DE DOOD EN BEGRAFENIS VAN DE H.MARIA IN HET BIJZIJN VD APOSTELEN! waar gebeurd verhaal!

Uit het boek  “De stad Gods” ; visioenen van zuster Maria van Agreda o.i.c.

De glorierijke en gelukkige overgang van de allerheiligste Maria. Hoe de apostelen en leerlingen tevoren in Jeruzalem aankwamen en aanwezig waren bij haar dood.

732. En nu naderde, overeenkomstig het besluit van de goddelijke wil de dag waarop de ware en levende ark van het Oude Verbond in de tempel van het hemelse Jeruzalem geplaatst zou worden met groter en hogergestemde jubel dan zijn profetische voorafbeelding door Salomo in het heiligdom onder de vleugels van de cherubijn werd neergezet. Drie dagen voor de allergelukkigste overgang van de grote vrouwe waren de apostelen en leerlingen in het cenakel te Jeruzalem bijeen. Petrus kwam het eerste aan; hij werd door een engel, uit Rome, overgebracht. De engel verscheen hem in die stad en deelde hem mee, dat het heengaan van de allergezegendste Maria nabij was en dat de Heer hem beval naar Jeruzalem te gaan om aanwezig te zijn bij de gebeurtenis. Daarop tilde de engel hem omhoog en bracht hem van Italië naar het cenakel. Daarin had de koningin van de wereld zich teruggetrokken, ietwat verzwakt door de kracht van haar goddelijke liefde, want nu zij zo dicht bij haar einde was, ondervond zij de uitwerkingen van die liefde des te meer.

733. De grote vrouwe kwam naar de ingang van haar bidvertrek om de plaatsvervanger van Christus, de Heiland, te ontvangen. Zij knielde aan zijn voeten, zij vroeg zijn zegen en zei: “Ik dank en prijs de Almachtige, dat Hij mij de heilige vader gezonden heeft om mij in het uur van mijn heengaan bij te staan”.  Daarna kwam de heilige Paulus, die zij dezelfde eerbewijzen schonk en die zij blijken gaf van haar vreugde hem te zien. De apostelen groetten haar als de moeder van God, als hun koningin en als meesteresse van heel de schepping, maar hun smart was even groot als hun eerbied, want zij wisten dat zij gekomen waren om getuigen te zijn bij haar heengaan. Na deze apostelen kwamen de anderen en de nog levende discipelen. Drie dagen later waren zij bijeen in het cenakel;. De hemelse moeder ontving hen allen met grote nederigheid, eerbied en liefde; zij vroeg ieder van hen haar te willen zegenen. Zij allen stemden daarin toe en groetten haar onder de diepste eerbetuigingen. Op bevel van de vrouwe aan sint Johannes en met hulp van Jakobus de Mindere werden zij allen gastvrij ontvangen en verzorgd.

734. Enige van de apostelen die door de engelen waren overgebracht en ingelicht omtrent het doel van hun komst, waren ten diepste bedroefd; zij stortten overvloedige tranen over het aanstaande verlies van haar, die voor hen de enige bescherming en troost was. Anderen waren nog niet op de hoogte van hun toekomstig verlies, in het bijzonder de discipelen die niet geheel waren ingelicht door de engelen en door een innerlijke inspiratie en een lieflijke sterke drang van Gods wil naar Jeruzalem gekomen waren. Zij wendden zich onmiddellijk tot de heilige Petrus, verlangend als zij waren om het doel van hun bijeenkomst te ervaren, want allen waren ervan overtuigd, dat indien er geen bijzondere aanleiding geweest was, de Heer niet zo sterk bij hen aangedrongen zou hebben om te komen. De apostel Petrus riep hen als hoofd van de Kerk tezamen om de reden van hun komst mee te delen en sprak hen als volgt toe:  “Mijn beminde kinderen en broeders, de Heer heeft ons naar Jeruzalem geroepen vanuit de verre regionen, omdat er een gewichtige reden voor is, zeer dringend en smartelijk voor ons. De Almachtige wenst nu zijn allergezegendste moeder, onze meesteresse, onze troost en beschermvrouwe op te heffen naar de troon van de eeuwige glorie. Zijn goddelijk bevel houdt in dat wij allen aanwezig zijn bij haar allergelukkigste en glorierijke overgang. Toen onze Meester en Verlosser opsteeg naar de rechterhand van zijn Vader, waren wij verweesd en misten zijn tegenwoordigheid, maar we behielden zijn allergezegendste moeder. Wat zullen we doen, nu ons licht ons gaat verlaten? Welke hulp en hoop rest ons om ons te bemoedigen op onze pelgrimstocht? Ik vind er geen, behoudens de verwachting dat wij haar als onze tijd gekomen is, zullen volgen”.

735. De heilige Petrus kon niet verder spreken; tranen en zuchten verhinderden hem verder te gaan. Ook de apostelen waren gedurende lange tijd door overvloedige en tedere tranen niet in staat hem te antwoorden. Na enige tijd herstelde de plaatsvervanger van Christus zich en sprak: “Mijn kinderen, laat ons naar onze moeder en vrouwe gaan; laten wij de tijd die haar nog rest hier op aarde in haar gezelschap doorbrengen en haar vragen ons te zegenen”. Zij allen begaven zich naar het bidvertrek van de grote koningin, waar zij haar aantroffen, knielend op het rustbed waarop zij gewoonlijk een korte rust placht te genieten. Zij zagen haar vol schoonheid en hemels Licht, omgeven door duizend engelen van haar garde. Haar uiterlijk en de toestand van haar heilig en maagdelijk lichaam waren dezelfde als op haar drieëndertigste jaar, want, zoals ik reeds zei, vanaf dat jaar veranderde er niets aan haar uiterlijk.

736. Het was niet door de jaren getekend, het vertoonde geen ouderdomsverschijnselen, geen rimpels, geen verzwakking of verslapping zoals dit bij andere kinderen van Adam het geval is, die langzamerhand verzwakken en de natuurlijke volmaaktheid van jeugdige man of vrouw verliezen (boek 5 par. 145). Deze onveranderlijkheid was een privilege dat alleen aan de allergezegendste Maria geschonken was, omdat dit overeenkwam met de stabiliteit van haar allerzuiverste ziel en omdat dit het gevolg was van haar immuniteit van de zonde van Adam, waarvan de uitwerking noch haar allerheiligst lichaam noch haar allerzuiverste ziel beroerde. De apostelen en discipelen en enige andere gelovigen vulden haar kamer; zij allen bewaarden de meest grote stilte in haar aanwezigheid. De heilige Petrus en de heilige Johannes plaatsten zich aan het hoofdeinde van de bank. De grote vrouwe zag hen allen aan met haar gebruikelijke bescheidenheid en eerbied en sprak hen als volgt toe: “Mijn liefste kinderen, sta uw dienares toe in uw aanwezigheid te spreken en haar nederige verlangens mee te delen”.   Sint Petrus antwoordde dat allen met aandacht luisterden en haar in alles wilden gehoorzamen. Hij smeekte haar toch op de rustbank te gaan zitten terwijl zij hen toesprak. Het kwam sint Petrus voor, dat zij zeer vermoeid was van het lange knielen; dat zij deze houding had aangenomen om tot de Heer te bidden en dat het passend was nu zij tot hen zou spreken, zij dit, als hun koningin, zittend zou doen.

737. Maar zij, die de lerares van deemoed en gehoorzaamheid was, bracht beide deugden in het uur van haar dood in praktijk. Zij antwoordde dat zij zou gehoorzamen, onder het vragen naar hun zegen en smeekte hen haar deze troost te willen geven. Met toestemming van de heilige Petrus stapte zij van de bank af, knielde voor hem neer en sprak: “Mijn meester, ik smeek u, mij als universele leider en hoofd van de heilige Kerk, uw zegen in uw eigen naam en namens de Kerk te willen geven. Vergeef mij, uw dienares, voor de geringheid van de diensten die ik in mijn leven vermocht te geven. Sta toe dat de heilige Johannes mijn kleren verdeelt; de twee tunica’s zijn bestemd voor de twee arme meisjes, die mij altijd zo liefderijk geholpen hebben”. Zij wierp zich daarna op de grond, kuste de voeten van de heilige Petrus, als plaatsvervanger van Christus en wekte de bewondering en de tranen op van de apostelen en alle omstanders door haar overvloedige tranen. Van de heilige Petrus ging zij naar de heilige Johannes en knielde op dezelfde wijze aan zijn voeten, zeggende: “Vergeef mij, mijn zoon en meester, dat ik jegens u de plichten van moeder niet vervuld heb, zoals ik had moeten doen in opdracht van de Heer, die mij als uw moeder en u als mijn zoon,vanaf het kruis, aanwees (Joh 19,27). Ik dank u deemoedig vanuit mijn hart voor de vriendelijkheid die u mij bewezen hebt als zoon. Geef mij uw zegen op de weg naar het visioen en het gezelschap van Hem, die mij geschapen heeft”.

738. De liefhebbende moeder ging voort met het afscheidnemen; zij sprak tot ieder van de apostelen in het bijzonder en tot enige van de discipelen; daarna tot allen tezamen die in grote getale daar aanwezig waren. Zij stond op en sprak hen als volgt toe: “Liefste kinderen en mijn meesters, ik heb u steeds in mijn ziel gesloten en in mijn hart geschreven. Ik heb u allen met dezelfde tedere liefde  bemind die mij betoond werd door mijn goddelijke Zoon, die ik in u, mijn uitverkoren vrienden teruggevonden heb. Gehoorzaam aan zijn heilige en eeuwige wil, ga ik nu naar de eeuwige woonsteden, waar ik, ik beloof u dat als een moeder voor u zal zorgen in het helderste Licht van de Godheid, waarvan ik het visioen in alle eeuwigheid hoop te genieten. Ik beveel u mijn moeder, de Kerk, aan, de verheffing van de Naam van de Allerhoogste, de verspreiding van de evangelische wet, de eer voor en eerbiediging van de woorden van mijn goddelijke Zoon, de herinnering aan zijn passie en dood, de praktijk van zijn leerstellingen. Mijn kinderen, houdt van de Kerk en van elkander met die band van naastenliefde, die uw Meester u steeds voorgehouden heeft. Aan u, Petrus, heilige vader, beveel ik mijn zoon Johannes en heel de rest aan”.

739. Als pijlen van goddelijk vuur doorboorden de woorden van de allergezegendste Maria de harten van alle apostelen en omstanders en toen zij was uitgesproken, waren allen in tranen en gegrepen door niet te stelpen smart. Zij wierpen zich onder zuchten en kreunen op de grond, zo hartverscheurend dat zelfs de aarde tot medelijden bewogen had kunnen worden. Zij allen weenden en met hen weende de lieflijke Maria, die deze bittere en goedgefundeerde smart van haar kinderen niet kon weerstaan. Na enige tijd sprak zij hen nogmaals toe, vroeg hen met haar in stilte te bidden, wat zij deden. Gedurende deze stilte daalde het mensgeworden Woord uit de hemel op een troon van onuitsprekelijke glorie, vergezeld door alle heiligen en ontelbare engelen, waardoor het huis van het cenakel met glorie vervuld werd. De allergezegendste Maria aanbad de Heer en kuste zijn voeten. Ternederliggend voor Hem volbracht zij de laatste en diepste akte van geloof in haar sterfelijk leven. Bij deze gelegenheid kromp het allerzuiverst schepsel, de koninging van de hemelen ineen en verdeemoedigde zich dieper dan alle mensen tezamen ooit gedaan hebben of zullen doen in berouw over hun zonden. Haar goddelijke Zoon gaf haar zijn zegen en sprak in tegenwoordigheid van de hovelingen van de hemel de volgende woorden: “Mijn liefste moeder,, die Ik verkozen heb tot woonplaats, het uur is gekomen waarin gij vanuit dit leven-van-deze-dood en van de wereld in de glorie van mijn Vader en Mij zult overgaan. Daar zult gij de troon die Ik voor u aan mijn rechterhand in gereedheid heb gebracht bezitten en in alle eeuwigheid zult gij hem genieten. En aangezien Ik u door mijn kracht als mijn moeder van deze wereld heb doen betreden, vrij van zonde, zal de dood zijn rechten niet over u kunnen doen gelden en u niet mogen aanraken bij uw vertrek uit deze wereld. Indien gij niet door de dood wenst te gaan, kom dan nu met Mij mee om uw glorie, die gij verdiend hebt, deelgenoot te worden”.

740. De allervoorzichtigste moeder wierp zich aan de voeten van haar Zoon en antwoordde Hem met vreugdevol gelaat: “Mijn Zoon en mijn Heer, ik bezweer U, laat uw moeder en dienares het eeuwig leven binnen gaan door de gewone poort van de natuurlijke dood, waardoor alle kinderen van Adam moeten gaan. Gij, die mijn ware God zijt, hebt de dood ondergaan zonder dat gij daartoe verplicht was; het is passend dat ik U, na U bij uw leven gevolgd te hebben, ook in de dood navolg”.

Christus de Heiland hechtte zijn goedkeuring aan het offer van zijn allergezegendste moeder en stemde toe in de voltrekking daarvan. Daarna begonnen de engelen enige verzen uit het Hooglied van Salomo in schone harmonie te zingen en voegden daar nog nieuwe strofen aan toe. Ofschoon slechts de heilige Johannes en enige apostelen met de aanwezigheid van Christus, de Heiland, op de hoogte waren, voelden de anderen toch innerlijk zijn goddelijke kracht en zijn uitwerking, maar de muziek werd zowel door de apostelen en discipelen als door vele van de gelovigen, die daar aanwezig waren, gehoord. Een hemelse geur verspreidde zich, die zelfs tot op de straat merkbaar was. Het huis van het cenakel werd vervuld met schone glans, door allen opgemerkt en de Heer schikte het zo dat diverse groepen uit het volk van Jeruzalem in de straten te hoop liepen en getuigen waren van dit wonder.

741. Toen de engelen met hun muziek begonnen, leunde de allergezegendste Maria achterover op de rustbank. Haar tunica was rond haar heilig lichaam gevouwen, haar handen waren ineengestrengeld, haar ogen gericht op haar goddelijke Zoon en zij was geheel vervuld met het vuur van de goddelijke liefde. En toen de engelen die verzen van het tweede hoofdstuk van het Hooglied inzetten: “Surge propera, amica mea”, wat betekent: “Sta op, haast U, mijn geliefde, mijn duive, mijn schone en kom, de winter is voorbij”etc. (Hl 2,10), sprak zij die woorden van haar Zoon op het kruis:

“In uw handen, o Heer, beveel ik mijn geest” (lC 23,46).  Daarna sloot zij haar maagdelijke ogen en blies zij de laatste adem uit. De ziekte die haar het leven kostte was liefde, zonder enige andere zwakte of bijkomstige kwaal van welke aard dan ook. Zij stierf in het ogenblik waarin de goddelijke Macht zijn bijstand opschortte, die tot dan het tastbare vuur van haar brandende liefde voor God had weerhouden. Zodra zijn wonderbaarlijke bijstand teruggetrokken werd, verteerde het vuur van haar liefde de levenssappen van haar hart wat het ophouden van haar aards bestaan veroorzaakte.

742. Toen verliet deze allerzuiverste ziel haar maagdelijk lichaam om in grenzeloze glorie geplaatst te worden op de troon aan de rechterhand van haar goddelijke Zoon. De muziek van de engelen scheen zich onmiddellijk terug te trekken naar de bovenste luchtlagen, want de gehele processie van engelen en heiligen vergezelde de Koning en koningin naar de hoogste hemelen. Het heilige lichaam van de allergezegendste Maria, dat tot tempel en tabernakel gediend had van God gedurende het leven, bleef een schitterend licht uitstralen en ademde een wonderbare en onbekende geur uit die alle aanwezigen met innerlijke en uiterlijke lieflijkheid vervulde. De duizend engelen van haar garde bleven het onschatbare kleinood, haar maagdelijk lichaam, bewaken. De apostelen en discipelen waren onder tranen en verwondering over wat ze hadden meegemaakt, enige tijd in bewondering verzonken en zongen daarna vele psalmen en hymnen ter ere van de nu overleden, allergezegendste Maria. Deze glorierijke overgang van de grote koningin vond plaats op het uur waarin haar goddelijke Zoon gestorven was, drie uur, vrijdag de dertiende dag van augustus. Zij was toen zeventig jaar, verminderd met de zesentwintig dagen liggende tussen de dertiende augustus en de achtste september, de dag van haar geboorte. De hemelse moeder had de dood van Christus de Heiland eenentwintig jaar en negentien dagen overleefd en zijn maagdelijke geboorte vijfenvijftig jaar. Deze berekening kan gemakkelijk gemaakt worden op de volgende manier: toen Christus, onze Heiland, geboren werd was zijn maagdelijke moeder vijftien jaar, drie maanden en zeventien dagen oud. De Heer leefde drie en dertig jaar en drie maanden, zodat ten tijde van zijn heilige passie de allergezegendste vrouwe acht en veertig jaar, zes maanden en zeventien dagen oud was. Als wij daar nog éénentwintig jaar, vier maanden en negentien dagen bijtellen, komen wij op een leeftijd van zeventig jaar, verminderd met vijfentwintig of zesentwintig dagen.

Geboorte van Christus                          15 jaren  3 maanden 17 dagen

Dood van Christus                                   33 jaren  3 maanden ..   dagen

                                                                         48 jaren  6 maanden 17 dagen

Dood van Maria                                         21 jaren  4 maanden 19 dagen

Leeftijd bij haar overlijden                   69 jaren 11 maanden 5 0f 6 dagen.

743. Grote wonderen speelden zich af ten tijde van de kostbare dood van de koningin, want de zon werd verduisterd (Zie par. 706) en haar licht werd door smart gedurende enige tijd verborgen. Vele vogels van diverse soort verzamelden zich rond het cenakel en bewogen de omstanders, door hun smartelijke geluiden, tot tranen. Geheel Jeruzalem was in beweging, vele inwoners kwamen in groepen bijeen en vroegen zich verwonderd af wat er geschied was. Zij prezen luid de macht van God en de grootte van zijn werken. Anderen waren geheel terneergeslagen en buiten zichzelve. De apostelen en discipelen alsook enige getrouwe gelovigen stortten tranen en smartelijke zuchten. Vele zieke personen liepen tezamen en werden genezen. Zielen in het vagevuur werden verlost. Maar het grootste wonder was dat drie personen, een man in Jeruzalem en twee vrouwen die dicht bij het cenakel woonden, in zonden en onboetvaardigheid stierven in haar stervensuur. Zij hadden de eeuwige verwerping verdiend. Maar toen hun zaak voor het Tribunaal van Christus werd gebracht, kwam zijn lieflijke moeder voor hen op en zij werden tot leven gebracht. Zij verbeterde hun gedrag op zulk een wijze, dat zij later in genade stierven en gered werden. Dit privilege werd niet uitgebreid tot anderen die op dezelfde dag in de wereld stierven, maar bleef beperkt tot deze drie, die stierven in dat uur te Jeruzalem. De feestelijkheden die bij die gelegenheid in de hemel plaatsvonden, zal ik in een volgend hoofdstuk beschrijven opdat geen hemelse zaken met heilige zaken van deze aarde vermengd worden.

Instructie die de grote koningin van de hemel, de allerheiligste Maria mij gaf.

744. “Mijn dochter, buiten hetgeen gij begrepen en beschreven hebt over mijn glorierijke overgang, wil ik nog een privilege, dat mij door mijn goddelijke Zoon in dat uur geschonken werd, meedelen. Gij hebt reeds opgeschreven, dat de Heer, mij de keus liet het zalig schouwen binnen te gaan (par. 739) zonder de poort van de dood te doorschrijden of na deze gepasseerd te zijn. Indien ik de voorkeur gegeven had aan het vermijden van het sterven, zou de Allerhoogste mij deze gunst toegestaan hebben, want ik had geen deel aan de zonde dus ook niets te maken met de natuurlijke straf daarvoor, die de dood is. Zo zou het ook gegaan zijn met de goddelijke Zoon en zelfs met meer recht indien Hij niet op zich genomen had de goddelijke gerechtigheid voor wat betreft de mensen, door zijn passie en dood genoegdoening te geven. Daarom koos ik vrijwillig de dood om Hem gelijk te worden en Hem na te volgen, zoals ik ook deed gedurende zijn verschrikkelijk lijden. Aangezien ik mijn Zoon en ware God had zien sterven, zou ik tekort geschoten zijn in liefde die ik Hem verschuldigd ben, indien ik de dood geweigerd had en ik zou een grote kloof hebben opengelaten in mijn gelijkenis en navolging met en van mijn Heer de God-Mens, terwijl Hij wenste dat ik zoveel mogelijk op Hem zou lijken, in zijn allerheiligste mensheid. Aangezien ik later nooit meer in de gelegenheid zou zijn dit tekort goed te maken, zou mijn ziel niet die volheid van vreugde genieten, op dezelfde wijze als mijn Heer en God gestrorven te zijn.

745. Daarom was mijn keuze te sterven Hem zo aangenaam en mijn voorzichtige liefde, welke daaruit bleek, verplichtte Hem tot zulk een hoogte dat Hij mij op zijn beurt een uitzonderlijke gunst schonk voor het welzijn van de kinderen van de Kerk en overeenkomstig mijn wensen. Het was dit, dat allen die mij toegewijd zijn en mij aanroepen in het uur van de dood, mij aanstellende als hun advocaat ter gedachtenis van mijn gelukkige overgang en van mijn verlangen om Hem in de dood gelijk te worden

– onder mijn bijzondere bescherming zullen zijn in dat uur;

– mij zullen hebben als afweer tegen de duivelen;

– als hulpe en beschermster en

– door mij zullen geleid worden voor het tribunaal van de barmhartigheid en daar mijn tussenkomst zullen ondervinden.

Het gevolg hiervan was, dat de Heer mij nieuwe macht gaf en een nieuwe opdracht. Hij beloofde mij grote genadebijstand te geven voor een zalige dood en een zuiver leven aan allen die in eerbied voor dit mysterie van mijn kostbare dood, mijn hulp willen inroepen. Daarom is het mijn wens, mijn geliefde dochter, dat gij vanaf deze dag in uw hart een devotie en liefhebbende herinnering bewaart aan dit mysterie en de Almachtige zegent, prijst en verheerlijkt omdat Hij zulke heilige wonderen voor mij en voor de stervelingen wrocht. Door deze stiptheid verplicht gij de Heer en mij, u te hulp te komen in uw laatste uur.

746. En aangezien de dood op het leven volgt en daarmee overeenkomt, is de beste borg voor een goede dood nog steeds een goed leven, een leven waarin het hart onthecht is en bevrijd is van aardse liefde. Want dat is wat in het laatste uur de ziel kwelt en bedrukt en als een zware ketting haar vrijheid om op te stijgen boven de dingen, welke zij liefhad in deze wereld, belet. O mijn dochter! Hoe weinig begrijpen de stervelingen van deze waarheid en hoe ver dwalen zij daarvan af door hun daden! De Heer geeft hen het leven opdat zij zich kunnen bevrijden van de uitwerkingen van de erfzonde en daarvan, in hun stervensuur, geen moeilijkheden ondervinden, maar de domme en ellendige kinderen van Adam brengen heel hun leven door met zichzelf onder nieuwe lasten te begraven en zichzelf nieuwe kluisters aan te leggen, zodat zij sterven in de ban van hun hartstochten en getiraniseerd door hun helse vijanden. De erfzonde was mij vreemd en geen van zijn uitwerkingen had enige macht over mijn vermogens, maar toch leefde ik in vreze, in armoede en onthecht van aardse dingen, zo volmaakt mogelijk en heilig en deze heilige vrijheid ondervond ik in het uur van mijn dood. Overweeg dit, mijn dochter en houd dit voorbeeld in uw gedachten: maak uw hart elke dag meer vrij, zodat met het klimmen der jaren gij uzelf vrijer zult vinden, losser en afkeriger van zichtbare dingen. Dan zult gij de benodigde vrijheid en voorzichtigheid niet tevergeefs zoeken, wanneer de Bruidegom u ter bruiloft noodt”.

De begrafenis van het heilig lichaam van de allergezegendste Maria en wat daarbij gebeurde.

747. Opdat de apostelen, de discipelen en vele andere getrouwen niet te zwaar terneergedrukt zouden worden door de smart en opdat sommige onder hen niet sterven zouden van verdriet over het overlijden van de allergezegendste Maria, was het noodzakelijk dat de goddelijke kracht hen door een bijzondere voorziening zou troosten en hun harten zou openstellen voor nieuwe invloeden na hun onvergelijkelijke kwelling. Want het gevoel dat hun verlies in het huidige leven onherstelbaar was, kon niet teruggedrongen worden; de beroving van deze schat kon door niets worden goedgemaakt en aangezien de allerliefste, liefhebbende en prettige omgang en conversatie van hun grote koningin de harten van iedereen in verrukking had gebracht, liet het ophouden van haar bescherming en gezelschap hen als het ware ademloos achter. Maar de Heer die goed wist hoe Hij hun smart moest beoordelen, hield hen overeind door zijn bemoedigingen en zodoende waren ze in staat een passende begrafenis van het heilig lichaam en alles wat daarbij te pas kwam te regelen.

748. In overeenstemming daarmee hielden de heilige apostelen, op wie deze plicht bijzonder terugviel, een conferentie betreffende de begrafenis van het allerheiligste lichaam van hun koningin en vrouwe. Zij zochten daarvoor een nieuw graf uit, dat op mysterieuze wijze door voorzieningen van haar goddelijke  Zoon was gereedgemaakt. Daar zij zich herinnerden dat volgens de gewoonten van de Joden het goddelijk lichaam van hun Meester gezalfd was met kostbare oliën en reukwaren en omwonden was met de heilige lijkwade, dachten zij dat met het maagdelijk lichaam van zijn allerheiligste moeder hetzelfde geschieden moest. Zodoende riepen zij de twee dienaressen die de koningin gedurende haar leven hadden bijgestaan en aangewezen waren als erfgenamen van haar tunica’s en droegen hen op het lichaam van de moeder van God met de grootste eerbied en deemoed te zalven en te wikkelen (par. 737) in het doodskleed voordat het in de kist zou gelegd worden. Met grote eerbied en in grote vreze betraden de twee meisjes de kamer, waar het lichaaam van de gezegende vrouwe op haar bank lag, maar de glans die daarvan uitging maakte hen het naderen onmogelijk en verblindde hen dusdanig dat zij het lichaam noch konden zien noch het konden aanraken noch zelfs konden vaststellen op welke plaats het rustte.

749. Onder grote vreze en eerbied dan bij hun intrede in de kamer, verlieten de meisjes de kamer en vertelden onder grote opwinding en verwondering aan de apostelen wat er gebeurd was. Zij kwamen -niet zonder goddelijke influistering- tot de conclusie dat deze heilige Arke van het Verbond niet aangeraakt of behandeld mocht worden zoals dit gebruikelijk was. Toen betraden de heilige Petrus en de heilige Johannes het bidvertrek en namen de schittering waar, terwijl zij tezelfdertijd hemelse muziek van de engelen hoorden die zongen: “Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met u”. Anderen antwoordden: “Maagd voor de geboorte, in de geboorte en na de geboorte”. Vanaf die tijd drukten vele gelovigen hun devotie tot de allergezegendste Maria uit met deze woorden van lofprijzing en door hen werden ze doorgegeven om herhaald te worden door ons met de goedkeuring van de heilige Kerk. De twee heilige apostelen, sint Petrus en sint Johannes waren een tijd lang vol bewondering over wat zij zagen en hoorden van hun koningin en om te kunnen beslissen over wat zij moesten doen, knielden zij neer en vroegen de Heer hen dit te laten weten. Toen hoorden zij een stem, zeggende: “Laat het lichaam niet ontkleed worden noch aangeraakt worden”.

750. Na op deze wijze de wil van God te hebben leren kennen brachten zij een baar en nadat de glans wat verminderd was, naderden zij de bank en namen de tunica, met eigen handen, aan twee einden vast.  Zo werd de heilige en maagdelijke schat op de baar geplaatst in dezelfde positie die het op de bank had ingenomen. Dit viel hen zeer gemakkelijk want zij voelden slechts het gewicht van de tunica. Op de baar verminderde de vroegere glans nog meer en allen konden door beschikking van de Heer en tot hun vertroosting de schoonheid van dat maagdelijk gelaat en van haar handen aanschouwen. Wat de rest betreft beschermde de almacht Gods deze, zijn hemelse woonstede, zodat noch bij leven noch in de dood iemand meer kon zien dan wat gebruikelijk is in de normale omgang, namelijk haar inspirerend gelaat waaruit men haar kende en haar handen waarmee zij gewerkt had.

751. Zijn zorg en nauwgezetheid voor zijn allergezegendste moeder was op dit punt zo groot, dat Hij voor zijn eigen lichaam minder voorzorgen gebruikt had dan voor dat van de allerzuiverste maagd. In haar onbevlekte ontvangenis maakte Hij haar gelijk aan Hemzelf; ook bij haar geboorte in zoverre als deze niet plaatsvond op de gebruikelijke, natuurlijke wijze zoals dit bij alle mensen het geval is. Hij behoedde haar ook voor onzuivere bekoringen en gedachten. Maar aangezien Hij een man was en de Verlosser van de wereld door zijn passie en dood, liet Hij met zijn eigen lichaam toe wat Hij niet met het hare toestond, omdat zij een vrouw was en daarom hield Hij haar maagdelijk lichaam geheel bedekt. De allerzuiverste vrouwe had gedurende haar leven gevraagd, dat niemand haar lichaam in de dood zou zien en deze smeekbede was toegestaan. Daarna overlegden de apostelen verder over haar begrafenis. Toen hun beslissing bekend werd onder de menigten van getrouwen in Jeruzalem, brachten zij vele kaarsen om rond de baar aangestoken te worden. En het geschiedde, dat, ofschoon alle lichten gedurende die dag en de twee volgende dagen brandden, geen der kaarsen werd opgebrand noch veranderde van vorm.

752. Opdat deze en vele wonderen die door de macht van God bij deze gelegenheid werden gewrocht betere bekendheid in de wereld zou krijgen, fluisterde de Heer alle inwoners van Jeruzalem in, aanwezig te zijn bij de begrafenis van zijn allergezegendste moeder, zo dat er nauwelijks één man in Jeruzalem was, zelfs de Joden en heidenen, die niet door dit nieuwe schouwspel geïmponeerd werd. De apostelen namen het heilige lichaam en het tabernakel van God op hun schouders en droegen als priesters van de evangelische wet het zoenoffer van de godsspraken en zegeningen in ordelijke processie van het cenakel in de stad naar de vallei van Josafat. Dit was voor de bewoners van Jeruzalem het zichtbare gezelschap. Maar daarenboven was er de onzichtbare menigte hovelingen uit de hemel. Zij bestond uit de duizend engelen van de koningin, die hun hemelse liederen, gehoord door de apostelen, discipelen en vele anderen, gedurende de drie dagen niet onderbraken. Daarenboven daalden nog vele geesten uit de hemel neer namelijk vele duizenden of legioenen engelen met de oude patriarchen en profeten, waaronder de heilige Joachim en de heilige Anna, Jozef, Elisabeth en de Doper en vele andere heiligen die door onze Heiland Jezus gezonden waren om de begrafenisplechtigheid van zijn allergezegendste moeder bij te wonen.

753. Temidden van dit aardse en hemelse gezelschap, zichtbaar en onzichtbaar, droegen de apostelen het heilige lichaam. Onderweg vonden vele wonderen plaats. Teveel om op te noemen. In het bijzonder werden alle zieken en er waren er zeer velen, genezen van verschillende ziekten. Vele bezetenen werden van de duivelen bevrijdt want de slechte geesten durfden niet te wachten tot het heilige lichaam voorbijtrok en dichtbij de bezetenen zou komen. Groter waren de wonderen van bekering, gewrocht onder vele Joden en heidenen, want bij deze gelegenheid werden de schatkamers van goddelijke barmhartigheid wijd opengezet, zodat vele zielen Christus, onze Heiland, leerden kennen en Hem openlijk beleden als de ware God en Verlosser en om het doopsel vroegen. Vele dagen daarna hadden de apostelen en discipelen zwaar werk om degenen die op de begrafenisdag bekeerd waren, te onderwijzen en te dopen. De apostelen ondervonden bij het dragen van het heilige lichaam wonderlijke inwerkingen van goddelijk licht en vertroosting, waarin ook de discipelen naar eigen status deelden. Het te hoop gelopen volk was verwonderd over de geur die verspreid werd, de lieflijke muziek die zij hoorden en andere wonderen. Zij riepen God uit tot machtig en groot in dit schepsel en tot getuigenis van hun erkenning sloegen zij op hun borst in smart en berouw.

754. Toen de processie het heilig graf in de vallei van Josafat bereikt had, plaatsten dezelfde twee apostelen die de hemelse schat vanaf de bank op de baar hadden gelegd, het wederom onder grote eerbied in het graf en bedekten het met een linnen doek, waarbij de engelen hun taak overnamen. Zij sloten het graf met een grote steen, zoals dit gebruikelijk was bij andere begrafenissen. De hemelse hovelingen keerden naar de hemel terug, terwijl de duizend engelen van haar lijfwacht hun wake doorzetten, het heilig lichaam bewakend en de muziek van de begrafenis voortzettend. De menigten dunden uit en de heilige apostelen en discipelen keerden onder tedere tranen naar het cenakel terug. Gedurende een geheel jaar was de uitgelezen geur door heel het cenakel merkbaar en in het bidvertrek hing deze geur meerdere jaren. Dit heiligdom bleef een plaats van toevlucht voor al diegenen die belast en beladen waren; zij allen vonden daar wonderbaarlijke bijstand zowel bij ziekten als in moeilijkheden en noden van andere orde. Nadat de wonderen gedurende enige jaren te Jeruzalem hadden voortgeduurd, beroofden de zonden, door Jeruzalem en haar inwoners bedreven, haar, onder andere straffen, van deze onschatbare weldaad.

755. Na een bijeenkomst in het cenakel kwamen de apostelen tot de conclusie dat enige hunner moesten waken bij het graf van hun koningin zolang zij de hemelse muziek konden horen, want zij allen waren benieuwd wanneer dit wonder zou ophouden. Dientengevolge zorgden enige van hen voor de lopende zaken van de Kerk, met lesgeven en dopen terwijl anderen onmiddellijk naar het graf terugkeerden en allen in de eerstvolgende drie dagen veelvuldige bezoeken aan het graf brachten. De heilige Petrus en Johannes waren volijverig in hun bezoeken, kwamen slechts telkens voor enige ogenblikken in het cenakel en spoedden zich dan wederom naar het graf waar de schat van hun smart was neergelegd. De onredelijke schepselen hielden zich niet afkerig bij de begrafenisplechtigheden, want toen het heilige lichaam bij het graf aankwam, verzamelden zich grote en kleine vogels, in grote getale en vele wilde beesten kwamen uit de bergen en spoedden zich naar het graf, onder klagelijk zingen en smartelijke kreten, zelfs in hun bewegingen smart tonend over hun aller verlies. Slechts enige ongelovige Joden, koppiger dan de rotsen en ongeloviger dan de wilde beesten, kwamen niet naar de laatste rustplaats van de herstelster zoals zij dit ook nagelaten hadden bij de dood van hun Verlosser en Meester.

Instructie die de koningin van de hemel, de allerheiligste Maria mij gaf.

756. “Mijn dochter, bij het beschrijven van mijn natuurlijke dood en mijn begrafenis dient ook gij te sterven aan alle wereldse zaken. Dit moet de vrucht en het belangrijkste resultaat zijn van het leren kennen en beschrijven van mijn leven. Reeds vele malen in de loop van uw geschrift heb ik u dit als mijn wens en mijn wil aangemerkt, opdat gij niets verloren laat gaan van deze uitzonderlijke gunst van God en van mij. Het is een lage belediging in elke christen als hij na de zonde te hebben afgezworen en herboren te zijn in Christus door het doopsel, wetende dat de Heer voor hem gestorven is, in dezelfde fouten vervalt en dit zal een nog grotere zondigheid zijn in die zielen, die door een speciale genade zijn geroepen om lieve vrienden van de Heer te worden, zoals dit het geval is met degenen die zich juist tot dit doel wijden aan zijn dienst door het religieuze leven te kiezen, ieder naar eigen staat en geschiktheid.

7575. In deze zielen veroorzaken de zonden van de wereld afgrijzen in de hemel, omdat de trots, de aanmatiging, het ontbreken van versterving, de toorn, de gierigheid, de bewuste onzuiverheden en andere zonden in deze zielen de Heer en de heiligen dwingen zich terug te trekken van hun monsterachtige vervorming en hen prikkelt tot groter woede en afkeer dan dezelfde zonden in andere zielen veroorzaken!!! Daarom wijst de Heer velen af die op onrechtmatige wijze de naam dragen zijn bruiden te zijn; Hij laat ze aan hun eigen beslissingen over omdat ze zo trouweloos de beloften aan God en mij in hun roeping en wijding gebroken hebben. Maar indien alle zielen deze vreselijke ontrouw moeten vrezen, overweeg dan wel mijn dochter, welke afschuw uw deel zou zijn in de ogen van God indien gij u schuldig zou maken aan deze ontrouw. Het is tijd dat gij sterft jegens de zichtbare dingen en dat uw lichaam begraven wordt in uw zelfkennis en zelfvernedering, terwijl uw ziel verzinkt in het Wezen van God. De dagen van uw leven in deze wereld zijn geteld; ik zal het tijdstip van uw scheiding uit dit leven en van deze wereld bepalen; het is niet nodig dat gij nog gezien wordt met degenen die daarin leven, noch zij met u. Het schrijven van mijn leven moet voor u de dood aan de wereld bezegelen, zoals ik u reeds zovele malen heb voorgehouden en zoals gij mij dit herhaaldelijk en met nadruk beloofd hebt onder hartelijke tranen.

758. Ik wens dat dit het bewijs is van mijn leer en van de adequaatheid daarvan; sta niet toe dat ze, tot mijn schande, in diskrediet zou komen, maar laat hemel en aarde de kracht van haar waarheid en van mijn voorbeeld in uw werken aanschouwen. Daartoe moet gij niet op uw verstand noch op uw wil vertrouwen en nog minder op uw neigingen en hartstochten, want dit alles mag voor u niet meer meetellen. Uw wet moet zijn de wil van de Heer en van mij en de voorschriften van de gehoorzaamheid. En opdat gij nimmer in onwetendheid zult verkeren omtrent wat daarin het allerheiligst, het allervolmaaktst en Godgevallig is, heeft de Heer voor uw leiding in al deze zaken zijn overgrote zorg en die van mij beschikbaar gesteld en ook die van de heilige engelen!!! Wend geen onkunde, geen kleinmoedigheid of zwakte voor en nog minder vrees!! Weeg uw verplichting af, schat uw schuld, let op het bij voortduring schijnende licht; handel met de genade die gij ontvangt zodat er onder al deze weldaden geen kruis te zwaar, geen dood te bitter is om door u niet als heel licht en aanvaardbaar beschouwd te worden. Hierin dient gij uw gehele goed te vinden en daarin moet gij uw vreugde ontmoeten, want indien gij er niet in slaagt om aan alle dingen te sterven, dan zult gij de volmaaktheid die gij verlangt niet bereiken noch de staat waarheen de Heer u roept en uw pad zal bezaaid zijn met doornen.

759. Indien de wereld u niet vergeten wil, vergeet gij de wereld dan. Indien hij u niet alleen wil laten, bedenk dan dat gij hem verzaakt hebt en dat ik u daarvan gescheiden heb. Indien hij u volgt, vlucht dan; indien hij u vleit, veracht hem; indien hij u minacht, draag dat dan en indien hij u zoekt, laat u niet vinden, uitgezonderd in zover het zou strekken tot de glorie van de Allerhoogste. Maar wat betreft de rest moet gij daaar niet méér aan denken dan een levende die de doden herdenkt. Vergeet hem zoals de doden de levenden  vergeten en het is mijn wens dat gij geen omgang meer met de wereld hebt dan de doden met de levenden hebben. Het zal u niet vreemd voorkomen, dat ik u in de aanvang, in het midden en op het einde van deze geschiedenis steeds weer deze leerstelling verkondigd heb indien gij overweegt wat er van het praktiseren daarvan afhangt. Overweeg mijn liefste wat voor vervolging de duivel in het geheim tegen u heeft gelanceerd door de wereld en zijn bewoners, onder voorwendselen en valse voorspiegelingen. Indien God dit heeft toegestaan met het doel u te beproeven en voor  de uitwerking van zijn genade, dan is het passend dat, voorzover dit u betreft, gij dit als een les en een waarschuwing beschouwt. Bedenk dat de schat die gij in een broos vat draagt, zeer groot is (2Kor 4,7) en dat de gehele hel tegen u samenspant en opstaat. Gij leeft in sterfelijk vlees, omgeven en aangevallen door geslepen vijanden! Word een bruid van Christus, mijn goddelijke Zoon en ik zal uw moeder en lerares zijn!!! Wees u bewust van uw nood en uw zwakte en zoek aansluiting bij mij als een geliefde dochter, als een gehoorzame en volmaakte leerlinge in alle dingen”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: