tenslotte rijk geworden als een gouden huis, sterk als een toren van David en zuiver als een ivoren toren.</p>
<p>179. Hoe gelukkig is de mens, die alles aan Maria heeft geschonken, die in alles en voor alles op Maria vertrouwt en zich geheel in Haar verliest! Hij behoort geheel aan Maria, en Maria behoort geheel aan hem. Hij mag stoutmoedig met David zeggen:  Maria is voor mij geschapen; of met de welbeminde leerling: Ik heb Haar voor al mijn bezit genomen. Ofwel met Jezus Christus: Al het mijne is het uwe, en al het uwe is het mijne.</p>
<p>180. Een of ander befitter die dit leest, zal zich verbeelden, dat ik overdrijf en dat zulks buitensporige godsvrucht is. Helaas! hij begrijpt mij niet; ofwel omdat hij een vleselijk mens is, die de dingen van de geest niet smaakt, ofwel omdat  hij van de wereld is, die de H.geest niet ontvangen kan; ofwel omdat hij een trotse befitter is, die al wat hij niet begrijpt, veroordeelt en veracht. De zielen echter, die noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van een man, maar uit God en Maria geboren zijn, die zielen begrijpen mij en smaken mijn leer; en het is ook voor die zielen, dat ik schrijf.</p>
<p>181. Zowel voor de eersten als voor de laatsten echter zeg ik, om mijn onderbroken betoog op te vatten: omdat Maria het edelste en milddadigste van alle zuivere schepselen is, laat Zij zich nooit in liefde overtreffen. Voor het weinige dat men Haar geeft, schenkt Zij zeer veel terug van hetgeen Zij van God heeft ontvangen. Bijgevolg, wanneer een ziel zich zonder voorbehoud aan Haar overgeeft, dan schenkt Maria zich ook zonder voorbehoud aan die ziel, mits zij zonder vermetelheid op Haar vertrouwt, en van haar kant arbeidt om de deugden te verkrijgen en de hartstochten te beteugelen.</p>
<p>182. Laat de trouwe dienaar van Maria dan vrijmoedig met de H.Joannes Damascenus uitroepen: Op u vertrouwende, o Moeder van God, zal ik zalig worden; onder uw hoede zal ik niet vrezen, met uw hulp en bescherming zal ik mij vijanden bestrijden en op de vlucht jagen: want de godsvrucht tot U is een wapen des heils, dat God schenkt aan wie Hij wil zalig maken.</p>
<p>&#8211; ..  &#8211;</p>
<p>Om deze geschriften van de H.Grignion de Montfort nog meer te staven wil ik graag de Heilige Teresia van Lisieux haar liefde tot Maria en overgave ilusstreren; zij die niet alleen is heiligverklaard maar ook nog eens tot Kerkleraar is uitgeroepen. Uit het mooiste boek dat ik ooit heb gelezen n.l. &#8220;In de stroming van de liefde&#8221; serie Oasen  1956 Heideland, Hasselt:</p>
<p>Blz. 38: (Teresia als novicemeester). Aan de novicen die er verbaasd over zijn, als hun meest intieme gedachten geraden worden,  bekent zij: &#8220;Dit is mijn geheim:  nooit maak ik u een aanmerking zonder de H.Maagd aan te roepen. Ik vraag Haar, mij in te geven wat u het meeste goed zal doen, en zelf ben ik dikwijls verwonderd over hetgeen ik u leer. Ik voel bij het spreken heel eenvoudig, dat ik mij niet vergis en dat Jezus door mijn mond tot u spreekt.</p>
<p>Blz. 84: Zij heeft in Maria een koningin en een beschermvrouwe gevonden, een altijd toegankelijk voorbeeld in haar diepe en grote menselijkheid. Het leven van Maria,  Maria&#8217;s hart zijn voor haar een levende weergave van het evangelie, de kortste weg van de overgave. Maar meer nog dan een stralende schoonheid, is de H.Maagd voor Teresia de Moeder, die kinderen baart en opvoedt!!!   Haar Geschiedenis van een kleine Bloem is een aaneenschakeling van Maria&#8217;s moederlijke tederheden.</p>
<p>Greeth.</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/greeth.wordpress.com/504/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/greeth.wordpress.com/504/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/greeth.wordpress.com/504/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/greeth.wordpress.com/504/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/greeth.wordpress.com/504/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/greeth.wordpress.com/504/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/greeth.wordpress.com/504/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/greeth.wordpress.com/504/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/greeth.wordpress.com/504/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/greeth.wordpress.com/504/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/greeth.wordpress.com/504/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/greeth.wordpress.com/504/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/greeth.wordpress.com/504/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/greeth.wordpress.com/504/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=504&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://greeth.wordpress.com/2011/05/06/toewijding-van-zichzelf-aan-jezus-door-maria-h-grignion-de-montfort/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://1.gravatar.com/avatar/d2e0130c3aae324e6a0d4416eff0dbf7?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">greeth</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>DE WARE GODSVRUCHT TOT DE H.MAAGD MARIA; H.Grignion de Montfort.</title>
		<link>http://greeth.wordpress.com/2011/02/23/de-ware-godsvrucht-tot-de-h-maagd-maria-h-grignion-de-montfort/</link>
		<comments>http://greeth.wordpress.com/2011/02/23/de-ware-godsvrucht-tot-de-h-maagd-maria-h-grignion-de-montfort/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 23 Feb 2011 20:00:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>greeth</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://greeth.wordpress.com/?p=492</guid>
		<description><![CDATA[Uit  &#8220;Het Gouden Boek&#8221;; geschreven door de H.Grignion de Montfort. blz. 81 t/m 99. De valse devotie tot de H.Maagd Maria. Nu deze vijf waarheden zijn vooropgesteld, moeten wij thans meer dan ooit, een goede keus doen van de ware godsvrucht tot de allerheiligste Maagd, want er bestaan meer valse devoties tot Haar dan ooit, [...]<img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=492&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Uit  &#8220;Het Gouden Boek&#8221;; geschreven door de H.Grignion de Montfort. blz. 81 t/m 99.</p>
<p><strong>De valse devotie tot de H.Maagd Maria.</strong></p>
<p>Nu deze vijf waarheden zijn vooropgesteld, moeten wij thans meer dan ooit, een goede keus doen van de ware godsvrucht tot de allerheiligste Maagd, want er bestaan meer valse devoties tot Haar dan ooit, en men kon ze licht voor echte houden. Reeds zovele zielen heeft de duivel, als een valse munter en een geslepen en ervaren bedrieger, door een valse godsvrucht tot de allerheiligste Maagd misleid en in het verderf gestort, dat hij zich dagelijks zijn duivelse ondervinding ten nutte maakt, om vele anderen ten ondergang te brengen, door hen in hun zonden te paaien en in slaap te sussen, onder voorwendsel van enige slecht verrichte gebeden en uitwendige oefeningen, welke hij hun ingeeft. Een valse munter maakt gewoonlijk slechts goud en zilver na, en maar uiterst zelden andere metalen, omdat dit de moeite niet loont; zo ook vervalst de boze geest niet zozeer de andere devoties als die tot Jezus en Maria, de devotie tot de H.Communie en die tot de H.Maagd; want deze zijn met betrekking tot de andere devoties, wat het goud en het zilver met betrekking tot de andere metalen zijn.</p>
<p>91. &#8216;t Is dus van het grootste belang: 1e de valse devoties tot de H.Maagd te leren kennen om die te vermijden, en de ware om die te omhelzen; 2e onder zoveel verschillende oefeningen van de ware godsvrucht tot de H.Maagd, diegenen te leren kennen welke het volmaaktst is, het aangenaamst aan de H.Maagd, het glorierijkst voor God en het meest heiligmakend voor ons; deze moeten wij kiezen.</p>
<p>92. Ik tel zeven soorten van valse vereerders tot de H.Maagd en van valse devoties tot Haar, nl. : 1e de vittende, 2e de angstvallige, 3e de uiterlijke, 4e de vermetele, 5e de onstandvastige, 6e de schijnheilige, 7e de baatzuchtige vereerders.</p>
<p>De vittende  (Deze en de volgende bladzijden dragen wederom duidelijk de sporen van de tijd en de omgeving waarin de Montfort schreef. Al deze opwerpingen tegen de verering van de H.Maagd zijn weer te vinden in het boek van een Duits Calvinist, Windenfelt, dat, onder de titel van &#8220;De la Dévotion á la Se Vierge et du culte qui lui est dú, in Frankrijk door de Jansenisten werd verspreid en aldaar zeer veel kwaad stichtte. Zie: Vie spirituelle A.Lhoumeau blz. 17)  vereerders zijn gewoonlijk trotse geleerden, verwaande, eigenwijze lieden, die wel enige godsvrucht tot de H.Maagd bezitten, maar op bijna alle godsvruchtige oefeningen, door eenvoudige lieden ter ere aan deze goede Moeder met kinderlijke vroomheid verricht, iets hebben aan te merken, omdat ze niet naar hun zin zijn. Alle wonderen en verhalen, door geloofswaardige schrijvers meegedeeld of aan de kronieken van de kloosterlingen ontleend, en die getuigenis afleggen van de barmhartigheid en macht van de allerheiligste Maagd, trekken zij in twijfel. Slechts node zien zij eenvoudige en nederige mensen voor een altaar of beeld van de H.Maagd neergeknield, soms wel op de hoek van een straat, om daar tot God te bidden. Zij beschuldigen hen zelfs van afgoderij, alsof zij hout of steen aanbaden. Wat hen betreft -zo zeggen zij- zij houden niet van die  uiterlijke devoties en zijn niet zo zwakhoofdig om geloof te hechten aan alle verhaaltjes en vertelseltjes, die omtrent de H.Maagd worden uitgekraamd. Houdt men hun de heerlijke lofprijzingen voor, die de HH.Vaders Haar hebben gegeven, dan antwoorden zij, dat dezen, als redenaars, in overdreven bewoordingen gesproken hebben; ofwel zij geven een verkeerde uitleg aan hun woorden. Dergelijke valse vereerders, hoogmoedige en wereldse lieden, zijn zeer te vrezen; zij doen oneindig veel kwaad aan de godsvrucht tot de H.Maagd, welke misbruiken zij voorgeven uit te roeien, maar waarvan zij de gelovigen inderdaad verwijderen.</p>
<p>94. De angstvallige vereerders zijn lieden die vrezen, dat zij de Zoon onteren door de Moeder te eren, dat zij Hem vernederen door Haar te verheffen. Zij kunnen niet hebben, dat men de H.Maagd de uiterste rechtmatige lof geve, die de HH.Vaders Haar gegeven hebben. Zij dulden slechts node, dat er meer personen voor een altaar van de H.Maagd dan voor het H.Sacrament liggen neergeknield, als ware het een in strijd met de andere, en als richtten degenen die tot de H.Maagd bidden, hun gebeden niet door Haar tot Jezus Christus!  Zij willen niet dat men zo dikwijls over de H.Maagd spreekt, dat men zich zo dikwijls tot Haar wende. Ziehier enige hunner geliefkoosde spreuken: &#8220;Waartoe dienen al die rozenhoedjes, al die broederschappen en uiterlijke devoties tot de H.Maagd? Daar schuilt vrij wat onwetendheid achter! Zo maakt men van onze godsdienst een mommespel! Spreek mij van de vereerders van Jezus Christus;  (zij noemen Hem dikwijls, -tussen twee haakjes gezegd, &#8211; zonder het h0ofd te ontbloten) men moet zijn toevlucht nemen tot Jezus Christus, onze enige Middelaar; men moet Jezus Christus prediken, dat is degelijke godsvrucht!  Wat zij zeggen, is in zekere zin waar; maar door het misbruik, dat zij ervan maken om de godsvrucht tot de allerheiligste Maagd tegen te werken, onder voorwendsel van iets beters na te streven, wordt het zeer gevaarlijk en is het een sluwe list van de boze. Want nooit eert men Jezus Christus meer, dan wanneer men de allerheiligste Maagd meer eer bewijst, omdat men Haar slechts eert om Jezus Christus volmaakter te eren, en slechts tot Haar gaat als tot de weg om Jezus, het doel van ons streven, te bereiken.</p>
<p>95. Met de H.Geest, prijst de H.Kerk het eerst de H.Maagd, en dan Jezus Christus: benedicta tu in mulieribus, et benedictus fructus ventris tui, Jesus. Niet dat de H.Maagd de meerdere of zelfs de gelijke is van Jezus Christus; zulks te beweren ware een niet te dulden ketterij; maar om Jezus Christus volmaakter te prijzen, moet men eerst Maria prijzen. Roepen wij dus met alle ware vereerders van de H.Maagd tegen deze valse, angstvallige vereerders uit: O Maria, gezegend zijt Gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw lichaam, Jezus.</p>
<p>96. De uiterlijke vereerders zijn lieden, die de gehele godsvrucht tot de allerheiligste Maagd in uiterlijke oefeningen doen bestaan en alleen smaak vinden in het uiterlijke van deze devotie, omdat zij de geest van het inwendig leven niet bezitten. Zij zullen in de haast een menigte rozenhoedjes bidden, verscheidene missen zonder aandacht horen, op bedevaart gaan zonder devotie, lid worden van alle mogelijke broederschappen, zonder hun leven te beteren, hun driften te bedwingen of de deugden van de allerheiligste Maagd na te volgen. Zij houden alleen van het gevoelige van de devotie en vinden geen smaak in het degelijke daarvan. Wordt hun gevoel niet bevredigd in hun oefeningen, dan dunkt hun, dat zij niets meer uitrichten, dan raken zij in de war, laten alles varen of doen het met horten en stoten. De wereld is vol van zulke uiterlijke vereerders, en er bestaan geen groter fitters van hen, die innerlijk met God omgaan en zich op het inwendige als op het voornaamste toeleggen, zonder de uiterlijke ingetogenheid, die steeds met de ware godsvrucht gepaard gaat, te versmaden.</p>
<p>97. De vermetele vereerders zijn zondaars, die zich door hun hartstochten laten meeslepen, of wereldse mensen die, onder de schone naam van Christenen en vereerders van de H.Maagd, hoogmoed, gierigheid, onkuisheid, dronkenschap, toorn, vloeken, kwaadspreken, onrechtvaardigheid, of iets dergelijks verbergen. Zij blijven rustig voortslapen in hun slechte gewoonten en doen zich niet veel geweld aan, om hun leven te beteren, onder voorwendsel dat zij de H.Maagd vereren. Zij paaien zich met de hoop, dat God hun vergiffenis zal schenken, dat zij niet zonder biecht zullen sterven en niet zullen verloren gaan, omdat zij het rozenhoedje bidden, zaterdags vasten, lid zijn van een Broederschap van de H.Rozenkrans of van het Scapulier, ofwel van een van haar Congregaties; omdat zij het Scapulier of het kettinkje van de H.Maagd dragen enz. Wijst men hen erop, dat hun godsvrucht slechts een bedrog van de duivel is en een verderfelijke vermetelheid, wel geschikt om hen te doen verloren gaan, dan willen zij daar niets van weten. God, zo zeggen zij, is goed en barmhartig; Hij heeft ons niet geschapen om ons te verdoemen; daar is geen mens, of hij zondigt wel eens; zij zullen niet zonder biecht sterven, een oprecht peccavi bij de dood is voldoende; trouwens, zij vereren de H.Maagd, dragen het Scapulier, bidden dagelijks, zonder fout en zonder ijdelheid, zeven Onze Vader en zeven Wees gegroeten te harer ere, soms zelfs het rozenhoedje en de getijden van de H.Maagd; zij vasten, enz. Om hun gezegde te staven en zich nog meer te verblinden, voeren zij enige verhalen aan, die zij gehoord of in boeken gelezen hebben, -waar of onwaar, dat doet er niet toe,- waarin verzekerd wordt, dat personen, die in doodzonde en zonder biecht gestorven waren maar die tijdens hun leven enige gebeden of godsvruchtige oefeningen tot de H.Maagd verricht hadden, om die reden uit de dood verrezen zijn, teneinde hun biecht te kunnen spreken; of, dat hun ziel op wonderdadige wijze met hun lichaam verenigd bleef totdat zij gebiecht hadden; ofwel dat zij, door de goedertierenheid van de H.Maagd, op hun sterfbed berouw en vergiffenis van hun zonden verkregen hebben en zodoende zalig zijn geworden. Datzelfde hopen ook zij.</p>
<p>98. Niets is zo afkeurenswaardig onder de Christenen als deze duivelse vermetelheid: kan men immers in waarheid beweren, dat men de H.Maagd liefheeft en vereert, wanneer men Jezus Christus, haar Zoon, door zijn zonden kwetst, doorsteekt, kruisigt en wreedaardig beledigt? Indien Maria zich tot regel stelde zulke lieden uit barmhartigheid zalig te maken, zou Zij de misdaad wettigen en haar goddelijke Zoon helpen kruisigen en beledigen. Wie zou dit ooit durven denken?</p>
<p>99. Ik beweer dat men, door aldus misbruik te maken van de godsvrucht tot de H.Maagd, de heiligste en degelijkste godsvrucht na die van Onze Heer in het allerheiligste Sacrament, een gruwelijke heiligschennis begaat, en wel de grootste en minst vergeeflijke na die van de onwaardige Communie. Ik geef toe, dat het, om een waar vereerder van de H.Maagd te zijn, niet volstrekt noodzakelijk is zó heilig te zijn dan men iedere zonde vermijdt, ofschoon dit te wensen was; doch men moet althans : 1e oprecht voornemens zijn ten minste elke doodzonde te vermijden, die zowel de Moeder als de Zoon beledigd; 2e zich geweld aandoen om de zonden te vermijden; 3e lid worden van een of andere Broederschap, het rozenhoedje, de rozenkrans of andere gebeden bidden, en zaterdags vasten, enz.</p>
<p>100. Dit alles draagt wonderlijk veel bij tot de bekering van zelfs een verstokt zondaar. Is mijn lezer soms in die toestand, al stond hij reeds met één voet in de afgrond, dan raad ik hem dit aan, onder beding evenwel, dat hij deze goede werken alleen verricht met het doel om van God, door de voorspraak van de H.Maagd, de genade van het berouw en de vergiffenis van zijn zonden te verkrijgen, alsmede de kracht om zijn slechte gewoonten te overwinnen; niet echter om rustig in staat van zonde te blijven voortleven, ondanks gewetenswroeging, ondanks het voorbeeld van Jezus Christus en de Heiligen, ondanks de voorschriften van het H.Evangelie.</p>
<p>101. De onstandvastige vereerders zijn lieden, die de H.Maagd bij tussenpozen en bij vlagen vereren: nu eens zijn zij vurig, dan weer lauw; nu eens schijnen zij tot alles bereid om Haar te dienen, en een weinig later  zijn zij dezelfde niet meer. Zij omhelzen eerst alle devoties tot de H.Maagd en laten zich in alle Broederschappen inschrijven, maar komen er de voorschriften niet getrouw van na. Zij veranderen als de maan; daarom ook stelt Maria hen, met de halve maan, onder haar voeten, omdat zij veranderlijk zijn, en niet waardig gerangschikt te worden onder de dienaren van deze trouwe Maagd, die de getrouwheid en standvastigheid ten deel hebben. &#8216;t Is beter zich niet met zoveel gebeden en godvruchtige oefeningen te belasten en er slechts weinige te verrichten, maar dan met liefde en getrouwheid, ondanks de wereld, de duivel en het vlees.</p>
<p>102. Er zijn nog andere valse vereerders van de H.Maagd, t.w. de schijnheilige vereerders, die hun zonden en slechte gewoonten met de mantel van deze getrouwe Maagd bedekken, om in het oog van de mensen door te gaan voor hetgeen zij niet zijn.</p>
<p>103. Ook zijn er nog baatzuchtige vereerders die alleen hun toevlucht tot de H.Maagd nemen om een proces te winnen, aan een gevaar te ontsnappen, van een ziekte te genezen, of in enig andere noodwendigheid van dien aard geholpen te worden; anders zouden zij niet aan Haar denken.</p>
<p>Deze allen zijn valse vereerders, onwaardig voor God en zijn H.Moeder te verschijnen.</p>
<p>104. Wachten wij ons dus wel, te behoren tot de vittende vereerders, die niets geloven en op alles iets aan te merken hebben; tot de angstvallige vereerders, die, uit eerbied voor Jezus Christus, bang zijn, dat zij de H.Maagd te veel vereren; tot de uiterlijke vereerders, die hun gehele godsvrucht in uiterlijke oefeningen doen bestaan; tot de vermetele vereerders, die, onder voorwendsel van hun valse godsvrucht tot de H.Maagd in hun zonden blijven voortleven; tot de onstandvastige vereerders, die, uit lichtzinnigheid, telkens hun godvruchtige oefeningen veranderen of ze bij de minste bekoring geheel laten varen; tot de schijnheilige vereerders, die lid worden van Broederschappen van de H.Maagd en haar livrei dragen om voor deugdzaam door te gaan; en eindelijk tot de baatzuchtige vereerders, die alleen hun toevlucht tot de H.Maagd nemen, om van lichamelijke kwalen bevrijd te worden of tijdelijke gunsten te verkrijgen.</p>
<p><strong>Kentekenen van de ware Godsvrucht tot de H.Maagd Maria.</strong></p>
<p>Na de valse devoties tot de H.Maagd te hebben blootgelegd en veroordeeld, moeten wij in het kort de ware omschrijven. Deze is 1e inwendig, 2e teder, 3e heilig, 4e standvastig, 5e belangeloos.</p>
<p>1e De ware godsvrucht tot de H.Maagd is inwendig, d.w.z. zij komt uit de geest en het hart voort; zij ontstaat uit de achting, welke men voor de H.Maagd gevoelt, uit het hoge denkbeeld, dat men zich van haar grootheid gevormd heeft en uit de liefde, welke men Haar toedraagt. 2e Zij is teder, d.i. zij doet iemand vol vertrouwen zijn in de allerheiligste Maagd, als een kind in zijn goede moeder. Een waar dienaar van Maria neemt tot Haar zijn toevlucht in alle lichamelijke en geestelijke noodwendigheden, met veel eenvoud, vertrouwen en tederheid. Overal, te allen tijd en in alle omstandigheden, roept hij de hulp van deze goede Moeder in: in zijn twijfelingen om door Haar verlicht, in zijn dwalingen om op het rechte pad teruggebracht, in zijn bekoringen om ondersteund, in zijn zwakheden om versterkt, in zijn val om opgebeurd, in zijn moedeloosheid om aangemoedigd, in zijn gewetensangsten om ervan bevrijd, in zijn kruisen, zorgen en wederwaardigheden van het leven om getroost te worden. Kortom, in al zijn lichamelijke en geestelijke kwalen neemt hij geregeld zijn toevlucht tot Maria, zonder vrees deze goede Moeder tot last te zijn of aan Jezus Christus te mishagen.</p>
<p>108. 3e De ware godsvrucht tot de H.Maagd is heilig, d.i. zij spoort de ziel aan tot het vluchten van de zonden en het navolgen van de deugden van de allerheiligste Maagd, in het bijzonder van haar diepe nederigheid, haar levendig geloof, haar blinde gehoorzaamheid, haar voortdurend gebed, haar algehele versterving, haar onvergelijkelijke zuiverheid, haar vurige liefde, haar heldhaftig geduld,  haar engelachtige zachtmoedigheid en haar verheven wijsheid. Dit zijn de tien hoofddeugden van de allerheiligste Maagd.</p>
<p>109. 4e De ware godsvrucht tot de H.Maagd is standvastig. Zij bevestigt de ziel in het goede en maakt dat zij haar godvruchtige oefeningen niet licht laat varen; zij doet haar moedig weerstand bieden aan de wereld met haar gebruiken en leerstellingen, aan het vlees met zijn weerzin en zijn driften, aan de duivel met zijn bekoringen. Een waar dienaar van de H.Maagd is dan ook niet veranderlijk, wrevelig, angstvallig of vreesachtig. Wel valt hij soms en heeft hij niet altijd evenveel gevoel in zijn godsvrucht; maar zo hij valt, strekt hij de hand uit naar zijn goede Moeder en staat weer op; zo hij zonder gevoelige godsvrucht of vertroosting is, maakt hij zich daarover niet ongerust, want de rechtvaardige en getrouwe dienaar van Maria leeft van het geloof in Jezus Christus en Maria en niet van zinnelijk gevoelen.</p>
<p>110. 5e Eindelijk is de ware godsvrucht tot de H.Maagd belangeloos, d.w.z. zij brengt de ziel ertoe, niet zichzelf maar God alleen te zoeken, in zijn H.Moeder. Een waar vereerder van Maria dient deze doorluchtige Koningin niet uit winstbejag of eigenbelang, noch voor zijn tijdelijk of eeuwig lichamelijk of geestelijk welzijn, doch enkel omdat Zij waardig is, dat men Haar dient, en God alleen in Haar. Hij bemint Maria niet zozeer om de weldaden, die hij van Haar ontvangt of van Haar verwacht, maar omdat Zij beminnenswaardig is. Daarom ook bemint en dient hij Haar eventrouw bij tegenzin en dorheid, als in gevoelige vertroosting en vurigheid; hij houdt evenveel van Haar op de Calvarieberg als op de bruiloft te Cana. O, wat is zulk een vereerder van de H.Maagd, die Haar dient zonder de minste zelfzucht, welgevallig en waardevol in het oog van God en van zijn H.Moeder! Doch, wat is hij zeldzaam thans! Opdat hij voortaan niet meer zo zeldzaam zij, heb ik de pen ter hand genomen om op het papier te brengen wat ik, in het openbaar en in het bijzonder, vele jaren lang,  met vrucht in mijn missiën verkondigd heb.</p>
<p><strong>Voorspellingen aangaande de volmaakte godsvrucht tot de H.Maagd.</strong></p>
<p>111. Ik heb reeds veel over de allerheiligste Maagd gezegd,maar ik heb nog meer over Haar te zeggen, en nog oneindig meer zal ik, uit onwetendheid, onbekwaamheid of tijdgebrek, in dit werkje achterwege laten, waarin ik mij ten doel stel, een waar vereerder van Maria en een waar leerling van Jezus Christus te vormen.</p>
<p>112. O, wat zou mijn moeite goed besteed zijn, als dit boekje in de handen viel van een rechtschapen mens, geboren uit God en uit Maria, niet uit het bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van een man, en indien het hem, door de genade van de H.Geest, de uitmuntendheid en waarde deed kennen en op prijs stellen van de ware en degelijke godsvrucht tot de allerheiligste Maagd, die ik thans ga verklaren! Als ik wist, dat mijn misdadig bloed iets kon bijdragen, om de waarheden in het hart te prenten, die ik hier neerschreef ter ere aan mijn lieve Moeder en opperste Meesteres, wier geringste kind en slaaf ik ben, dan zou ik dat bloed in plaats van inkt gebruiken om deze letters te vormen, in de hoop van goede zielen te vinden die, door het trouw beoefenen van de godsvrucht, die ik predik, mijn goede Moeder en Meesteres de verliezen zullen vergoeden, die Zij door mijn ondankbaarheid en ongetrouwheid geleden heeft.</p>
<p>113. Meer dan ooit voel ik mij aangemoedigd om te geloven en te hopen al wat diep in mijn hart gegrift is en wat ik sinds vele jaren aan God vraag, namelijk: dat vroeg of laat de allerheiligste Maagd meer kinderen, dienaars en slaven uit liefde zal hebben dan ooit, en dat, door dit middel, Jezus Christus, mijn dierbare Meester, meer dan ooit in de harten zal heersen.</p>
<p>114. Ik voorzie het wel,        (Deze voorspelling mag gelden als een der treffendste en duidelijkst vervulde, welke in de geschriften van heiligen worden aangetroffen. De gelukzalige voorspelt, dat zijn boekje in de donkere stilte van een kist, &#8220;dans les ténèbres et le silence dun coffre&#8221; moest begraven worden. Zo geschiedde. Geschreven in de laatste levensjaren van de heilige missionaris, hij stierf in 1716, werd het slechts in 1842 door een Pater van het Gezelschap van Maria te Saint-Laurent-sur-Sèvre in een kist te midden van oude boeken en geschriften geheel bij toeval gevonden. Het zou ook verscheurd worden, zegt de voorspelling. En inderdaad werd het boekje niet in zijn geheel teruggevonden)       razende dieren komen in woede aanstormen, om dit werkje en hem van wie de H.Geest zich bediend heeft om het te schrijven, met hun helse tanden te verscheuren, of ten minste om het in de donkere stilte van een kist te begraven, opdat het niet in het licht verschijne; zelfs hen die het lezen en in beoefening brengen, zullen ze  aanvallen en vervolgen. Maar dat is niets! Maar des te beter! Dit vooruitzicht moedigt mij aan en geeft mij hoop op een groot succes, namelijk dat een aanzienlijk leger koene en dappere soldaten van Jezus en Maria, vrouwen zowel als mannen, de wereld, de duivel en de bedorven natuur zullen bevechten in de gevaarvolle tijden, die meer dan ooit op komst zijn.</p>
