DE LAATSTE 3 JAAR VAN MARIA’S LEVEN OP AARDE; is waar gebeurd verhaal!

Uit het boek  “De mystieke stad Gods” ; visioenen aan zuster Maria van Agreda o.i.c. deel 8.

De engel Gabriël bezoekt als afgezant de allerheiligste Maria om haar mee te delen, dat ze nog drie jaar te leven heeft. Wat er met de heilige Johannes en de gehele schepping geschiedde bij het bekend worden van dit nieuws.

696. Bij het schrijven over wat nog overblijft van de geschiedenis van onze vrouwe, onze enige en hemelse phoenix, de allergezegendste Maria, is het niet meer dan oprecht, dat onze harten vervuld worden van tederheid en onze ogen met tranen bij het aanhoren van de lieflijke en roerende wonderen van de laatste jaren van haar leven. Ik zou de getrouwe gelovigen willen bezweren daarover niet te lezen en ze te beschouwen als zaken van het verleden, omdat de machtige deugd van geloof deze waarheden wederom voor de geest kan toveren en als we ze bezien met de christelijke godsvrucht en devotie, dan zullen we daar zonder twijfel de beste vrucht van plukken en onze harten zullen de uitwerkingen voelen en zich verheugen in het goede wat onze ogen niet kunnen zien.

697. De allerheiligste Maria had de leeftijd van zevenenzestig jaar bereikt zonder zich rust gegund te hebben in haar leven, haar vlucht onderbroken te hebben, de vlam van haar liefde getemperd  te hebben of de toename van haar verdiensten vanaf het eerste moment van haar ontvangenis te hebben tegengehouden. Aangezien dit alles was toegenomen in elk moment van haar leven, hadden

-de onuitsprekelijke giften, weldaden en gunsten van de Heer haar geheel vergoddelijkt en vergeestelijkt;

-de liefhebbende neigingen en verlangens van haar allerkuist hart haar geen rust gegund buiten het middelpunt van haar liefde;

-de banden van het vlees waren steeds knellender geworden;

-de overstelpende aantrekkingskracht van de Godheid die zich met haar in eeuwige en nauwe banden -overeenkomstig onze wijze van spreken- wilde verenigen had het toppunt van macht in haar bereikt,

-en de aarde, onwaardig gemaakt door de zonden van de stervelingen om deze schat van de hemel te bevatten, kon de spanning haar van haar ware Heer af te houden, niet langer verdragen.

De eeuwige Vader verlangde naar zijn enige, echte dochter; de Zoon naar zijn geliefde en liefhebbende moeder en de heilige Geest naar de omarmingen van zijn allerschoonste bruid!!  De engelen verlangden naar hun koningin, de heiligen naar hun grote vrouwe en alle hemelen wachtten zwijgend op de tegenwoordigheid van de koningin die hen met glorie zou vervullen, met haar schoonheid en haar vreugde. Alles wat kon aangevoerd worden ten gunste van haar langer verblijf in de wereld en in de Kerk, was de behoefte van deze moeder en meesteresse en de liefde die God zelf voor de ongelukkige kinderen van Adam had.

698. Maar aangezien er enig slot moest zijn aan de loopbaan van onze koningin, beraadslaagde -overeenkomstig onze wijze van denken- het goddelijk consistorie over de wijze waarop de allergezegendste moeder zou verheven worden in de glorie en over de soort liefdevolle beloning die haar toekwam na zo overvloedig alle plannen van de goddelijke barmhartigheid onder de kinderen van Adam te hebben volvoerd gedurende de vele jaren waarin zij de stichteres en lerares van zijn heilige Kerk was geweest. De Almachtige besloot daarom haar te verrassen en te troosten door haar mee te delen doe lang zij nog op aarde zou verblijven en op welke dag en welk uur haar verbanning een einde zou nemen. Tot dit doel zond de allergezegendste Drie-eenheid de aartsengel Gabriël met vele anderen van de hemelse hiërarchieën naar de koningin om haar aan te kondigen hoe en wanneer haar sterfelijk leven teneinde zou komen en zij zou overgaan naar de eeuwige zaligheid.

699. De heilige prins daalde met de rest neder in het cenakel  te Jeruzalem. Zij troffen de grote vrouwe aan, uitgestrekt op de grond in de vorm van een kruis, barmhartigheid afsmekend voor de zondaars. Op het geluid van hun muziek rees zij op en knielde neer om de boodschap te vernemen en eerbewijs te geven aan de afgezant uit de hemel en zijn metgezellen, die haar in witte en schitterende klederen omringden, vol vreugde en eerbied. Zij allen waren met kronen op het hoofd en palmen in hun handen gekomen, die onderling verschilden, maar zij allen stelden onderscheiden beloningen en prijzen voor van onschatbare schoonheid en waarde die aan hun koningin en vrouwe zouden worden verleend. Gabriël groette haar met het Ave Maria en voegde daaraan toe:

“Onze koningin en vrouwe; de Almachtige en de Heilige der heiligen zendt ons vanuit het hemelse hof om u het gelukzalige einde van uw pelgrimstocht en verbanning op aarde en in het sterfelijke bestaan te melden. Spoedig o vrouwe, zal die dag en dat uur aanbreken, waarop gij naar uw smachtend verlangen, door de natuurlijke dood, tot het bezit van het eeuwige, onsterfelijke leven zult geraken. Dit leven wacht u, in de glorie en aan de rechterhand van uw goddelijke Zoon, onze God. Over precies drie jaar, gerekend vanaf vandaag zult gij opgenomen worden en ontvangen worden in de nooit aflatende vreugde van de Heer. Daar wachten alle bewoners op u, verlangend naar uw tegenwoordigheid”.

700. De allerheiligste Maria hoorde de boodschap met grote vreugde van haar allerzuiverste en liefhebbende geest aan. Zij wierp zich opnieuw ter aarde en zij beantwoordde de engel met dezelfde woorden die zij sprak bij de aankondiging van de menswording van het Woord:

“Ecce ancilla Domini, fiat mihi secundum verbum tuum”, Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord”(Luc 1,38).

Daarna vroeg zij de heilige engelen en bedienaren van de Allerhoogste haar te helpen dank te brengen voor dit zo welkome en vreugdevolle nieuws. De gezegende moeder zong een keervers met de serafijnen en andere engelen, bedoeld als antwoord op de boodschap. Deze psalm duurde twee uur. Ofschoon de hemelse geesten van nature en door hun bovenaardse gaven fijnzinnig, wijs en uitblinkend zijn, werden zij hierin toch in dit alles door hun koningin en vrouwe overtroefd, zoals vazallen door hun gebiedster, want in haar was eeen overvloed van genade en wijsheid als in een leraar, in hen slechts die van een discipel. Na deze psalm teneinde te hebben gezongen droeg zij de bovenaardse geesten op de Heer te willen smeken haar voor haar overgang van het sterfelijke naar het eeuwige leven voor te bereiden en alle andere engelen en heiligen in de hemel smeekte zij voor dezelfde gunst. Zij boden aan haar in alles te gehoorzamen, waarop de heilige Gabriël afscheid nam en met zijn gehele gevolg naar de zevende hemel vertrok.

701. De grote koningin en vrouwe van het heelal bleef alleen achter in haar bidvertrek en wierp zichzelf onder tranen van nederige vreugde op de grond, kuste deze als ons aller moeder, zeggende:

“Aarde, ik dank u zoals ik u moet danken, omdat gij mij gedurende zevenenzestig jaar gevoed hebt. Gij zijt een schepsel van de Allerhoogste en door zijn wil hebt gij mij tot nu toe onderhouden. Ik vraag u nu, mij te helpen gedurende de rest van mijn sterfelijk leven, opdat ik juist zoals ik uit u en op u geschapen ben ik door u en uit u moge opgeheven worden tot het gezegende visioen van mijn Schepper”.

Zij wendde zich  ook tot de andere schepselen, zeggende:

“Gij hemelen, planeten, sterren en elementen, geschapen door de machtige hand van mijn Geliefde, getrouwe getuigen en uitdragers van zijn grootte en schoonheid, ook u dank ik voor het behoud van mijn leven; help mij verder, van nu af aan, opdat ik met Gods genade opnieuw mogen beginnen om mijn leven te vervolmaken gedurende de tijd die mij nog rest op aarde, opdat mijn dankbaarheid moge blijken aan mijn en uw Schepper”.

702. De derde verjaardag van de dag die op deze boodschap volgde, zou volgens de voorzegging van de aartsengel de dag van de glorierijke overgang van de allergezegendste Maria zijn. Maar vanaf het eerste ogenblik dat zij de boodschap ontving, werd zij zo bevangen door de vlammen van goddelijke liefde en vermenigvuldigde zij haar geestelijke oefeningen dusdanig, dat het scheen alsof zij enigerlei verslapping of tekortkoming in haar ijver tot aan die dag, goed wilde maken (par.742). De reiziger schrijdt sneller voort als er nog een groot deel van de weg af te leggen is en de avond valt; de boer of de koopman verdubbelt zijn inspanningen als de avond dreigt te overvallen voordat hij geheel gereed is met zijn taak. Maar onze grote koningin versnelde haar heldhaftige inspanningen niet uit vrees voor de naderende nacht of de risico’s in het donker te moeten reizen, maar werd voortbewogen door de liefdevolle verlangens naar het eeuwige Licht en om rijker en welvarender in de eeuwigdurende vreugden van de Heer aan te komen. Zij schreef de apostelen en discipelen onmiddellijk om hen aan te moedigen bij hun werken voor de bekering van de wereld en herhaalde daarna, gedurende deze drie jaar, deze aansporingen met groter frequentie. Zij legde groter voortvarendheid aan de dag bij het waarschuwen en bevestigen van de getrouwen die dicht bij haar woonden. Ofschoon zij haar geheim voor zich hield, was haar gedrag toch als van iemand die begint afscheid te nemen en wenst dat zijn vrienden rijk en welvarend achterblijven en vervuld zouden zijn van hemelse zegeningen.

703. Maar tegenover de evangelist, de heilige Johannes, had zij voldoende redenen om anders te handelen, want zij beschouwde hem als haar zoon die haar bijstond en op bijzondere wijze hielp. Daarom scheen het de allergezegendste vrouwe juist toe hem in te lichten omtrent de boodschap welke haar overlijden betrof. Na enige dagen en na zijn toestemming gevraagd te hebben, vroeg zij om zijn zegen en sprak hem als volgt toe:

“Gij weet reeds mijn zoon en meester, dat ik, onder de schepselen van de Allerhoogste, degene ben die Hem het meest verschuldigd is en dat ik de grootste verplichtingen heb zijn heilige wil te vervullen. Indien alle schepselen Hem onderdanig zijn, moet in mij zijn algehele welbehagen voor tijd en eeuwigheid vervuld worden en gij, mijn zoon, moet mij helpen hieraan te voldoen, want gij weet de vele gronden waarop ik met lichaam en ziel aan mijn God en Heer toebehoor. In zijn neerbuigende barmhartigheid heeft Hij mij geopenbaard dat het einde van mijn sterfelijk leven nabij is en dat er vanaf de dag dat mij dit is meegedeeld er nog slechts drie jaar verbanning overblijven, totdat ik het eeuwige leven zal kunnen binnengaan. Ik smeek u mijn zoon, mij gedurende deze korte tijd te willen helpen, opdat ik verschuldigde dank breng aan de Allerhoogste en Hem iets teruggeef voor de overgrote weldaad die ik van zijn allervrijgevigste liefde mocht ontvangen. Ik vraag u vanuit de diepste diepten van mijn hart voor mij te willen bidden”.

704. Deze woorden van de allergezegendste moeder braken het hart van de heilige Johannes. Hij was niet in staat zijn smart en zijn tranen te bedwingen en sprak haar als volgt toe:

“Mijn moeder en vrouwe, ik ben verplicht uw wil en die van de Allerhoogste in alles wat gij beveelt te gehoorzamen ofschoon mijn verdiensten ver beneden  de maat zijn en ver beneden het peil waarop ik ze zou willen hebben. Maar help gij, mijn geliefde moeder, uw arm kind dat als een wees zal achterblijven, ontriefd van uw zo gewaardeerd gezelschap”. De heilige Johannes kon daar niets meer aan toevoegen, vanwege de zuchten en tranen die in hem opwelden door zijn smart. Ofschoon de liefhebbende koningin hem aanmoedigde en troostte met lieflijke en doeltreffende woorden, was alles tevergeefs. Op die dag was het hart van de apostel als getroffen door een pijl van smart en ellende, die hem geveld had en er de oorzaak van was dat hij ineenschrompelde als een bloeiende bloem die ‘s-avonds op het moment dat ze door de zon verlaten wordt na haar de gehele dag gevolgd te hebben en zich verlustigd had in haar licht, zich bedroefd sluit bij het naderen van de avond. Opdat hij zijn leven niet zou verliezen door zijn grote smart, kwam de allergezegendste moeder hem te hulp door haar lieve beloften en verzekerde hem dat zij zijn moeder en voorspreekster zou zijn bij haar goddelijke Zoon. Hij lichtte Jakobus de Mindere in, die als bisschop van Jeruzalem en in (boek 7 par. 230) overeenstemming met de bevelen van de heilige Petrus die hier te voren reeds vermeld werden, de heilige Johannes bijstond in de dienst van de koningin van de wereld. Vanaf die tijd waren de twee apostelen, met het oog op wat komen moest, nog meer attent op alles wat hun koningin en vrouwe betrof. Dat was in het bijzonder het geval voor de evangelist, die haar geen moment alleen wilde laten.

705. Gedurende het verloop van deze laatste drie jaren van het leven van onze koningin en vrouwe liet de goddelijke macht toe dat de gehele natuur als het ware door een verborgen, zachtwerkende kracht in rouw gedompeld werd in het vooruitzicht van haar dood, die gedurende haar leven de gehele schepping schoon en volmaakt maakte. De heilige apostelen begonnen, ofschoon ze over de aarde verspreid waren, nieuwe zorgen en voorgevoelens te ondervinden over het tijdstip waarop zij beroofd zouden zijn van hun meesteresse en van haar bijstand, want het goddelijk Licht had hen reeds meegedeeld dat zoiets niet meer veraf kon zijn. De anderen, de getrouwe gelovigen die in Jeruzalem en omstreken woonden, begonnen te voorvoelen, dat hun schat en vreugde niet langer meer in hun midden zou zijn. De hemelen, de sterren en planeten verloren veel van hun schittering en schoonheid, zoals de dag dit verliest bij het aanbreken van de avond. De vogels van de hemel vertoonden vreemde droeve aspecten gedurende deze laatste jaren. Zij kwamen dikwijls in grote getale tezamen waar de allergezegendste Maria was. Rond haar bidvertrek vliegend in ongewone vlucht, lieten zij, in plaats van hun natruurlijke geluiden, droeve tonen klinken alsof zij treurden en bedroefd waren, totdat de vrouwe zelf hen beval hun Schepper te prijzen met hun natuurlijke, vrolijke klanken. De heilige Johannes was hier dikwijls getuige van en mengde zich meermalen in hun treurzangen. Een paar dagen voor de overgang van de hemelse moeder verzamelden zich een ontelbare schare van kleine vogels; zij legden hun kopjes en snavels op de grond en pikten aan hun borstjes, als iemand die voor altijd afscheid nam en een laatste keer de zegen vraagt.

706. Niet slechts de vogels uit de lucht spreidden deze smart ten toon, ook de wilde beesten van deze aarde, want toen de koningin van de hemel zoals haar gewoonte was, de heilige plaatsen van de verlossing bezocht en de Calvarieberg besteeg, kwamen veel wilde beesten vanuit de omringende bergen en stelden zich rond haar op. Sommige wierpen zich plat ter aarde, andere bogen hun koppen en alle stootten droefgeestige geluiden uit en toonden gedurende enige uren hun smart over het aanstaande vertrek van haar, die zij erkenden als de vrouwe en de eer van de gehele schepping. Het uitzonderlijkste teken van deze algemene rouw onder de schepselen was dat het licht van de zon, de maan en de sterren verminderde op de dag van haar overgang, zoals dit ook het geval was bij de dood van de Verlosser van de wereld. Ofschoon vele wijze en geleerde mannen deze ongewone veranderingen van de hemellichamen waarnamen, waren zij toch onkundig van de oorzaaak en konden zich slechts verwonderen. Maar de apostelen en leerlingen die, zoals ik later zal meedelen tegenwoordig waren bij haar allerzachtste, gelukkige dood, wisten op dat moment, dat deze tekenen voorboden waren van haar verscheiden en smart uitdrukten van de ongevoelige natuur. De onredelijke dingen van de schepping (par. 735) voorvoelden op juiste wijze hun rouw over het verlies van hun koningin, terwijl de redelijke menselijke natuur faalde en niet weende over het vertrek van  hun soeverein,  hun wettige meesteresse, hun ware schoonheid en glorie. In de eerstgenoemde alleen scheen de profetie van Zacharias vervuld te worden; dat op die dag de aarde zou wenen en de families uit het huis van God ieder voor zich en dat deze rouw zou zijn(Zach 12,10-12) als voor de eerstgeborene waarover eenieder tegelijk gebruikelijk weent.  Deze rouw die de profeet voorspelt voor de Eniggeborene van de Vader, kwam proportioneel ook de dood van de allerzuiverste vrouwe toe, want zij was de eerstgeboren dochter van genade en van leven. En juist zoals de getrouwe vazallen zichzelf in rouwklederen kleden, niet slechts bij de dood van hun prins of hun koningin, maar ook bij het vermoeden van gevaren die hen bedreigen en bij hun verlies, zo voorvoelden de onredelijke schepselen de nadering van de overgang van de allerheiligste Maria en handelden daarnaar.

707. De evangelist voelde deze smart eerder dan alle anderen, op bijzondere wijze en dieper dan de rest van de schepselen; hij kon het verdriet over het komende verlies niet verborgen houden voor de dichtbij hem staande inwoners van het huis. Twee dochters van de heer des huizes, die veel rond de koningin van de wereld waren en enige andere zeer devote personen zagen hem meermalen tranen storten in zijn smart. Aangezien zij de vredige en rustige instelling van de heilige kenden,  concludeerden zij dat deze ongewone emotie moest veroorzaakt zijn door een zwaar wegende gebeurtenis. In hun vriendelijke zorgzaamheid drongen zij er enige malen bij hem op aan de reden te vertellen opdat ze hem wellicht zouden kunnen helpen. De heilige apostel onderdrukte zijn smart en verborg voor lange tijd zijn tranen. Maar niet zonder goddelijke beschikking gaf hij toe aan hun min of meer onbescheiden aandrang en deelde hen mede dat de gelukkige overgang van hun moeder en vrouwe -want dit was de titel waarmee de evangelist de allergezegendste Maria tegenover derden aanduidde- naderbij kwam. Op deze wijze werd het verlies wat de Kerk boven het hoofd hing, nog voordat dit plaatsvond, aan enige intimi van de koningin bekend. Geen van hen kon bij  het vernemen van dit onherstelbaar verlies zijn tranen bedwingen. Van die dag af vermenigvuldigden zij hun ontmoetingen met de gezegende moeder, zij wierpen zich voor haar neer, kusten de plaatsen waar haar heilige voeten getreden hadden, vroegen haar hen te zegenen, hen met zich mee te nemen en hen niet te vergeten in de glorie van de Heer, waarheen zij alle harten van al haar dienaren mee zou nemen.

708. Het was een grote barmhartigheid en voorzienigheid van de Heer, dat veel gelovigen van de Kerk uit de eerste tijden op deze wijze tijdig op de hoogte waren van de aanstaande dood van hun koningin, want zoals dit door de profeet Amos gezegd werd; Hij zendt geen kwellingen en ellende naar zijn volk zonder dit tevoren aan zijn dienaren geopenbaard te (Am 3,7) hebben. Ofschoon de getrouwen uit die dagen dit verlies, niet bespaard kon worden, regelde de goddelijke Barmhartigheid het zo dat, voorzover mogelijk, de primitieve Kerk gecompenseerd zou worden voor het verlies van haar moeder en meesteresse en dat haar tranen en verdriet de middelen zouden zijn haar te verplichten gedurende de korte tijd die haar nog restte, hen te begunstigen en te verrijken met de genadenschatten die zij als meesteresse van alle genaden kon uitdelen bij haar vertrek, hetwelk zij tot hun vertroosting daadwerkelijk deed. Want het moederhart van de gezegende vrouwe was in deze uiterste nood bewogen door de tranen van de gelovigen en gedurende deze laatste dagen van haar leven verkreeg zij van haar goddelijke Zoon voor hen en voor de Kerk nieuwe barmhartigheden en zegeningen van de Godheid. Om de Kerk deze nieuwe genaden niet te onthouden wilde de Heer zijn gezegende moeder niet zonder waarschuwing wegnemen, want zij vertrouwden op haar voor hulp, troost, vreugde, bijstand in nood, verlichting van hun moeilijkheden, raad in hun twijfels, steun in hun beproevingen en allerhande zegeningen.

709. Degenen die op de grote moeder vertrouwden, werden nimmer, bij geen enkele gelegenheid, teleurgesteld. Zij verlichte en hielp allen die haar liefdevolle en barmhartig uitgestoken hand niet weigerden. Maar gedurende de laatste twee jaar van haar leven kon geen de wonderen van liefdadigheid die zij over alle stervelingen van alle lagen van de bevolking, die rond haar dromden, uitstortte, tellen. Alle zieken die bij haar kwamen genas zij in lichaam en ziel; zij bekeerde velen tot de evangelische waarheid; zij trok ontelbare zielen uit de zonde in de staat van genade. Zij verlichtte de grote ellende van de armen, deelde uit wat zij bezat of wat haar als gift was gegeven en hielp vele anderen door wonderbaarlijke middelen. Zij bevestigde allen in de vreze Gods, in geloof en gehoorzaamheid tot de Kerk en als meesteresse en enige schatbewaarster van de rijkdommen van de Godheid, van het leven en de dood van haar goddelijke Zoon, wenste zij al haar rijkdommen aan barmhartigheid voor haar dood open te stellen om al haar kinderen in de heilige Kerk te verrijken en boven alles troostte zij hen en bemoedigde hen door haar belofte dat zij tot de huidige dag hen zou gedenken, zetelend aan de rechterhand van haar goddelijke Zoon.

Instructie die de grote koningin van de engelen mij gaf.

710. “Mijn dochter, om de vreugde te begrijpen die mij beving bij de aankondiging van het einde van mijn sterfelijk leven, dienen de mensen het verlangen en de liefde te overwegen die mij aanspoorde God in de glorie, die Hij vanaf alle eeuwigheid voor mij had gereedgemaakt te aanschouwen. Dit mysterie gaat menselijke vermogens volledig te boven en wat de kinderen van de Kerk daarvan kunnen begrijpen tot hun vertroosting trachten ze niet te verdienen of zichzelf daartoe geschikt te maken, want zij gebruiken het inwendige Licht niet om hun gewetens te zuiveren tot juiste ontvangst!  Aan u hebben mijn goddelijke Zoon en ik dit soort en vele andere barmhartigheden geschonken en ik verzeker u, mijn liefste, dat ogen die ze aanschouwd hebben en oren die dit gehoord hebben, zich gelukkig kunnen prijzen. Bewaak deze schat en verlies hem niet. Werk met geheel uw kracht om de vrucht van deze kennis en van mijn onderricht te kunnen genieten (Lc 10,24). Het is mijn wens dat een deel van deze vrucht hierin zal bestaan, dat u van dit uur af tot aan uw dood, in navolging van mij beschikbaar zult zijn voor allen, want, daar u de zekerheid hebt dat die dag komt, moet elke tijd u kort voorkomen om deze kwestie van eeuwige winst of verlies af te maken. Geen redelijk schepsel was zo zeker van eeuwige beloning als ik, maar niettegenstaande deze zekerheid ontving ik bericht van mijn aanstaande dood, drie jaren voor de sterfdag en gij hebt gezien dat Ik mijzelf geheel beschikbaar stelde en mij voorbereidde op het uur van de dood met de heilige vreze die iedere sterveling en ieder aardgeboren schepsel eigen is. Hierin handelde ik als een schepsel, onderworpen aan de dood en als lerares van de Kerk, die een voorbeeld moet geven aan de rest van de gelovigen in wat ze moeten doen als gewone stervelingen, meer in de noodzaak van voorbereiding ter vermijding van de eeuwige verdoemenis.

711. Onder de ongerijmde dwaalbegrippen die door de duivel in de wereld gebracht zijn is er geen groter en meer kwaadaardig dan het vergeten van de komst van het uur van de dood en van wat er te gebeuren staat aan het hof van de gestrenge Rechter. Overdenk mijn dochter dat door deze deur de zonde in de wereld binnenkwam, want de slang trachtte de eerste vrouw hoofdzakelijk te overtuigen, dat zij niet zou sterven en niet over die kwestie behoefde na te denken (Gn 3,4).  Op deze wijze, bij voortduring bedrogen, zijn er ontelbare dwazen, die zonder gedachte aan hun stervensuur leven en sterven zonder aan het ongelukkige lot wat hen wacht, gedacht te hebben. Opdat gij niet in deze menselijke dwaasheid valt, dient gij uzelf ervan te overtuigen dat gij onherroepelijk zult moeten sterven, dat gij veel hebt ontvangen en weinig gegeven hebt, dat de rekening des te strenger zal zijn naarmate de Rechter vrijgeviger is geweest en u overladen heeft met giften en talenten. Ik vraag van u niet meer en niet minder dan wat  gij aan uw Bruidegom verschuldigd bent en wat gij uw Heer dient terug te geven, namelijk steeds het beste te doen in elke plaats, op elke tijd en bij alle gelegenheden, zonder enige vergeetachtigheid, onderbreking of slordigheid een kans te geven.

712. Indien gij in uw zwakheid schuldig zijt aan enigerlei nalatig heil, laat dan de zon niet ondergaan of de dag voorbijgaan zonder dat gij daar berouw over gehad hebt zoals u voor de laatste afrekening zou gehad hebben. Beloof beterschap, zelfs voor de minste fout, begin te werken met nieuwe ijver en nieuwe zorgvuldigheid, als iemand wiens tijd kort is tot het verrichten van moeilijk werk zoals het winnen van de eeuwige glorie en het blijvende geluk en het vermijden van de altijddurende dood en eeuwige straf. Dit moet de blijvende bezigheid zijn van al uw geestelijke en zintuigelijke vermogens, opdat uw vertrouwen zeker en uw hoop vol vreugde zij (2 Kor 1,7); opdat gij niet tevergeefs gearbeid zult hebben (Fil 2,16) noch toegesneld zijt naar het onzekere (Kor 9,26), gelijk degenen die zich tevredenstellen met enige goede werken zie zij vermengen met verwerpelijke en afstotelijke zonden. Zij zullen niet in de zekerheid van vreugde over innerlijk vertrouwen kunnen leven, aangezien hun eigen geweten hen aanvalt en hen bedroeft, tenzij ze verloren zijn door de dwaze vreugden van het vlees. Om al uw werken met volmaaktheid te verrichten moet gij de oefeningen die ik u getoond heb blijven verrichten en ook degene die gij in voorbereiding op de dood pleegt te doen met de gebeden, verzuchtingen en teraarde-werpingen die gij normaal in praktijk brengt. Ontvang dan de geestelijke Teersprijze alsof gij van de aarde naar het andere leven vertrekt, afscheidnemend van alles wat gij in dit leven bezat. Laat uw hart vlam vatten met het verlangen God te zien en stijg  op naar zijn tegenwoordigheid, waarbij uw toekomstige woonplaats zal zijn en met Wie uw huidige omgang is”(Fil 3,20).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: