HET LEVEN EN DE DOOD VAN DE H.STEFANUS; is waar gebeurd verhaal!

Uit het ontzagwekkend prachtige boek: De mystieke stad Gods, deel 7;  visioenen opgetekend door moeder abdis Maria van Agreda o.i.c.

In totaal zijn er 8 delen te bestellen. Ook afzonderlijk per deel á €12,–, te bestellen bij pastoor Luc J.G.Buyens, Kerkstraat 1 5541 EM Reusel tel. 0497-641360. e-mail L.Buyens@tiscali.nl

De mystieke stad Gods is samen met de Bijbel het allerbelangrijkste boek om een volkomen liefdevol leven te leven en de enorme barmhartigheid en tederheid te leren kennen/beleven en onze stoutste verwachting uittilt om DE LIEFDE; Gods grote wijsheid, te leren  kennen/liefhebben en te doen liefhebben  aan allen waarmee wij in het leven van alle dag verbonden zijn en… in de geestelijke wereld, werkelijk het gaat ons verstand en begrip vér te boven!  Ten diepste aanbevolen door Greeth.

Hoofdstuk XI. Over de voorzichtigheid van Maria bij het leiden van de nieuwe gelovigen; haar omgang met Stefanus gedurende zijn leven en bij zijn dood. Enige andere gebeurtenissen.

179. Het ambt van moeder en lerares van de heilige Kerk, dat de Heer Maria had toevertrouwd, werd noodzakelijkerwijs gepaard aan een kennis en een inzicht dat evenredig was aan deze hoge bediening. Want zij zou alle leden van dit mystieke lichaam, dat zij leidde, kennen, zodat zij haar onderrichtingen en haar zorgen overeenkomstig de plaats waar eenieder gesteld was, zijn toestand en zijn nood, kon toepassen. Deze gunst ontving onze koningin met de volheid en overvloed van wijsheid en kennis, die daarvoor nodig is, zoals zal blijken uit wat ik schrijf. Zij kende alle gelovigen die tot de Kerk waren toegetreden, werd ingelicht over de natuurlijke neigingen, de graad van deugd en genade die zij bezaten, de verdiensten van hun werken, hun begin en einde. Zij was niet onkundig van iets wat de Kerk toebehoorde, behoudens indien de Heer iets voor haar verborg om het haar later, als het voltooid was, te tonen. Haar kennis bleef niet braak liggen noch zonder vrucht, maar werd geïnspireerd door de liefde van haar goddelijke Zoon voor alles wat zij zag en kende. Zij was tevens op de hoogte van de geheimenissen van de goddelijke Voorzienigheid, zij gebruikte heel haar wijsheid in overeenstemming met de maat en het gewicht van haar innerlijke liefde, want zij gaf nimmer meer noch minder dan gepast was en in overeenstemming met de verdiensten aan liefde en achting welke eenieder toekwam en dit is een fout die wij, kinderen van Adam, gewoonlijk maken, zelfs indien we denken dat wij de meest grote rechtvaardigheid betracht hebben.

180. Maar de moeder van de schone liefde en kennis zondigde niet tegen de regels van de verdelende rechtvaardigheid door haar genegenheden een rol te laten spelen. Zij deelde uit bij het licht van het Lam, dat haar verlichtte en bestuurde en gaf haar diep gevoelde liefde aan eenieder in overeenstemming met zijn verdiensten, niet meer of minder. Niettemin bleef zij steeds de meest liefhebbende moeder die geen gierigheid of onachtzaamheid kent. Maar bij haar beoefeningen van de naastenliefde hield zij zichzelf aan de regels van de grootste voorzichtigheid, voorzichtig elke voorkeur in haar omgeving en omgang met de mensen vermijdend en geen reden gevend voor afgunst of wedijver. Want dit zijn zaken die communiteiten en families uit elkaar doen groeien, omdat er vele ogen zijn die openlijk activiteiten gadeslaan. Het is een gewone en natuurlijke hartstocht van de mens om te trachten achting en onderscheiding te verwerven in de ogen van de machtigen van deze aarde en er is bijna niemand die er niet prat op gaat, dezelfde verdiensten te bezitten als alle anderen en daarom gelijke of zelfs grotere gunsten verwacht. Dit soort wedijver treft men zelfs aan bij degenen die in de hoogste posities geplaatst zijn of hoge deugdzaamheid bereikt hebben, zoals is geschied in het college van apostelen waar, wegens enige onderscheiding aan één ervan bewezen, de kwestie van voorrang en waardigheid onmiddellijk ter tafel kwam en aangeroerd werd door de Heer (Mt 18,1; Lc 9,46).