<p>qui legit intelligat; Wie leest, begrijpe (Math. XXIV 15)</p>
<p>Qui potest capere, capiat.; Wie begrijpe kan, begrijpe  (Ibid. XIX.12</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/greeth.wordpress.com/492/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/greeth.wordpress.com/492/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/greeth.wordpress.com/492/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/greeth.wordpress.com/492/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/greeth.wordpress.com/492/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/greeth.wordpress.com/492/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/greeth.wordpress.com/492/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/greeth.wordpress.com/492/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/greeth.wordpress.com/492/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/greeth.wordpress.com/492/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/greeth.wordpress.com/492/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/greeth.wordpress.com/492/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/greeth.wordpress.com/492/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/greeth.wordpress.com/492/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=492&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://greeth.wordpress.com/2011/02/23/de-ware-godsvrucht-tot-de-h-maagd-maria-h-grignion-de-montfort/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://1.gravatar.com/avatar/d2e0130c3aae324e6a0d4416eff0dbf7?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">greeth</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>IN DE LAATSTE TIJDEN; de noodzaak tot de liefde aan de H.Maria!!!</title>
		<link>http://greeth.wordpress.com/2011/02/20/in-de-laatste-tijden-de-noodzaak-tot-de-liefde-aan-de-h-maria/</link>
		<comments>http://greeth.wordpress.com/2011/02/20/in-de-laatste-tijden-de-noodzaak-tot-de-liefde-aan-de-h-maria/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 20 Feb 2011 19:15:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>greeth</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://greeth.wordpress.com/?p=484</guid>
		<description><![CDATA[Uit  &#8221;Het Gouden Boek&#8221; ;  volledig handboek van de volmaakte godsvrucht tot de allerheiligste Maagd in de Geest van de heilige Louis-Marie Grignion de Montfort:  Blz. 34/48. Dit boek is destijds uitgegeven door PP.Montfortanen Hoensbroek. Een gedeeltelijke versie uit dit boek is nu gedrukt onder de titel &#8220;De liefde van de eeuwige wijsheid&#8221; Montfortaanse Provincialaten [...]<img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=484&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Uit  &#8221;Het Gouden Boek&#8221; ;  volledig handboek van de volmaakte godsvrucht tot de allerheiligste Maagd in de Geest van de heilige Louis-Marie Grignion de Montfort:  Blz. 34/48. Dit boek is destijds uitgegeven door PP.Montfortanen Hoensbroek. Een gedeeltelijke versie uit dit boek is nu gedrukt onder de titel &#8220;De liefde van de eeuwige wijsheid&#8221; Montfortaanse Provincialaten Leuven, Oirschot.</p>
<p>Opdat kome uw Rijk, o Christus Koning, dat kome het Rijk van Maria, uw lieve Moeder!&#8230;.</p>
<p><strong>Voorspellingen en andere bewijsgronden.</strong></p>
<p>47. Ik zei, dat dit voornamelijk zou geschieden bij het einde van de wereld, en wel spoedig, want de Allerhoogste en zijn H.Moeder moeten zich grote heiligen vormen, die het merendeel van de andere heiligen zozeer in heiligheid zullen overtreffen als de ceders van de Libanon de kleine heesters. Dit is aan een heilige ziel geopenbaard, wier leven door de Heer de Renty geschreven is. Deze grote zielen, vol van genade en ijver, zullen uitverkoren worden om het hoofd te bieden aan Gods vijanden, die alom zullen razen. Zij zullen de allerheiligste Maria op uitnemende wijze vereren; zij zullen door haar licht verlicht, met haar melk gevoed, door haar geest geleid, door haar arm ondersteund en onder haar bescherming bewaard worden, en zodoende met één hand strijden en met de andere opbouwen. Met de ene hand zullen zij de ketters met hun ketterijen, de scheurmakers met hun scheuringen, de afgodendienaars met hun afgodendienst en de zondaars met hun goddeloosheden bestrijden, neervellen en verpletteren; met de andere hand zullen zij de tempel van de ware Salomon en de geheimzinnige stad Gods opbouwen, t.w. de allerheiligste Maagd, door de H.H.Vaders Tempel van Salomon en Stede Gods genoemd. Alle mensen zullen zij door woord en voorbeeld, tot haar ware godsvrucht aansporen. Dit zal hun vele vijanden bezorgen, doch ook vele overwinningen en veel glorie voor God alleen! Dit heeft God aan de H.Vincentius Ferrerius, de grote apostel van zijn eeuw, geopenbaard, zoals deze heilige het in een van zijn werken duidelijk genoeg heeft opgetekend. De H.Geest zelf schijnt dit in de LXVII Psalm voorspeld te hebben, met deze woorden: Et scient quia Deus dominabitur Jacob et finium terrae; convertentur ad vesperam, et famen patientur ut canes, et circuibunt civitatem&#8230; &#8220;God zal heersen over Jacob en over de gehele aarde; tegen de avond zullen zij tot inkeer komen, honger lijden als honden en rondom de stad zwerven om iets te eten te vinden&#8221;. Deze stad, welke de mensen op het einde van de wereld zullen vinden om tot inkeer te komen en om hun honger naar de gerechtigheid volmaakt te stillen, is de allerheiligste Maagd, die door de H.Geest Stad Gods genoemd wordt.</p>
<p>49. Door Maria is het heil van de wereld begonnen, door Maria ook moet het voltooid worden. Maria is bijna niet op de voorgrond getreden bij Jezus Christus&#8217; eerste komst, uit vrees dat de mensen, nog maar weinig onderwezen en ingelicht  omtrent haar Zoon, zich van Hem zouden verwijderen, door zich te innig en te zinnelijk aan Haar te hechten. Dit was waarschijnlijk gebeurd indien men Haar gekend had, vanwege de bewonderenswaardige bekoorlijkheden, die de Allerhoogste zelfs in haar uiterlijk had ten toon gespreid. Dit is zó waar, dat de H.Dionysius de Areopagiet ons in een van zijn geschriften meedeelt, dat hij Haar, toen hij Haar zag, voor een Godheid zou gehouden hebben om haar geheimzinnige bekoorlijkheid en onvergelijkelijke schoonheid, ware het niet het geloof, waarin hij terdege bevestigd was, hem het tegendeel geleerd. Maar bij Jezus Christus&#8217; tweede komst moet Maria gekend zijn en door de H.Geest geopenbaard worden, om Jezus Christus door Haar te doen kennen, beminnen en dienen. De redenen, die de heilige Geest bewogen hebben om zijn Bruid gedurende haar leven verborgen te houden en Haar sinds de verkondiging van het Evangelie slechts heel weinig bekend te maken, bestaan nu niet meer. God wil dus Maria, het meesterstuk van zijn handen, in deze laatste tijden ontsluieren en openbaren:</p>
<p>1e omdat Zij zich hier op aarde verborgen en tot onder het stof vernederd heeft door haar diepe ootmoed en van God, van zijn Apostelen en Evangelisten verkregen heeft, dat Zij niet werd bekend gemaakt.</p>
<p>2e omdat Zij het meesterstuk is van Gods handen, zowel hier op aarde door de genade als in de Hemel door de glorie, en Hij daarvoor door de levenden op aarde wil verheerlijkt en geprezen worden.</p>
<p>3e omdat Zij de dageraad is, die de Zon van de gerechtigheid, d.i. Jezus Christus, voorafgaat en aankondigt, en Zij dus gekend en opgemerkt moet worden, opdat ook Jezus Christus het zij.</p>
<p>4e omdat Zij de weg is waarlangs Jezus Christus de eerste maal tot ons kwam, en Zij het dus ook zal zijn bij zijn tweede komst, ofschoon niet op dezelfde wijze.</p>
<p>5e omdat Zij het zeker middel en de rechte, onbevlekte weg is om tot Jezus Christus te gaan en Hem volmaakt te vinden; door Haar zullen dan ook alle heilige zielen, die in heiligheid moeten uitschitteren, Hem vinden. Wie Maria vindt, vindt het leven, nl. Jezus Christus, die de weg, de waarheid en het leven is. Doch men kan Maria niet vinden zonder Haar te zoeken; men kan Haar niet zoeken zonder Haar te kennen: want men zoekt noch begeert hetgeen men niet kent. Maria moet dus meer dan ooit gekend worden, tot meedere kennis en verheerlijking van de allerheiligste Drie-eenheid.</p>
<p>6e in deze laatste tijden moet Maria meer dan ooit uitschitteren in goedertierenheid, kracht en genade: in goedertierenheid, om de arme zondaars en afgedwaalden, die tot inkeer zullen komen en tot de Katholieke Kerk terugkeren, liefderijk terug te voeren en op te nemen; in kracht tegen de vijanden Gods, de afgodendienaars, scheurmakers, Mahomedanen, Joden en verstokte goddelozen, die een vreselijke opstand zullen verwekken om al hun tegenstanders door beloften en bedreigingen te verleiden en afvallig te maken. Maria moet ten slotte uitschitteren in genade, om de dappere soldaten en trouwe dienaars van Jezus Christus, die voor zijn belangen zullen strijden, aan te wakkeren en te ondersteunen.</p>
<p>7e Maria moet eindelijk verschrikkelijk zijn voor de duivel en zijn trawanten als een in slagorde opgesteld leger, en dat vooral in deze laatste tijden, want de duivel, wel wetende dat hij maar weinig tijd meer heeft en minder dan ooit, om de zielen in het verderf te storten, verdubbelt dagelijks zijn pogingen en aanvallen; weldra zal hij nieuwe vervolgingen verwekken en verschrikkelijke lagen leggen aan Maria&#8217;s trouwe dienaars en ware kinderen, die hij moeilijker overwint dan de anderen.</p>
<p><strong>Verklaring van de profetie Gen. III.5.</strong></p>
<p>51. &#8216;t Is voornamelijk met betrekking tot deze laatste en wrede vervolgingen van de duivelen, die dagelijks zullen toenemen tot aan het rijk van de Antichrist, dat de eerste en vermaarde voorspelling en vervloeking Gods, in het aards  paradijs tegen de slang uitgesproken, moet worden verstaan. &#8216;t Is hier de plaats om ze uit te leggen, tot verheerlijking van de allerheiligste Maagd, tot heil van haar kinderen en tot beschaming van de duivel.   <em>Inimicitias ponam inter te et mulierem, et semen tuum et semen illius; ipsa conteret caput tuum, et tu insidiaberis calcaneo ejus: </em>Ik zal vijandschappen stellen tussen u en de vrouw, tussen uw geslacht en haar geslacht; Zij zelf zal u de kop verpletteren, en gij zult haar hiel belagen.</p>
<p>52. God heeft maar ooit één vijandschap gesteld en gevormd, doch een onverzoenlijke, die ten einde toe zal voortduren en zelfs in hevigheid toenemen, nl. tussen Maria, zijn waardige Moeder, en de duivel, tussen de kinderen en de dienaars van de H.Maagd en de kinderen en trawanten van Lucifer; zodat de geduchtste vijandin die de Heer tegen de duivel verwekt heeft, Maria, zijn heilige Moeder is. Reeds in het aards paradijs, ofschoon Zij toen alleen maar in zijn gedachten bestond, vervulde Hij Haar met zoveel haat tegen deze vervloekte vijand Gods, met zoveel scherpzinnigheid om de boosheid van dit aloud serpent te ontmaskeren, met zoveel kracht om die trotse snodaard te overwinnen, neer te vellen en te verpletteren, dat de duivel Haar niet alleen méér vreest dan alle Engelen en mensen, maar in zekere zin méér dan God zelf. Niet dat Gods gramschap, haat en macht niet oneindig die van de H.Maagd te boven gaan, omdat Maria&#8217;s volmaaktheden beperkt zijn, doch:</p>
<p>1e satan is hoogmoedig en daarom spijt het hem oneindig meer, overwonnen en gestraft te worden door een geringe en ootmoedige dienstmaagd van God, en voelt hij zich meer vernederd door haar ootmoed dan door Gods macht;</p>
<p>2e God heeft Maria een zo grote macht tegenover de duivelen gegeven, dat deze, naar zij dikwijls tegen wil en dank door de mond van bezetenen hebben moeten erkennen, een enkele van haar verzuchtingen ten gunste van een ziel meer vrezen dan de gebeden van alle Heiligen, een enkele van haar bedreigingen tegen hen meer dan alle andere folteringen.</p>
<p>53. Wat Lucifer door hoogmoed verloor, heeft Maria door nederigheid herwonnen; wat Eva door ongehoorzaamheid tot verdoeming en tot ondergang bracht, heeft Maria door gehoorzaamheid gered. Door naar de slang te luisteren, stortte Eva al haar kinderen met zich in het verderf en leverde hen aan de duivel over; door volmaakt aan God getrouw te zijn, heeft Maria al haar kinderen en dienaars met zich gered en aan Gods Majesteit toegewijd.</p>
<p>54. Niet slechts één vijandschap, maar vijandschappen heeft God gesteld, niet alleen tussen Maria en de duivel, maar ook tussen het geslacht van de H.Maagd en dat van de duivelen; d.w.z. God heeft vijandschappen, geheime gevoelens van afkeer en haat, tussen Maria&#8217;s ware kinderen en dienaars en de kinderen en slaven van de duivelen gesteld: zij dragen elkaar geen genegenheid toe en hebben onderling geen innerlijke gemeenschap. De kinderen Belias, de slaven van Satan, de beminnaars van de wereld (dit komt op hetzelfde neer), hebben tot hiertoe steeds vervolgd en zullen meer dan ooit vervolgen alwie aan de allerheiligste Maagd toebehoort. Zo vervolgde Caïn weleer zijn broeder Abel, en Ezau zijn broeder Jacob: voorafbeeldingen van de verworpelingen en van de uitverkorenen.</p>
<p>Doch de nederige Maagd zal steeds over die trotsaard zegevieren, en wel zó volkomen, dat Zij hem de kop, de zetel van zijn hoogmoed, zal verpletteren; Zij zal steeds zijn boze slangelisten ontmaskeren, zijn helse hinderlagen ontdekken, zijn duivelse plannen verijdelen, en tot aan het einde van de tijden haar getrouwe dienaars tegen zijn wrede klauwen vrijwaren.</p>
<p>Doch Maria&#8217;s macht over alle duivelen zal vooral in de laatste tijden uitschitteren, wanneer Satan haar ziel zal belagen, d.i. haar nederige slaven en arme kinderen, die Zij verwekken zal om hem te bestrijden. Zij zullen gering en arm zijn volgens de wereld, voor iedereen vernederd gelijk de hiel, vertrapt en verdrukt ook als de hiel met betrekking tot de andere lichaamsdelen; maar daartegen zullen zij rijk zijn aan Gods genaden, welke Maria hun overvloedig zal meedelen; zij zullen groot en verheven zijn in heiligheid bij God, alle schepselen door hun bezielde ijver overtreffen en zó krachtdadig door Gods bijstand ondersteund worden, dat zij, in vereniging met Maria, de kop van de duivelen met de nederigheid van hun hiel verpletteren en Jezus Christus zullen doen zegevieren.</p>
<p><strong>De volmaakte godsvrucht tot de H.Maagd en de Apostelen van de laatste tijden.</strong></p>
<p>55. God wil eindelijk, dat zijn Heilige Moeder thans meer dan ooit gekend, bemind en vereerd wordt. (Deze voorspelling omtrent diepere kennis, vuriger liefde en hogere verering van de H.Maagd, gaat in onze tijd op treffende wijze in vervulling. Men denke slechts aan de Dogmaverklaring van de Onbevlekte Ontvangenis, de Encyclieken van Leo XIII over de allerh.rozenkrans, Lourdes, de Maria-congressen enz.) Dit zal zonder twijfel gebeuren indien de uitverkorenen, door de genaden en het licht van de H.Geest, de inwendige en volmaakte oefening aannemen, welke ik hun later zal uitleggen. Als dan zullen zij duidelijk, voor zoverre het geloof zulks toelaat, die schone Sterre der zee aanschouwen, en onder haar leiding, trots stormen en zeerovers, in behouden haven aanlanden. Alsdan zullen zij de verhevenheid van haar Oppervorstinne leren kennen en zich geheel en al, als haar onderdanen en liefdesslaven, aan haar dienst toewijden. Zij zullen haar moederlijke zoet- en goedheden ondervinden, en Haar als haar welbeminde kinderen teder liefhebben. Zij zullen de barmhartigheden, waarmee Zij vervuld is, leren kennen. Zij zullen inzien hoezeer ze haar hulp behoeven en in alles tot Haar hun toevlucht nemen, als tot hun dierbare Voorspreekster en Middelares bij Jezus Christus. Zij zullen weten, dat Zij de zekerste, gemakkelijkste, kortste en volmaaktste weg is om tot Jezus Christus te gaan en zich met ziel en lichaam onverdeeld aan Haar overleveren, om evenzo aan Jezus Christus te behoren!!!</p>
<p>56. Doch wat zullen die dienaars, slaven en kinderen van Maria zijn? Zij zullen een brandend vuur zijn: dienaars van de Heer, die overal het vuur van de goddelijke liefde zullen ontsteken. Zij zullen sicut sagittae in manu potentis, scherpe pijlen zijn in de hand van de machtige Maria, om haar vijanden te doorboren. Zij zullen kinderen Levi&#8217;s zijn, die, geheel gelouterd door het vuur van grote wederwaardigheden en innig aan God verkleefd, het goud van de liefde in het hart, de wierook van het gebed in de geest en de mirre van de versterving in het lichaam  dragen, en overal voor de armen en nederigen de goede geur van Jezus Christus, maar voor de groten, rijken en hovaardigen van deze wereld een doodsreuk zullen zijn.</p>
<p>57. Zij zullen donderende wolken zijn, die bij de minste adem van de H.Geest door de lucht vliegen. Zonder zich ergens aan te hechten, zonder zich ergens over te verwonderen of om te bekommeren, zullen zij de regen van Gods woord en van het eeuwige leven overal uitstorten. Zij zullen donderen tegen de zonde, bulderen tegen de wereld, duivel en zijn trawanten verslaan, en allen tot wie zij vanwege de Allerhoogste gezonden worden met het tweesnijdend zwaard van Gods woord doorsteken, ten leven of ten dood.</p>
<p>58. Zij zullen ware apostelen van de laatste tijden zijn, en de Heer der heerscharen zal hun de gave van het woord geven, met de kracht om wonderen te verrichten en een eervolle buit op zijn vijanden te behalen. Zij zullen zich  zonder g0ud of zilver, ja, meer nog, zonder zorg, te midden van de andere priesters en geestelijken (inter medios cleros; Ps. LXVII.14) te ruste leggen; en toch de zilveren vleugelen van de duif bezitten, om zonder ander oogmerk dan Gods glorie en het heil van de zielen, zich dáárheen te begeven waar de H.Geest hen roept; en waar zij gepredikt hebben, zullen zij niets achterlaten dan het goud van de liefde, die de vervulling is van de gehele wet.</p>
<p>Wij weten, ten slotte, dat zij ware leerlingen van Jezus Christus zullen zijn, in de voetstappen tredend van zijn armoede, nederigheid, wereldverachting en liefde, en de weg Gods prediken naar de zuivere waarheid, volgens het heilig Evangelie, en niet volgens de grondstellingen van de wereld, zonder zich om iemand te bekommeren, zonder onderscheid des persoons en zonder enige sterveling, hoe machtig ook, te ontzien, aan te horen of te vrezen. Zij zullen het tweesnijdend zwaard van Gods woord in de mond houden ; het bebloede Kruis op hun schouders dragen, het Kruisbeeld in de rechter- en de Rozenkrans in de linkerhand, de heilige namen van Jezus en Maria op het hart en de zedigheid en versterving van Jezus Christus in geheel hun gedrag. Ziedaar grote mannen die zullen opstaan, maar die Maria op bevel van de Allerhoogste zal vormen, om zijn rijk over dat van de goddelozen, afgodendienaars en Mahomedanen uit te breiden. Doch, wanneer en hoe zal dit geschieden?&#8230;. God alleen weet het: ons past het te zwijgen, te bidden, te verzuchten en te verwachten: (Exspectans exspectavi; Ps. XXXIX.1.)</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/greeth.wordpress.com/484/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/greeth.wordpress.com/484/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/greeth.wordpress.com/484/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/greeth.wordpress.com/484/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/greeth.wordpress.com/484/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/greeth.wordpress.com/484/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/greeth.wordpress.com/484/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/greeth.wordpress.com/484/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/greeth.wordpress.com/484/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/greeth.wordpress.com/484/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/greeth.wordpress.com/484/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/greeth.wordpress.com/484/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/greeth.wordpress.com/484/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/greeth.wordpress.com/484/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=484&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://greeth.wordpress.com/2011/02/20/in-de-laatste-tijden-de-noodzaak-tot-de-liefde-aan-de-h-maria/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://1.gravatar.com/avatar/d2e0130c3aae324e6a0d4416eff0dbf7?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">greeth</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>DE LAATSTE JAREN VAN SINT JOZEF EN ZIJN STERVEN; is waar gebeurd verhaal!</title>
		<link>http://greeth.wordpress.com/2010/12/29/de-laatste-jaren-van-sint-jozef-en-zijn-sterven-is-waar-gebeurd-verhaal/</link>
		<comments>http://greeth.wordpress.com/2010/12/29/de-laatste-jaren-van-sint-jozef-en-zijn-sterven-is-waar-gebeurd-verhaal/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 29 Dec 2010 19:47:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator>greeth</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://greeth.wordpress.com/?p=461</guid>
		<description><![CDATA[Uit het boek &#8220;De mystieke stad Gods&#8221;; visioenen aan Maria van Agreda, abt. Deel V. €12,&#8211; Informatie e-mail L.Buyens@tiscali.nl 153. Een veel voorkomende fout, welke allen maken, die tot het Licht en de belijdenis van het heilig geloof in de school van Christus, onze Heer, geroepen zijn, is, dat wij Hem teveel als onze Verlosser [...]<img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=461&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Uit het boek &#8220;De mystieke stad Gods&#8221;; visioenen aan Maria van Agreda, abt. Deel V. €12,&#8211; Informatie e-mail <a href="mailto:L.Buyens@tiscali.nl">L.Buyens@tiscali.nl</a></p>
<p>153. Een veel voorkomende fout, welke allen maken, die tot het Licht en de belijdenis van het heilig geloof in de school van Christus, onze Heer, geroepen zijn, is, dat wij Hem teveel als onze Verlosser beschouwen en niet voldoende zien als onze Leraar in ons lijden (Lc 24,26). Wij willen allen de vrucht van de verlossing oogsten en de poorten van de genade en glorie binnengaan, maar wij volgen Hem niet met gelijke élan na op de weg van het kruis, waardoor Hij de eeuwige glorie binnenging en waartoe Hij ons uitnodigt. Ofschoon wij als katholieken niet in dezelfde dwaze dwalingen vervallen als de ketters, -want wij weten en belijden, dat er zonder inspanning en arbeid geen beloning of bekroning kan bestaan en dat het een onvergeeflijke godslastering is zich de verlossing van Christus toe te eigenen om daardoor zonder berouw en zonder maat te kunnen zondigen- komt het toch voor, dat in de praktijk van de werken, welke door het geloof worden opgelegd, enige kinderen van de Kerk slechts weinig verschillen van de kinderen van de duisternis, want zij beschouwen moeilijke en pijnlijke werken als niet noodzakelijk voor hen, die Christus volgen noch voor deelhebbing aan zijn glorie.</p>
<p>154. Laten wij bij onze handelingen deze dwaling verwerpen en laten wij begrijpen, dat het lijden niet uitsluitend bestemd was voor Christus, onze Heer, maar ook voor ons. Latene wij inzien dat, toen Hij zijn lijden onderging en stierf als Verlosser van de wereld Hij ook leed als onze Leraar, ons uitnodigend om Hem, als zijn vrienden, te volgen op de weg van zijn kruis, zo zelfs dat zijn meestt nabije vrienden het grootste deel in het lijden ontvangen en geen de hemel waardig bevonden zal worden zonder de prijs betaald te hebben van persoonlijke inspanning! In navolging van zijn allerheiligste moeder hebben de apostelen, de martelaren, belijders en maagden en allen die tot zijn volgelingen wilden behoren, hun kronen verdiend door lijden en zij die daar het meest op ingesteld waren, hebben overvloedige beloning en hoge glorie verkregen. Men zou kunnen tegenwerpen, dat onze Heer tegelijkertijd God en mens was en dat Hij door zijn uitblinkend voorbeeld slechts bedoelde bewonderd te worden, niet nagevolgd. Maar diit is slechts een onbeschaamd en gedurfd voorwendsel onzerzijds,  want Hij kan deze tegenwerping gemakkelijk ontzenuwen door te wijzen op het voorbeeld van zijn moeder, onze allerzuiverste en onschuldige koningin, op dat van haar gezegende echtgenoot en van zo vele mannen en vrouwen, zwak en vol gebreken zoals wijzelf, die veel minder schuld hadden dan wij, maar Hem toch gevolgd zijn op de weg van het kruis. De Heer leed niet slechts om onze bewondering af te dwingen, maar opdat wij zijn voorbeeld zouden volgen. En zijn God-zijn stond Hem daarbij niet in de weg, want Hij stond toe, dat lijden en verdrukking Hem naar evenredigheid van zijn onschuld en zondeloosheid teisterden.</p>
<p>155. Langs de koninklijke weg van het kruis leidde de Heer de echtgenoot van zijn gezegende moeder, sint Jozef, die Hij boven alle zonen der mensen beminde. Om zijn verdiensten en glorie te verhogen voordat de tijd waarin verdiensten konden worden vergaard tot afsluiting zou gekomen zijn, zond Hij hem in de laatste jaren van zijn leven bepaalde ziekten, koorts,hevige hoofdpijnen en een zeer pijnlijke reumatiek, welke hem zeer aangrepen en verzwakten. Bij het ondergaan van deze kwalen en gebreken voegde zich het lijden van andere oorsprong, lieflijker maar uiterst pijnlijk, namelijk het vuur van zijn vurige liefde, dat zo hevig was dat de vluchten en extases van zijn allerzuiverste ziel de beperkingen door zijn lichaam gesteld bij meerdere gelegenheden zouden doorbroken hebben, indien de Heer, aan Wien hij deze te danken had, men niet gesterkt en getroost had in zijn liefdessmart. De Heer stond hem toe in deze lieflijke extases te verwijlen tot aan zijn dood. Door de natuurlijke zwakte van zijn uitgeteerde lichaam werden zij de bron van onuitsprekelijke verdiensten voor de gelukkige heilige, niet slechts door het lijden, dat daarmee gepaard ging, maar in het bijzonder door de liefde, waaruit deze smarten voortkwamen.</p>
<p>156. Onze grote koningin, zijn echtgenote, was getuige van al deze mysteries en zoals ik reeds vertelde (boek 3 par. 368; boek 4 par. 381,394,404), kende zij de innerlijke werkingen van de ziel van sint Jozef. Zij was vervuld met grote vreugde, nu zij wist een echtgenoot te bezitten, die zo heilig was en zo bemind werd door de Heer. Zij aanschouwde en begreep de oprechtheid en de zuiverheid van zijn ziel; zijn brandende liefde; zijn verheven en hemelse gedachten; zijn geduld en berusting -gelijk aan die van een duif- in zijn smartelijk lijden en hevige pijnen. Zij wist, dat hij zich nimmer beklaagde noch over deze noch over andere beproevingen, noch ooit om hulp vroeg in zijn nood en beproeving, want hij droeg alles met onvergelijkelijke gelijkmoedigheid en zielengrootheid. Wanneer zijn allervoorzichtigste echtgenote al deze heldhaftige deugden van sint Jozef waarnam en overwoog, bezag ze hem met een dusdanige eerbied, dat geen mens in staat is deze te schatten. Zij zwoegde, onder ongelooflijke vreugde, voor zijn onderhoud en gemak. Zijn grootste vertroosting was het, wanneer zij zijn eten met haar eigen maagdelijkek handen bereidde en het hem toediende. Maar aangezien zijzelf haar diensten slechts heel gering achtte, vergeleken bij datgene wat haar echtgenoot eigenlijk nodig had, maakte zij bijwijlen uit liefde voor hem gebruik van haar macht als koningin en meesteresse van heel de schepping en beval zij, dat het voedsel, dat zij hem toediende bijzondere kracht en nieuw leven aan deze heilige en rechtvaardige man Gods zou mededelen.</p>
<p>157. Dit bevel  van de grote vrouwe, aan wie al het geschapene gehoorzaamde, werd opgevolgd; wanneer sint Jozeff de spijzen, welke deze zegenbede versterkt hadden, proefde en hun uitwerkingen speurde, zei hij tot de koningin: &#8220;Mijn vrouwe en echtgenote, welk hemels voedsel verkwikt mij, geeft mij nieuwe kracht, vervult mij met vreugde en mijn ziel en geest met nieuwe verrukkingen?&#8221; De koningin van de hemel bediende hem in knielende houding en ontdeed hem eveneens in die houding van zijn schoeisel, toen hij daartoe niet meer in staat was en veel te lijden had. Soms ondersteunde zij hem met haar armen. De nederige heilige trachtte de kracht op te brengen enige van deze hulpverleningen te voorkomen, maar hij kon ze toch niet alle voorkomen, want zijn echtgenote zag zijn zwakte, begreep zijn lijden en greep steeds op het moment in, waarop hij haar hulp het meeste nodig had. Bij zulke gelegenheden was de hmelse verpleegster steeds zeer snel en kwam zij op tijd om de juiste hulp te verstrekken. Zeer dikwijls troostte de moeder van alle wijsheid en alle deugden hem door haar lieflijke woorden. In de laatste drie jaar van zijn leven namen zijn kwalen zeer toe en verpleegde zij hem dag en nacht, terwijl haar enige andere bezigheid bestond uit de dienst en de verzorging, welke zij aan haar Zoon verschuldigd was. Jezus hielp haar bij tijden, waarin Hij niet met andere noodzakelijke werken bezig was, met de zorg voor haar echtgenoot. Er was nog nooit zoveel zorg aan welke zieke dan ook besteed en erzal ook nooit een andere zieke zijn, die zo goed verpleegd en getroost zou worden als sint Jozef. Het geluk en de waardigheid  van deze man Gods, sint Jozef, was wel zeer groot, want slechts hem kwam het toe haar tot zijn echtgenote te hebben, die de bruid was van de heilige Geest.</p>
<p>158. Maar de hemelse vrouwe stelde zich niet tevreden met deze bewijzen van haar toewijding aan sint Jozef, zij schakelde nog andere middelen in, welke haar ten dienste stonden, om tot verlichting van zijn lijden en zijn vertroosting te geraken. Vele malen vroeg zij de Heer uit haar vurige liefde haar, de pijnen, welke haar echtgenoot teisterden over te zenden en ze hem te ontnemen. Om dit gedaan te krijgen stelde de moeder van alle heiligheid het tegenover de Allerhoogste zo voor, alsof zij de grootste schuld droeg van alle op aarde geboren schepselen, omdat zij Hem nimmer op de juiste wijze geantwoord had op alles wat zij van Hem had ontvangen; zij was de minste, verdiende dus al hun lijden en zij offerde zichzelf op alle pijnen en wijzen van lijden te ondergaan. Zij schilderde de heiligheid van sint Jozef, zijn zuiverheid, onschuld en het welbehagen, dat de Heer schiep in dat hart, gevormd naar dat van zijn Zoon. Zij vroeg vele zegeningen voor hem en dankte Hem voor het scheppen van een man, die zijn gunsten zozeer waard was, zo vol was van rechtvaardigheid en heiligheid. Zij nodigde de heilige engelen uit God dank te Brengen voor sint Jozef en onder het overwegen van de glorie en de wijsheid van de Heer, zoals deze in zijn dienaar Jozef tot uiting kwamen, zong zij nieuwe lofliederen tot lof van de Allerhoogste. Want enerzijds zag zij het lijden en de pijnen van haar geliefde echtgenoot, welke haar medelijden en haar verdriet opwekten, maar anderzijds werdd zij zijn verdienste gewaar en zag zij de vreugde, welke de Heer aan deze man beleefde, alsmede hoe de heilige zijn God verheerlijkte door zijn geduld. De hemelse vrouwe beoefende verschillende deugden, waartoe de gelegenheid aanleiding gaf en van zulk hoog gehalte, dat zij de bewondering van de geesten van de engelen opwekte. Maar nog groter dient de bewondering te zijn van ons, domme mensen, wanneer wij zien hoe dit eenvoudige schepsel zoveel verschillende plichten vervulde en dat zij in haar beslommeringen, aan die van Marta gelijk, toch nimmer het schouwen onderbrak. Hierin volgde zij de geesten van de engelen na, die ons, dienend en helpend, toch nooit de Allerhoogste, al was het maar voor één moment, uit het oog verliezen (Mt 18,10). Maar Maria overtrof hen verre in oplettendheid jegens God, terwijl zij met lichamelijk werk bezig was, waarvoor deze geeten niet gebruikt zouden kunnen worden. Ofschoon zij een kind van Adam was, leefde zij als een hemelse geest, liet het meest verheven deel van haar wezen verwijlen in de verhevene oefeningene van haar goddelijke liefde en stelde haar lichamelijke vermogens geheel ten dienste van de werken van liefde jegens haar echtgenoot.</p>
<p>159. Wanneer de barmhartige koningin de pijnlijkheid en de zwaarte van het lijden van sint Jozef aanschouwde, werd zij bijwijlen tot deernis bewogen. Dan vroeg zij nederig toestemming aan haar allerheiligste Zoon om de natuurlijke oorzaken van dat lijden te mogen gelasten te verdwijnen en zodoende een einde te maken aan het lijden van deze rechtvaardige man Gods. Aangezien al het geschapene haar onmiddellijk gehoorzaamde, werden de pijnen direct minder en kon de heilige man gedurende een bepaalde tijd, soms voor een dag, soms wat langer uitrusten van zijn beproevingen, totdat zijn lasten wederom, in overeenstemming met de besluiten van de Allerhoogste en tot vermeerdering van zijn verdiensten kem kwamen belagen. Soms ook beval zij de engelen, als hun koningin (doch niet in de vorm van een bevel, maar in die van een verzoek), de heilige Jozef te vertroosten en hem te helpen, nu de toestand van zijn lichaam zo ernstig verzwakt was. Dan verschenen de engelen aan sint Jozef onder menselijkke gedaanten, zeer schoon uitgedost en zij begonnen hem te spreken over de Godheid en alle volmaaktheden daarvan. Dan zwollen hun stemmen aan in de schoonste harmonie en zongen zij hemelse muziek, hymen en lofliederen, waardoor zijn afnemende krachten weer ietes hersteld werden en de liefde van zijn ziel opnieuw ontvlamde. Tot vermeerdering van zijn vreugde deelden zij hem mee aan wie hij deze zegeningen en gunsten te danken had en zij spraken hem over de grote heiligheid van zijn maagdelijke echtgenote, haar uitzonderlijke liefde voor hem en de diensten, welke zij hem bewees en zij schilderden de pracht en uitgelezenheid van de grote meesteres van de wereld. Dit alles veroorzaakte een dusdanige uitwerking in de heilige Jozef en verhoogde zozeer zijn verdiensten voor God, dat geen tong dit zou kunnen uitdrukken, noch enig menselijk verstand dit in dit leven zou kunnen omvatten.</p>
<p><strong>Onderrichting, mij door de koningin van de hemel, de allerheiligste Maria, gegeven.</strong></p>
<p><em>162.  Reeds gedurende acht jaar droeg sint Jozef zijn kwalen en pijnen en zijn edele ziel had zich dag aan dag meer gezuiverd in de smeltkroes van lijden en goddelijke liefde. Naarmate de tijd verstreek, namen zijn lichaamskrachten af en naderde hij het niet te vermijden tijdstip, waarop de tol van de dood moet betaald worden door alle kinderen van Adam. De verzorging en attenties van zijn hemelse bruid, onze koningin, namen hand over hand toe; zij stonden hem bij en diende hem met ononderbroken nauwgezetheid. Toen haar, in haar verheven wijsheid, duidelijk werd dat dag en uur voor zijn vertrek van deze aarde vol beslommeringen nabij waren, ging de liefhebbende vrouwe naar haar gezegende Zoon en sprak Hem als volgt toe:</em></p>
<p><em>&#8220;Heer God, Allerhoogste, Zoon van de eeuwige Vader en Redder van de wereld, ik zie door het goddelijke licht, dat het uur, hetwelk Gij voor het heengaan van uw (Ps 116,5) dienaar Jozef hebt vastgesteld, nadert. Ik smeek U en beroep mij op de barmhartigheid, welke Gij immer getoond hebt en op uw grenzeloze goedheid, help hem in dat uur, sta hem bij met uw almachtige kracht. Laat zijn dood even voortreffelijk zijn in uw ogen, als de rechtvaardigheid van zijn leven U aangenaam was, opdat hij moge vertrekken in vrede en in de zekere hoop op de eeuwige beloning, welke hij zal ontvangen op de dag, dat U de poorten van de hemel voor alle rechtvaardigen zult openen. Gedenk, mijn Zoon, de nederigheid en liefde van uw dienaar, wees zijn uitzonderlijke verdiensten en zijn deugden indachtig, denk aan de trouw en de zorgzaamheid waarmee deze rechtvaardige man U en mij, uw nederige dienstmaagd, in het zweet zijns aanschijns onderhouden heeft&#8221;.</em></p>
<p><em>163.</em> Onze verlosser antwoordde:</p>
<p><em>&#8220;Mijn moeder, uw bede klinkt mij aangenaam in de oren en de verdiensten van Jozef zijn aanvaardbaar in mijn ogen. Ik zal hem nu helpen en hem een plaats bereiden onder de prinsen van zijn volk, zo hoog, dat hij de bewondering van de engelen zal afdwingen en hen en alle mensen zal dwingen hem hogelijkst te prijzen (Ps 113,8). Voor geen der uit mensen geborenen zal ik zo zorgen als voor uw bruidegom&#8221;.</em></p>
<p><em>De grote vrouwe dankte haar liefste Zoon voor zijn belofte en gedurende de negen dagen en nachten voor de dood van sint Jozef genoot deze ononderbroken van het gezelschap en de zorgen van Maria of haar goddelijke Zoon. Op bevel van de Heer brachten de heilige engelen drie keer op elk van de negen dagen hemelse muziek ten gehore, waarbij zij hun lofzangen afwisselden met zegeningen voor de zieke. Daarenboven werd hun nederig, maar o zo kostbaar huizeke vervuld met de lieflijkste geuren, die niet slechts sint Jozef opbeurden, maar ook verlevendigend werkten op allen, die in de buurt van hun woning kwamen.</em></p>
<p><em>164. Eén dag voor zijn dood, terwijl hij geheel vervuld was van goddelijke liefde door alle zegeningen, welke hij ondervond, werd hij opgenomen in een extase, welke vierentwintig uur duurde. De Heer zelf bracht de kracht aan, nodig om dit tussenspel te verdragen. In deze extase zag hij duidelijk het goddelijk Wezen en daarin alles wat hij door het geloof had aanvaard: de onbegrijpelijke Drie-eenheid, het mysterie van de menswording en verlossing, de strijdende Kerk met al haar sacramenten en mysteries. De gezegende Drie-eenheid vaardigde hem af als boodschapper van de Heiland naar de patriarchen en profeten in het voorgeborchte en beval hem hen gereed te maken voor hun opstijging uit de schoot van Abraham naar de eeuwige rust en het eeuwige geluk. Dit alles zag de allerheiligste Maria weerkaatst in de ziel van haar goddelijke Zoon, tezamen met alle andere geheimenissen, zoals deze aan haar beminde echtgenoot werden bekendgemaakt. Zij dankte op de meest oprechte wijze haar Heer hiervoor.</em></p>
<p><em>165. Toen sint Jozef uit deze extase kwam, straalde zijn gelaat met grote pracht en zijn ziel was geheel herschapen door het visioen van het goddelijk Wezen. Hij vroeg zijn gezegende echtgenote hem haar zegen te geven, maar zij vroeg aan haar goddelijke Zoon dit in haar plaats te doen, wat Hij dadelijk deed. Toen viel de grote koningin van de nederigheid voor hem op haar knieën en vroeg sint Jozef haar te zegenen als haar echtgenoot en hoofd van het gezin. Niet dan door goddelijke aandrang daartoe bewogen vervulde de man Gods deze bede tot vertroosting van zijn allervoorzichtigste echtgenote. Zij kuste de hand, waarmee hij haar gezegend had en vroeg hem de rechtvaardigen in het voorgeborchte te groeten uit haar naam. De allernederigste Jozef sloot zijn leven af met een daad van zelfvernedering; hij vroeg vergiffenis aan zijn hemelse echtgenote voor alle tekortkomingen begaan in haar dienst en smeekte haar hem bij te staan in het uur van zijn dood. De heilige man dankte op de meest nederige wijze haar Zoon voor alle zegeningen in zijn leven ontvangen, in het bijzonder voor de hulp, welke hij genoten had tijdens zijn ziekte. De laatste woorden van sint Jozef tot zijn echtgenote waren: &#8220;Gezegend zijt gij onder alle vrouwen en uitverkoren boven alle schepselen. Mogen  engelen en mensen u prijzen; mogen alle geslachten u kennen en uw waardigheid prijzen en verheffen en mogen in u de naam van de Allerhoogste gekend, aanbeden en verheven worden tot in de eeuwen der eeuwen; moge Hij eeuwig geprezen worden voor het scheppen van u, zo welgevallig in zijn ogen en in de ogen van de engelen. Ik hoop u terug te zien in het hemelse vaderland&#8221;.</em></p>
<p><em>166. Toen wendde deze man Gods zich tot Christuss, onze Heer en hij wenste voor Hem neer te knielen. Maar de allerzoetste Jezus kwam naderbij, nam hem in zijn armen, waar sint  Jozef zijn hoofd op neer vlijde en sprak:</em></p>
<p><em>&#8220;Mijn hoogste Heer en God, Zoon van de eeuwige Vader, Schepper en Verlosser van de wereld, zegen uw dienaar, het werk uwer handen; vergeef, o allerbarmhartigste Koning, de fouten die ik  in uw dienst en in de omgang met U heb begaan. Ik verhef en verheerlijk U en dank U eeuwig en uit de grond van mijn hart, voor mijn uitverkiezing in uw onuitsprekelijke neerbuigendheid tot echtgenoot van uw ware moeder; moge uw grootheid en glorie mijn dankbetuiging tot in alle eeuwigheid uitmaken&#8221;.</em></p>
<p><em>De verlosser van de wereld gaf hem zijn zegen zeggende:</em></p>
<p>&#8220;Mijn vader, rust in vrede en in de genade van mijn eeuwige Vader en de Mijne. Ga naar de profeten en heiligen, die u verwachten in het voorgeborchte en breng hen het vreugdevolle nieuws van de nadering van hun verlossing&#8221;.</p>
<p><em>Op deze woorden van Jezus, nog steeds rustend in diens armen, gaf de allergelukkigste Jozef de geest en de Heer zelf sloot hem de ogen. Op hetzelfde moment zette de menigte van engelen, die hun Koning en koningin omgaf, lofgezangen in, met luide en welklinkende stemmen. Op bevel van de Heer brachten zij zijn allerheiligste ziel naar de plaats, waar de patriarchen en profeten bijeen waren. Daar werd hij onmiddellijk herkend door allen, gekleed als hij was in de grote pracht zijner onvergelijkelijke genaden, als de voedstervader en de intieme vriend van de Verlosser, de hoogste eerbied waardig. Juist zoals het mandaat en de wil van de Heer gewild hadden, bracht zijn komst onuitsprekelijke vreugde onder de ontelbare heiligen, door de aankondiging van hun naderende bevrijding.</em></p>
<p>167. Het is noodzakelijk, dat de lange ziekte en het langdurige lijden voorafgaande aan de dood van sint Jozef niet de enige reden was voor zijn heengaan, want zelfs met al zijn kwalen zou hij langer hebben kunnen leven, indien hij daar niet het vuur van zijn intense liefde aan had toegevoegd. Opdat zijn dood meer de triomf van zijn liefde dan de uitwerking van de erfzonde zou zijn, stelde de Heer de bijzondere en wonderdadige hulp, waardoor zijn natuurlijke krachten in staat waren weerstand te bieden aan de hevigheid van zijn liefde gedurende zijn leven, tijdelijk buiten werking. Zodra deze goddelijke hulp werd opgeheven, moest de natuur  het wel afleggen tegen zijn liefde, werden de banden en kettingen, waarmee zijn heilige ziel in haar stervelijk lichaam werd vastgehouden onmiddellijk gestaakt en vond de scheiding van ziel en lichaam, waaruit de dood bestaat, plaats. Liefde werd zodoende de wezenlijke reden van de dood van sint Jozef, zoals ik reeds hierboven zei. Dit was dan ook de grootste en glorierijkste zijner kwalen (par. 155), want daarin is de dood slechts een inslaping van het lichaam en het begin van het werkelijke leven.</p>
<p>168. Nadat haar echtgenoot gestorven was, maakte de grote vrouwe zijn lichaam gereed voor de begrafenis in overeenstemming met de Joodse gebruiken. Geen andere handen dan de hare en die van de heilige engelen, die haar in lichamelijke vorm bijstonden, raakten hem aan. Opdat aan de allergrootste zedigheid voldaan zou worden door de moedermaagd, kleedde God het lichaam van sint Jozef in een wonderbaarlijk Licht, dat alles behalve zijn gezicht verborg en zo zag zijn allerzuiverste bruid, ofschoon zij hem kleedde voor de begrafenis, slechts zijn gelaat. Heerlijke geuren omgaven zijn lichaam en het bleef zo schoon en zo levensecht, dat de buren het graag kwamen aanschouwen en vol bewondering waren. Vergezeld van de Verlosser van de wereld, zijn allergezegendste moeder en een grote schare engelen en begeleid door hun vrienden en vele anderen, werd het heilig lichaam van de glorierijke sint Jozef naar de algemene begraafplaats gedragen. Maar bij al deze zaken en onder al deze omstandigheden behield de allervoorzichtigste vrouwe haar kalmte en ernst en haar gelaat vertoonde geen onvrouwelijke of ongeregelde opwinding, noch deed haar smart haar iets vergeten wat behoorde tot de diensten aan haar overleden echtgenoot of tot de dienst van haar goddelijke Zoon. In elk van haar bewegingen was het koninklijk en grootmoedig gedrag van de koningin van het menselijk geslacht te onderkennen. Zij herhaalde haar dankbare erkenning van de grote gunsten aan haar echtgenoot bewezen door de Zoon van God en aan zijn voeten neergeknield sprak zij Hem met hernieuwde deemoed als volgt toe:  <em>&#8220;Heer en Meester van mijn gehele wezen, mijn ware Zoon, de heiligheid van mijn echtgenoot Jozef heeft U wellicht zo lang in mijn gezelschap doen verblijven, maar ofschoon ik daartoe onwaardig ben, smeek ik U, indachtig aan uw goedheid, mij nu niet te verlaten; neem mij wederom aan als uw dienstmaagd en aanschouw de nederige verlangens en wensen van mijn hart&#8221;.</em></p>
<p>De redder van de wereld nam dit nieuwe aanbod van zijn allerheiligste moeder aan en Hij beloofde haar niet weg te gaan tot het tijdstip, waarop de gehoorzaamheid aan zijn eeuwige Vader Hem zou verplichten zijn openbaar leven van prediking te gaan beginnen.</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/greeth.wordpress.com/461/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/greeth.wordpress.com/461/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/greeth.wordpress.com/461/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/greeth.wordpress.com/461/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/greeth.wordpress.com/461/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/greeth.wordpress.com/461/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/greeth.wordpress.com/461/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/greeth.wordpress.com/461/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/greeth.wordpress.com/461/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/greeth.wordpress.com/461/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/greeth.wordpress.com/461/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/greeth.wordpress.com/461/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/greeth.wordpress.com/461/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/greeth.wordpress.com/461/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=461&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://greeth.wordpress.com/2010/12/29/de-laatste-jaren-van-sint-jozef-en-zijn-sterven-is-waar-gebeurd-verhaal/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://1.gravatar.com/avatar/d2e0130c3aae324e6a0d4416eff0dbf7?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">greeth</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>DE VOORBEREIDING OP DE ONTVANGENIS VAN HET MENSGEWORDEN WOORD!; is waar gebeurd verhaal.</title>
		<link>http://greeth.wordpress.com/2010/12/24/de-voorbereiding-op-de-ontvangenis-van-het-mensgeworden-woord-is-waar-gebeurd-verhaal/</link>
		<comments>http://greeth.wordpress.com/2010/12/24/de-voorbereiding-op-de-ontvangenis-van-het-mensgeworden-woord-is-waar-gebeurd-verhaal/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 24 Dec 2010 15:40:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>greeth</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://greeth.wordpress.com/?p=441</guid>
		<description><![CDATA[Deel  III van   &#8221;De Mystieke stad Gods&#8221;; opgetekend door moeder abdis, Maria van Agreda o.i.c. in totaal zijn er 8 delen te verkrijgen: per deel € 12,&#8211; te bestellen bij Pastoor Luc J.G.Buyens Kerkstraat 1 5541EM Reusel tel. 0497-641360 e-mail L.Buyens@tiscali.nl De allerhoogste vangt aan met het treffen van voorbereidingen in de allerheiligste Maria voor het mysterie van [...]<img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=441&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Deel  III van   &#8221;De Mystieke stad Gods&#8221;; opgetekend door moeder abdis, Maria van Agreda o.i.c.</p>
<p>in totaal zijn er 8 delen te verkrijgen: per deel € 12,&#8211; te bestellen bij Pastoor Luc J.G.Buyens Kerkstraat 1 5541EM Reusel tel. 0497-641360 e-mail <a href="mailto:L.Buyens@tiscali.nl">L.Buyens@tiscali.nl</a></p>
<p><strong>De allerhoogste vangt aan met het treffen van voorbereidingen in de allerheiligste Maria voor het mysterie van de menswording; de gebeurtenissen in de negen dagen, welke dit mysterie voorafgaan, in het bijzonder wat er op de eerste van deze negen dagen geschiedde.</strong></p>
<p>1. De allerhoogste had onze koningin en meesteres de plichten van echtgenote van sint Jozef opgelegd, opdat haar feilloos leven voor allen een voorbeeld zou zijn van de grootste heiligheid. In deze positie had zij meer gelegenheid tot omgang met haar buren. Zij was voor hen een niet te evenaren voorbeeld en voor de engelen een voorwerp tot bewonderenswaardige wedijver, want de hemelse meesteres was in haar nieuwe staat vervuld van verheven gedachten en gevoelens bij de vervulling van haar plichten en zij regelde alle activiteiten in haar leven met grote wijsheid. Slechts weinigen kenden haar en van deze hadden slechts enkelen haar gesproken: maar deze gelukkigen werden zo vervuld van de hemelse invloed van Maria, dat zij in ongewone vlucht van hun geest en onder grote vreugde probeerden het Licht, dat hun harten deed oplichten en in Maria zijn oorsprong had, uit te dragen. De allervoorzichtigste koningin was niet onbekend met dit optreden van de Allerhoogste, maar de tijd was nog niet gekomen, noch zou haar diepe nederigheid erin toegestemd hebben dit aan de wereld bekend te maken. Zij smeekte de Heer bij voortduring zijn handelingen te verbergen voor de mensen, alle gunsten van zijn rechterhand slechts te doen strekken tot zijn meerdere eer en haar toe te staan genegeerd en veracht te worden door alle stervelingen, in zover zijn oneindige goedheid daardoor niet beledigd zou worden.</p>
<p>2. Deze gebeden werden door haar goddelijke Bruidegom in grote welwillendheid aanvaard en zijn voorzienigheid regelde alles zodanig, dat hetzelfde Licht, dat de mensen inspireerde haar majesteit uit te schreeuwen, hen deed verstommen. Bewogen door goddelijke kracht zagen zij ervan af hun gedachten te openbaren, maar inwendig prezen zij de Heer voor dat licht, dat zij in hun binnenste waarnamen. Vervuld van verbazing, schortten zij hun oordeel op en zich afwendend van de schepselen, zochten zij de Schepper. Velen bekeerden zich als zij haar zagen; anderen verbeterden hun leven; allen werden op de één of andere manier getroffen als zij haar zagen en ondervonden hemelse invloeden in hun zielen. Maar zij vergaten ogenblikkelijk de bron van deze invloed, want indien zij in haar nabijheid gebleven waren, of de herinnering aan haar aanblik zouden bewaard hebben en God dit niet op wonderlijke wijze voorkomen had, zou niets in staat zijn geweest de aandacht van haar af te buigen en allen zouden haar zonder aarzeling gezocht hebben.</p>
<p>3. Met deze vruchtbare bezigheden, welke de gaven en genaden, waaruit dit vele goede voortkwam, vermeerderden, hield onze koningin, de echtgenote van Jozef zich onledig gedurende de zes maanden en zeventien dagen, welke verliepen tussen haar huwelijk en de menswording van het Woord. Ik ben  niet in staat ook maar even al haar grote heldhaftige daden van uitwendige en innerlijke deugden aan te raken, noch kan ik al haar liefdesdaden, uitingen van nederigheid en godsvrucht en al haar liefdadige activiteiten, aalmoezen en weldaden opsommen; dit kan geen pen beschrijven. Het is wellicht het beste, indien ik dit alles bij elkaar beschouw en zeg; dat de Allerhoogste in de allerheiligste Maria de vervulling vond van heel zijn welbehagen en van al zijn wensen, zover als dit mogelijk is aan een schepsel om zijn Schepper te behagen. Door haar heiligheid en verdiensten voelde God zichzelf als het ware verplicht en (overeenkomstig onze manier van spreken) gedwongen om zijn stappen te verhaasten en de armen van zijn Almacht uit te steken om het grootste wonder, dat in deze wereld en in het hiernamaals denkbaar is tot stand te brengen, namelijk de menswording van de Enig-geborene van de Vader in de maagdelijke schoot van onze vrouwe.</p>
<p>4. Geheel overeenkomstig de Hem passende waardigheid bereidde God de allerheiligste Maria op unieke wijze voor, gedurende de negen dagen, welke onmiddellijk aan dit wonder vooraf gingen en Hij liet de rivier van zijn Godheid onstuimig stromen (Ps 46,5) om deze Stad Gods onder te dompelen in haar wateren. Hij deelde zulke grote genaden, gaven en gunsten mee, dat ik bij het aanschouwen van wat mij werd bekendgemaakt over dit wonder als met stomheid geslagen werd en mijn armzaligheid vervuld werd met vrees, alleen reeds door het uitspreken van wat ik daarvan begreep. Want noch tong, noch pen en geen van de vermogens van een schepsel zijn in staat om zulke onbegrijpelijke geheimenissen te openbaren. Daarom wens ik hier te verklaren, dat alles wat ik ga zeggen slechts een onbetekenende afschaduwing is van het kleinste deel van deze wonderen en onuitsprekelijke mirakelen, welke slechts door de goddelijke macht, die ik niet bezit, kunnen omvat worden en zeker niet door onze woorden, welke aan grenzen gebonden zijn.</p>
<p>5. Op de eerste dag van deze gezegende novene verliet de hemelse prinses Maria, na een korte rust, haar sponde (Ps 119,62), wierp zich in de aanwezigheid van de Allerhoogste ter aarde en begon, geheel overeenkomstig het voorbeeld van haar voorvader David  in navolging van de dagorde, welke de Heer haar gegeven had, met de gebeden, welke zij gewend was te bidden en haar heilige oefeningen. De engelen, die haar dienden, spraken tot haar: &#8220;Bruid van onze Koning en Heer, sta op, want zijne Majesteit roept u&#8221;. Zij verhief zich ten prooi aan een vurige liefde en antwoordde: &#8220;De Heer beveelt het stofje zich uit het stof te verheffen&#8221;. En zich naar het aangezicht van de Heer, die haar geroepen had, wendend, voegde zij daaraan toe:</p>
<p>&#8220;<em>Allerhoogste en machtigste Meester, wat wilt Gij met mij doen?&#8221;</em></p>
<p>Bij deze woorden werd haar allerheiligste ziel in de geest tot een nieuwe en hogere woonstede verheven, dichter bij diezelfde Heer en verder verwijderd van alle aardse en voorbijgaande zaken.</p>
<p>6. Zij voelde dadelijk aan, dat zij door dit soort verlichtingen en zuiveringen, welke zij bij andere gelegenheden ondergaan had, op enige van de meest verheven visioenen van de Godheid werd voorbereid. Ik zal daar niet bij blijven stilstaan, aangezien ik deze reeds beschreven heb in het vorige boek (par. 623-629-632). De Godheid openbaarde zich niet door een intuïtief visioen, maar door een abstract visioen, echter zo duidelijk, dat zij hierdoor meer van dit onbegrijpelijke Wezen begreep, dan de zaligen door intuïtie aanschouwen. Want dit visioen was meer verheven en dieper dan de andere visioenen van dit soort; want aangezien deze hemelse vrouwe zich elke dag meer daartoe geschikt maakte, door het volmaakte gebruik van de genaden, stelde zij zichzelf voor steeds grotere genadegaven open. Daarenboven maakten de herhaalde verlichtingen en visioenen van de Godheid het haar mogelijk steeds beter te beantwoorden aan datgene, wat de oneindige handelingen van de Godheid van haar vroegen.</p>
<p>7. In dit visioen werden onze prinses Maria allerhoogste geheimen van de Godheid meegedeeld: over haar volmaaktheden en in het bijzonder over Gods mededelingen van Zichzelf  &#8220;ad extra&#8221; in het werk van de schepping. Zij zag, dat deze voortkwam uit de goedheid en vrijgevigheid van God, dat de schepselen niet noodzakelijk waren tot aanvulling van zijn goddelijk Wezen, noch voor zijn oneindige glorie, want zonder hen was Hij reeds glorierijk in alle oneindige eeuwigheden voor de schepping van de wereld. Vele mysteries en geheimen werden aan onze koningin geopenbaard, die noch verteld kunnen worden, noch bekend mogen worden aan álle schepselen, want zij alleen was de enige ene (Hl 6,8,7,6), de uitverkorene, door de hoogste Koning en Heer van de schepping voor deze verrukkingen uitgekozen. Maar toen hare hoogheid in dit visioen deze impuls en drang van de Godheid waarnam om zichzelf &#8220;ad extra&#8221; mee te delen met een kracht groter dan de kracht waarmee alle elementen naar hun middelpunt worden getrokken en zij in de sfeer van deze goddelijke liefde betrokken werd, smeekte zij de eeuwige Vader met brandend hart, dat Hij zijn Enig-geborene in de wereld zou zenden om redding te brengen aan alle mensen, zodat Hij op deze wijze (menselijk gesproken) de aandrang van zijn Godheid en haar volmaaktheden kon bevredigen en in praktijk brengen.</p>
<p>8. Deze beden van zijn bruid klonken de Heer lieflijk in de oren, zij waren de scharlaken koorden, waarmee zij zijn liefde vasthield en veilig stelde. En teneinde zijn wensen te volvoeren, stelde Hij alles in het werk om het tabernakel of de Tempel, waarmee Hij zou neerdalen vanuit het hart van de eeuwige Vader, gereed te maken. Hij besloot zijn geliefde en uitverkoren moeder uit te rusten met een helder begrip van al zijn werken &#8220;ad extra&#8221;, precies zoals zijn almacht deze gewrocht had. Daarom openbaarde Hij haar op de eerste dag en in ditzelfde visioen, alles wat Hij geschapen had op de eerste dag van de schepping van de wereld, zoals dit in Genesis is opgetekend en zij nam dit alles met grotere helderheid en begrip waar, dan indien zij een ooggetuige geweest was, want zij kende alle werken eerst zoals ze zijn in God en daarna zoals ze in zich waren.</p>
<p>9. Zij zag en begreep, hoe de Heer in het begin (Gn 1,1-5) hemel en aarde schiep; in hoever en op welke wijze deze ledig was en hoe de duisternis over de gaping van de afgrond hing; hoe de geest over de wateren zweefde en hoe het op goddelijk bevel licht werd en wat de natuur daarvan was; hoe nadat de duisternis verdeeld was, de twee delen: de nacht en lichtende dag genoemd werden en hoe zodoende de eerste dag geschapen werd. Zij kende de grootte van de aarde, haar lengte en breedte en diepte, haar holen, hel, voorgeborchte en vagevuur met hun bewoners; de landen, klimaten, meridianen en verdelingen van de wereld en al haar schepselen. Met dezelfde duidelijkheid kende zij de hemelbollen van lagere orde en de hoogste hemel; zij zag hoe de engelen geschapen werden op de eerste dag; zij werd ingelicht over hun natuur, omstandigheden, verscheidenheid, hiërarchieën, ambten, graden en deugden. De opstand van de slechte engelen werd haar geopenbaard, hun val, de aanleiding en oorzaak van deze val, ofschoon de Heer steeds voor haar verborg wat haarzelf betrof. Zij begreep de straf en de gevolgen van de zonde in de duivelen, omdat zij ze zag zoals ze in zichzelf waren en op het einde van deze eerste dag toonde de Heer haar, hoe ook zij gevormd was uit dit armzalige aardse materiaal en dat haar natuur dezelfde was als van alle anderen, die naar stof moeten wederkeren; Hij zei echter niet, dat ook zij daarin moest wederkeren, maar Hij gaf haar zulk een diep inzicht in het aardse bestaan, dat de grote koningin zichzelf tot in de afgrond van de nietigheid vernederde. Zij, die zonder smet was, vernederde zich meer dan alle kinderen van Adam met al hun ellende.</p>
<p>10. Dit gehele visioen en de uitwerking daarvan werden door de Allerhoogste op dusdanige wijze geregeld, dat er in het hart van Maria de diepe bouwputten kwamen open te liggen, welke noodzakelijk waren om de fundamenten te kunnen bevatten van het gebouw, dat Hij in haar wilde vestigen: namelijk een zo hoog gebouw, dat het kon reiken tot de wezenlijke en hypostatische vereniging van de menselijke en de goddelijke natuur! En aangezien de waardigheid van moeder van God grenzeloos was en tot op zekere hoogte oneindig, was het passend, dat zij geaard zou worden in een overeenkomstige nederigheid, eveneens grenzeloos, doch nog binnen de grenzen van de rede. Deze gezegende onder de vrouwen bereikte de top der deugd door zich dusdanig te verdeemoedigen, dat de allerheiligste Drie-eenheid als het ware volledig betaald en geheel voldaan was en (in onze wijze van begrip) gedwongen werd haar tot de hoogst mogelijke positie en waardigheid onder de schepselen te verheffen en haar zo dicht mogelijk bij de Godheid zelf te plaatsen. In hoogste welwillenheid sprak zijne Majesteit tot haar:</p>
<p><em>11. Mijn bruid en duif, groot is mijn verlangen om de mensheid van de zonde te verlossen en mijn onmetelijke welwillendheid wordt als het ware in bedwang gehouden gedurende de wachttijd tot het moment gekomen is, dat Ik zal neerdalen om de wereld te herstellen: vraag Mij onophoudelijk gedurende deze dagen, met grote genegenheid, de vervulling van dit verlangen. Laat uw smeekbeden en aandrang niet ophouden, terwijl gij hier in mijn aanwezigheid ter neder ligt, maar blijf Mij vragen, dat de Enig-geborene van de Vader werkelijk moge afdalen om Zichzelf met de menselijke natuur te verbinden&#8221;.</em></p>
<p>Hierop antwoordde de hemelse prinses:</p>
<p>&#8220;<em>Heer en eeuwige God, aan wie alle macht en wijsheid is, wiens wensen niemand kan weerstaan (Est 13,9), wie zou uw almacht kunnen tegenwerken?  Wie kan de onstuimige stroom van uw Godheid tegenhouden, zodat uw welbehagen deze weldaad aan het gehele menselijke ras te schenken, niet bevredigd zou worden? Indien ik misschien, o mijn geliefde, een hinderpaal zou zijn voor deze onmetelijke weldaad, laat mij dan vernietigd worden, voordat ik uw welbehagen zou weerstreven; deze weldaad kan niet afdwingen van de verdienste van enig schepsel; wacht daarom niet langer mijn Heer en Meester, want wellicht zullen wij deze weldaad later nog minder verdienen. De zonden van de mensen nemen toe en de beledigingen U aangedaan vermenigvuldigen zich; hoe zullen wij ooit deze weldaad kunnen verdienen, die wij dagelijks minder waardig worden? In Uzelf, mijn Heer, berust de laatste reden en het motief voor onze redding; uw oneindige rijkdommen, uw ontelbare barmhartigheden sporen U daartoe aan, het zuchten van uw profeten en van de vaders van uw volk vragen het U, de heiligen vervolgen U met hun smekingen, de zondaren zien naar U uit en allen roepen om U en indien ik, onbetekenend wormpje, door mijn ondankbaarheid uw barmhartige neerbuigendheid niet onwaardig ben, dan smeek ik U vanuit de diepte van mijn hart, verhaast uw komst en versnel uw verlossing tot uw grotere glorie&#8221;.</em></p>
<p>12. Toen de hemelse prinses dit gebed beëindigd had, keerde zij terug tot haar gewone en meer normale staat, maar zij was vol zorg om de opdracht van de Heer te vervullen, zij bleef die gehele verdere dag smeken om de menswording en herhaalde in de diepste nederigheid de oefening van het kruisgebed, uitgestrekt op de grond. Want de heilige Geest, die haar leidde, had haar deze houding, waarin zij de heilige Drie-eenheid zozeer tot welbehagen was, geleerd. God zag in het lichaam van de toekomstige moeder van het Woord een voorafspiegeling van de gekruisigde persoon van Christus en aanvaardde daarom deze ochtendofferande van de allerzuiverste maagd als een afspiegeling van het offer van zijn allerheiligste Zoon.</p>
<p><strong>Onderrichting mij door de koningin van de hemel gegeven:</strong></p>
<p><em>13. &#8220;Mijn dochter, de stervelingen kunnen de onuitsprekelijke handelingen van de arm van de Almachtige bij mijn voorbereiding voor de menswording van het eeuwige Woord niet begrijpen. Mijn geest was, zeer in het bijzonder gedurende de negen dagen, welke dit verheven sacrament voorafgingen, opgeheven en verbonden met het onveranderlijke wezen van de Godheid. Ik werd ondergedompeld in de oceaan van zijn oneindige volmaaktheden en had deel aan al hun verheven en goddelijke werkingen, waarvan de menselijke harten zich geen idee kunnen vormen. De kennis van de schepselen, welke mij werd meegedeeld, drong door tot hun feitelijke wezen, dieper en doordringender dan de wijze, waarop dit de geesten van de engelen gegeven is, ofschoon hun kennis van de schepping door het zalig schouwen volkomen bewonderenswaardig is. Daarenboven werden al deze beelden in mijn geest vastgelegd, te mijner beschikking, zoals ik dit zou wensen.</em></p>
<p><em>14. Wat ik vandaag van u verlang is, dat gij er goed acht op slaat, hoe ik deze kennis aanwendde en dat gij mij daarin overeenkomstig uw krachten en met de hulp van het ingestorte licht, dat u voor dit doel gegeven is, navolgt. Maak van de kennis van de schepselen gebruik als een ladder om op te stijgen naar God, uw Schepper; opdat gij in hen allen hun eerste begin en hun laatste doel zult kunnen vinden. Laat hen als spiegel dienen, waarin de Godheid wordt weerkaatst, laat dit u herinneren aan zijn almacht en u ontvlammen tot die liefde, welke Hij in u zoekt. Wees vervuld met bewondering en lof voor de grootheid en pracht van de Schepper en verneder uzelf in zijn aanwezigheid tot in het stof. Ontvlucht de moeilijkheden en het lijden, welke u nederig en deemoedig kunnen maken, niet. Sla er acht op, mijn liefste, dat deze deugd van nederigheid het hechte fundament was van alle wonderen, welke de Allerhoogste in mij gewrocht heeft. En om deze deugd op juiste waarde te schatten is het noodzakelijk, dat gij u herinnert, dat dit de kostbaarste is van alle deugden, maar ook de teerste en de meest vergankelijke want indien gij deze deugd in één bepaald opzicht verliest en niet nederig bent in alle dingen, zonder uitzondering, dan zult gij in niets nederig kunnen zijn. Denk aan uw aardse en aan bederf onderhevige natuur en blijf het feit indachtig, dat de Allerhoogste in zijn voorzienigheid juist op deze wijze de mensen gemaakt heeft om hen door eigen bestaan en vorming deze belangrijke les in de nederigheid steeds voor ogen te doen houden en nooit zonder dit heilbrengend leerstuk te laten zijn. Juist daarom heeft Hij de mens niet van uitgelezen materiaal gemaakt en het edelste deel van zijn Wezen verborgen in het heiligdom van zijn binnenste (Ex 30,24), w waardoor het hem mogelijk is een vergelijk te maken tussen het oneindige en eeuwige wezen  Gods en zijn eigen verachtelijk materieel bestaan. Zodoende is hij in staat om God te geven wat Hem toekomt en aan hemzelf wat hem toekomt. (Mt 22,21)</em></p>
<p><em>15. Ik heb immer grote zorg besteed aan de gevolgen van deze regeling, waardoor ik een voorbeeld en een gids in deze zaak voor alle stervelingen geworden ben. Ik wens dat gij dit ter mijner navolging eveneens doen zult en dat gij volijverig probeert die nederigheid welke Gods welbehagen en het mijne is tot uw eigen vooruitgang te verkrijgen. Ik wens, dat uw volmaaktheid opgebouwd wordt vanuit de diepe bouwput van uw zelfkennis; zodat, naarmate het fundament dieper wordt gelegd, het gebouw uwer deugd in hogere en meer verheven volmaaktheid moge oprijzen. Dan zal uw wil een innige gelijkheid met Gods wil gaan vertonen, want Hij ziet vanaf de pracht van zijn troon neer op de nederigen van deze aarde&#8221;.</em></p>
<p><strong>De Heer gaat op de tweede dag door met het schenken van zijn gunsten als voorbereiding op de menswording van het Woord in de allerheiligste Maria.</strong></p>
<p>16. In het eerste deel van deze geschiedenis (boek 1 par. 219) deelde ik mee, dat het allerzuiverste lichaam van Maria ontvangen en allervolmaaktst gevormd werd binnen een periode van zeven dagen. De Allerhoogste wenste dit wonder te volbrengen om deze allerheiligste ziel niet zo lang te laten wachten als de zielen van gewone stervelingen. Hij wenste haar te scheppen en met zijn geest te bezielen voor de gebruikelijke tijd (zoals dit inderdaad geschiedde), opdat deze aanvang van het herstel van de wereld enige overeenkomst zou hebben met het begin van haar schepping. Deze overeenkomst trad wederom op bij de komst van de Verlosser, opdat God, na de vorming van de nieuwe Adam, Christus, zou kunnen uitrusten na de aanwending van alle krachten van zijn almacht voor het grootste van zijn werken en opdat Hij de schoonste sabbat van al zijn verrukkingen zou kunnen genieten. En aangezien deze wonderen de tussenkomst van de moeder van het goddelijk Woord, -die Hem een zichtbare vorm zou geven en de twee tegenpolen man en God zou moeten verbinden- noodzakelijk maakten, was het passend, dat zij in een bepaalde relatie tot beiden zou staan. Haar waardigheid was slechts ondergeschikt aan die van God en verheven  boven alles, wat niet God was; tot deze waardigheid behoorden zowel een evenredige kennis en begrip van het hoogste wezen van de Godheid als van alle daaraan ondergeschikte schepselen.</p>
<p>17. Geheel volgens zijn plan ging de Heer gedurende negen dagen door met het schenken van gunsten om de allerheiligste Maria geschikt te maken voor de menswording, zoals ik begon te verklaren. Op de tweede dag, op hetzelfde middernachtelijk uur, werd de maagd Maria op dezelfde wijze, als ik in het voorgaande hoofdstuk beschreef, bezocht. De goddelijke kracht verhief haar door dezelfde verheffingen en verlichtingen, om haar voor te bereiden op het visioen van de Godheid. Hij openbaarde zichzelf wederom op abstracte wijze zoals op de eerste dag en toonde haar de werken, welke op de tweede dag van de schepping gewrocht werden. Zij vernam op welke wijze en op welk  tijdstip God de wateren verdeelde (Gn 1,6), enige in de hoogte, andere in de diepte, door het firmament te bevestigen met daarboven het kristal, bekend als de regenhemel. Zij verkreeg inzicht in de grootte, regelmaat, standen, bewegingen en alle andere hoedanigheden van de hemelen.</p>
<p>18. In de allervoorzichtigste maagd bleef deze kennis niet zonder uitwerking, noch was zij zonder vrucht, want onmiddellijk stroomde het kristalheldere licht van de Godheid in haar ziel, zette haar in vuur en vlam en deed haar Gods goedheid en macht liefhebben en lofprijzen. Zij was als herschapen met goddelijke pracht en volbracht heldhaftige deugddaden, welke geheel in Gods welbehagen waren. En zoals God haar op de voorafgaande dag deelgenote had gemaakt van zijn wijsheid, zo maakte Hij haar op overeenkomstige wijze op deze tweede dag deelgenote van de goddelijke almacht en Hij gaf haar macht over de krachten van de hemelen, over de planeten en elementen, waarbij Hij deze opdroeg haar te gehoorzamen. Zo werd deze grote koningin verheven tot oppermachtige over de zee, de aarde, de elementen en de sterren aan de hemel, met alle schepselen, welke deze omvatten.</p>
<p>19. Deze oppermacht en algehele overheersing behoorden tot de waardigheid van de allerheiligste Maria wegens de hierboven aangehaalde reden en daarenboven wegens twee andere, bijzondere redenen; de eerste luidt: omdat deze vrouwe de bevoorrechte koningin was, die vrijgesteld was van de gewone wet van de zonde en haar gevolgen: daardoor kon zij niet in dezelfde algemene klasse geplaatst worden met de eigenzinnige zonen van Adam, waartegen de Almachtige al het geschapene (W 5,17) wapende tot wraak over zijn beledigingen en tot straf van hun waanzinnigheid. Want indien zij zich niet in ongehoorzaamheid tegen hun Schepper zouden gekeerd hebben, zouden noch de elementen, noch alles wat daartoe behoorde, zich ongehoorzaam aan hen gedragen hebben, noch zouden zij hen overlast hebben aangedaan en zij zouden zich niet met de uiterste gestrengheid en onbuigzaamheid tegen hen gekeerd hebben. En als deze opstand van al het geschapene een straf voor de zonde is, kon zij nooit gericht zijn tegen de allerheiligste Maria, die onbevlekt en zonder enige fout was. Daarenboven zou het niet rechtvaardig zijn, dat zij minder bevoorrecht zou zijn dan de engelen, die niet onderworpen waren aan deze gevolgen van de zonde of beroofd van de overheersing over de kracht van de elementen. Ofschoon de allerheiligste Maria van lichamelijke en aardse substantie was, verhief zij zichzelf boven alle lichamelijke en geestelijke schepselen en maakte zij zichzelf tot koningin en meesteres van heel de schepping. Zij verdient hierdoor zoveel temeer eer, omdat dit privilege zo zeldzaam en zo kostbaar is. Er dient meer aan de koningin dan aan haar vazallen te worden toegestaan, méér aan de meesteres dan aan de dienaren.</p>
<p>20. De tweede reden luidt: omdat haar allerheiligste Zoon zelf deze hemelse koningin en zijn moeder zou gehoorzamen. Aangezien Hij de Schepper was van de  elementen en alle dingen, volgt hieruit, dat deze haar dienden te gehoorzamen, aan wie de Schepper zelf  zich onderwierp en dat ze door haar konden bevolen worden. Zou niet de persoon van Christus zelf, in zover dit zijn menselijke natuur betrof, geleid worden door zijn moeder, overeenkomstig de wetten der natuur? Dit voorrecht der oppermacht leidde wederom tot de grote vermeerdering van deugden en verdiensten van de allerheiligste Maria, want door haar werd vrijelijk en verdienstelijk gedaan, wat wij in de regel onder verzet en tegen onze wil verrichten. Deze allervoorzichtigste koningin gebruikte haar oppermacht over de elementen en het geschapene niet in den blinde en tot eigen verlichting of uit gemaktzucht, maar zij beval al het geschapene hun activiteiten en invloeden niet te doen ophouden in zover dit natuurlijkerwijs pijnlijk en ongemakkelijk voor haar zou zijn. Want in deze dingen was zij gelijk aan haar allerheiligste Zoon en leed met Hem samen. Haar liefde en nederigheid stonden haar niet het opschorten van de ongemakken toe, voortvloeiende uit de activiteiten van de schepselen, omdat zij de waarde van het lijden kende en wist hoe het lijden geschat werd door de Heer.</p>
<p>21. Slechts onder bepaalde omstandigheden, als zij wist, dat dit niet voor zichzelf was, maar noodzakelijk voor haar Zoon en Schepper, beteugelde zij de kracht van de elementen en hun invloeden, zoals wij later zullen zien gedurende de reis naar Egypte en bij andere gelegenheden, als zij in haar grote voorzichtigheid het juist vond, dat het geschapene zijn Schepper erkende en Hem eer bewees, of Hem beschermen en dienen zou, wanneer Hij daar behoefte aan had (par. 543, 590 en 633). Welke sterveling zou zich niet verbazen, als hij kennis neemt van dit nieuwe wonder? Dit gewone aardse schepsel, bekleed echter met de oppermacht en heerschappij over al het geschapene, zichzelf in eigen ogen het meest onwaardige en onbeduidendste der schepselen attent en vanuit deze nederige gevoelens de toorn van de winden en heel de gestrengheid van de natuurkrachten opdragend tegen haar op te treden en hen onder gehoorzaamheid verplichtend aan haar bevel gevolg te geven. De natuurkrachten gehoorzaamden haar en willigden de wensen vol eerbied en hoffelijkheid voor een dusdanige meesteres in, niet uit wraak over het onrecht aan hun Schepper bedreven, zoals zij dit doen jegens alle andere kinderen van Adam, maar om haar bevelen te eerbiedigen.</p>
<p>22. Als wij deze nederigheid van onze onoverwinnelijke koningin beschouwen, kunnen wij stervelingen onze trotse ijdelheid en hoogmoed, of beter gezegd onze vermetelheid niet ontkennen, want aangezien wij de woedende opstand van de elementen en van alle schadelijke krachten van het heelal jegens ons, wegens onze doldrieste zonden ten zeerste verdienen, beklagen wij ons over hun gestrengheid, alsof hun aanrandingen een krenking betekenden. Wij bidden om verschoond te blijven van de strenge koude, wij beklagen ons over de afmatting, welke de hitte met zich brengt; wij schuwen alle pijnlijke zaken en wij veroordelen met grote kracht deze dienaren van de goddelijke gerechtigheid en zoeken ons gemak en vertier, alsof deze eeuwig zouden duren en alsof het niet heel zeker was, dat wij juist daardoor een grotere straf voor onze tekortkomingen op ons doen neerkomen.</p>
<p>23. Maar laten wij terugkeren naar de kennis en de macht, welke aan de prinses van de hemel met andere gaven geschonken werden om haar voor te bereiden op de positie van moeder van God. Wij kunnen de pracht van deze gaven begrijpen, want wij zien daarin een soort oneindigheid of grenzeloosheid, een deelhebben in de Godheid en een overeenkomst met al wat later het bezit uitmaakte van de allerheiligste ziel van Christus.  Want zij kende niet slechts alle schepselen in God, maar begreep hen op dusdanige wijze, dat zij hen kon besturen en toch voldoende reserves overhouden om vele anderen te kennen, indien er anderen geweest zouden zijn om gekend te worden. Ik noem deze kennis oneindig, omdat het scheen, alsof zij deel had aan de hoedanigheden van de oneindige kennis en omdat zij, in één en dezelfde daad van haar geest en zonder opeenvolgende aandacht daaraan te schenken, zag en doorzag: het getal der hemelen, hun lengte en breedte, hun volgorde, bewegingen, hoedanigheden, de stof waaruit ze gemaakt waren en hun vorm, de natuurkrachten met al hun veranderingen en in al hun gebeurlijkheden: dit alles kende zij tezelfdertijd. Het enige, wat deze allerwijste maagd niet wist, was het onmiddellijke doel van deze kennis, totdat het ogenblik van haar fiat zou aanbreken en de vervulling van de onuitsprekelijke barmhartigheid van de Allerhoogste een feit zou zijn. Zij vervolgde in deze dagen haar vurige gebeden voor de komst van de Messias, overeenkomstig het bevel van de Heer. En Hij gaf haar te verstaan, dat Hij niet zou talmen, nu de tijd van zijn komst nabij was.</p>
<p><strong>Onderrichting ontvangen van de koningin van de hemel.</strong></p>
<p><em>24. &#8220;Mijn dochter, ik wens dat gij uit alles wat gij zult begrijpen van de gunsten en weldaden, welke mij geschonken werden  ter voorbereiding van mijn waardigheid van moeder van God, zult leren en ontdekken, hoe bewonderenswaardig de orde is van Gods wijsheid bij het scheppen van de mens. Sla er acht op, dat zijn Schepper hem uit niets maakte, niet om slaaf te zijn, maar om koning en meester van heel de schepping te worden (Gn 1,26) en opdat hij als soeverein zou gebruik maken van al het geschapene; maar tezelfdertijd moest de mens zichzelf als het evenbeeld van zijn Schepper en het werk zijner handen erkennen, dat hij God meer toegewijd was en meer ondergeschikt was aan zijn wil, dan het geschapene aan hen zou zijn, want dit alles kwam voort uit de rechtvaardigheid en de rede. En opdat de mens niet zonder inlichting en kennis van de Schepper zou zijn, noch omtrent de middelen zijn wil te zien en deze te volvoeren, gaf Hij naast zijn natuurlijk licht een veel grotere Lichtbron, die dieper zou doordringen, helderder, zekerder, vrijer en uitgebreider zou zijn, nl. het Licht van het goddelijk geloof, waardoor de mens het bestaan van God en zijn volmaaktheden en daardoor zijn werken zou kennen. Uitgerust met deze kennis en deze heerschappij was de mens bevestigd in aanzien, geëerd en verrijkt en had hij geen verontschuldiging om de goddelijke wil niet vol toewijding te vervullen.</em></p>
<p><em>25. Maar de dwaasheid van de mens verstoorde deze orde en vernietigde deze harmonie door zich, terwijl hij toch als koning van de schepping geschapen is, zich tot slaaf te maken, zichzelf aan het geschapene te onderwerpen en zijn waardigheid te verlagen door het gebruik van de zichtbare dingen -niet als voorzichtige meester- maar als een onwaardige dienaar. Want hij verlaagt zich, lager dan het minderwaardigste van de schepselen, als hij het feit uit het oog verliest, dat hij hun meester is. Deze gehele omkering komt voort uit het gebruik van het geschapene niet voor de dienst van de Schepper door het goedgeordend geloof, maar tot overgave aan de hartstochten en het genot van de zinnen. Hieruit komt tevens de grote afkeer van de mens voor alles, wat niet aangenaam is aan de zinnen, voort.</em></p>
<p><em>26. Gij, mijn liefste, beschouw getrouwelijk uw Schepper en Heer en tracht in uw ziel het beeld van zijn goddelijke volmaaktheden tot het uwe te maken: verlies het meesterschap en de overheersing over de schepselen niet, laat geen van hen uw vrijheid schenden, maar tracht over allen te zegevieren door nooit toe te staan, dat er iets tussen u en uw Schepper komt. Onderwerp uzelf met vreugde, niet aan het aangename in het geschapene, want dat zou uw begrip verduisteren en uw wil doen verzwakken, maar aan al het ongunstige en pijnlijke wat uit de activiteiten daarvan voortkomt. Draag dit in blijde bereidheid, want ik heb dat ook gedaan in navolging van mijn Zoon, ofschoon ik de macht had dit optreden te neutraliseren en ik geen zonden had bedreven, welke ik moest uitboeten&#8221;.</em></p>
<p><strong>Handelende over de gunsten door de Allerhoogste aan de allerheiligste Maria geschonken op de derde dag van de novene voorafgaande aan de menswording.</strong></p>
<p>27. wordt vervolgd</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/greeth.wordpress.com/441/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/greeth.wordpress.com/441/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/greeth.wordpress.com/441/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/greeth.wordpress.com/441/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/greeth.wordpress.com/441/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/greeth.wordpress.com/441/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/greeth.wordpress.com/441/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/greeth.wordpress.com/441/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/greeth.wordpress.com/441/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/greeth.wordpress.com/441/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/greeth.wordpress.com/441/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/greeth.wordpress.com/441/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/greeth.wordpress.com/441/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/greeth.wordpress.com/441/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=441&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://greeth.wordpress.com/2010/12/24/de-voorbereiding-op-de-ontvangenis-van-het-mensgeworden-woord-is-waar-gebeurd-verhaal/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://1.gravatar.com/avatar/d2e0130c3aae324e6a0d4416eff0dbf7?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">greeth</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>LUCIFER ZET EEN VERVOLGING IN TEGEN DE KERK EN DE H. MARIA; is waar gebeurd verhaal!!!</title>
		<link>http://greeth.wordpress.com/2010/10/29/lucifer-zet-een-vervolging-in-tegen-de-kerk-en-de-h-maria-is-waar-gebeurd-verhaal/</link>
		<comments>http://greeth.wordpress.com/2010/10/29/lucifer-zet-een-vervolging-in-tegen-de-kerk-en-de-h-maria-is-waar-gebeurd-verhaal/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 29 Oct 2010 14:05:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>greeth</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://greeth.wordpress.com/?p=415</guid>
		<description><![CDATA[Uit het boek &#8220;De mystieke stad Gods&#8221;, deel 7; opgetekend naar aanleiding van visioenen aan moeder Abdis &#8220;Maria van Agreda&#8221; o.i.c.  Er zijn in totaal 8 delen te koop. Per deel € 12,&#8211; Te bestellen bij Pastoor Luc J.G.Buyens, Kerkstraat 1, 5541 EM Reusel. tel. 0497-641360. (oo31) Nederland. en e-mail L.Buyens@tiscali.nl Hoofdstuk 17. Lucifer zet [...]<img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=415&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Uit het boek &#8220;De mystieke stad Gods&#8221;, deel 7; opgetekend naar aanleiding van visioenen aan moeder Abdis &#8220;Maria van Agreda&#8221; o.i.c.  Er zijn in totaal 8 delen te koop. Per deel € 12,&#8211; Te bestellen bij Pastoor Luc J.G.Buyens, Kerkstraat 1, 5541 EM Reusel. tel. 0497-641360. (oo31) Nederland. en e-mail <a href="mailto:L.Buyens@tiscali.nl">L.Buyens@tiscali.nl</a></p>
<p>Hoofdstuk 17.</p>
<p><strong>Lucifer zet een nieuwe vervolging in tegen de Kerk en tegen de allergezegendste Maria. Zij meldt dit aan de heilige Johannes en besluit, op zijn advies, naar Efeze te gaan. Haar goddelijke Zoon verschijnt haar en beveelt haar, de heilige Jakobus in Zaragossa een bezoek te gaan brengen. Gebeurtenissen rondom dit bezoek.</strong></p>
<p>334. In het achtste hoofdstuk van de Handelingen van de apostelen verhaalt de heilige Lucas over de vervolging, door de hel opgewekt, tegen de Kerk na de dood van de heilige Stefanus (Hnd 8,1). Hij noemt dat een grote vervolging, omdat, door de ijverige pogingen van sint Paulus vóór zijn bekering, de duivels erin slaagden ze tot grote hoogte op te voeren. Over deze vervolging sprak ik reeds in het twaalfde en veertiende hoofdstuk van dit deel. Maar uit  hetgeen ik daar zei, zal het af te leiden zijn, dat deze vijand van God niet bij de pakken neerzat of zichzelf volledig verslagen achtte om niet opnieuw de strijd met de Kerk en de allergezegendste vrouwe aan te binden. Uit wat sint Lucas zélf in zijn twaalfde hoofdstuk zegt over de gevangenneming van sint Petrus en sint Jakobus door Herodes, is het duidelijk, dat deze vervolging opnieuw begon na de bekering van sint Paulus, zelfs zonder in overweging te nemen wat hij zegt over Herodus, die soldaten zou gezonden hebben om enige van de gelovigen van de Kerk te vervolgen (Hnd 12,1; par. 141, 186, 205, 250). Om dat wat reeds gezegd is en ik alsnog daaraan wil toevoegen beter te begrijpen, herhaal ik, dat deze vervolgingen alle bedacht en geregeld werden door de duivels, door boosaardige mensen te beïnvloeden. En omdat de goddelijke Voorzienigheid soms de duivels deze toestemming gaf en bij andere gelegenheden deze terugtrok, waardoor ze in de hel werden gesmeten, zoals bij de bekering van sint Paulus en bij andere gelegenheden het geval was, kwam het dus voor, dat de primitieve Kerk (par. 208, 297, 325) soms vrede en rust had, maar soms ook, als deze wapenstilstand verbroken was, gemolesteerd en vervolgd werd. En dit is het lot van de Kerk door alle eeuwen heen!</p>
<p>335. Vrede was gunstig voor de bekering van de gelovigen en vervolging vermeerderde hun verdiensten en deugdpraktijken. Deze soort variatie was door de goddelijke Voorzienigheid aldus geregeld en zal steeds zo gehandhaafd worden. Zo genoot de Kerk, na de bekering van sint Paulus (par. 336) enige maanden van vrede, namelijk van het moment waarop Lucifer en zijn metgezellen (Hnd 9,31) overwonnen, in de hel geslingerd werden tot hun tergkeer op de aarde, waarover ik nu zal spreken. Over deze tijd van rust spreekt sint Lucas in het negende hoofdstuk,  waar hij na de bekering van sint Paulus verteld te hebben zegt, dat de Kerk vrede had door geheel Judea, Galilea en Samaria en dat zij toenam en de weg van de Heer bewandelde onder de vertroosting van de heilige Geest. Ofschoon de evangelist dit na de komst van sint  Paulus naar Jeruzalem vermeldt, geschiedde dit ver daarvoor, want sint Paulus&#8217; komst naar Jeruzalem (boek 8 par. 487) geschiedde meer dan vijf jaar na zijn bekering en sint Lucas vermeldt de komst van sint Paulus naar Jeruzalem vóór dat hij zijn bekering bespreekt. Dit komt veel voor bij de evangelisten, die de gewoonte hadden, vooruit te lopen op geschiedkundige feiten om hun these meer kracht bij te zetten, want het lag niet in hun voornemen, alle voorvallen in één geschiedenisverhaal samen te vatten, ofschoon ze in het algemeen de loop van de gebeurtenissen volgden, zoals deze zich voordeden.</p>
<p>336. Nadat dit vastgesteld is en ten vervolge op wat ik in het vijftiende hoofdstuk zei betreffende de bijeenkomst, door Lucifer tezamen geroepen in de hel na de bekering van sint Paulus, wil ik nog zeggen dat deze bijeenkomst enige tijd voortduurde en de helse draak met zijn duivels meerdere complotten uitwerkten op onderscheiden punten, voor de vernietiging van de Kerk en om de grote koningin te belasteren en haar uit haar hoge positie van vermaarde heiligheid te stoten. Maar de onkunde van de slang over haar was oneindig veel kleiner dan zijn kennis over de grote vrouwe. De dagen van vrede, die de Kerk genoten had, waren voorbij. De prinsen van de duisternis begonnen uit hun krochten te komen om hun boosaardige plannen, die ze daar uitgewerkt hadden, in praktijk te brengen. Voorop schreed Lucifer. Het verdient de aandacht, dat de woede en verontwaardiging van dit bloeddorstige beest tegen de Kerk zó groot was, dat hij meer dan tweederde van alle duivels in de hel met zich naar de aarde bracht. Hij zou ongetwijfeld de gehele hel hebben gehaald, ware het niet dat de achterblijvers nodig waren voor de kwellingen van de verdoemden! Want de verdoemden branden niet slechts in de vuren die aangestoken zijn door de goddelijke gerechtigheid, maar de draak staat niet toe, dat de afwezigheid van alle duivels hen zou ontheffen van de aanblik en het gezelschap van hun kwelduivels. Ofschoon Lucifer zo gebrand is op de vernietiging van de stervelingen op aarde, is hij juist zo gekant tegen het verlichten van de kwellingen van de verdoemden in de hel en daarom zal hij de hel nooit geheel ontdoen van duivels. De ongelukkige zondaars op aarde, die deze duivels, onmenselijke en wrede meester blijven dienen op de aarde, moeten zich dit wel bewust zijn.</p>
<p>337. De heiligheid van de gezegende moeder, de goddelijke gunsten en bescherming geschonken aan de gelovigen, zoals het geval was met de heilige Stefanus en de heilige Paulus en alle andere gebeurtenissen na de dood van de Heiland, die alle ter kennis van de duivel kwamen, hadden zijn woede tot grote hoogte en tot onvoorstelbare sterkte opgevoerd. Daarom vestigde hij zich in Jeruzalem om persoonlijk zijn geschut te richten op de vesting van geloof en alle helse bataljons te kunnen dirigeren, want de duivels houden een bepaalde mate van orde aan, als het gaat om oorlog te voeren tegen de mensen; in alle andere zaken heerst tweedracht en verwarring. De Allerhoogste heeft hun nimmer toegestaan hun afgunst totaal uit te leven, want in een ogenblik zouden zij de gehele wereld verwoest hebben. Hij gaf hun echter een bepaalde vrijheid, opdat de Kerk onder de bezoekingen diepe wortels zou kunnen schieten in het bloed  en de verdiensten van de heiligen en wel zó, dat in de vervolgingen en de kwellingen de wijsheid en de kracht van de loods die het kleine schip van de Kerk leidde, zou blijken. Lucifer beval onmiddellijk zijn trawanten de gehele aarde af te schuimen en na te gaan, waar de apostelen en leerlingen bezig waren met het prediken van de Naam van de Heer. De draak zocht in Jeruzalem de plaatsen op, die het verst verwijderd waren van de plaatsen, die gewijd waren door de geheimen en het bloed van de Heer, want hij en alle duivels met hem vreesden die plaatsen en hoe dichter ze deze naderden, des te zwakker en des te gekwelder voelden zij zich door de goddelijke kracht. Deze effecten voelen zij nu nog steeds en zullen ze blijven voelen tot het einde van de wereld!  Het is smartelijk, dat dit heiligdom van de gelovigen, vanwege de zonden van de mensen nu in handen is van de heidenen en gelukkig zijn de kinderen van de Kerk -helaas weinig in aantal- die binnen haar wallen verwijlen, zoals de zonen van onze grote vader en hervormer van de Kerk, de heilige Franciscus!!</p>
<p>338. Uit de inlichtingen die de duivels verschaften, vernam Lucifer de toestand van de gelovigen in alle plaatsen, waar het geloof van Christus gepredikt werd. Hij vaardigde nieuwe orders uit voor de vervolging van christenen, stelde krachtige en minder krachtige duivels aan, in overeenstemming met de aard van de verschillende apostelen, leerlingen en volgelingen van het geloof, waar tegenover zij zouden moeten optreden. Anderen stelde hij aan als boodschappers om hem op de hoogte te houden over wat er gebeurde of voor de overbrenging van zijn orders tot voortzetting van de oorlog tegen de Kerk. Lucifer wees hen ook ongelovige, godslasterlijke, slechte en lage mensen aan, die ze moesten prikkelen en aanzetten tot uitzonderlijke, afgunstige woede tegen de volgelingen van Christus. Daaronder waren Herodes en vele Joden, die de Gekruisigde verafschuwden en zijn Naam uit het land van de levenden wilden uitwissen (Jr 11,19). Zij verzamelden ook de meest verlaagde heidenen en degenen, die zich het meest overgaven aan afgoderij. Zij selecteerden uit deze mensen de slechtsten en meest trouwelozen, die moesten dienen als helpers en instrumenten van hun boosaardigheid. Op deze wijze begonnen ze de vervolging van de Kerk en zij gingen voort om in de zich opeenvolgende eeuwen gelijksoortige duivelse kunsten voor de vernietiging van de deugd, van de vruchten van de verlossing en het bloed van Christus te bewerkstelligen. In de primitieve Kerk veroorzaakte de duivel grote verwoestingen onder de gelovigen, die zij overvielen met verschillende soorten bekoringen, die ons niet bekend zijn, ofschoon we weten dat wat de heilige Paulus in zijn Hebreeënbrief (Heb 11,37) schrijft over de vervolging van de oude heiligen, herhaald werd in de heiligen van het nieuwe testament. Buiten deze uitwendige vervolgingen plaagden de duivels alle rechtvaardigen, de apostelen, leerlingen en gelovigen met verborgen bekoringen, suggesties, voorspiegelingen en boosaardige voorstellen, zoals hij ook nu nog steeds doet tegen allen die de goddelijke wet en Christus willen volgen en trouw wensen te blijven aan onze Verlosser en Meester!!</p>
<p>339. Maar niets van dit alles bleef verborgen voor de grote moeder van wijsheid, omdat in de helderheid van haar verheven kennis alle geheimen van de hel, die verborgen waren voor de rest van de wereld, aan haar duidelijk werden. Ofschoon slagen en wonden ons minder schade toebrengen, indien wij er op voorbereid zijn en ofschoon de allervoorzichtigste vrouwe zo sterk stond tegenover de komende moeilijkheden van de heilige Kerk en daar zeker niet door verrast zou kunnen worden, verwondde het vooruitzicht van deze vervolgingen haar ziel, omdat ze gericht waren tegen de apostelen en de gelovigen die zij van ganser harte liefhad. Deze smart zou haar vele malen van het leven beroofd hebben indien, zoals ik reeds meermalen gezegd heb, de Heer dit niet op wonderbaarlijke wijze bewaard had. En waarlijk, alle gerechte zielen die volmaakt zijn in goddelijke liefde, zouden bewogen moeten zijn bij het zien van de woede en de boosaardigheid van dit grote aantal duivels, die met vaart en sluwheid de weinige gelovigen in hun zwakke en broze toestand en belast met zo  vele soorten eigen ellende, overvielen. De allergezegendste Maria overwoog hun gevaar, vergat alles wat haarzelf betrof en was bereid om elke mogelijke kwelling te ondergaan voor de bescherming en vertroosting van haar kinderen. Zij vermenigvuldigde haar zuchten en tranen, haar inspanningen en gebeden voor hun veiligheid. Apostelen en leerlingen trachtte zij met adviezen en aansporingen opnieuw te bemoedigen. Vele malen weerhield zij de duivels door haar soeverein bevel als koningin en ontrukte aan zijn klauwen ontelbare zielen, die zij bezig waren te bedreigen en te bederven, waardoor zij hen van de eeuwige dood redde!! Op andere momenten voorkwam zij grote wreedheden, bestemd voor de bedienaren van de Kerk, want Lucifer stond de apostelen (par. 252) naar het leven, zoals hij voordien reeds gedaan had door Saulus. En dit alles geschiedde ook aan de leerlingen, die het geloof verkondigden.</p>
<p>3430. Ofschoon de hemelse meesteresse haar innerlijke vrede en rust bewaarde en haar uitwendige gelijkmoedigheid en ernst intact bleef, was toch de smart van haar hart, haar moederlijke bezorgheid en liefderijke zorgenlast enigszins op haar gelaat te zien. En aangezien de heilige Johannes haar bijstond met de waakzame toewijding van een zoon, kon de lichte verandering in haar voorkomen niet aan het arendsoog van deze ziener ontsnappen. Hij was diep geschokt en na tevergeefs gevochten te hebben tegen zijn ongerustheid, keerde hij zich tot de Heer, vroeg om Licht en sprak:</p>
<p>&#8220;Mijn Heer en God, Redder van de wereld. Ik weet dat ik U veel verschuldigd ben, omdat Gij mij zonder mijn verdiensten en uit zuivere neerbuigendheid haar tot moeder hebt gegeven, die uw eigen moeder is, die U ontving, droeg en voedde aan haar borst. Door deze weldaad werd ik rijk en welvarend, in het bezit van de grootste schat van de hemel en de aarde. Maar zonder uw koninklijke aanwezigheid is uw moeder, mijn meesteresse, verlaten en alleen. Voor uw afwezigheid kunnen mensen, noch engelen, laat staan ik, een lage worm en slaaf enige compensatie geven. Mijn God en Heiland van de wereld, ik zie haar nu smartelijk, die U menselijke vorm gaf en die de vreugde is van uw volk. Het is mijn wens, haar te troosten en haar smart te verminderen, maar ik weet dat ik daartoe niet in staat ben.  Mijn verstand en mijn liefde sporen mij aan, maar eerbied en zwakte weerhouden mij. Geef mij, Heer, licht en geest om te doen wat U behaagt en uw moeder ten dienste is&#8221;.</p>
<p>341. Na dit gebed overlegde de heilige enige tijd met zichzelf of hij de grote meesteresse naar de oorzaak van haar verdriet zou vragen. Enerzijds spoorde zijn liefde hem daartoe aan, anderzijds werd hij weerhouden door zijn heilige vrees en zijn eerbied voor haar. Drie keer benaderde hij de deur van haar bidvertrek, maar werd evenveel keer door zijn eerbied weerhouden haar deze vraag te stellen.  De hemelse moeder wist alles wat Johannes deed en wat er door zijn hart ging. Respect voor hem als priester en bedienaar van de Heer deed haar het gebed afbreken en naar hem toe gaan, zeggende:<em>  &#8220;Meester, zeg mij wat gij van uw dienares vraagt&#8221;.  </em>Ik heb reeds gezegd, dat de vrouwe de priesters en bedienaren van haar Zoon &#8216;meesters&#8217; noemde (par. 99, 102, 106). De evangelist was gerustgesteld en bemoedigd door deze woorden, antwoordde hij haar, zij het enigszins aarzelend:  &#8220;Mijn vrouwe, mijn ambt en wens om u te dienen hebben veroorzaakt, dat ik uw smart opmerkte en ik ben zeer geschokt over uw verdriet, dat ik graag wil verlichten&#8221;.</p>
<p>342. De heilige Johannes voegde hier geen woorden meer aan toe, maar de koningin kende zijn verlangen om ingelicht te worden over haar problemen en in directe gehoorzaamheid vervulde zij zijn wensen, -als waren ze geuit door een overste- zelfs nog voor hij ze uitgesproken had. De allerheiligste Maria keerde zich tot de Heer en sprak: <em>&#8220;Mijn God en Zoon. Het was uw wens, dat uw dienaar Johannes uw plaats innam als mijn metgezel en verzorger en ik ben hem tegemoet gekomen als mijn geestelijke bedienaar en overste. Zijn wil en mijn wens worden door mij opgevolgd, zodra ze mij bekend zijn, omdat ik, uw nederige dienares, moge leven en geleid worden door gehoorzaamheid aan U. Geef mij verlof hem in te lichten over mijn zorgen, als dit uw wens zou zijn&#8221;.</em>  Zij voelde direct het fiat van de goddelijke wil; zij viel op haar knieën aan de voeten van de heilige Johannes, vroeg hem zijn zegen en kuste zijn handen. Na zijn verlof tot spreken ontvangen te hebben, zei zij:  <em>&#8220;Mijn meester, heer, de smarten die mijn hart doorboren, berusten op feiten, want de Allerhoogste heeft mij de vervolgingen getoond, die over de Kerk zullen komen en wat al haar kinderen, in het bijzonder de apostelen zullen lijden. In voorbereiding en tot uitvoering van deze schanddaden hier op aarde heb ik de helse draak met ontelbare scharen slechte geesten uit de hellekrochten zien komen, allen vervuld van onverzoenlijke haat en lust tot vernietiging van de Kerk. Deze stad, Jeruzalem, zal het eerste en grootste doelwit zijn van hun aanvallen. Daarin zal één van de apostelen zijn dood vinden; anderen zullen in de gevangenis terechtkomen en op instigatie van de duivel gekweld worden. Mijn hart wordt vervuld van medelijden en smart bij het zien van deze rebellie van deze vijanden tegen de verheerlijking van de heilige naam van God en de redding van de zielen&#8221;.</em></p>
<p>343. Door deze inlichting werd de apostel evenzeer bedroefd en min of meer in verwarring gebracht. Maar uit de kracht van de goddelijke genade antwoordde hij de koningin, zeggende: &#8220;Mijn moeder en vrouwe, uw wijsheid kan niet over het hoofd zien, dat de Allerhoogste uit deze beproevingen en bezoekingen grote vruchten zal plukken voor zijn Kerk en voor zijn getrouwe kinderen en dat Hij hen in hun lijden zal bijstaan. Wij apostelen zijn bereid, ons leven voor de Heer, die zijn eigen leven voor het gehele menselijke ras gegeven heeft, te geven. Wij hebben grote weldaden ontvangen en het zou niet juist zijn, dat ze ijdel en nutteloos zouden zijn. Toen we kinderen waren in de school van onze Leraar en Heer, gedroegen wij ons als kinderen. Maar nadat Hij ons verrijkt heeft met de heilige Geest en in ons het liefdevuur heeft aangewakkerd, hebben wij onze lafheid achter ons gelaten en verlangen we de weg van het kruis te gaan, zoals Hij ons door zijn leer en voorbeeld geleerd heeft. Wij weten, dat de Kerk gegrondvest en bewaard zal worden door het bloed van zijn bedienaren en kinderen. Bid voor ons, mijn vrouwe, dat door de goddelijke kracht en uw bescherming wij de overwinning over onze vijanden mogen verwerven en voor de eer van de Allerhoogste over allen mogen triomferen. Maar indien deze stad, Jeruzalem, de spits moet afbijten van deze vervolging, lijkt het mij raadzaam, vrouwe, dat gij die niet hier afwacht, opdat de woede van de hel, door de boosaardigheid in de mensen aan te wakkeren, niet enigerlei onwaardigheid zou begaan aan het tabernakel van God&#8221;.</p>
<p>344. De grote koningin en vrouwe van de hemel zou, vervuld als zij was van liefde en medelijden met de apostelen en de andere gelovigen, het liefst in Jeruzalem gebleven zijn. Zij was onbevreesd en zou haar tijd hebben doorgebracht met het bezoeken, troosten en bemoedigen van allen, nu de vervolgingen voor de deur stonden. Maar haar voorkeur, die uit heilige overweging geboren was, werd voor de heilige Johannes verborgen gehouden. Daar dit de keus van haar hart was, vond zij het beter deze niet op te volgen maar in nederige gehoorzaamheid de wensen van de apostel, die zij als haar geestelijke verzorger en overste beschouwde, in te willigen. Zij gaf geen direct antwoord in haar onderwerping, maar dankte de evangelist voor zijn moedig verlangen om te lijden en te sterven voor Christus. Wat betreft het vertrek uit Jeruzalem, droeg zij hem op alles te regelen zoals hij dit wenste, want het was haar wens, hem in alles te gehoorzamen. Zij vroeg de Heer, hem te leiden met zijn goddelijke Licht in overeenstemming met zijn glorie en zijn welbehagen. Na deze toestemming van de gezegende moeder verkregen te hebben (waarin wij een groot voorbeeld kunnen zien en een berisping voor onze ongehoorzaamheid), stelde de evangelist voor, naar Efeze, aan de grens van Klein-Azië te gaan. Hij sprak de allerheiligste Maria als volgt toe, toen hij haar deze reis voorstelde:</p>
<p>&#8220;Mijn vrouwe en moeder, nu wij het best Jeruzalem kunnen verlaten en elders gelegenheid moeten zoeken om de naam van de Allerhoogste te verheerlijken, lijkt de stad Efeze mij het meest geschikt toe. Gij zult daar vruchten van het geloof kunnen voortbrengen, die in Jeruzalem niet verwacht kunnen worden. Ik wilde, dat ik een van de engelen was, die de troon van de heilige Drie-eenheid bewaken, zodat ik u waardig zou kunnen bijstaan op deze reis, maar ik ben slechts een nietig wormpje dezer aarde. De Heer zal echter bij ons zijn. Gij zult in Hem een u welgezinde Helper hebben als uw God en uw Zoon&#8221;.</p>
<p>345. Na tot deze reis besloten te hebben, was het nodig de gelovigen in Jeruzalem daarvan in kennis te stellen en ze goede raad te geven. De grote vrouwe trok zich terug in haar bidvertrek en bad als volgt:</p>
<p><em>&#8220;Allerhoogste en eeuwige God. Deze nederige dienares werpt zich in uw koninklijke tegenwoordigheid op de grond en vanuit de grond van mijn hart smeek ik u, mij te leiden in uw toenemend welbehagen en volgens uw wil. Ik zal deze reis ondernemen uit gehoorzaamheid aan uw dienaar Johannes, in vervulling van zijn wil, die ik tot de mijne maak. Het is niet juist dat uw dienares en moeder, die zo begiftigd is door de rechterhand enige stap zou ondernemen, die niet tot groter glorie en verheerlijking van uw Naam zou leiden. Geef acht, o Heer, op mijn wensen en gebeden, opdat ik op de meest passende en gerechte wijze moge handelen</em>&#8220;.  De Heer antwoordde haar en sprak<em>:  &#8220;Mijn duive en liefste bruid. Ik heb deze reis naar mijn grootste welbehagen geregeld. Gehoorzaam Johannes en ga naar Efeze, want daar zal Ik, als de tijd daartoe rijp is, door uw meditatie en aanwezigheid, mijn barmhartigheid aan enige zielen bewijzen</em>&#8220;.</p>
<p>Door dit antwoord van de Heer was de allergezegendste Maria getroost door de kennis van de goddelijke wil. Zij vroeg de zegen van de Heer en zijn toestemming om alles in gereedheid te brengen tot vertrek op het uur, dat door de apostel was vastgesteld. Vol van het vuur van haar naastenliefdee, werd zij ontvlamd met het verlangen aan zielen in Efeze, waarover de Heer haar gesproken had, goed te doen. Ik zal nu verhalen hoe de gezegende Maria, in gehoorzaamheid aan de wil van haar Zoon, onze Heiland, naar Zaragossa in Spanje kwam om de heilige Jakobus te bezoeken. Jaar en dag waarop dit geschiedde en wat er bij die gelegenheid plaatsvond zal ik vertellen.</p>
<p>346. Alle zorgzaamheid van onze grote moeder en vrouwe was gericht op de groei en de bloei van de heilige Kerk, de bijstand aan apostelen, leerlingen en gelovigen en op hun verdediging tegen de vervolgingen en aanvallen, die voorbereid werden door de helse draak en zijn trawanten. Vóórdat zij uit Jeruzalem vertrok om haar intrek te nemen in Efeze, regelde zij in haar onvergelijkbare naastenliefde vele zaken, hetzij zélf, hetzij door haar engelen om zoveel als mogelijk alles voor de Kerk, in haar afwezigheid, in orde te maken, want te dien tijde wist zij niet, hoelang zij weg zou blijven en wanneer wij wederom naar Jeruzalem zou terugkeren. De meest probate (par. 337) dienst die zij de gelovigen kon geven, was haar voortdurend gebed om hen de hulp van de oneindige macht van haar Zoon te verzekeren, die de apostelen en de gelovigen moest beschermen tegen de trotse en snoevende complotten van Lucifers boosaardigheid. De allervoorzichtigste moeder wist dat onder de apostelen, Jakobus de eerste zou zijn, die zijn bloed voor Christus, onze Heiland (par 320), zou geven en omdat zij hem op bijzondere wijze liefhad, zoals ik reeds hiervoor meedeelde, bad zij meer voor hem dan voor de andere apostelen.</p>
<p>347. Toen de hemelse moeder op de vierde dag voordat zij naar Efeze zouden vertrekken, in gebed verzonken was, voelde zij in haar allerzuiverst hart nieuwe en tedere gevoelens opkomen, een zeker teken, dat zij op het punt stond, een uitzonderlijke gunst te ontvangen. Deze tekenen worden woorden genoemd in de taal van de heilige  Schrift. Daarop ingaande, als de meesteresse van de heilige wijsheid, zei de allergezegendste vrouwe<em>: &#8220;Heer, wat wilt Gij dat ik doe? Wat verwacht U van mij? Spreek, Heer, want uw dienares luistert</em>&#8220;.</p>
<p>Terwijl zij deze woorden herhaalde, zag zij haar goddelijke Zoon persoonlijk neerdalen om haar te bezoeken. Hij was gezeten op een troon van onuitsprekelijke majesteit en vergezeld van ontelbare engelen uit alle koren en hiërachieën. Met het gehele Hof trad de Heer binnen in het bidvertrek van zijn allergezegendste moeder. De nederige, toegewijde maagd aanbad Hem met de grootste eerbied vanuit de diepste diepten van haar zuivere ziel. Toen sprak de Heer tot haar, zeggende:</p>
<p><em>&#8220;Mijn allerliefste moeder, van wie Ik het menselijk bestaan mocht ontvangen voor de redding van deze wereld. Ik weet wat uw smekingen en heilige wensen inhouden; zij zijn Mij een vreugde. Ik zal mijn apostelen en mijn Kerk verdedigen en Ik zal hun Vader en Beschermer zijn, zodat zij niet ten onder zullen gaan en de poorten der hel haar niet zullen overweldigen (Mt 16,18). Zoals gij reeds weet, is het nodig voor mijn glorie, dat de apostelen werken onder mijn genade en dat zij Mij tenslotte moeten volgen op de weg van het kruis en naar de dood, die Ik voor het gehele menselijke geslacht heb ondergaan. De eerste die mij daarin zal navolgen is mijn getrouwe dienaar Jakobus. Het is mijn wens, dat hij het martelaarschap in de stad Jeruzalem zal ontvangen. U moet hem in Spanje gaan bezoeken en hem meedelen, dat hij hierheen moet komen. Ook voor andere redenen wil ik, mijn moeder, dat gij naar Zaragossa gaat waar hij het evangelie predikt in mijn Naam. Maar voordat hij die stad verlaat moet hij een kerk bouwen in uw naam en titel, waar gij zult vereerd worden en aangeroepen voor het welzijn van dat land, voor mijn glorie en welbehagen en dat van de allergezegendste Drie-eenheid</em>&#8220;.</p>
<p>348. De grote koningin van de hemel ontving deze opdracht van haar goddelijke Zoon met grote vreugde van haar ziel. En met warme dankbaarheid antwoordde zij:</p>
<p><em>&#8220;Mijn Heer en mijn God, laat uw heilige wil zich in uw dienares en moeder tot in alle eeuwigheid voltrekken en laten alle schepselen U prijzen voor de bewonderenswaardige werken van liefde, die Gij uw dienaren bewijst. Ik, o Heer, zegen en verheerlijk U in deze daden uit naam van de gehele Kerk en in mijn eigen naam. Sta mij toe, mijn Zoon, dat in de tempel, die Gij uw dienaar Jakobus opgedragen hebt te bouwen, het mij gegeven zal zijn, de bijzondere bescherming van uw machtige arm aan allen te beloven en dat deze heilige plaats deel moge uitmaken van mijn nalatenschap, ten gebruike van allen die uw heilige Naam met eerbied aanroepen en die mij vragen, mijn tussenkomst te verlenen bij hun aanvraag van uw barmhartigheid&#8221;.</em></p>
<p>349. Christus, onze Verlosser, antwoordde haar:</p>
<p><em>&#8220;Mijn moeder, waarin Ik mijn welbehagen heb gesteld. Ik geef u mijn  koninklijk woord, dat Ik met bijzondere barmhartigheid zal neerzien op allen, die met devotie en nederigheid een beroep doen op Mij door uw tussenkomst en dit in de toekomst in die Kerk zullen doen. Ik zal hen zegenen. In uw handen heb Ik al mijn schatten neergelegd en ze aan u toevertrouwd. Als mijn moeder, die mijn plaats bekleedt en mijn macht kan uitoefenen, kunt gij die plek onderscheiden door daarin uw rijkdommen neer te leggen en uw gunsten te beloven, want alles zal vervuld worden volgens uw wil en welbehagen&#8221;.</em></p>
<p>De gezegende Maria dankte haar Zoon en God opnieuw voor deze belofte. Toen vormden, op bevel van de Heer, een groot aantal engelen die haar vergezelde, een koninklijke troon van een schitterende wolk en zij plaatsten haar daarop als de koningin en meesteresse van de gehele schepping. Christus, de Heiland, gaf hen zijn zegen en steeg met de rest van de engelen ten hemel op.  De zuivere moeder, gedragen op de handen van de serafijnen en omstuwd door haar duizend engelen en vele anderen, vertrok met lichaam en ziel naar Zaragossa in Spanje. Ofschoon deze reis in zeer korte tijd gemaakt had kunnen worden, beval de Heer de engelen onder het zingen van hymnen en lofgezangen hun koningin in koren van de zuiverste harmonie plechtig te begeleiden.</p>
<p>350. Enige van hen zongen het &#8220;Ave Maria&#8221;, anderen het &#8220;Salve sancta Parens&#8221; en &#8220;Salve Regina&#8221;; wederom anderen het &#8220;Regina caeli laetare&#8221; etc. waarbij het ene koor het andere beantwoordde in zulk een harmonie van overeenstemming van klanken, als geen menselijke kunst ooit bereiken kan. De grote vrouwe beantwoordde dit alles vanuit een nederig hart des te deemoediger naarmate het geheel meer verheven werd, door de Heer te loven met de woorden van Jesaja:</p>
<p><em>&#8220;Heilig, heilig, heilig, Heer God Sabaoth, hebt medelijden met de arme kinderen van Eva. U is de glorie, U de macht, U de majesteit. Gij alleen zij heilig, de Allerhoogste en de Heer van alle hemelse legers en de gehele schepping&#8221;.</em></p>
<p>De engelen antwoordden dan wederom op deze gezangen van de maagd, die de Heer zo lieflijk in de oren klonken. Op deze wijze voortgaande kwamen ze ongeveer te middernacht in Zaragossa aan.</p>
<p>351.  De allergelukkigste apostel sint Jakobus kampeerde met zijn leerlingen buiten de muur, die langs de oever van de rivier de Ebro loopt. Teneinde zich terug te trekken in gebed had hij zich op enige afstand van zijn metgezellen teruggetrokken. Enige van zijn leerlingen waren in slaap gevallen, anderen waren in gebed; geen van hen verwachtte een vreemd gebeuren. De processie van de engelen spreidde zich wat uit en de serafijnen zongen steeds luider, zodat niet slechts de heilige Jakobus, maar ook de leerlingen het gezang konden horen. Degenen die sliepen, werden wakker en allen werden vervuld van innerlijke rust en verwondering, met hemelse troost die hen sprakeloos maakte en tot vreugdetranen bewoog. Zij zagen in de lucht een schitterend licht, stralender dan de zon, maar het verspreidde zich niet overal heen, bleef beperkt tot een bepaalde plaats; het had de vorm en het aanzien van een lichtgevende bol. In bewondering en vreugde stonden zij daar stil te kijken, totdat hun leraar hen riep. Door de wonderbaarlijke effecten die zij in zich voelden, wilde de Heer hen voorbereiden op wat hen geopenbaard zou worden over dit grote mysterie. De heilige engelen plaatsten de troon van hun koningin en vrouwe in het zicht van de apostel, die nog steeds in verheven gebed verzonken was, maar meer van de muziek hoorde en duidelijker de hemelse muziek hoorde dan zijn leerlingen. De engelen droegen met zich mee een kleine kolom, gemaakt van jaspis en een niet al te groot beeldje van hun koningin, gemaakt uit een ander materiaal. Dit beeld werd door de engelen onder grote eerbied gedragen. Gedurende die nacht hadden de engelen hun vaardigheid in het maken van dingen uit natuurlijke materialen de vrije loop gelaten en dit alles voor deze gelegenheid gereedgemaakt.</p>
<p>352. Op haar troon gezeten in de wolk, omgeven door de koren van engelen, openbaarde de koningin van de hemel zich aan de heilige Jakobus. De koningin deed voor haar bewonderenswaardige schoonheid en haar afstraling de schoonheid van de engelen verbleken. De gezegende apostel wierp zich op de grond en vereerde met de diepste eerbied de moeder van zijn Schepper en Verlosser. Tegelijkertijd werden hem het beeldje en de pilaar, door de handen van de engelen vervaardigd, getoond. De liefdevolle koningin gaf hem haar zegen in de naam van haar goddelijke Zoon en zei:</p>
<p><em>&#8220;Jakobus, dienaar van de Allerhoogste, gij zijt gezegend door zijn rechterhand. Moge Hij u opheffen en u het licht van zijn goddelijk gelaat laten zien&#8221;. </em>Alle engelen antwoordden: &#8216;Amen&#8217;. De koningin van de hemel vervolgde: <em>&#8220;Mijn zoon Jakobus. Deze plaats heeft de allerhoogste en almachtige God van de hemel bestemd om door u op deze aarde gewijd te worden tot een tempel en een huis van gebed waar Hij, onder mijn bescherming en naam, verheerlijkt en aanbeden wil worden. De schatten van zijn rechterhand zullen uitgedeeld worden en alle barmhartigheden beschikbaar komen door mijn tussenkomst, indien daarom gevraagd wordt in waar geloof en ernstige godsvrucht. In de Naam van de Almachtige beloof ik hen grote gunsten en liefdevolle weldaden en mijn bescherming en hulp, want dit wordt mijn huis en tempel, mijn erfenis en mijn bezit. Een borg voor deze waarheid en van deze belofte zal deze pilaar zijn met mijn beeltenis daarop geplaatst. In de tempel die gij voor mij zult bouwen, moeten deze dingen bewaard blijven tezamen met het heilig geloof, tot aan het einde der tijden. Gij zult onmiddellijk beginnen met het bouwen van deze tempel van God en nadat gij dit werk volbracht hebt, moet gij naar Jeruzalem vertrekken, want het is de wens van mijn goddelijke Zoon, dat gij het offer van uw leven brengt op dezelfde plaats, waar Hij het zijne offerde voor de redding van de mensheid&#8221;.</em></p>
<p>353. Nadat de grote koningin gesproken had, beval zij de engelen de pilaar met het beeldje erop te plaatsen op dezelfde plaats waar het nu nog steeds staat. De engelen voerden haar bevel in een ogenblik uit. Zodra de pilaar en het beeldje geplaatst waren, zagen de engelen en de apostelen dat deze plek een huis en een poort van God was, heilige grond en toegewijd als een tempel aan de glorie van de Allerhoogste en tot aanroeping van zijn heilige moeder. Tot getuigenis van dit feit aanbaden zij onmiddellijk de Godheid. De heilige Jakobus strekte zich op de grond uit en vierde tezamen met de heilige engelen onder het zingen van nieuwe lofliederen de eerste kerkwijding in deze wereld onder naam en titel van de grote meesteresse van hemel en aarde. Dit was het gelukkige begin van het heiligdom van onze Lieve Vrouw van de Pilaar in Zaragossa, dat terecht de kamer van de engelen, het huis van God en van zijn allerzuiverste moeder genoemd wordt. Het is waard om de verering van de gehele wereld naar zich toe te trekken en een veilige borg en onderpand te zijn van de gunsten en weldaden die niet verhinderd worden door onze zonden. Het schijnt mij toe, dat onze grote patroon en apostel, de tweede Jakobus, een meer glorieus begin aan deze tempel gaf dan de eerste Jakobus aan de zijne in Betel toen hij naar Mesopotamië reisde (Gn 28,18) , ofschoon in die naam en op die rots de tempel van Salomo gebouwd werd. Daar zag Jakob in zijn slaap het mystieke en symbolische beeld van de ladder met de vergezellende engelen, maar hier zag onze Jakobus de ware Trap naar de hemel met zijn lichamelijke ogen en vergezeld van veel meer engelen. Daar werd de steen gewijd als een tempel, die vele malen verwoest zou worden en na enige eeuwen zou ophouden te bestaan, maar hier in de soliditeit van deze waarlijk gewijde pilaar, werd de tempel, het geloof en de aanbidding van de Allerhoogste tot het einde der tijden gegrondvest. Daar zouden de engelen opstijgen met de gebeden van de gelovigen en neerdalen met de onvergelijkelijke weldaden en genaden die uitgedeeld zouden worden aan al degenen die in deze plaats gelovig deze grote koningin en vrouwe aanroepen en vereren.</p>
<p>354. Onze apostel dankte de gezegende Maria met grote nederigheid en vroeg haar om bijzondere bescherming van dit Spaanse koninkrijk en speciaal voor deze plaats die aan haar verering en naam was toegewijd. De hemelse moeder stond hem al zijn verzoeken toe. Na hem nogmaals haar zegen gegeven te hebben, werd zij door de heilige engelen naar Jeruzalem teruggebracht. Op haar verzoek droeg de Allerhoogste de zorg en de verdediging van dit heiligdom op aan een engel, die vanaf die dag nog steeds dit ambt vervult en het zal blijven vervullen zolang het heiligenbeeld en de pilaar daar zullen blijven. Alle gelovige katholieken kennen met eigen ogen de zeer goede staat van dit heiligdom, intact en ongemolesteerd gedurende meer dan zestien eeuwen ondanks alle trouweloosheid van de Joden, de afgodendienst van de Romeinen, de afvalligheid van de Arianen en de wilde woede van de Arabieren en heidenen. En nog groter zou de verwondering van de katholieken zijn, indien ze bekend waren met de complotten en samenzweringen, die de gehele hel door de eeuwen heen gesmeed heeft via deze heidense naties, tot vernietiging van dit heiligdom. Ik zal mij niet ophouden door al deze gebeurtenissen te vertellen, want ze zijn niet nodig en behoren niet thuis in deze geschiedenis en voor mijn doel. Het moet voldoende zijn, mee te delen dat Lucifer deze vijanden vele malen tot de aanval heeft opgezet, maar dat de bewaarengel van dit heiligdom alle pogingen verijdeld heeft.</p>
<p>355. Maar ik wil toch de nadruk leggen op twee punten, die mij te kennen gegeven werden om hier te boekstaven. Eerstens: wat betreft de beloften van Jezus Christus en van zijn allergezegendste moeder. Ofschoon ze met grote stelligheid de instandhouding van deze tempel en heiligdom verzekeren, zijn ze toch aan stilzwijgende voorwaarden gebonden, zoals dit het geval is met vele andere beloften van de heilige Schrift die betrekking hebben op bijzondere weldaden van goddelijke genade. Deze voorwaarden, die voor dit geval geldt is, dat wij ons van onze kant op zodanige wijze gedragen, dat wij God niet dwingen ons dit genadig toegestane privilege te ontnemen, dat ons op deze wijse beloofd en aangeboden is. Omdat de Heer, onder de geheimzinnige besluiten van zijn gerechtigheid de dwingende mate van zondigheid verbergt, is deze voorwaarde niet verduidelijkt of geheel aan ons geopenbaard en daarenboven weten we uit de leer van de heilige Kerk dat zijn gunsten en beloften niet tegen de Heer gekeerd mogen worden en dat wij niet mogen zondigen in vertrouwen op zijn vrijgevige barmhartigheid, want dat dit, meer dan iets anders, ons daarvoor onwaardig maakt. De zonden van deze koninkrijken en van die vrome stad Zaragossa kunnen zo groot en zo menigvuldig worden dat wij, in alle rechtvaardigheid, het verlies van deze grote weldaad en de bescherming van de grote koningin en vrouwe van de engelen aan onszelf te wijten zouden hebben.</p>
<p>356. Het tweede punt, dat ik wil aanstippen en dat niet minder onze aandacht verdient is, dat Lucifer en zijn duivelen, die alles afweten van deze feiten en van de beloften van de Heer, geprobeerd hebben en nog steeds proberen in deze beroemde stad, met meer geraffineerde boosaardigheid dan elders, afschuwelijke ondeugden en zonden te introduceren, in het bijzonder die de zuiverheid van de allergezegendste Maria zouden kwetsen. Het doel van de oude slang is een tweevoud van afschuwelijke uitwerkingen te bewerkstelligen: ten eerste, ofwel de inwoners van die stad, indien mogelijk over te halen om God zo te beledigen, dat Hij het heiligdom aan haar lot overlaat, waardoor hij zijn doelstelling die op geen andere wijze te bereiken is, zou verwezenlijken, of, indien dat mogelijk is, tenminste de zielen te verhinderen passende eerbied en devotie te tonen aan de heilige tempel en aan de grote weldaden, die Maria aan al haar toegewijde smekelingen beloofd heeft. Lucifer en zijn duivelen weten zeer goed, dat de inwoners van Zaragossa en omgeving meer verschuldigd zijn aan de grote koningin van de hemel dan degenen die in andere steden en provincies van de christenheid wonen. Want zij heeft binnen haar muren de voorraadschuur en fontein van gunsten en weldaden waaruit anderen slechts kunnen putten als ze van ver gekomen zijn. Daarom is het ook dat, indien haar inwoners, terwijl ze al deze voordelen bezitten, toch een zondiger leven leiden en dientengevolge meer deze neerbuigende barmhartigheid, die niemand ooit verdienen kan, met minachting behandelen, zij met zekerheid door hun ondankbaarheid jegens God en zijn gezegende moeder, groter verontwaardiging en straffen van de goddelijke gerechtigheid over zichzelve afroepen. Ik wil met vreugde aan allen, die deze geschiedenis lezen zeggen, dat ik mij uitzonderlijk gelukkig acht te mogen schrijven op een plaats die slechts twee dagreizen van de stad Zaragossa verwijderd is en dat ik het heiligdom aldaar met grote liefde aanschouw, waarbij ik de schuld gedenk, die -zoals allen weten- ik heb aan de grote meesteresse van de wereld. Ik erken ook mijn verplichtingen en mijn dank tegenover de godsvrucht van die stad. Als tegenprestatie wil ik met de meeste nadruk de inwoners in herinnering brengen, welke oprechte en vurige toewijding zij verschuldigd zijn aan de allergezegendste Maria, de gunsten die zijzelf daarvoor verkrijgen kunnen en de weldaden die ze verliezen zouden door vergeetachtigheid en lauwheid. Laten zij zichzelf als meer begunstigden en meer verschuldigden beschouwen dan andere gelovigen. Laten zij hun schat hoogachten, er met vreugde van genieten en laten ze het zoenoffer van hun God niet tot een gewoon huis maken of het omvormen tot een rechtzaal, want de allerheiligste Maria heeft het aangewezen als een werkcentrum, een raadszaal van haar barmhartigheden.</p>
<p>357. Nadat het visioen van de allergezegendste Maria vervlogen was, riep de heilige Jakobus zijn leerlingen, die onder de indruk waren van muziek en licht, ofschoon ze niets anders gehoord of gezien hadden, bijeen. Hun grote leraar openbaarde hen wat nodig was om hen te ontvlammen voor het bouwen van de Kerk, hetgeen hem was opgedragen. Met hulp van de heilige engelen maakten zij, voordat Jakobus Zaragossa verliet, de kleine kapel gereed, waarin het beeld en de pilaar nog steeds bewaard worden. Later stichtten de katholieken de weelderige tempel en alles wat dit beroemde heiligdom omgeeft en versiert. De evangelist, de heilige Johannes, wist op dat moment niets van de reis van de hemelse moeder naar Spanje en zij vertelde hem daar ook niets van, want deze privileges en gunsten hadden niets te maken met de universele Kerk, zodat zij het geheim daarvan voor zichzelf hield. Andere, grotere echter, werden aan de heilige Johannes en de andere evangelisten meegedeeld, omdat ze noodzakelijk waren voor de gewone onderrichting en het gloof van alle christenen. Maar toen de heilige Jakobus uit Spanje terugkwam en zijn broer Johannes in Jeruzalem zag, vertelde hij hem wat hem overkomen was gedurende zijn predikreizen door Spanje. Hij vertelde hem ook over de twee visioenen van de allerheiligste Maria en over wat er in Zaragossa betreffende de tempel die hij had opgericht in die stad, geschied was. Door de evangelist hoorden vele van de andere apostelen en leerlingen van dit wonder, want later vertelde hij het hen in Jeruzalem om hen te bevestigen in hun geloof en toewijding aan de meesteresse van de hemel en hun vertrouwen in haar bescherming  op te wekken. Zodoende riepen velen haar aan, omdat ze van de heilige Jakobus vernomen  hadden, hoe hij door haar begunstigd was. De liefhebbende moeder hielp enige van hen meermalen en hen allen op verschillende tijden in bepaalde moeilijkheden en gevaren.</p>
<p>358. De wonderbare verschijning van de allergezegendste Maria in Zaragossa had plaats in het begin van het veertigste jaar na de geboorte van  de Heer, gedurende de nacht van de 2e januari. Vier jaren, vier maanden en tien dagen waren voorbijgegaan sinds de dag, dat de heilige Jakobus Jeruzalem had verlaten op zijn missiereis, want hij was vertrokken in het jaar 35, op de 20e augustus, zoals ik reeds hiervoor vertelde (par. 319) en van de verschijning tot zijn dood, de tijd waarin hij de tempel bouwde, terugkeerde naar Jeruzalem en preekte leefde hij nog één jaar, twee maanden en 23 dagen. Hij stierf op de 25e maart in het jaar 41. De grote koningin van de engelen was ten tijde van haar verschijning in Zaragossa 54 jaar, 3 maanden en 24 dagen oud. Onmiddellijk na terugkomst te Jeruzalem, maakte zij voorbereidingen voor haar vertrek naar Efeze, zoals ik in het volgende boek (hoofdstuk 1), vertellen zal. Zij vertrok vier dagen daarna. Zo was deze tempel vele jaren voor haar glorierijke tenhemelopneming gewijd, hetgeen duidelijk zal zijn als ik haar leeftijd bij haar dood meedeel, want (boek 8 par. 742) vanaf deze verschijning tot aan haar dood verstreek meer tijd dan algemeen aangenomen wordt. Gedurende al deze jaren werd zij reeds vereerd in Spanje en werden er tempels te harer ere gebouwd, want in navolging van Zaragossa werden vele andere gesticht.</p>
<p>359. Deze prachtige onderscheiding verheft Spanje boven alles wat tot haar eer gezegd kan worden,  want daardoor steekt het boven alle andere naties en koninkrijken uit wat betreft openbare verering, eerbied en toewijding aan de grote koningin en meesteresse van hemel en aarde. Spanje riep haar met groter ijver aan toen zij nog leefde dan vele andere naties gedaan hebben en doen na haar ten hemelopneming. Als tegenprestatie voor deze algemene toewijding heeft de allergezegendste Maria -aldus werd mij te kennen gegeven- deze streken boven alle koninkrijken op deze aarde verrijkt door de openbare verering van zovele miraculeuze beelden en heiligdommen in Spanje, te harer ere, te verspreiden. Door deze gunsten te vermenigvuldigen heeft de hemelse moeder getracht de omgang met haar door alle Spaanse koninkrijken heen, te vergemakkelijken, waarbij zij haar bescherming in vele tempels en heiligdommen aanbood en de toewijding van de gelovigen door alle provincies heen, tegemoet kwam. Dit moet ons bewegen haar te erkennen als onze moeder en patrones en ons te verstaan geven, dat de verdediging en de verspreiding van haar eer over de gehele wereld, een bijzonder privilege van deze natie is.</p>
<p>360. Daarom bid en smeek ik alle onderdanen en inwoners van Spanje en in de naam van deze grote vrouwe spoor ik hen allen aan hun geheugen op te frissen, hun geloof te verlevendigen, hun oude toewijding aan de allergezegendste Maria te hernieuwen en op te wekken en zichzelf meer met haar verbonden en meer verplicht te gevoelen dan andere naties. Laten zij in het bijzonder het heiligdom van Zaragossa in de hoogste verering houden, omdat het alle andere overtreft en het beginpunt van de verering en toewijding aan deze koningin in Spanje is. En laten allen die dit lezen geloven, dat het geluk en de grootheid van het Spanje van vroeger een gave was van de allergezegendste Maria en een beloning voor de verdiensten, die het Spaanse volk aan haar bewezen heeft. Als wij, in onze dagen, de glorie en het geluk van Spanje zozeer verminderd zien, dan is dit de fout van onze nalatigheid, waardoor wij haar dwingen haar bescherming terug te trekken. Indien wij een geneesmiddel wensen voor zoveel rampen, dan kunnen we dit uitsluitend door deze machtige koningin verkrijgen, mits wij haar gunst door nieuwe en uitzonderlijke bewijzen van onze toewijdingm herwinnen! En aangezien de bewonderenswaardige weldaad van het katholieke geloof en de andere weldaden die ik genoemd heb, tot ons gekomen zijn door onze grote patroon en apostel Jakobus, laat dan ook onze toewijding en ons vertrouwen tot hem zich op gelijke wijze vernieuwen, opdat de Almachtige door zijn tussenkomst zijn wonderen moge vernieuwen.</p>
<p><strong>Instructies die de koningin van de hemel, de allergezegendste Maria mij gaf.</strong></p>
<p><em>361. &#8220;Mijn dochter, gij weet dat ik, niet zonder enigszins mysterieuze reden, u meerdere malen gewezen heb op de geheime machinaties en verraderlijke raadgevingen uit de hel tot ruïnering van het menselijk geslacht en tot het instandhouden van de woedende en rusteloze toorn, waarmee Lucifer de mens omgeeft. Bij deze aanval laat de hel geen kans voorbijgaan, geen gelegenheid, geen enkele mogelijkheid. Lucifer vergeet geen weg, geen land of persoon bij het spannen van valstrikken en bij het trachten, manieren te vinden om juist degenen die verlangen naar het eeuwig leven en de vriendschap van God, gevaarlijke en bedrieglijke voorspiegelingen te maken. Naast deze algemene waarschuwingen heb ik u meermalen de raadsvergaderingen in de hel en de samenzweringen tegen u laten zien. Het is belangrijk voor alle kinderen van de Kerk om te ontsnappen aan de onwetendheid, waarin zij leven betreffende de gevaren voor hun eeuwig leven. Zij weten niet, dat hun onkunde van deze geheimen de straf van de zonde van Adam is en hoe, na ingelicht te zijn, zij dit weer vergeten en steeds meer onwaardig worden dit te weten door hun eigen zonden. Vele van de gelovigen zijn zo vergeetachtig en zorgeloos, alsof er geen duivelen waren om hen te vervolgen en te bedriegen en indien ze al een enkele keer daaraan denken, dan is het toch maar oppervlakkig en vallen ze weer snel terug in de nonchalance, die voor vele van hen gelijk staat met eeuwige straffen. Indien de duivelen in alle plaatsen, bij alle werken en elke gelegenheid hun strikken spannen, dan is het toch duidelijk en terecht, dat de christenen bij elke stap die ze zetten, goddelijk Licht vragen om de gevaren te zien en te kunnen vermijden. Maar als de kinderen van Adam zo lauw zijn in deze zaken, kunnen ze nauwelijks één werk verrichten zonder door de helse slang aangevallen en besmet te worden door zijn vergift. Zo stapelen ze zonde en zonde, kwaad op kwaad en prikkelen ze de goddelijke gerechtigheid en verhinderen de toevloed van barmhartigheid.</em></p>
<p><em>362. In deze gevaren vermaan ik u, mijn dochter, dat juist als de woede en de sluwheid van de hel jegens u groter wordt, gij ook met de goddelijkke genade uw oplettendheid moet verhogen en bestendigen om uw geslepen vijanden te kunnen overwinnen. Overweeg wat ik deed toen ik de plannen van Lucifer zag om mij en de heilige Kerk te vervolgen; ik vermenigvuldigde mijn gebeden, tranen, zuchten en smekingen. Toen de duivelen zich trachtten te verzekeren van de hulp van Herodes en de Joden van Jeruzalem, gaf ik mijn wens om te blijven op, (ofschoon ik niets te vrezen had voor mijzelf) om een voorbeeld te stellen van voorzichtigheid en gehoorzaamheid door het gevaar te ontvluchten en in te gaan op de wil van de heilige Johannes. Gij zijt niet sterk en gij zijt in groot gevaar van de zijde van schepselen en, wat meer is, gij zijt mijn leerlinge en hebt mijn leven en mijn werken tot voorbeeld. Daarom is het mijn wens, dat gij het gevaar ontvliedt, zodra gij het ziet en indien dat nodig blijkt, vermijd dit dan ten koste van de grootste zintuiglijke pijn, steeds handelend onder gehoorzaamheid, die gij moet beschouwen als uw leidster en als uw steun tegen de gevaren van een val. Onderzoek met grote voorzichtigheid of er onder een schijnbaar godvruchtig werk geen strik van de duivel gespannen is en zie toe, dat gij geen kwaad doet door goed te doen aan anderen. Vertrouw uw eigen oordeel niet, ofschoon dit u goed en veilig toeschijnt; aarzel niet om in alle dingen te gehoorzamen. U kunt zien hoe ik, door te gehoorzamen, veilig door veel moeilijkheden en lastig werk heen ben gekomen.</em></p>
<p><em>363. Hernieuw uw op liefde gebaseerde wens om mijn voetstappen te volgen en mij volmaakt na te volgen, om dat wat nog te vertellen valt van mijn geschiedenis, af te maken, terwijl gij het tegelijk in uw hart grift. Volg de weg van de nederigheid en de gehoorzaamheid bij het beschrijven van mijn leven en mijn deugden en indien gij mij gehoorzaamt, -zoals ik steeds gewenst heb en steeds aan u heb gevraagd- zal ik u als mijn dochter helpen bij alles wat gij nodig hebt en in al uw bezoekingen. Mijn goddelijke Zoon zal zijn plannen voor u voltooien, zoals gij gevraagd hebt, voordat gij aan dit werk begon; zijn beloften die Hij zo dikwijls herhaald heeft, zullen vervuld worden en zij zult gezegend worden door zijn machtige rechterhand. Prijs en verheerlijk de Allerhoogste voor de genade, aan mijn dienaar Jakobus in Zaragosse gegeven; voor de tempel die daar werd opgericht vóór mijn tenhemelopneming en voor alle wonderen die daarmee verband houden. Overweeg dat dit de eerste tempel was onder de evangelische wet en ten zeerste aangenaam was in de ogen van de heilige Drie-eenheid!&#8221;.</em></p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/greeth.wordpress.com/415/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/greeth.wordpress.com/415/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/greeth.wordpress.com/415/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/greeth.wordpress.com/415/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/greeth.wordpress.com/415/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/greeth.wordpress.com/415/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/greeth.wordpress.com/415/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/greeth.wordpress.com/415/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/greeth.wordpress.com/415/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/greeth.wordpress.com/415/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/greeth.wordpress.com/415/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/greeth.wordpress.com/415/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/greeth.wordpress.com/415/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/greeth.wordpress.com/415/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=415&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://greeth.wordpress.com/2010/10/29/lucifer-zet-een-vervolging-in-tegen-de-kerk-en-de-h-maria-is-waar-gebeurd-verhaal/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://1.gravatar.com/avatar/d2e0130c3aae324e6a0d4416eff0dbf7?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">greeth</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>DE BEKERING VAN DE HEILIGE PAULUS; is waar gebeurd verhaal</title>
		<link>http://greeth.wordpress.com/2010/10/20/de-bekering-van-de-heilige-paulus-is-waar-gebeurd-verhaal/</link>
		<comments>http://greeth.wordpress.com/2010/10/20/de-bekering-van-de-heilige-paulus-is-waar-gebeurd-verhaal/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 20 Oct 2010 15:33:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>greeth</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://greeth.wordpress.com/?p=391</guid>
		<description><![CDATA[Uit het boek De mystieke stad Gods; deel 7, opgetekend door moeder abdis (Maria van Agreda o.i.c) aan haar gegeven visioenen door de Heer onze God. Per deel €12,&#8211; (in totaal zijn er 8 delen), te bestellen bij Fam.Frenkel Oyenseweg 19 5346 SN Oss tel. 0412-642611. 248. Onze moeder de Kerk, daartoe geleid door de heilige Geest, viert [...]<img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=391&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Uit het boek De mystieke stad Gods; deel 7, opgetekend door moeder abdis (Maria van Agreda o.i.c) aan haar gegeven visioenen door de Heer onze God. Per deel €12,&#8211; (in totaal zijn er 8 delen), te bestellen bij Fam.Frenkel Oyenseweg 19 5346 SN Oss tel. 0412-642611.</p>
<p>248. Onze moeder de Kerk, daartoe geleid door de heilige Geest, viert de bekering van de heilige Paulus als een van de grootste genadewonderen en tot vertroosting van de zondaars, want van een kwaadaardige godslasteraar en vervolger van de naam van Christuus, zoals sint Paulus zichzelf noemt (1 Tim 1,13), was hij veranderd in een apostel die barmhartigheid verkreeg door de goddelijke genade. Daar aan het verkrijgen daarvan onze grote koningin een voornaam aandeel had, mag dit bijzondere wondere van de Almachtige in deze geschiedenis niet ontbreken. Maar de grootte kan nog het best begrepen worden indien de toestand van sint Paulus als vervolger van de Kerk ten tijde van zijn roeping duidelijk uiteengezet wordt en indien de redenen, die hem tot krachtdadig voorvechter van de wet van Mozes en bittere vervolger van Christus maakte, bekend worden.</p>
<p>249. Sint Paulus onderscheidde zich in het Jodendom om twee redenen. De ene was zijn eigen karakter en de tweede de oplettendheid van de duivel om zich van zijn van nature goede kwaliteiten ten nutte te maken. Sint Paulus had een krachtige, grootmoedige, zeer edele, vriendelijke, actieve, moedige en standvastige aard. Hij had vele morele deugden. Hij stelde er een eer in een onwrikbare belijder van de wet van Mozes te zijn en daarop te studeren en daarin doorkneed te zijn; ofschoon hij in feite onkundig was van het wezen daarvan, zoals hij zelf aan Timótëus bekent, omdat al zijn kennis menselijk en aards was. Zoals vele joden kende hij de wet slechts van de buitenkant, zonder de geest ervan te begrijpen noch had hij niet de goddelijke inzichten, die noodzakelijk waren  om haar goed te begrijpen en door te dringen in haar gebeurtenissen. Maar daar zijn onkunde hem voorkwam reële kennis te zijn en hij een sterk geheugen en een vlot verstand had, werd hij een groot ijveraar voor de tradities van de rabbijnen (Gal 1,14). Hij oordeelde het een smaad en een dwaasheid dat -zoals hij dacht- een nieuwe wet, uitgedacht, door een man die als een misdadiger gekruisigd was, in de plaats zou komen van de wet, die door  God zelf verkondigd en aan Mozes op de berg gegeven was. Zodoende koesterde hij een grote haat en afschuw voor Christus, zijn wet en zijn leerlingen. Vanuit deze dwaling en steunend op zijn morele deugden -als we hier kunnen spreken van deugden, gezien het feit dat er van liefde geen sprake was-, vond hij zijn troost in de bestrijding van de fouten die anderen maakten. Want het is een gewone miskenning van de kinderen van Adam, dat ze vreugde scheppen in enig goed werk zonder zich de veel belangrijker inspanning te getroosten om hun kwade neigingen te onderdrukken. Saulus leefde en handelde vanuit dit zelfbedrog. Hij was er vast van overtuigd, dat hij volijverig de eer van God hooghield door de oude wet van Mozes en alle geboden, die daaruit voortvloeien, na te leven. Het scheen hem toe dat hij door zo te handelen Gods eer verdedigde, want hij had deze wet niet werkelijk begrepen; die wet die in haar ceremonies en symbolen slechts tijdelijk en niet eeuwig was en noodzakelijkerwijs afgeschaft zou worden door een wijzer en machtiger Wetgever, door Mozes zelf aangekondigd (Dt 18,15).</p>
<p>250. Deze misplaatste ijver en heftigheid werd door de boosaardigheid van de duivel en zijn trawanten aangewakkerd. Zij prikkelden hem en spoorden hem aan tot nog groter haat jegens de wet van onze Heiland Jezus Christus. Vele malen heb ik in de loop van deze geschiedenis de boosaardige pogingen en helse complotten van deze draak tegen de heilige Kerk genoemd (Par. 204; boek 6 par. 714). Daarbij behoorde ook het naarstig speuren naar mensen, die als geschikte en adequate instrumenten van zijn boosaardigheid zouden kunnen dienen. Lucifer noch zijn trawanten kunnen, -ofschoon ieder voor zich in staat is mensen te bekoren-, publiekelijk hun oproerige baniers opsteken en leiders worden in een of andere sekte die God bestrijdt, tenzij met de hulp van een menselijk wezen, die de blinden en ongeletterden aanvoert. Deze wrede vijand was woedend over het gelukkig begin van de heilige Kerk; hij vreesde haar vooruitgang en werd verteerd door afgunst bij het zien van wezens van een lagere natuur dan hij zelf die opgeheven werden en deelgenoot werden van de Godheid en zijn glorie, die hij zelf verloochend had. Hij zag de neigingen van Saulus, zijn gewoonten en de toestand van zijn innerlijk en dit alles scheen hem toe overeen te komen met zijn eigen plan tot ruïnering van de Kerk van Christus.</p>
<p>251. Lucifer vroeg zijn trawanten raad inzake dit zondige plan. Tot dit doel riep hij een speciale bijeenkomst tezamen. De draak en zijn trawanten besloten unaniem Saulus op te zwepen door zijn haat tegen de apostelen en de gehele kudde van Christus aan te wakkeren en aan zijn innerlijke toestand aan te passen en om dit doel sneller te bereiken stelden ze zijn verontwaardiging als een deugd voor, waarop hij trots kon zijn. De duivels volgden dit besluit letterlijk op zonder een gelegenheid daartoe voorbij te laten gaan. Ofschoon Paulus ontevreden was en gekant tegen de leer van onze Heer, zelfs voor zijn dood op het kruis, had hij zich toch nog niet tot een bijzondere ijveraar voor de verdediging van de wet van Mozes en tegenstander van de Heer verklaard. Eerst na de dood van de heilige Stefanus toonde hij die woede, waartoe de helse draak hem tegen de volgelingen van Christus geïnspireerd had. Daar de vijand het hart van Saulus bij die gelegenheid zo bereid vond tot het uitvoeren van zijn boosaardige suggesties, werd hij zo arrogant, dat het hem toescheen, dat hij verder niets te wensen had en dat deze man geen weerstand zou bieden, indien hij hem verdere boze plannen zou influisteren.</p>
<p>252. Misleid door zijn goddeloze arrogantie trachtte Lucifer Saulus te verleiden tot moord op de apostelen en de allergezegendste Maria. De trots van deze bloeddorstige draak was zo groot geworden, dat hij bedrogen zou uitkomen. De gezindheid van Saulus  was edel en grootmoedig en het scheen hem beneden zijn waardigheid om dergelijke misdaden te bedrijven en de rol van moordenaar te gaan spelen, terwijl hij -zo dacht hij althans- de wet van Christus door redenering en aan de kaakstelling zou kunnen vernietigen. Het idee om de gezegende moeder te doden riep nog groter afschuw bij hem op, want hij hield haar, als vrouw, in hoog aanzien en ook omdat hij haar had gadegeslagen gedurende het lijden en de passie van Christus. Daarom scheen zij hem toe als een grootmoedige vrouw die eerbied waard was. Zij had zijn achting inderdaad verdiend door haar houding in die periode. Ook zijn medelijden over haar smart en in haar beproeving had zij opgewekt. Daarom liet hij geen toespeling van de duivel op een moordaanslag op de gezegende Maria toe. Dit medelijden voor haar bracht de bekering van Saulus naderbij. Ook hield hij zich niet bezig met plannen tegen de levens van de apostelen, ofschoon Lucifer deze moord als een daad, die zijn moedige geest waardig was, aanprees. Hij verwierp al deze zondige gedachten maar besloot alle Joden aan te sporen de Kerk te vervolgen en haar met de naam van Christus te vernietigen.</p>
<p>253. Toen de draak en zijn volgelingen inzagen, dat ze niets meer konden bereiken, stelden zij zich tevreden met het besluit dat Saulus  genomen had. De vreselijke woede van deze duivels jegens God kan afgemeten worden aan het feit, dat op dezelfde dag zij nog een tweede bijeenkomst hielden, waar zij beraadslaagden hoe zij het leven van deze man, die zo goed gedisponeerd was voor de uitvoering van hun boosaardige plannen, konden verzekeren. Deze dodelijke vijanden weten zeer goed, dat  zij geen zeggingsschap hebben over het leven van de mensen, dat zij geen leven kunnen verwekken noch verdelgen, tenzij God hun dat toestaat bij een bijzondere gelegenheid. Maar in dit geval wilden zij behoeders en geneesheren zijn voor het leven en de gezondheid van Saulus, voor zover hun macht dit toeliet, door b.v. zijn  voorzorg jegens wat nadelig voor de gezondheid is, wakker te houden en dingen, die weldadig zouden zijn voor het leven en de gezondheid aan te raden. Maar ondanks al hun pogingen waren ze toch niet in staat het werk van de genade zoals God dit wenste te voltrekken, te verhinderen. Zij verwachtten in de verste verte niet dat Saulus ooit het geloof van Christus zou omhelzen en dat het leven dat zij trachtten te behouden en te verlengen zou strekken tot hun eigen ondergang en kwelling. Zulke voorvallen worden verzorgd door de wijsheid van de Allerhoogste om de duivel, door eigen inblazingen in verwarring gebracht zich zijn eigen valstrikken te laten spannen en opdat al diens kuiperijen zouden dienen tot vervulling van de goddelijke en onweerstaanbare wil.</p>
<p>254. Dit waren de besluiten van de hoogste Wijsheid, opdat de bekering van Paulus wonderschoon en stralend zou zijn! Met deze dingen voor ogen liet God toe dat satan, na de dood van de heilige Stefanus, Saulus aanzette om naar de hogepriester te gaan met wrede bedreigingen jegens de leerlingen van Christus, die Jeruzalem verlaten hadden en om verlof te vragen hen van de plaatsen waar zij zich ophielden, gevankelijk naar Jeruzalem terug te brengen (Hnd 9,1). Voor deze onderneming bood Saulus zichzelf en zijn bezittingen aan, zelfs zijn leven; op eigen kosten en zonder enig salaris maakte hij deze reis, opdat de nieuwe wet, gepredikt door de leerlingen van de gekruisigde, de wet van zijn voorvaderen niet zou overvleugelen. Dit aanbod vond gewillig gehoor bij de hogepriesters en hun raadgevers; zij gaven Saulus direct de opdracht die hij vroeg, in het bijzonder verlof om naar Damascus te gaan, waar, volgens ontvangen rapporten enige leerlingen zich hadden teruggetrokken na Jeruzalem te hebben verlaten. Hij maakte zich gereed voor de reis, waartoe hij enige gerechtsdienaren en soldaten in dienst nam om hem te vergezellen. Maar zijn talrijkste escorte werd gevormd door vele legioenen duivels, die tot zijn ondersteuning uit de hel tevoorschijn gekomen waren om door Saulus, met vertoon van enorme kracht, een eind te maken aan de Kerk en deze in vuur en bloed te smoren. Dit was in feite de opzet van Saulus en tegelijk die, waartoe Lucifer en zijn trawanten hem trachtten aan te sporen. Maar laten we hem eerst even alleen laten op zijn reis naar Damascus, verlangend alle leerlingen van Christus, die hij in de synagogen van die stad zou aantreffen, te grijpen.</p>
<p>255. Niets van dit alles bleef verborgen voor de koningin van de hemel, want naast haar kennis van en indringende visioenen op de innerlijke gedachtten van mensen en duivels, zorgden de apostelen ervoor, dat zij alles te weten kwam wat de volgelingen van haar Zoon aanging. Reeds lang geleden wist zij, dat Saulus een apostel van Christus zou worden, voor de heidenen zou prediken en een vooraanstaand en geacht man in de Kerk zou worden. Want al deze dingen had haar Zoon haar meegedeeld, zoals ik het tweede gedeelte van deze geschiedenis heb gezegd. Maar toen zij zag, dat de vervolgingen in hevigheid toenamen en de glorieuze vruchten van de bekering van Saulus op zich lieten wachten (boek 5 par. 23) en zij daarenboven waarnam, dat de leerlingen van Christus, die niets van de geheime raadsbesluiten van de Allerhoogste afwisten, zeer onder de indruk waren en ontmoedigd door de woede en de hardnekkigheid van de vervolgingen, werd de liefhebbende moeder met smart vervuld. Omdat zij overwoog, dat deze kwestie zeer belangrijk was, schepte zij nieuwe moed en vertrouwen in haar gebeden voor het welzijn van de Kerk en de bekering van Saulus. Zij wierp zich neer in de aanwezigheid van haar Zoon en stortte het volgende gebed:</p>
<p><em>256. &#8220;Allerhoogste Heer, Zoon van de eeuwige Vader, ware God van de ware God, voortgekomen uit zijn eigen ondeelbare substantie en door uw onuitsprekelijke neerbuigendheid mijn Zoon en het leven van mijn ziel geworden, hoe zal ik uw slavin, doorgaan met leven, indien de vervolging van de geliefde Kerk, die Gij aan mijn zorgen hebt toevertrouwd, blijft zegevieren en niet door uw Almacht bedwongen wordt? Moet mijn hart aanschouwen, dat de vrucht van uw kostbaar bloed veracht en onder de voet gelopen wordt? Indien Gij, mijn Heer, mij de kinderen, door U in de Kerk ontvangen, schenkt en indien ik hen moet liefhebben en over hen moet waken als een moeder, hoe kan ik dan getroost worden, indien ik ze zo vervolgd en vernietigd moet zien omdat ze uw heilige Naam en Uzelf beminnen met een oprecht hart? U bezit de kracht en de wijsheid en het is niet gepast, dat hij over U zal gloriëren, die de draak uit de hel is, de vijand van uw naam en de belasteraar van mijn kinderen en uw broeders is. Mijn Zoon beperk de trots van deze oude slang, die in zijn trots opnieuw de kop opsteekt om zijn woede tegen de eenvoudige schapen uit uw kudde uit te braken. Lucifer heeft in zijn bedrog Saulus betrokken, die Gij uitverkoren hebt als uw apostel. Het is tijd, dat Gij uw Almacht toont en deze ziel, die zoveel zal bijdragen tot de glorie van uw naam en zoveel goed moet doen voor de gehele wereld, redt&#8221;.</em></p>
<p><em>257.  De allergezegendste vrouwe hield dit gebed zeer lang vol. Zij offerde zichzelve op om te lijden en te sterven, indien dit nodig zou zijn voor het welzijn van de heilige Kerk en de bekering van Saulus. Aangezien haar goddelijke Zoon in zijn oneindige wijsheid voorzien had, dat zijn geliefde moeder dit gebed zou storten, daalde Hij neer uit de hemel en Hij verscheen haar in Persoon, terwijl zij in haar bidvertrek bad. Hij zei tot haar: </em></p>
<p><em>&#8220;Mijn geliefde moeder, waarin Ik de vervulling aantref van geheel mijn wil en vreugde, wat verlangt gij? Zeg Mij wat gij wenst!&#8221;.</em></p>
<p><em>Zoals gebruikelijk in de aanwezigheid van haaar Zoon wierp zij zich ter aarde neer en aanbad Hem als de ware God, terwijl zij zei:</em></p>
<p>&#8220;Mijn hoogste Heer, ver van tevoren kent Gij de harten en de gedachten van uw schepselen en mijn wensen zijn een open boek voor uw ogen. Mijn smekingen zijn de gebeden van iemand, die uw oneindige liefde voor de mensen kent, van de moeder van uw kerk, de middelares van zondaren en uw slavin. Indien ik alles van U ontvangen heb zonder mijn verdienste, kan ik niet bevreesd zijn niet gehoord te worden in mijn verlangens voor uw eer. Ik vraag U, o mijn Zoon, dat Gij op de bezoekingen die uw Kerk te verduren heeft, neerziet en dat Gij, als een liefhebbende Vader, uw kinderen, die Gij door uw kostbaar bloed verwekt hebt, te hulp komt&#8221;.</p>
<p><em>258. De Heer schiep vreugde in de verzuchtingen van zijn geliefde moeder en bruid en daarom vroeg Hij haar meer bijzonderheden, alsof Hij onkundig was van wat zij verlangde en wat haar zeker niet zou kunnen geweigerd worden, gezien haar grote verdiensten en liefde. Christus, onze Heer bestendigde deze liefdeslist, waardoor Hij bleef converseren met zijn lieve moeder, terwijl zij een pleidooi hield voor de beëndiging van de vervolgingen en de bekering van Saulus. Onder meer zei Hij:</em></p>
<p>&#8220;Mijn moeder, indien Ik in mijn barmhartigheid lankmoedigheid toon jegens Saulus, hoe kan Ik dan voldoen aan mijn gerechtigheid? Want Saulus volhardt in het diepste ongeloof en kwaadaardigheid en speelt mijn vijanden in de kaart door met inzet van zijn gehele persoonlijkheid te werken voor de vernietiging van mijn Kerk en de uitwissing van mijn Naam van het aanschijn van de aarde, waardoor hij heel mijn toorn en kastijding verdient!&#8221;.</p>
<p><em>Op dit argument dat zozeer de kant van de gerechtigheid weergaf, had de moeder van barmhartigheid en wijsheid haar antwoord. Zij zei: (Ps 9,7).</em></p>
<p>&#8220;Mijn Heer en eeuwige God, mijn Zoon, de hooglopende vloed van schuld in Saulus was niet voldoende om het vuur van uw goddelijke liefde, -die U, zoals Gij mijzelf gezegd hebt Paulus tot apostel deed verkiezen- te doven, toen Gij een vat van verkiezing, aanvaardbaar in uw goddelijke Geest en waardig om in uw geheugen te verblijven, in Saulus zag. Nog machtiger en meer adequaat waren uw oneindige barmhartigheden, waarmee Gij uw geliefde Kerk hebt gesticht en daarom vraag ik niets waartoe Gij niet reeds vroeger hebt besloten, maar ik betreur het, mijn Zoon, dat deze ziel maar doorgaat zichzelf en anderen te benadelen en dat de verheerlijking van uw Naam, tot vreugde van de engelen en heiligen, tot troost voor de rechtvaardigen, tot ondersteuning van het vertrouwen, dat zondaars moeten blijven houden en tot verwarring van uw vijanden, verhinderd wordt. Versmaad de gebeden van uw moeder niet, mijn Zoon en Meester; laat uw goddelijke raadsbesluiten uitgevoerd worden en laat mij uw Naam verheerlijkt aanschouwen, want de tijd en de gelegenheid zijn rijp en mijn hart kan het niet verdragen, dat deze weldaad nog langer wordt uitgesteld&#8221;.</p>
<p><em>259. Tijdens deze smeking laaide de liefdesbrand in de allerzuiverste maagd tot zulk een hoogte, dat haar natuurlijke leven zonder twijfel verteerd zou zijn, indien de Heer haar niet door wonderbaarlijke tussenkomst van zijn Almacht bewaard had. Ofschoon Hij zijn gezegendste moeder toestond lichamelijke smarten te ondergaan, als het ware in een bezwijming te geraken, om de vreugde van de overgrote liefde van dit schepsel te genieten, troostte haar Zoon haar toch door toe te geven aan haar smekingen, omdat Hij -volgens onze wijze van begrip- niet langer weerstand kon bieden aan de liefde die zijn hart verwondde. Hij sprak tot haar:</em></p>
<p><em>&#8220;Mijn moeder, uitverkorene onder alle schepselen, laat uw wil zonder uitstel geschieden. Ik zal met Saulus doen zoals gij vraagt en Ik zal hem zo hervormen, dat hij vanaf dit moment een verdediger van de Kerk, die hij nu nog vervolgt, wordt en een prediker, die mijn Naam en mijn eer verheerlijkt. Ik zal nu overgaan om hem onmiddellijk in vriendschap en genade te ontvangen&#8221;.</em></p>
<p>260. Daarop verliet, Jezus Christus, onze Heer, de aanwezigheid van zijn meest gezegende moeder, die Hij in gebed en met duidelijk inzicht in wat er zou gebeuren, achterliet. Direct daarna verscheen de Heer aan Saulus op de weg naar Damascus, waarheen hij, gedreven door zijn toenemende woede jegens Jezus, zijn reis versnelde waardoor die reeds ver gevorderd was. De Heer vertoonde zich aan Saulus in een stralende wolk omgeven van grote heerlijkheid en tezelfdertijd werd Saulus als het ware overspoeld met goddelijk licht, zowel uiterlijk als innerlijk en zijn hart en zinnen werden, zonder mogelijkheid van weerstand, overrompeld. Hij viel plotseling van zijn paard en hoorde tegelijkertijd een stem uit de hoge, zeggende: <em>&#8220;Saulus, Saulus, waarom vervolgt gij Mij?</em>&#8221; Vol vrees en verwarring antwoordde hij: &#8220;Wie zijt Gij, Heer&#8221; De stem antwoordde: <em>&#8220;Ik ben Jezus, die gij vervolgt, het valt u hard om tegen de prikkel van mijn Almacht te slaan&#8221;.</em>  Onder grote vrees en bevend antwoordde Saulus: &#8220;Heer, wat beveelt Gij en wat wilt Gij dat ik doe?&#8221; De metgezellen van Saulus hoorden deze vragen en antwoorden ofschoon zij de Heiland niet zagen. Zij zagen de pracht die hem omgaf en allen werden vervuld van verbazing bij deze plotselinge en onverwachte gebeurtenis (Hnd 9,3).  Gedurende enige tijd waren zij met stomheid geslagen.</p>
<p>261. Dit nieuwe wonder, ver uitgaande boven alle die voorheen in de wereld gezien waren, was groter en reikte verder dan wat zintuiglijk waarneembaar was. Saulus was niet slechts lichamelijk ter aarde geworpen, verblind en krachteloos gemaakt, zo, dat indien de goddelijke macht hem niet gesteund had, hij onmiddellijk gestorven zou zijn, maar ook innerlijk had hij een grotere verandering ondergaan dan indien hij uit het niets tot leven zou zijn gekomen, verder verwijderd van zijn vroegere wezen dan licht van duisternis of de hoogste hemel van de laagste aarde, want hij was veranderd van het evenbeeld van een duivel totdat van de hoogste en edelste, meest vurige serafijn. Deze triomf over Lucifer en zijn trawanten had God in het bijzonder voorbehouden aan zijn goddelijke wijsheid en zijn Almacht, opdat, door de kracht van de passie en de dood van Christus deze draak en zijn boosaardigheid overwonnen zou worden door de menselijke natuur van een man, waarin de uitwerkingen van genade en verlossing in tegenstelling stonden tot de zonden van Lucifer en alle gevolgen daarvan. Zo geschiedde het dat in dezelfde korte tijd, waarin Lucifer door trots veranderd was van een engel in een duivel, de kracht van Christus Saulus veranderde van een duivel in een engel van genade. In de engelennatuur veranderde de hoogste schoonheid in de diepste laagheid en in de menselijke natuur de grootste perversiteit in de hoogst mogelijke morele volmaaktheid. Lucifer daalde als vijand van God van de hemel naar de diepste diepten van de aarde en een man steeg op, als vriend van God, van de aarde naar de hoogste hemel.</p>
<p>262. Em omdat deze triomf niet voldoende glorierijk zou zijn geweest, indien de Heer niet meer gegeven zou hebben dan Lucifer verloren had, was het de wens van de Almachtige in de heilige Paulus een tweede triomf boven zijn overwinning op de duivel te geven. Want Lucifer had nooit het zalig schouwen bezeten ofschoon hij vanuit de hoogste genadenstand gevallen was. Hij was dit nimmer waard geweest; zodoende kon hij niet verliezen wat hij niet bezat. Maar Paulus werd direct nadat hij zichzelf beschikbaar had gesteld voor de rechtvaardiging en begonnen was met toe te nemen in genaden deelgenoot gemaakt van de glorie en hij zag de Godheid duidelijk, ofschoon zijn visioen gradueel was. O, onoverwinnelijke kracht van de goddelijke macht, o, oneindige uitwerking van de verdiensten van het leven en de dood van Christus. Het was zeker redelijk en rechtvaardig dat, indien de boosaardigheid van de zonde in een ogenblik de engel in een duivel veranderde, dat de genade van de Verlosser krachtiger en overvloediger zou zijn dan de zonde (Rom 5,20), waaruit een man zou verlost worden, niet  slechts om hem de oorspronkelijke genaden weer te doen geworden, maar ook de glorie daaraan te verbinden. Dit is een groter wonder dan de schepping van hemel en aarde en alle schepselen, groter dan het gezicht terug te geven aan de blinden, gezondheid aan de zieken en het leven aan de doden. Laat ons de zondaars gelukwensen vanwege de hoop die door deze wonderbaarlijke rechtvaardigheid gewekt wordt, want wij hebben als Hersteller, als onze Vader en als onze Broeder dezelfde Heer die Paulus rechtvaardigde en Hij is niet minder machtig noch minder heilig voor ons dan voor sint Paulus.</p>
<p>263. Gedurende de tijd die Paulus neerliggende op de aarde doorbracht, werd hij geheel vernieuwd door de heiligmakende genade en andere ingestorte gaven hersteld en overeenkomstig verlicht in als zijn innerlijke vermogens, waardoor hij gereed was om opgeheven te worden in de empirische hemel, die de derde hemel genoemd wordt. Hijzelf belijdt, dat hij niet wist of hij in het lichaam of in de geest op werd genomen in de hemel (2 Kor 12,4). Maar daar zag hij door een meer dan gewoon visioen, zij het vergankelijk, de Godheid, duidelijk en intuïtief. Naast het Wezen van God en zijn vermogens van oneindige volmaaktheid, zag hij de geheimenissen van de menswording en de verlossing en alle geheimen van de wet van de genade en van de status van de Kerk. Hij zag de ongeëvenaarde weldaad van zijn rechtvaardiging en van het gebed van de heilige Stefanus voor hem. En zeer duidelijk zag hij de gebeden van de heilige Maria en hoe zijn bekering door haar verhaast was en haar verdiensten, na die van Christus, hem aanvaardbaar gemaakt hadden voor de ogen van God. Vanaf dat uur was hij met dankbaarheid, diepe eerbied en toewijding vervuld jegens de koningin van de hemel, wier waardigheid hem nu geopenbaard was en die hij in het vervolg erkende als zijn reparatrice. Tegelijkertijd aanvaardde hij het ambt van apostel, waartoe hij geroepen was en waarvoor hij zou zwoegen en lijden tot de dood. In samenhang hiermee werden hem nog vele andere mysteries duidelijk gemaakt, waarover hij zelf zegt, dat ze niet mogen worden geopenbaard. Hij bood zichzelf aan als slachtoffer van de wil van God, in alle dingen, zoals hij later in de loop van zijn leven zou tonen (2 Kor 12,4). De allergezegendste Drie-eenheid aanvaardde dit offer van zijn lippen en in tegenwoordigheid van het gehele hemelse hof werd hij aangesteld als prediker en leraar van de heidenen en als een vat van uitverkiezing om door de wereld de naam van de Allerhoogste te verspreiden.</p>
<p>264. Voor de heiligen  in de hemel was dit een dag van extra verheugenis en jubel. Allen componeerden nieuwe lofgezangen, die de goddelijke Almacht verheerlijkten voor dit zeldzame en buitengewone wonder. Indien ze zich al verheugden over de bekering van een zondaar (Lc 15,7), hoe groot zou dan de vreugde zijn bij het zien van de grootheid van Gods barmhartigheid, die zich op deze wijze openbaarde en over de enorme weldaad die aan alle stervelingen bewezen werd, tot meerdere eer van zijn heilige Kerk. Saulus stond op uit zijn  trance, veranderd in Paulus. Zich oprichtend scheen hij blind te zijn en het licht van de zon kon hij niet aanschouwen. Zijn metgezellen brachten hem naar Damascus, naar het huis van een van zijn bekenden. Daar verbleef hij de eerste drie dagen zonder eten of drinken, verzonken in gebed, tot ieders bewondering. Hij wierp zichzelf op de grond en aangezien hij nu de juiste instelling had om zijn zonden te betreuren onder diepe smart en afkeer van het verleden bad hij:</p>
<p>-&#8221;Wee mij, in welk een duisternis en blindheid heb ik geleefd en hoe ver ben ik gevorderd op deze weg naar de verdoemenis- O oneindige liefde: O mateloze liefdesbrand!!!</p>
<p>-O oneindige zoetheid van de eeuwige vrijgevigheid.</p>
<p>-Wie, mijn Heer en God, heeft U aangespoord zo te handelen tegenover mij, die lage worm van deze aarde, uw vijand en loochenaar.</p>
<p>-Maar wie zou U kunnen beïnvloeden, behoudens Uzelf en de gebeden van uw moeder en bruid?</p>
<p>-Terwijl ik in mijn blindheid en duisternis optrek om U te vervolgen, komt Gij allervriendelijkste Heer, mij tegemoet.</p>
<p>-Terwijl ik bezig was om het onschuldige bloed te doen vloeien, dat steeds tegen mij zal blijven getuigen, waste Gij, God van barmhartigheid, mij schoon met uw eigen bloed, zuiverde mij en maakte mij deelgenoot van uw onuitsprekelijke Godheid.</p>
<p>-Hoe kan ik tot in alle eeuwigheid deze ongehoorde barmhartigheid voldoende prijzen?</p>
<p>-Hoe kan ik voldoening geven over een leven, dat zo afzichtelijk was voor uw ogen?</p>
<p>-Hemel en aarde verkondigen uw glorie.</p>
<p>-Ik zal uw heilige Naam prediken en verdedigen temidden van uw vijanden&#8221;.</p>
<p>Deze en meerdere andere verzuchtingen werden door de heilige Paulus met onmeetbare smartgevoelens, brandende liefdesdaden en met diepe en nederige dankbaarheid telkens herhaald.</p>
<p>265. Op de derde dag na de ontreddering en de bekering van Paulus sprak de Heer in een visioen tot een van de leerlingen, Ananias geheten, die in Damascus woonde (Hnd 9,9). Hem bij zijn naam noemend als zijn dienaar en vriend droeg de Heer hem op naar het huis van een man, die Judas heette, in een bepaalde wijk van de stad te gaan, waar hij Saulus van Tarsus zou aantreffen, in gebed verzonken. Tezelfdertijd had Saulus ook een visioen, waarin hij de leerling Ananias zag en herkende, terwijl deze naar hem toekwam en hem het licht van zijn ogen teruggaf door hem de handen op te leggen. Maar Ananias wist niet van dat visioen van Paulus. Daarom antwoordde hij:</p>
<p>&#8220;Heer, ik heb inlichtingen over deze man. Hij heeft uw heiligen in Jeruzalem vervolgd en een grote slachting onder hen aangericht. Niet tevreden daarmee is hij nu naar Damascus gekomen met volmachten van de hogepriesters om iedereen op te pakken die hij uw Naam hoort verkondigen. Wilt U nu een eenvoudige schaap, zoals ik, uitzenden om de wolf die erop uit is het te verslinden, op te sporen?&#8221;. De Heer antwoordde:</p>
<p><em>&#8220;Ga, want degene die gij tot mijn vijand bestempelt, is voor Mij een vat van uitverkiezing, om mijn naam door alle landen en koninkrijken te verspreiden alsook naar de kinderen van Israël te brengen. En Ik kan, zoals Ik ook zal doen, hem opdragen te lijden om mijn Naam&#8221;.  </em>En de leerling vernam onmiddellijk alles wat geschied was.</p>
<p>266. Vertrouwend op dit woord van de Heer gehoorzaamde Ananias en hij spoedde zich naar het huis, waarin sint Paulus verbleef. Hij trof hem in gebed aan en sprak tot hem:</p>
<p>&#8220;Broeder Saulus, onze Heer Jezus, die u verscheen tijdens uw reis, zendt mij, opdat gij het licht in uw ogen zult herkrijgen en vervuld moge worden van de heilige Geest&#8221;.</p>
<p>Hij ontving de heilige communie uit de handen van Ananias, werd gesterkt en gezondgemaakt en dankte de Schepper van al deze weldaden. Daarna nam hij enig voedsel tot zich, want hij had in drie dagen niets gegeten. Hij bleef enige tijd in Damascus en hield besprekingen en gesprekken met de leerlingen in die stad. Hij wierp zich neer aan hun voeten en vroeg hen vergiffenis en om als de minste onder hen te worden aangenomen, als hun dienaar en broeder. Met hun toestemming en na hun raad te hebben ingewonnen trok hij de stad in om in het openbaar Christus als de Messias en de Verlosser van de wereld te prediken. Hij deed dit zo vurig, met grote wijsheid en ijver dat hij verwarring stichtte onder de ongelovige Joden in de talrijke synagogen van Damascus (par. 198). Allen stonden verbaasd over deze onverwachte verandering en zeiden: is dit niet de man, die in Jeruzalem te vuur en te zwaard allen heeft vervolgd die deze Naam aanroepen. En is hij niet gekomen om die mensen gevangen te nemen en naar de hogepriesters van die stad te brengen? Wat is dat dan voor een verandering, die wij in hem waarnemen? (par. 319)</p>
<p>267. De krachten van de heilige Paulus namen elke dag toe en met vurigheid predikte hij op de bijeenkomsten van de Joden en heidenen. Dientengevolge beraamden zij hem het leven te ontnemen, waarop geschiedde, waar wij later op zullen terugkomen. De wonderbaarlijke bekering van de heilige Paulus vond plaats op een dag die een jaar en een maand na het martelaarschap van de heilige Stefanus viel, de 25e januari, diezelfde dag, waarop de Kerk dit feest viert.  Dit was 36 jaar na de geboorte van onze Heer, omdat de heilige Stefanus, zoals in het twaalde hoofdstuk gezegd is, stierf toen hij 34 jaar en een dag oud was. De bekering van de heilige Paulus vond plaats nadat een maand van het 36e jaar verstreken was. Daarna vertrok de heilige Jakobus op zijn missiereis, zoals ik t.z.t. zal meedelen.</p>
<p>268. Laat ons terugkeren naar onze grote koningin en vrouwe van de engelen, die door haar visioenen alles wist wat er met Saulus gebeurd was; zijn eerste ongelukkige geestestoestand, zijn woede tegen de naam van Christus, zijn plotselinge val en de oorzaak daarvan, zijn  bekering en boven alles uit zijn uitzonderlijke en wonderbaarlijke opname ten hemel en tot de aanschouwing Gods en verder alles wat er met hem in Damascus gebeurd was (par. 179). Deze kennis was niet slechts passend en kwam haar toe, omdat zij de moeder van de Heer en van zijn heilige Kerk was en het instrument van dit grote wonder, maar ook omdat zij alleen dit wonder op juiste waarde kon  schatten, zelfs meer dan de heilige Paulus en meer dan het gehele mystieke lichaam van de Kerk, want het zou niet juist zijn, dat zulk een ongehoorde weldaad en dit wonderbaarlijke werk van de Almachtige zonder de erkenning en de dankbaarheid van de mensen zou blijven. Deze werd door de gezegende Maria in alle volheid opgebracht en zij was de eerste die deze plechtige gebeurtenis met de erkenning van het gehele menselijke geslacht, die daartoe geëigend was, vierde. De heilige moeder nodigde al haar heilige engelen en vele anderen vanuit de hemel uit, die, in afwisselende koren, met haar liederen zongen, vol lof en vervuld van de verheerlijking van de kracht, wijsheid en grote barmhartigheid van de Almacht jegens Paulus en andere liederen die de verdiensten van haar allerheiligste Zoon bezongen waardoor het mogelijk was geweest deze bekering zo vol wonderdaden tot stand te brengen. Door deze dankbetuiging en trouw van de allerheiligste Maria werd de Allerhoogste -althans volgens onze wijze van denken- als het ware, genoegdoening geschonken voor het grote geschenk, dat de Kerk deze bekering van de heilige Paulus ontvangen had.</p>
<p>269. Maar laten we niet zwijgen over de meditaties van deze nieuwe apostel, over wat de meest liefhebbende moeder dacht over hem en over hem gedacht had als vijand en vervolger van haar allerheiligste Zoon en van zijn leerlingen, geheel ingesteld op de vernietiging van de Kerk. De liefdevolle gissingen van de heilige Paulus in deze materie kwamen niet zozeer voort uit onwetendheid maar eerder uit zijn nederigheid en eerbied jegens de moeder van Jezus. Maar hij wist niet, dat de grote vrouwe geheel op de hoogte was van alles wat er met hem was geschied. Ofschoon hij door zijn nieuw verworven kennis van hemelse dingen haar in God erkend had, als zijn meest welwillende hulp bij zijn bekering en redding, bracht de herinnering aan de zondigheid van zijn vroeger leven hem vernedering, neerslachtigheid en vrees van iemand die onwaardig is gunsten te ontvangen van deze moeder, wier Zoon hij zo wreed en blind vervolgd had. Het scheen hem toe dat tot vergeving van zijn zware zonden oneindige barmhartigheid nodig was en Maria was slechts een gewoon schepsel. Aan de andere kant vatte hij moed uit de wetenschap dat zij, in navolging van haar Zoon, haar vervolgers vergeving geschonken had. De leerlingen vertelden hem ook, hoe vriendelijk en goed zij was jegens zondaars en behoeftigen, waardoor hij ontvlamd werd door zijn vurige wens haar te zien, zich voor haar neer te werpen en de grond te kussen, waarover zij gelopen had. Maar direct daarop schaamde hij zich weer diep bij de gedachte voor haar te verschijnen, die de ware moeder van Jezus was, nog steeds in levende lijve, zo diep gegriefd door zijn gedrag. Hij overwoog of het geen aanbeveling zou verdienen haar te vragen hem te bestraffen omdat dit enige genoegdoening zou kunnen betekenen, maar dit soort wraak paste niet in het beeld van haar lieftalligheid die haar door haar gebeden zulke grote barmhartigheid voor hem had doen verkrijgen.</p>
<p>270. De Heer stond toe, dat sint Paulus, naast deze verontrustende gedachten een pijnigende maar zoete smart doorstond, waarin hij tenslotte tot zichzelf zei:</p>
<p>&#8220;Vat moed, lage en zondige mens, want zij al u zonder twijfel ontvangen, omdat zij tussenpersoon is geweest als de ware moeder van Hem, die stierf voor uw heil en zij zal optreden als de moeder van deze Zoon, omdat beiden geheel barmhartigheid en liefde zijn en geen berouwvolle en nederige zondaar zullen weigeren&#8221; (Ps 51,19).&#8221;</p>
<p>De vrees en de twijfels van sint Paulus waren niet verborgen voor de hemelse moeder, want haar was, door verheven kennis, alles bekend. Zij wist ook, dat de apostel in de eerste tijd geen gelegenheid zou hebben haar te zoeken. Door haar moederlijke liefde bewogen, wilde zij niet, dat deze troost zo lang zou worden uitgesteld. Om deze nu van Jeruzalem naar hem te brengen riep zij een van haar engelen en zei hem:</p>
<p><em>&#8220;Hemelse geest en dienaar van mijn Zoon en Heer, ik ben tot diep medelijden geroerd door het verdriet en de verwarring in het nederige hart van Paulus. Ik verzoek u, mijn engel, ga onmiddellijk naar Damascus en troost hem in zijn vrees. Feliciteer hem met zijn grote geluk en herinner hem aan de dank, die hij in alle eeuwigheid verschuldigd zal zijn aan mijn Zoon en Heer voor zijn barmhartigheid, waarmee Hij hem als vriend tegemoet is getreden en hem heeft uitgekozen als zijn apostel. Zeg hem, dat er nooit zulk een barmhartigheid aan anderen betoond is als aan hem en zeg hem in mijn naam dat ik hem als een moeder zal helpen bij al zijn werken en hem zal steunen als dienaresse van alle apostelen en de bedienaren van de naam van mijn Zoon. Geef hem mijn zegen in de naam van Hem, die zich gewaardigde vlees aan te nemen in mijn schoot en gevoed te worden aan mijn borst&#8221;.</em></p>
<p><em>271. </em>  De heilige engel vervulde onmiddellijk de opdracht van zijn koningin en verscheen snel voor de heilige Paulus, die voortdurend in gebed volhardde, want dit gebeurde op de dag na zijn doopsel en op de vierde dag na zijn bekering. De engel verscheen hem onder menselijke gedaante, prachtvol en stralend en vervulde de bevelen van Maria. Sint Paulus luisterde naar zijn boodschap onder onvergelijkelijke deemoed en geestesvreugde. Hij antwoordde de engel als volgt:</p>
<p>&#8220;Dienaar van de almachtige en eeuwige God, ik, de laagste van alle mensen, smeek u, lieflijke hemelse geest, dank Hem en prijs Hem, in overeenstemming met mijn schuldgevoelens jegens  Hem, die, zoals gij ziet, groot zijn, voor de onverdiende genaden, die ik mocht ontvangen en die mij de aard en het goddelijk licht van zijn kinderen heeft gegeven. Des te meer ik mij verwijderde van zijn grootmoedigheid, des te meer vervolgde Hij mij en kwam hij mij tegemoet; toen ik mijzelf aan de dood overgaf, gaf Hij mij het leven; toen ik Hem als een vijand vervolgde, richtte Hij mij op in zijn genade en gaf mij de vriendschap, waardoor Hij de grootste onrechtvaardigheden met de meest uitzonderlijke zegeningen beantwoordde. Niemand, zo vol haat en afzichtelijke dingen als ik, maar niemand, was, zo, om niet, vergeven en begunstigd (1 Tim 1,13). Hij rukte mij uit de muil van de leeuw om tot een van de schapen van zijn kudde te worden. Gij zijt getuige van dit alles, mijn Heer, help mij om eeuwig dankbaar te zijn. En ik smeek u, zeg tegen de moeder van barmhartigheid en mijn vrouwe dat ik, haar onwaardige slaaf, zich voor haar ter aarde werp, de grond aanbid waarop zij treedt en met een barmhartig hart haar om vergeving vraag voor de trieste pogingen de eer en de naam van haar Zoon en ware God te vernietigen. Smeek haar mijn beledigingen te vergeten en deze godslasterende zondaar als moeder te behandelen, als de moeder die als een maagd ontving, voortbracht en voedde de Heer, die haar het leven had gegeven en haar tot dit doel en onder alle schepselen had uitverkoren. Ik verdien kasstijding en ben vergoeding schuldig voor mijn vele zonden en ik ben bereid daarvoor te lijden, maar ik ben op de hoogte van haar barmhartigheid en ik zal mij graag onder haar gunst en bescherming stellen. Laat zij mij als een kind van de Kerk, die zij zozeer liefheeft, ontvangen. Alle dagen van mijn leven zal ik wijden aan de groei en bloei en de verdediging van deze Kerk en in dienst staan van haar, die ik erken als mijn redding en als mijn moeder van alle genaden&#8221;.</p>
<p>272. De heilige engel keerde naar de allergezegendste Maria met dit antwoord terug en ofschoon zij dit reeds wist door haar grote wijsheid, liet zij het herhalen. Zij hoorde het met grote vreugde en gaf wederom dank en lof aan de Allerhoogste voor de werken van zijn goddelijke rechterhand in de nieuwe apostel sint Paulus en voor de weldaden, die daarvan zouden uitgaan naar zijn heilige Kerk en de gelovigen. Over de verwarring en de verpletterende nederlaag van de duivels bij de bekering van de heilige Paulus en over vele andere geheimenissen, die mij verteld werden betreffende de boosaardigheden daarvan zal ik, voor zover mogelijk, in het volgende hoofdstuk spreken.</p>
<p><strong>Instructies mij ( Maria van Agreda) gegeven door de koninging van de engelen, de allerheiligste Maria.</strong></p>
<p><em>273. &#8220;Mijn dochter, geen van de gelovigen zou onkundig moeten zijn van het feit, dat de Allerhoogste sint Paulus naar zich toe had kunnen trekken en hem had kunnen bekeren, zonder zijn toevlucht te nemen tot zulke wonderen van zijn oneindige Almacht. Maar Hij maakte daarvan gebruik om de mensen te laten zien hoezeer zijn goedheid geneigd is om hen te vergeven en ze op te heffen tot zijn vriendschap en genade en om hen door het voorbeeld van deze grote apostel te leren hoe zij, op hun beurt, moeten meewerken met zijn wekroep en daarop moeten antwoorden. Vele zielen wekt de Heer op en Hij zet hen op de goede weg door zijn inspiratie en hulp. Velen rechtvaardigen zich door de sacramenten van de Kerk, maar niet allen volharden daarin en een nog kleiner aantal volgen zijn raad en zijn streven naar volmaaktheid: zij beginnen in de geest, zij verslappen en eindigen in het vlees. De reden voor hun gebrek aan volharding in de genade en het terugvallen in hun zonden is, dat zij de geest van sint Paulus niet navolgen, die hem zijn bekering deed uitroepen: &#8220;Heer wat wilt Gij van mij en wat zal ik voor U doen? (Hnd 9,6)&#8221;.</em></p>
<p><em>Indien enige van hen dit gevoel met hun lippen belijden, dan komt dit toch niet uit de diepten van hun hart. Zij houden steeds enige eigenliefde achter, enige eerzucht, hebzucht of zinnelijk genoegen of zelfs van gelegenheid tot zonde en dan struikelen zij spoedig en vallen opnieuw.</em></p>
<p><em>274. Maar de apostel was een waar voorbeeld van iemand die bekeerd is door het licht van de genade, niet slechts omdat hij van het dieptepunt van de zonde opsteeg naar de wonderschone genade van vriendschap met God, maar ook omdat hij tot zijn uiterste mogelijkheid meewerkte met de roep van God direct zijn zondige instelling en egoïsme verlatend en zich beschikbaar stellend voor de goddelijke wil en het goddelijk welbehagen. Deze algehele onderwerping van zichzelf aan de wil van God is vervat in deze woorden: &#8220;Heer wat wilt Gij met mij doen&#8221;.  En daarin lag voor zover het van hem afhing, geheel zijn redding. Toen hij ze met alle ernst van een berouwvol en nederig hart uitsprak, deed hij afstand van de wensen van zijn eigen wil en gaf zich over aan die van de Heer, terwijl hij tegelijkertijd besloot, dat in het vervolg geen van zijn vermogens van geest of lichaam gericht zouden zijn op het dierlijke of zinnelijke leven, waarin hij terecht was gekomen. Hij gaf zichzelf over aan de dienst van de Almachtige, in welke richting de goddelijke wil hem zou kenbaar gemaakt worden en zou deze zonder uitstel of verweer uitvoeren. En dit bracht hij direct in praktijk door de stad in te trekken zoals het bevel van de Heer, hem overgebracht door Ananias, hem opdroeg. Aangezien de Allerhoogste de geheimen van het menselijk hart onderzoekt, zag Hij de ernst waarmee de heilige apostel aan zijn wekroep gehoor gaf en zich beschikbaar stelde aan zijn wil en beschikkingen. Hij ontving hem niet slechts met grote vreugde, maar vermenigvuldigde op onvoorstelbare wijze zijn genaden, gaven en wonderschone gunsten, die Paulus zelfs nooit ontvangen zou hebben of zelfs verdiend zou kunnen hebben zonder deze volledige onderwerping aan de wensen van de Heer.</em></p>
<p><em>275. In overeenstemming met deze waarheden, mijn dochter, wens ik dat gij, tot volledige uitvoering van mijn zo dikwijls herhaalde bevelen en waarschuwingen, alle zichtbare, schoonschijnende en bedrieglijke zaken zult vergeten. Herhaal dikwijls en meer met het hart dan met de lippen die woorden van de heilige Paulus: &#8220;Heer wat wilt Gij met mij doen?&#8221;.  Want zodra gij iets van eigen keuze gaat beginnen, dan is het niet waar, dat gij uitsluitend de wil van God wilt doen. Het instrument heeft als beweging of handeling alleen die door de kunstenaar daaraan gegeven wordt en indien het zijn eigen wil had dan zou het tegen de wil van de gebruiker kunnen ingaan. Ditzelfde geld tussen God en de ziel: want indien zij enige wens heeft om onafhankelijk te zijn van God, dan zal zij in opstand komen tegen Gods welbehagen. Aangezien Hij de vrijheid, die de mensen gegeven is, niet aantast, staat Hij toe, dat deze vrijheid de mens doet verdwalen zodra ze besluit haar weg te gaan, zonder rekening te houden met de Schepper.</em></p>
<p><em>276. En aangezien het niet passend zou zijn, dat de handelingen van de schepselen in dit sterfelijke leven op wonderbaarlijke wijze zouden geleid worden door de goddelijke macht, heeft God, opdat de mensen geen valse verontschuldigingen kunnen maken, een wet in hun harten geplant en ook zijn heilige Kerk gesticht, opdat zij de goddelijke wil mogen kennen en hun gedrag richten op de vervulling daarvan. Daarenboven heeft Hij als extra veiligheid, oversten en priesters in zijn Kerk aangesteld, opdat de mensen hen horend en gehoorzamend de Heer, in hen, zoude gehoorzamen. Al deze veiligheid bezit gij, mijn liefste, ten volle, zodat gij niet behoeft toe te geven aan enige neiging, gedachte en wens van uzelf noch aan uw eigen wil in welk opzicht dan ook, onafhankelijk van degene die belast is met de leiding van uw ziel, want die is door de Heer naar u gezonden, juist zoals Ananias naar de heilige Paulus. Verder zijt gij op bijzondere wijze verplicht tot deze gehoorzaamheid, omdat de Allerhoogste u met speciale liefde en genade omgeeft en het zijn wens is u als een instrrument in zijn handen te gebruiken, u te helpen, te leiden en te bewegen, zowel rechtstreeks als indirect, door mij en zijn heilige engelen!!  En dit alles doet Hij, zoals gij wel weet, zeer getrouw! Overweeg dan hoeveel redenen gij hebt om aan uw eigen verlangens te sterven en uitsluitend voor de wil van God te leven en dat deze wil leven dient te geven aan al uw handelingen en activiteiten. Houd daarom op met uw voortdurende overpeinzingen en zelfvertrouwen en bedenk dat  zelfs, indien gij de wijsheid van de grootste geleerde zoudt bezitten, gij de adviezen zoudt kennen van de allervoorzichtigsten en de natuurlijke intelligentie van de engelen, gij zijn wil, met dit alles, lang niet zo volmaakt zoudt volbrengen dan door daarvan afstand te doen en alles aan zijn goddelijke welbehagen over te laten. Slechts Hij weet wat u past en jaagt dit na met eeuwige liefde; Hij zoekt wegen voor u en leidt u op deze paden. Sta toe dat zijn goddelijk licht u leidt zonder tijd te verliezen uw plicht te doen, want in dit uitstel zit gevaar van dwaling en in mijn leer ligt alle veiligheid en succes. Grif dit in uw hart, opdat gij mijn tussenkomst moge verdienen en daardoor tot de nabijheid van de Allerhoogste gebracht moge worden&#8221;.</em></p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/greeth.wordpress.com/391/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/greeth.wordpress.com/391/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/greeth.wordpress.com/391/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/greeth.wordpress.com/391/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/greeth.wordpress.com/391/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/greeth.wordpress.com/391/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/greeth.wordpress.com/391/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/greeth.wordpress.com/391/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/greeth.wordpress.com/391/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/greeth.wordpress.com/391/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/greeth.wordpress.com/391/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/greeth.wordpress.com/391/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/greeth.wordpress.com/391/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/greeth.wordpress.com/391/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=greeth.wordpress.com&amp;blog=9736717&amp;post=391&amp;subd=greeth&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://greeth.wordpress.com/2010/10/20/de-bekering-van-de-heilige-paulus-is-waar-gebeurd-verhaal/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://1.gravatar.com/avatar/d2e0130c3aae324e6a0d4416eff0dbf7?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">greeth</media:title>
		</media:content>
	</item>
	</channel>
</rss>