181. Om dit soort  jaloersheden te voorkomen toonde de grote koningin met grote zorgzaamheid onbevooroordeelde en gelijke vriendelijkheid tegenover alle leden van de Kerk, althans in het openbaar. Dit gedrag was niet slechts zulk een meesteresse waardig, maar ook zeer noodzakelijk in het begin van haar bestuur. Want de principes waarop haar gedrag gebaseerd was, dienden hecht gevestigd te zijn om als leidraad te dienen voor prelaten in de toekomstige leiding van de Kerk. Daarenboven blonken in dat gelukkige begin alle apostelen en leerlingen en de andere gelovigen uit bij het verrichten van wonderen en in goddelijke gaven, terwijl zij in latere tijden zichzelf zouden onderscheiden in theologie en profane wetenschappen. Het was passend om aan allen te leren, dat men zich noch op grond van ontvangen gaven, noch wegens mindere redenen in ijdele trots mag verheffen of zich waardig kon achten voor grote eer of wegens het feit dat hij in het bijzonder door God of door zijn allerheiligste moeder begunstigd was, voor zover dit althans uiterlijk bleek. Laten de rechtvaardigen tevreden zijn met Gods liefde en vriendschap en ieder die daarmee niet tevreden is, zal geen baat trekken uit uiterlijke eer en achting.

182. Maar de grote koningin liet zich hierdoor niet verleiden tekort te schieten in eer en achting, die zij wist dat aan de waardigheid of het ambt van de apostelen of de andere gelovigen toekwamen. Want juist zoals zij matiging leerde in alles wat ieder om niet ontving, zo was zij ook een voorbeeld in alles wat eenieder ten rechte toekwam. Onze bewonderenswaardige koningin was zo voorzichtig in haar omgang, dat geen der gelovingen ooit onvoldaan van haar vandaan kwam, noch kon iemand haar op redelijke gronden ooit achting en respect weigeren. Allen hielden van haar en zegenenden haar en waren vervuld met vreugde en dankbaarheid voor haar beminnelijke en moederlijke lieflijkheid. Niemand verdacht haar ooit van verzaking aan zijn moeilijkheden of van het ontzeggen van troost. Geen beschouwde zich minder geacht, minder bemind dan anderen, noch bood zij ooit gelegenheid op dit gebied vergelijkingen te maken! Daarenboven stelde zij nimmer op eigen verantwoordelijkheid een gelovige aan in een ambt, dat vervuld moest worden. Ook gebruikte zij haar invloed niet ten gunste van iemand in het bijzonder. Dergelijke benoemingen liet zij over aan de wensen van de apostelen en zij vertrouwde op haar gebeden om hen in deze te leiden!!

183. Haar diepe nederigheid was haar tot gids bij deze activiteiten. Hierin was zij een voorbeeld voor allen, omdat zij wisten dat zij de moeder van wijsheid was, die niet kon dwalen in haar handelen. Zij wenstte dit stralende voorbeeld in de Kerk achter te laten, opdat niemand zich zou laten voorstaan op eigen kennis, voorzichtigheid of deugd, in het bijzonder daar waar het ernstige zaken betreft, maar dat allen zouden begrijpen dat het ware inzicht afhangt van nederigheid en goede raad en dat in alle zaken die niet alleen door persoonlijk oordeel tot stand kunnen komen, dit persoonlijk oordeel vanzelfsprekend op trots gebaseerd is. Zij overwoog ook dat bemiddeling en begunstiging van anderen in tijdelijke zaken iemand de schijn geeft van superioriteit en de dankbaarheid van de begunstigde prikkelt iets daarvoor terug te geven. Al dit soort oneffenheden en gebreken bij de toepassing van de deugd waren ver verwijderd van de hoge heiligheid van onze koningin. Zo leerde zij ons door haar levende voorbeeld de regels van ons uitwendig gedrag, dat zowel verlies aan verdienste uitsloot als verhinderde dat de hoogste volmaaktheid niet bereikt kon worden. Zo weigerde zij, in alle nederigheid, nooit raad te geven aan de apostelen wanneer zij veelvuldig kwamen vragen om richtlijnen bij de uitoefening van hun ambten en in hun ondernemingen en dezelfde gedragsregel paste zij ook toe op de andere leerlingen en gelovigen van de Kerk, omdat zij zich in alles richtte op de volheid van wijsheid en naastenliefde.

184. Onder de heiligen die zo fortuinlijk waren de grotere liefde van de koningin des hemels te verdienen was er één, Stefanus, die bij de tweeënzeventig leerlingen behoorde. Vanaf het eerste moment dat hij Christus, onze Heiland, begon te volgen, zag zij op hem neer met bijzondere liefde waardoor hij op de eerste plaats of onder de allereersten in haar achting kwam te staan. Zij zag onmiddellijk dat deze heilige door de Meester van het leven uitgekozen was om zijn eer en zijn heilige naam te verdedigen en dat hij zijn leven voor Hem zou geven. Daarenboven had deze moedige heilige een vriendelijke en vredelievende aard en werd hij door de inwerking van de genade nog meer beminnelijk en geschikt voor alle heiligheid. Een dergelijke instelling maakte hem zeer welgevallig aan de liefhebbende moeder. Telkens als zij personen met een zacht en vredig karakter aantrof, had zij de gewoonte de gelijkenis met haar goddelijke Zoon in hen te zien. Daarom en wegens de vele heldhaftige deugden van de heilige Stefanus, hield zij veel van hem; schonk zij hem vele gunsten en dankte de Heer voor de uitverkiezing van deze man tot eerste martelaar. Zijn aanstaand martelaarschap, dat haar door haar goddelijke Zoon geopenbaard was, vervulde haar hart met nog meer liefde voor deze heilige.

185. De gezegende heilige bantwoordde door getrouwe aandacht en diepe eerbied de gunsten die Christus, onze Heiland en zijn hemelse moeder hem geschonken hadden. Want hij was niet slechts vol vrede maar had ook een deemoedig hart en degenen die zo ingesteld zijn, danken voor alle gunsten, zelfs indien ze minder groot zijn dan degenen die aan de heilige Stefanus geschonken werden. Hij vroeg veel inlichtingen over vele mysteries, want hij was zeer intelligent, vol van de heilige Geest en vol geloof, zoals ons verhaald wordt door de heilige Lucas. De grote vrouwe antwoordde op al zijn vragen, moedigde hem aan en spoorde hem aan om ijverig te werken voor de eer van Christus. Om hem nog meer te bevestigen in zijn sterke geloof, waarschuwde Maria hem voor zijn komend martelaarschap en sprak:

“Gij, Stefanus, zult de eerstgeborene van de martelaren zijn, verwekt door mijn goddelijke Zoon en Heer door  het voorbeeld van zijn dood; gij zult zijn voetstappen volgen zoals een uitverkoren leerling zijn meester, gelijk een moedig soldaat zijn kapitein en aan het hoofd van het leger van martelaren zult gij de banier van het kruis dragen. Daarom is het noodzakelijk, dat gij u wapent met sterkte onder het schild van het geloof en er zeker van bent dat de sterkte van de Allerhoogste met u zal zijn in de strijd“.

186. Deze waarschuwing van de koningin van de engelen ontvlamde het hart van de heilige Stefanus met het verlangen naar het martelaarschap. Zoals staat geschreven in de |Handelingen van de apostelen, was hij vervuld van genade en sterkte en verrichtte hij grote wonderen in Jeruzalem. Buiten de apostelen Petrus en Paulus durfde niemand dan hij met de Joden te redetwisten. Zijn wijsheid en geest konden ze niet weerstaan, omdat hij tot hen sprak met een onverschrokken hart; hij weerlegde en beschuldigde hen veelvuldiger en met meer moed dan de andere leerlingen (Hnd 6,9). Dit alles deed de heilige Stefanus met brandend verlangen naar het martelaarschap, dat hem door de grote vrouwe verzekerd was. Hij was zo onstuimig in de verdediging van de eer van Christus, voor wie hij wist zijn leven te zullen geven en als het ware bevreesd dat iemand anders, vóór hem, de martelaarskroon zou verkrijgen, dat hij zichzelf vóór alle anderen aanbood om met de rabbijnen en schriftgeleerden over de wet van Mozes te discussiëren. De helse draak werd opmerkzaam op de ambities van de heilige Stefanus. Hij richtte zijn boosaardige belangstelling op hem en trachtte te verhinderen, dat hij in het openbaar gemarteld zou worden als getuige voor het geloof van Christus. Om hem te vernietigen spoorde hij de meest ongelovigen van de Joden aan om de heilige Stefanus in het geheim te doden. Lucifer was bevreesd voor de grote deugd en moed van de heilige Stefanus en was bang dat gedurende zijn leven of door zijn dood grote dingen door hem zouden plaatsvinden voor de bevestiging van het geloof en de leer van zijn Meester. Wegens de haat van de Joden tegen deze leerling, konden de duivelen hen gemakkelijk overhalen om hem in het geheim af te maken.

187. Zij probeerden dit dikwijls gedurende de korte periode tussen de komst van de heilige Geest en zijn martelaarschap. Maar de grote meesteresse van de wereld, die de geslepen en boosaardige pogingen van Lucifer en van de Joden kende, beschermde de heilige tegen al hun aanvallen tot dat de passende tijd voor zijn steniging gekomen zou zijn. Drie keer zond de koningin een van haar engelen om hem uit een huis te halen waarin zijn vijanden regelingen hadden getroffen om hem ter dood te brengen. De heilige engel, onzichtbaar voor de moordenaars, was duidelijk waarneembaar voor de heilige Stefanus toen hij uit de handen van de Joden bevrijd werd en naar het cenakel gebracht werd, waar hij zijn koningin ontmoette. Bij andere gelegenheden waarschuwde zij hem door dezelfde engel, niet naar een bepaalde straat of huis te gaan waar zijn vijanden in hinderlaag lagen en soms liet zij hem in het cenakel blijven, omdat zij wist dat ze er op uit waren om hem te doden. Zij omringden het cenakel en andere huizen waarin hij verbleef om hem aan te vallen bij het verlaten daarvan. Want sint Stefanus, zoals ik reeds meedeelde, spaarde zich niet in het helpen en troosten van vele gelovigen. Hij was niet slechts onbevreesd in al deze dodelijke gevaren maar jaagde ze na en verwelkomde hen. Aangezien hij niet wist hoelang de Heer hem op zijn geluk wilde laten wachten en zag hoe vele malen de gezegende moeder hem uit verschillende gevaren bevrijdde, beklaagde hij zich vele malen bij haar zeggende: “Mijn vrouwe en beschermster, wanneer zal de dag komen waarop ik mijn God en Meester de schuld van mijn leven zal mogen terugbetalen, door dit op te offeren voor de eer en de glorie van zijn heilige naam”.

188. De hemelse moeder was zeer verheugd over deze liefdesklachten van haar dienaar Stefanus. Met moederlijke en lieflijke beminnelijkheid antwoordde zij: “Mijn zoon en allergetrouwste dienaar van de Heer. De tijd, vastgesteld door zijn oneindige wijsheid nadert en uw hoop zal werkelijkheid worden. Vervul nu de rest van uw taak in de heilige Kerk, opdat gij voor uzelf uw kroon moge verdienen en dank bij voortduring de Heer, die ze voor u in gereedheid heeft”.  De zuiverheid en heiligheid van de heilige Stefanus waren zeer verheven en volmaakt zodat de duivelen hem niet nabij konden komen. Hij werd door Christus en zijn gezegende moeder bemind. De apostelen hadden hem tot diaken gemaakt. Zelfs voordat hij gemarteld werd, bereikten zijn deugden een heldhaftige graad, waardoor hij de onderscheiding verwierf om de eerste te zijn die na de passie het martelaarschap verwierf. Ik zal hier aan toevoegen wat mij werd geopenbaard tot uitleg van wat de heilige Lucas in het zesde hoofdstuk van de handelingen schreef.

189. Een verschil van mening ontstond onder de nieuw bekeerden in Jeruzalem. De Grieken beklaagden zich over de Hebreeuwse bekeerlingen. Bij het dagelijkse hulpwerk en bij de dienst zouden de weduwen van de Grieken niet op dezelfde wijze behandeld worden als de weduwen van de Joden. Beide soorten waren Israëlieten, ofschoon de Joden, in Griekenland geboren, Grieken waren en degenen die in Palestina geboren waren, Hebreeën. Dit onderscheid lag ten grondslag aan de klacht van de Grieken. Het dagelijks werk bestond uit het uitdelen van de aalmoezen en offergaven tot onderhoud van de gelovigen, zoals dit in het zevende hoofdstuk beschreven is (par. 107, 109). Deze taak was opgedragen aan zes mannen van goed gedrag, die met aller toestemming, geleid door de gezegende Maria, gekozen waren. Maar toen het aantal gelovigen toenam, bleek het nodig ook enige weduwen van middelbare leeftijd aan te stellen om bij hetzelfde werk te helpen. Deze vrouwen zouden in het bijzonder vrouwen en zieken laten delen in wat zij ontvingen van de zes aangestelden. Zij waren van Hebreeuwse geboorte en toen de Griekse Joden dit zagen, dat geen van hen tot dit ambt werden toegelaten, beklaagden zij zich bij de apostelen over dit gebrek aan vertrouwen in hun eigen weduwen.

190. Om dit meningsverschil uit de weg te ruimen belegden de apostelen een bijeenkomst van de gelovigen en zij zeiden: “Het zou niet goed zijn dat wij de dienst van het woord van God zouden laten rusten en aan tafel zouden gaan bedienen. Daarom, broeders, benoem uit uw midden zeven mannen van goede reputatie, vol van de heilige Geest en van wijsheid, die wij met deze zaken kunnen belasten. Wijzelf zullen al onze tijd gebruiken voor de bediening van het woord en voor het gebed, terwijl deze mannen uw twijfels en moeilijkheden, met betrekking tot het onderhoud van de gelovigen, zullen oplossen”(Hnd 6,5).  Allen stemden in met deze oplossing. Zonder acht te slaan op nationaliteit kozen zij de zeven mannen, vermeld door de heilige Lucas. De eerste en voornaamste onder hen was de heilige Stefanus, wiens geloof en wijsheid algemeen bekend was. Deze zeven moesten toezicht houden op de zes eersten en op de weduwen, zonder uitsluiting van de Grieken, want zij keken meer naar deugd dan naar nationaliteit. Het was de heilige Stefanus, die door zijn bewonderenswaardige wijsheid en heiligheid de wrevel bij de Grieken wegnam en de meningsverschillen met de Hebreeën oploste, zodat tenminste gedurende de maanden dat hij leefde, allen weer in eenheid, als kinderen van Christus, leefden zonder partijdigheid of voorkeur met betrekking tot personen.

191. Dit was voor de heilige Stefanus geen reden omde prediking en het argumenteren met de Joden achterwege te laten. Aangezien deze Joden hem niet in het geheim konden vermoorden en zijn wijsheid niet in het openbaar konden weerstreven, voedden zij hun dodelijke haat door valse getuigenis tegen hem te zoeken. Zij beschuldigden hem van godslastering tegen God en Mozes, van het doorlopend afgeven op de heilige tempel en de wet en het bevestigen, dat Jezus zowel de een als de ander zou vernietigen. Aangezien de getuigen op luide toon hun laster uitbraakten en het volk in beweging kwam door hun legers, werd hij opgepakt en naar de hal gesleept waar de priesters aanwezig waren om over deze beschuldiging te oordelen. De opperrechter nam eerst Stefanus’verklaring af. De heilige maakte van deze gelegenheid gebruik om met grote wijsheid uiteen te zetten dat Christus de ware Messias was hen beloofd in de Schriften en tot besluit berispte hij hen over hun ongeloof en halsstarrigheid, op zo’n overtuigende wijze, dat zij geen antwoord daarop hadden en zich knarsetandend de oren dicht stopten om zijn woorden niet te horen.

192. De koningin des hemels was op de hoogte van de gevangenneming van de heilige Stefanus en zond hem een van haar engelen om hem uit haar naam moed in te spreken, nog voordat hij het gesprek met de priesters begon. Door de heilige engel liet de heilige Stefanus haar weten dat hij met blijdschap zijn Meester zou belijden en met onversaagd hart zijn leven voor Hem zou geven, zoals hij dit immer gewenst had. Door dezelfde boodschapper verzocht hij haar, als zijn liefhebbende lerares en moeder, hem bij te staan en hem vanuit haar bidvertrek, te zegenen. Nu hij op het punt stond zijn leven, in overeenstemming met haar wensen te geven voor haar goddelijke Zoon, speet het hem dat hij haar zegen niet had kunnen verwerven. Deze laatste woorden van de heilige Stefanus bewogen het moederhart van Maria tot nog groter liefde en achting dan voorheen. Zij wenste hem persoonlijk bij te staan in dit uur, waarin haar geliefde leerling zijn leven zou geven voor de eer en verdediging van zijn God en Verlosser. Maar de gezegende moeder aarzelde bij de overdenking van de moeilijkheden die zouden ontstaan bij een wandeling door de straten van Jeruzalem in een periode van onrust onder het volk en ook vanwege de moeilijkheden, gepaard aan het vinden van een gelegenheid om de heilige Stefanus in het openbaar te spreken.

193. Zij wierp zich in gebed ter aarde en vroeg de goddelijke genade voor haar geliefde leerling. Zij gaf haar wens te kennen, hem in zijn laatste uur bij te staan. De goedertierenheid van de Allerhoogste, waar zijn bruid en moeder steeds een beroep op kon doen, er op uit om de dood van zijn getrouwe leerling en dienaar Stefanus zo schoon mogelijk te doen zijn, deed Hem een grote menigte engelen uit de hemel naar Maria zenden, die haar naar de plaats waar Stefanus was, moesten brengen. Het bevel van de Heer werd onmiddellijk uitgevoerd; de engelen plaatsten haar op een stralende wolk en brachten haar naar het tribunaal waar de hogepriester de aanklachten tegen Stefanus onderzocht. De koningin van de hemel werd door niemand gezien, uitgezonderd door de heilige. Hij zag haar voor zich, door de engelen op een wolk van hemelse pracht en glorie gedragen. Deze uitzonderlijke genade deed de goddelijke liefde en de brandende ijver voor deze vechter voor Gods eer opnieuw ontvlammen. De vreugde van het weerzien van Maria en de afstraling van de pracht van de koningin deden het gelaat van de heilige Stefanus oplichten met grote pracht en licht.

194. De Joden luisterden met grote oplettendheid naar zijn woorden, mede wegens het ongewone schouwspel dat de heilige Stefanus bood, zoals dit beschreven is in het zesde hoofdstuk van de Handelingen der apostelen (Hnd 6,15).  Zij die in de zaal bijeen waren keken naar de heilige Stefanus en zagen zijn gelaat stralen als dat van een engel en zonder enige twijfel scheen hij hen bovenmenselijk toe.  God wenste dit deel van de uitwerking van de aanwezigheid van de grote koningin niet te verbergen, opdat de goddeloze Joden des te meer in verwarring zouden geraken door het afwijzen van de waarheid, die op deze wonderbaarlijke wijze gepredikt werd. Zij kenden de reden van de bovennatuurlijke schoonheid van sint Stefanus niet, want zij waren niet waard om deze te weten, noch was dit de juiste gelegenheid om dit bekend te maken. Daarom sprak de heilige Lucas hier niet over in deze passsage. De allergezegendste Maria sprak tot Stefanus woorden van leven en heerlijke troost; zij hielp hem door haar gezegende lieflijkheid en vroeg de eeuwige Vader nogmaals hem te vervullen van de heilige Geest. Alles geschiedde volgens de gebeden van de koningin en hij spreidde zijn onoverwinnelijke moed en wijsheid tentoon voor de prinsen van de Joden, terwijl hij met niet tegen te spreken getuigenis uit de heilige Schrift vanaf Abraham tot de koningen en de profeten aantoonde, dat Christus hun Messias en Heiland was.

195. Bij het einde van deze redevoering verscheen, door bemiddeling van de koningin en als beloning van de onoverwonnen geloofsijver van de heilige Stefanus, de Heiland zélf, staande aan de rechterhand van zijn Vader en Hij hielp hem in zijn strijd. De heilige Stefanus sloeg zijn ogen op en zei: “Aanschouwt, ik zie de hemelen in alle pracht geopend en daarin zie ik Jezus aan de rechterhand van God zelf” (Hnd 7,55).  Maar de verstokte ontrouw van de Joden beschouwde deze woorden als laster, zij stopten hun oren dicht om hem niet te kunnen horen. Aangezien de straf voor godslasteraars volgens de wet steniging was, werd dit oordeel over hem uitgesproken. Toen omsingelden ze hem als wolven en sleepten hem onder groot misbaar met de meeste spoed buiten de stad.  Op dit kritieke ogenblik gaf de gezegende moeder hem haar zegen. Zij sprak hem bemoedigende en liefdevolle woorden toe en liet hem achter onder de hoede van haar engelen aan wie zij opdroeg, hem te vergezellen en bij hem te blijven totdat ze zijn ziel aan de Allerhoogste zouden kunnen aanbieden. Slechts één van de engelen van haar lijfwacht keerde met haar naar het cenakel terug in gezelschap van de engelen die uit de hemel waren neergedaald om haar naar de heilige Stefanus te brengen.

196. Vanuit haar bidvertrek zag de grote vrouwe, door een speciaal visioen, alles wat geschiedde bij het martelaarschap van de heilige Stefanus:

-hoe ze hem gewelddadig, onder grote haast buiten de stad brachten, terwijl ze riepen dat hij een lasteraar was, de dood schuldig;

-hoe Saul zich onder hen bevond, vuriger dan de anderen en hij bewaakte de kledingstukken van degenen die ze afgelegd hadden om sint Stefanus te stenigen;

-hoe de regen van stenen op de heilige viel en hem verwondde terwijl enige in zijn hoofd drongen, gedrenkt in zijn bloed.

Lieflijk en groot was het medelijden van onze koningin bij deze martelingen, maar nog groter was haar vreugde bij het aanschouwen van de glorievolle wijze, waarop de heilige Stefanus dit onderging. De liefhebbende moeder bleef hem met haar tranen en gebeden vanuit haar bidvertrek volgen. Toen de onoverwinnelijke martelaar dicht bij de dood was, bad hij: “Heer, ontvang mijn geest”(Hnd 7,59) En toen hij op zijn knieën lag riep hij met luide stem: “Heer, reken hen deze zonde niet aan”(Hnd 7,60). Bij deze gebeden werd hij begeleid door de gezegende Maria die vervuld was van ongelooflijke vreugde bij het zien van deze getrouwe dienaar, die zo zeer zijn goddelijke Meester navolgde door voor zijn vijanden te bidden en zijn geest in de handen van zijn Schepper en Verlosser aanbeval.

197. Terwijl de Joden steeds koppiger werden in hun ongeloof, overleed de heilige Stefanus, bedekt met wonden, die de regen van stenen veroorzaakt had. De engelen van de koningin brachten zijn zuivere ziel onmiddellijk naar de hemel voor Gods aanwezigheid om aldaar gekroond te worden met eeuwige eer en glorie. Christus, onze Heiland, ontving hem met deze woorden uit het evangelie: “Vriend, ga hoger op, kom tot Mij, gij getrouwe dienaar, want omdat gij getrouw geweest zijt gedurende korte tijd in kleine zaken, zal Ik u overvloedig belonen en Ik zal u belijden voor mijn Vader als mijn getrouwe dienaar en vriend, juist zoals gij Mij beleden hebt voor de mensen”(Lc14,10).   Alle engelen, aartsvaders, profeten en alle heiligen werden op die dag vervuld met bijzondere vreugde; zij verwelkomden de onoverwinnelijke martelaar als eerste vrucht van het lijden van de Heer en als de aanvoerder van allen die hem zouden navolgen in het martelaarschap. Deze overgelukkige ziel werd zeer  hoog geplaatst in glorie,dicht bij de allerheiligste mensheid van Christus, onze Heiland. De allergezegendste moeder deelde in de vreugde door een visioen dat haar verleend werd. Zij componeerde met haar engelen lofliederen ter ere van de Heer. De engelen die naar haar terugkeerden na de heilige Stefanus naar de hemel gebracht te hebben, brachten zijn dank aan haar over voor de bijstand die zij hem gegeven had bij de verwerving van zijn eeuwige zaligheid.

198. De heilige Stefanus stierf ongeveer negen maanden na de passie en de dood van Christus, onze Verlosser, op de zesentwintigste december, dezelfde dag waarop de Kerk zijn feest viert. Op die dag was hij vierendertig jaar oud, wat met bijtelling van één dag ook het vierendertigste jaar na de geboorte van de Heiland was. Dus was Stefanus één dag later dan Jezus geboren, terwijl hij slechts twaalf maanden ouder werd. Zijn geboorte en dood hadden op dezelfde dag van het jaar plaats, zoals mij duidelijk getoond werd. Het gebed van de gezegende maagd en van de heilige Stefanus had de bekering van Saul ten gevolge, zoals wij later zullen zien. Om deze bekering meer luister bij te zetten, liet de Heer toe dat Saul (par. 263) vanaf die dag de vernietiging van Gods Kerk op zich nam. Hij begon zich te onderscheiden onder alle Joden in de vervolging die de woede van de Joden, opgelaaid door de dood van de heilige Stefanus, nu tegen alle nieuwe gelovigen in het leven riep. De leerlingen brachten het lichaam van de onoverwonnen martelaar in veiligheid en begroeven het onder groot (par. 202) rouwbeklag, indachtig zijn wijze en sterke verdediging van de wet der genade. Ik heb uitgeweid over zijn geschiedenis, omdat mij de grote heiligheid van deze martelaar getoond werd en omdat hij zo’n toegewijde en hoogbegunstigde leerling was van de allerheiligste Maria.

Instructie, die de grote koningin van de engelen mij gaf.

199. “Mijn dochter, indien de goddelijke mysteries uitgelegd worden aan mensen, die zich uitsluitend bezighouden met het najagen van aardse en zintuigelijke dingen, dan schijnen deze hen onbetekenend toe, in het bijzonder indien hun zielen niet tegelijkertijd gezuiverd zijn van de duisternis, die de zondenschuld meebrengt. Want de menselijke waarneming, begrensd in haar vermogen en in beslag genomen door wat in het oog springt, schrikt terug van de waarheid en gewend aan de duisternis, wordt ze snel verblind door het Licht. Vanwege deze dingen hebben de materieellevende mensen zulke verwrongen en lage ideeën omtrent de wonderschone werken van de Almachtige (Kor 2,14) alsook van de werken die ik elke dag voor hen verricht. Zij vertrappen de juwelen en zij maken geen onderscheid tussen het brood van de kinderen en het grove voedsel van onredelijke wilden. Alles wat hemels en goddelijk is lijkt hen smakeloos, omdat ze daarin de zinnenprikkeling missen. Zodoende worden ze ongeschikt om aan de hoge dingen aandacht te schenken en om voordeel te trekken uit de wetenschap van het leven en het begrip wat daarin vervat is.

200. Maar de Allerhoogste, mijn liefste, heeft u voor dit gevaar willen behoeden; Hij heeft u kennis en licht gegeven en uw zinnen en vermogens toegespitst, opdat gij daartoe geschikt gemaakt door de kracht van de goddelijke genade, de geheimenissen en sacramenten die ik u openbaar, zonder fouten te maken, zult aanschouwen en onderscheiden. Ofschoon ik u menigmaal heb gezegd, dat gij in dit sterfelijk leven deze nooit geheel zult kunnen begrijpen of waarderen, dient gij ze toch hoog te achten, overeenkomstig uw krachten, door mijn werken na te volgen. Uit de verscheidenheid en bitterheid van mijn lijden en smarten, waarvan mijn hele leven doortrokken is, zelfs nadat ik teruggekeerd was van de rechterhand van mijn Zoon, uit de hemel naar de aarde, kunt gij begrijpen, dat uw eigen leven van dezelfde aard dient te zijn, indien gij mij wenst te volgen als een trouwe leerlinge. In de voorzichtige en onpartijdige nederigheid, waarmee ik de apostelen en alle gelovigen leidde, heeft u een voorbeeld, hoe gij moet handelen bij het besturen van uw ondergeschikten, in zachtheid, deemoed, met nederige waardigheid en in het bijzonder zonder voorkeur voor één persoon en zonder onderscheid te maken ten voordele van één persoon in die zaken, die aan allen gemeen moeten zijn. Dit vergemakkelijkt de ware naastenliefde en nederigheid van degenen die besturen, want indien ze deze deugden vertonen, zullen ze niet zo dictatoriaal zijn in hun bevelen, noch zo trots in hun eigen mening, noch zich kanten tegen de rechtsorde, wat heden ten dage zoveel schade doet aan het christendom. Trots, ijdelheid, egoïsme, eigenliefde en liefde voor hun eigen relaties hebben de gang van zaken en de leiding van het bestuur geïnfecteerd en zodoende is alles verkeerd gegaan en zijn alle regeringen vol onrechtvaardigheden en in grote verwarring.

201. -In de vurige ijver die ik voor de eer van mijn Zoon had en voor de prediking en verdediging van zijn heilige Naam;

-in mijn liefde bij het zien van de vervulling van Gods wil

-en bij het zien van de vrucht van het lijden en de dood van Christus, zich voortplantend met de Kerk onder de zielen in de gunsten, die ik voor de glorierijke martelaar Stefanus, als de eerste die zijn leven daartoe veil had, verkreeg;

-in dit alles, mijn dochter, zult gij veel motieven vinden om de Allerhoogste in zijn goddelijke werken uw eerbied en glorie te betuigen

-en zult gij eveneens redenen vinden om mij na te volgen en hem te danken voor zijn overgrote goedheid, die mij de wijsheid gaf om zijn heilige wil te vervullen en Hem welgevallig te zijn”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: