LUCIFER ZET EEN VERVOLGING IN TEGEN DE KERK EN DE H. MARIA; is waar gebeurd verhaal!!!

Uit het boek “De mystieke stad Gods”, deel 7; opgetekend naar aanleiding van visioenen aan moeder Abdis “Maria van Agreda” o.i.c.  Er zijn in totaal 8 delen te koop. Per deel € 12,– Te bestellen bij Pastoor Luc J.G.Buyens, Kerkstraat 1, 5541 EM Reusel. tel. 0497-641360. (oo31) Nederland. en e-mail L.Buyens@tiscali.nl

Hoofdstuk 17.

Lucifer zet een nieuwe vervolging in tegen de Kerk en tegen de allergezegendste Maria. Zij meldt dit aan de heilige Johannes en besluit, op zijn advies, naar Efeze te gaan. Haar goddelijke Zoon verschijnt haar en beveelt haar, de heilige Jakobus in Zaragossa een bezoek te gaan brengen. Gebeurtenissen rondom dit bezoek.

334. In het achtste hoofdstuk van de Handelingen van de apostelen verhaalt de heilige Lucas over de vervolging, door de hel opgewekt, tegen de Kerk na de dood van de heilige Stefanus (Hnd 8,1). Hij noemt dat een grote vervolging, omdat, door de ijverige pogingen van sint Paulus vóór zijn bekering, de duivels erin slaagden ze tot grote hoogte op te voeren. Over deze vervolging sprak ik reeds in het twaalfde en veertiende hoofdstuk van dit deel. Maar uit  hetgeen ik daar zei, zal het af te leiden zijn, dat deze vijand van God niet bij de pakken neerzat of zichzelf volledig verslagen achtte om niet opnieuw de strijd met de Kerk en de allergezegendste vrouwe aan te binden. Uit wat sint Lucas zélf in zijn twaalfde hoofdstuk zegt over de gevangenneming van sint Petrus en sint Jakobus door Herodes, is het duidelijk, dat deze vervolging opnieuw begon na de bekering van sint Paulus, zelfs zonder in overweging te nemen wat hij zegt over Herodus, die soldaten zou gezonden hebben om enige van de gelovigen van de Kerk te vervolgen (Hnd 12,1; par. 141, 186, 205, 250). Om dat wat reeds gezegd is en ik alsnog daaraan wil toevoegen beter te begrijpen, herhaal ik, dat deze vervolgingen alle bedacht en geregeld werden door de duivels, door boosaardige mensen te beïnvloeden. En omdat de goddelijke Voorzienigheid soms de duivels deze toestemming gaf en bij andere gelegenheden deze terugtrok, waardoor ze in de hel werden gesmeten, zoals bij de bekering van sint Paulus en bij andere gelegenheden het geval was, kwam het dus voor, dat de primitieve Kerk (par. 208, 297, 325) soms vrede en rust had, maar soms ook, als deze wapenstilstand verbroken was, gemolesteerd en vervolgd werd. En dit is het lot van de Kerk door alle eeuwen heen!

335. Vrede was gunstig voor de bekering van de gelovigen en vervolging vermeerderde hun verdiensten en deugdpraktijken. Deze soort variatie was door de goddelijke Voorzienigheid aldus geregeld en zal steeds zo gehandhaafd worden. Zo genoot de Kerk, na de bekering van sint Paulus (par. 336) enige maanden van vrede, namelijk van het moment waarop Lucifer en zijn metgezellen (Hnd 9,31) overwonnen, in de hel geslingerd werden tot hun tergkeer op de aarde, waarover ik nu zal spreken. Over deze tijd van rust spreekt sint Lucas in het negende hoofdstuk,  waar hij na de bekering van sint Paulus verteld te hebben zegt, dat de Kerk vrede had door geheel Judea, Galilea en Samaria en dat zij toenam en de weg van de Heer bewandelde onder de vertroosting van de heilige Geest. Ofschoon de evangelist dit na de komst van sint  Paulus naar Jeruzalem vermeldt, geschiedde dit ver daarvoor, want sint Paulus’ komst naar Jeruzalem (boek 8 par. 487) geschiedde meer dan vijf jaar na zijn bekering en sint Lucas vermeldt de komst van sint Paulus naar Jeruzalem vóór dat hij zijn bekering bespreekt. Dit komt veel voor bij de evangelisten, die de gewoonte hadden, vooruit te lopen op geschiedkundige feiten om hun these meer kracht bij te zetten, want het lag niet in hun voornemen, alle voorvallen in één geschiedenisverhaal samen te vatten, ofschoon ze in het algemeen de loop van de gebeurtenissen volgden, zoals deze zich voordeden.

336. Nadat dit vastgesteld is en ten vervolge op wat ik in het vijftiende hoofdstuk zei betreffende de bijeenkomst, door Lucifer tezamen geroepen in de hel na de bekering van sint Paulus, wil ik nog zeggen dat deze bijeenkomst enige tijd voortduurde en de helse draak met zijn duivels meerdere complotten uitwerkten op onderscheiden punten, voor de vernietiging van de Kerk en om de grote koningin te belasteren en haar uit haar hoge positie van vermaarde heiligheid te stoten. Maar de onkunde van de slang over haar was oneindig veel kleiner dan zijn kennis over de grote vrouwe. De dagen van vrede, die de Kerk genoten had, waren voorbij. De prinsen van de duisternis begonnen uit hun krochten te komen om hun boosaardige plannen, die ze daar uitgewerkt hadden, in praktijk te brengen. Voorop schreed Lucifer. Het verdient de aandacht, dat de woede en verontwaardiging van dit bloeddorstige beest tegen de Kerk zó groot was, dat hij meer dan tweederde van alle duivels in de hel met zich naar de aarde bracht. Hij zou ongetwijfeld de gehele hel hebben gehaald, ware het niet dat de achterblijvers nodig waren voor de kwellingen van de verdoemden! Want de verdoemden branden niet slechts in de vuren die aangestoken zijn door de goddelijke gerechtigheid, maar de draak staat niet toe, dat de afwezigheid van alle duivels hen zou ontheffen van de aanblik en het gezelschap van hun kwelduivels. Ofschoon Lucifer zo gebrand is op de vernietiging van de stervelingen op aarde, is hij juist zo gekant tegen het verlichten van de kwellingen van de verdoemden in de hel en daarom zal hij de hel nooit geheel ontdoen van duivels. De ongelukkige zondaars op aarde, die deze duivels, onmenselijke en wrede meester blijven dienen op de aarde, moeten zich dit wel bewust zijn.

337. De heiligheid van de gezegende moeder, de goddelijke gunsten en bescherming geschonken aan de gelovigen, zoals het geval was met de heilige Stefanus en de heilige Paulus en alle andere gebeurtenissen na de dood van de Heiland, die alle ter kennis van de duivel kwamen, hadden zijn woede tot grote hoogte en tot onvoorstelbare sterkte opgevoerd. Daarom vestigde hij zich in Jeruzalem om persoonlijk zijn geschut te richten op de vesting van geloof en alle helse bataljons te kunnen dirigeren, want de duivels houden een bepaalde mate van orde aan, als het gaat om oorlog te voeren tegen de mensen; in alle andere zaken heerst tweedracht en verwarring. De Allerhoogste heeft hun nimmer toegestaan hun afgunst totaal uit te leven, want in een ogenblik zouden zij de gehele wereld verwoest hebben. Hij gaf hun echter een bepaalde vrijheid, opdat de Kerk onder de bezoekingen diepe wortels zou kunnen schieten in het bloed  en de verdiensten van de heiligen en wel zó, dat in de vervolgingen en de kwellingen de wijsheid en de kracht van de loods die het kleine schip van de Kerk leidde, zou blijken. Lucifer beval onmiddellijk zijn trawanten de gehele aarde af te schuimen en na te gaan, waar de apostelen en leerlingen bezig waren met het prediken van de Naam van de Heer. De draak zocht in Jeruzalem de plaatsen op, die het verst verwijderd waren van de plaatsen, die gewijd waren door de geheimen en het bloed van de Heer, want hij en alle duivels met hem vreesden die plaatsen en hoe dichter ze deze naderden, des te zwakker en des te gekwelder voelden zij zich door de goddelijke kracht. Deze effecten voelen zij nu nog steeds en zullen ze blijven voelen tot het einde van de wereld!  Het is smartelijk, dat dit heiligdom van de gelovigen, vanwege de zonden van de mensen nu in handen is van de heidenen en gelukkig zijn de kinderen van de Kerk -helaas weinig in aantal- die binnen haar wallen verwijlen, zoals de zonen van onze grote vader en hervormer van de Kerk, de heilige Franciscus!!

338. Uit de inlichtingen die de duivels verschaften, vernam Lucifer de toestand van de gelovigen in alle plaatsen, waar het geloof van Christus gepredikt werd. Hij vaardigde nieuwe orders uit voor de vervolging van christenen, stelde krachtige en minder krachtige duivels aan, in overeenstemming met de aard van de verschillende apostelen, leerlingen en volgelingen van het geloof, waar tegenover zij zouden moeten optreden. Anderen stelde hij aan als boodschappers om hem op de hoogte te houden over wat er gebeurde of voor de overbrenging van zijn orders tot voortzetting van de oorlog tegen de Kerk. Lucifer wees hen ook ongelovige, godslasterlijke, slechte en lage mensen aan, die ze moesten prikkelen en aanzetten tot uitzonderlijke, afgunstige woede tegen de volgelingen van Christus. Daaronder waren Herodes en vele Joden, die de Gekruisigde verafschuwden en zijn Naam uit het land van de levenden wilden uitwissen (Jr 11,19). Zij verzamelden ook de meest verlaagde heidenen en degenen, die zich het meest overgaven aan afgoderij. Zij selecteerden uit deze mensen de slechtsten en meest trouwelozen, die moesten dienen als helpers en instrumenten van hun boosaardigheid. Op deze wijze begonnen ze de vervolging van de Kerk en zij gingen voort om in de zich opeenvolgende eeuwen gelijksoortige duivelse kunsten voor de vernietiging van de deugd, van de vruchten van de verlossing en het bloed van Christus te bewerkstelligen. In de primitieve Kerk veroorzaakte de duivel grote verwoestingen onder de gelovigen, die zij overvielen met verschillende soorten bekoringen, die ons niet bekend zijn, ofschoon we weten dat wat de heilige Paulus in zijn Hebreeënbrief (Heb 11,37) schrijft over de vervolging van de oude heiligen, herhaald werd in de heiligen van het nieuwe testament. Buiten deze uitwendige vervolgingen plaagden de duivels alle rechtvaardigen, de apostelen, leerlingen en gelovigen met verborgen bekoringen, suggesties, voorspiegelingen en boosaardige voorstellen, zoals hij ook nu nog steeds doet tegen allen die de goddelijke wet en Christus willen volgen en trouw wensen te blijven aan onze Verlosser en Meester!!

339. Maar niets van dit alles bleef verborgen voor de grote moeder van wijsheid, omdat in de helderheid van haar verheven kennis alle geheimen van de hel, die verborgen waren voor de rest van de wereld, aan haar duidelijk werden. Ofschoon slagen en wonden ons minder schade toebrengen, indien wij er op voorbereid zijn en ofschoon de allervoorzichtigste vrouwe zo sterk stond tegenover de komende moeilijkheden van de heilige Kerk en daar zeker niet door verrast zou kunnen worden, verwondde het vooruitzicht van deze vervolgingen haar ziel, omdat ze gericht waren tegen de apostelen en de gelovigen die zij van ganser harte liefhad. Deze smart zou haar vele malen van het leven beroofd hebben indien, zoals ik reeds meermalen gezegd heb, de Heer dit niet op wonderbaarlijke wijze bewaard had. En waarlijk, alle gerechte zielen die volmaakt zijn in goddelijke liefde, zouden bewogen moeten zijn bij het zien van de woede en de boosaardigheid van dit grote aantal duivels, die met vaart en sluwheid de weinige gelovigen in hun zwakke en broze toestand en belast met zo  vele soorten eigen ellende, overvielen. De allergezegendste Maria overwoog hun gevaar, vergat alles wat haarzelf betrof en was bereid om elke mogelijke kwelling te ondergaan voor de bescherming en vertroosting van haar kinderen. Zij vermenigvuldigde haar zuchten en tranen, haar inspanningen en gebeden voor hun veiligheid. Apostelen en leerlingen trachtte zij met adviezen en aansporingen opnieuw te bemoedigen. Vele malen weerhield zij de duivels door haar soeverein bevel als koningin en ontrukte aan zijn klauwen ontelbare zielen, die zij bezig waren te bedreigen en te bederven, waardoor zij hen van de eeuwige dood redde!! Op andere momenten voorkwam zij grote wreedheden, bestemd voor de bedienaren van de Kerk, want Lucifer stond de apostelen (par. 252) naar het leven, zoals hij voordien reeds gedaan had door Saulus. En dit alles geschiedde ook aan de leerlingen, die het geloof verkondigden.

3430. Ofschoon de hemelse meesteresse haar innerlijke vrede en rust bewaarde en haar uitwendige gelijkmoedigheid en ernst intact bleef, was toch de smart van haar hart, haar moederlijke bezorgheid en liefderijke zorgenlast enigszins op haar gelaat te zien. En aangezien de heilige Johannes haar bijstond met de waakzame toewijding van een zoon, kon de lichte verandering in haar voorkomen niet aan het arendsoog van deze ziener ontsnappen. Hij was diep geschokt en na tevergeefs gevochten te hebben tegen zijn ongerustheid, keerde hij zich tot de Heer, vroeg om Licht en sprak:

“Mijn Heer en God, Redder van de wereld. Ik weet dat ik U veel verschuldigd ben, omdat Gij mij zonder mijn verdiensten en uit zuivere neerbuigendheid haar tot moeder hebt gegeven, die uw eigen moeder is, die U ontving, droeg en voedde aan haar borst. Door deze weldaad werd ik rijk en welvarend, in het bezit van de grootste schat van de hemel en de aarde. Maar zonder uw koninklijke aanwezigheid is uw moeder, mijn meesteresse, verlaten en alleen. Voor uw afwezigheid kunnen mensen, noch engelen, laat staan ik, een lage worm en slaaf enige compensatie geven. Mijn God en Heiland van de wereld, ik zie haar nu smartelijk, die U menselijke vorm gaf en die de vreugde is van uw volk. Het is mijn wens, haar te troosten en haar smart te verminderen, maar ik weet dat ik daartoe niet in staat ben.  Mijn verstand en mijn liefde sporen mij aan, maar eerbied en zwakte weerhouden mij. Geef mij, Heer, licht en geest om te doen wat U behaagt en uw moeder ten dienste is”.

341. Na dit gebed overlegde de heilige enige tijd met zichzelf of hij de grote meesteresse naar de oorzaak van haar verdriet zou vragen. Enerzijds spoorde zijn liefde hem daartoe aan, anderzijds werd hij weerhouden door zijn heilige vrees en zijn eerbied voor haar. Drie keer benaderde hij de deur van haar bidvertrek, maar werd evenveel keer door zijn eerbied weerhouden haar deze vraag te stellen.  De hemelse moeder wist alles wat Johannes deed en wat er door zijn hart ging. Respect voor hem als priester en bedienaar van de Heer deed haar het gebed afbreken en naar hem toe gaan, zeggende:  “Meester, zeg mij wat gij van uw dienares vraagt”.  Ik heb reeds gezegd, dat de vrouwe de priesters en bedienaren van haar Zoon ‘meesters’ noemde (par. 99, 102, 106). De evangelist was gerustgesteld en bemoedigd door deze woorden, antwoordde hij haar, zij het enigszins aarzelend:  “Mijn vrouwe, mijn ambt en wens om u te dienen hebben veroorzaakt, dat ik uw smart opmerkte en ik ben zeer geschokt over uw verdriet, dat ik graag wil verlichten”.

342. De heilige Johannes voegde hier geen woorden meer aan toe, maar de koningin kende zijn verlangen om ingelicht te worden over haar problemen en in directe gehoorzaamheid vervulde zij zijn wensen, -als waren ze geuit door een overste- zelfs nog voor hij ze uitgesproken had. De allerheiligste Maria keerde zich tot de Heer en sprak: “Mijn God en Zoon. Het was uw wens, dat uw dienaar Johannes uw plaats innam als mijn metgezel en verzorger en ik ben hem tegemoet gekomen als mijn geestelijke bedienaar en overste. Zijn wil en mijn wens worden door mij opgevolgd, zodra ze mij bekend zijn, omdat ik, uw nederige dienares, moge leven en geleid worden door gehoorzaamheid aan U. Geef mij verlof hem in te lichten over mijn zorgen, als dit uw wens zou zijn”.  Zij voelde direct het fiat van de goddelijke wil; zij viel op haar knieën aan de voeten van de heilige Johannes, vroeg hem zijn zegen en kuste zijn handen. Na zijn verlof tot spreken ontvangen te hebben, zei zij:  “Mijn meester, heer, de smarten die mijn hart doorboren, berusten op feiten, want de Allerhoogste heeft mij de vervolgingen getoond, die over de Kerk zullen komen en wat al haar kinderen, in het bijzonder de apostelen zullen lijden. In voorbereiding en tot uitvoering van deze schanddaden hier op aarde heb ik de helse draak met ontelbare scharen slechte geesten uit de hellekrochten zien komen, allen vervuld van onverzoenlijke haat en lust tot vernietiging van de Kerk. Deze stad, Jeruzalem, zal het eerste en grootste doelwit zijn van hun aanvallen. Daarin zal één van de apostelen zijn dood vinden; anderen zullen in de gevangenis terechtkomen en op instigatie van de duivel gekweld worden. Mijn hart wordt vervuld van medelijden en smart bij het zien van deze rebellie van deze vijanden tegen de verheerlijking van de heilige naam van God en de redding van de zielen”.

343. Door deze inlichting werd de apostel evenzeer bedroefd en min of meer in verwarring gebracht. Maar uit de kracht van de goddelijke genade antwoordde hij de koningin, zeggende: “Mijn moeder en vrouwe, uw wijsheid kan niet over het hoofd zien, dat de Allerhoogste uit deze beproevingen en bezoekingen grote vruchten zal plukken voor zijn Kerk en voor zijn getrouwe kinderen en dat Hij hen in hun lijden zal bijstaan. Wij apostelen zijn bereid, ons leven voor de Heer, die zijn eigen leven voor het gehele menselijke ras gegeven heeft, te geven. Wij hebben grote weldaden ontvangen en het zou niet juist zijn, dat ze ijdel en nutteloos zouden zijn. Toen we kinderen waren in de school van onze Leraar en Heer, gedroegen wij ons als kinderen. Maar nadat Hij ons verrijkt heeft met de heilige Geest en in ons het liefdevuur heeft aangewakkerd, hebben wij onze lafheid achter ons gelaten en verlangen we de weg van het kruis te gaan, zoals Hij ons door zijn leer en voorbeeld geleerd heeft. Wij weten, dat de Kerk gegrondvest en bewaard zal worden door het bloed van zijn bedienaren en kinderen. Bid voor ons, mijn vrouwe, dat door de goddelijke kracht en uw bescherming wij de overwinning over onze vijanden mogen verwerven en voor de eer van de Allerhoogste over allen mogen triomferen. Maar indien deze stad, Jeruzalem, de spits moet afbijten van deze vervolging, lijkt het mij raadzaam, vrouwe, dat gij die niet hier afwacht, opdat de woede van de hel, door de boosaardigheid in de mensen aan te wakkeren, niet enigerlei onwaardigheid zou begaan aan het tabernakel van God”.

344. De grote koningin en vrouwe van de hemel zou, vervuld als zij was van liefde en medelijden met de apostelen en de andere gelovigen, het liefst in Jeruzalem gebleven zijn. Zij was onbevreesd en zou haar tijd hebben doorgebracht met het bezoeken, troosten en bemoedigen van allen, nu de vervolgingen voor de deur stonden. Maar haar voorkeur, die uit heilige overweging geboren was, werd voor de heilige Johannes verborgen gehouden. Daar dit de keus van haar hart was, vond zij het beter deze niet op te volgen maar in nederige gehoorzaamheid de wensen van de apostel, die zij als haar geestelijke verzorger en overste beschouwde, in te willigen. Zij gaf geen direct antwoord in haar onderwerping, maar dankte de evangelist voor zijn moedig verlangen om te lijden en te sterven voor Christus. Wat betreft het vertrek uit Jeruzalem, droeg zij hem op alles te regelen zoals hij dit wenste, want het was haar wens, hem in alles te gehoorzamen. Zij vroeg de Heer, hem te leiden met zijn goddelijke Licht in overeenstemming met zijn glorie en zijn welbehagen. Na deze toestemming van de gezegende moeder verkregen te hebben (waarin wij een groot voorbeeld kunnen zien en een berisping voor onze ongehoorzaamheid), stelde de evangelist voor, naar Efeze, aan de grens van Klein-Azië te gaan. Hij sprak de allerheiligste Maria als volgt toe, toen hij haar deze reis voorstelde:

“Mijn vrouwe en moeder, nu wij het best Jeruzalem kunnen verlaten en elders gelegenheid moeten zoeken om de naam van de Allerhoogste te verheerlijken, lijkt de stad Efeze mij het meest geschikt toe. Gij zult daar vruchten van het geloof kunnen voortbrengen, die in Jeruzalem niet verwacht kunnen worden. Ik wilde, dat ik een van de engelen was, die de troon van de heilige Drie-eenheid bewaken, zodat ik u waardig zou kunnen bijstaan op deze reis, maar ik ben slechts een nietig wormpje dezer aarde. De Heer zal echter bij ons zijn. Gij zult in Hem een u welgezinde Helper hebben als uw God en uw Zoon”.

345. Na tot deze reis besloten te hebben, was het nodig de gelovigen in Jeruzalem daarvan in kennis te stellen en ze goede raad te geven. De grote vrouwe trok zich terug in haar bidvertrek en bad als volgt:

“Allerhoogste en eeuwige God. Deze nederige dienares werpt zich in uw koninklijke tegenwoordigheid op de grond en vanuit de grond van mijn hart smeek ik u, mij te leiden in uw toenemend welbehagen en volgens uw wil. Ik zal deze reis ondernemen uit gehoorzaamheid aan uw dienaar Johannes, in vervulling van zijn wil, die ik tot de mijne maak. Het is niet juist dat uw dienares en moeder, die zo begiftigd is door de rechterhand enige stap zou ondernemen, die niet tot groter glorie en verheerlijking van uw Naam zou leiden. Geef acht, o Heer, op mijn wensen en gebeden, opdat ik op de meest passende en gerechte wijze moge handelen“.  De Heer antwoordde haar en sprak:  “Mijn duive en liefste bruid. Ik heb deze reis naar mijn grootste welbehagen geregeld. Gehoorzaam Johannes en ga naar Efeze, want daar zal Ik, als de tijd daartoe rijp is, door uw meditatie en aanwezigheid, mijn barmhartigheid aan enige zielen bewijzen“.

Door dit antwoord van de Heer was de allergezegendste Maria getroost door de kennis van de goddelijke wil. Zij vroeg de zegen van de Heer en zijn toestemming om alles in gereedheid te brengen tot vertrek op het uur, dat door de apostel was vastgesteld. Vol van het vuur van haar naastenliefdee, werd zij ontvlamd met het verlangen aan zielen in Efeze, waarover de Heer haar gesproken had, goed te doen. Ik zal nu verhalen hoe de gezegende Maria, in gehoorzaamheid aan de wil van haar Zoon, onze Heiland, naar Zaragossa in Spanje kwam om de heilige Jakobus te bezoeken. Jaar en dag waarop dit geschiedde en wat er bij die gelegenheid plaatsvond zal ik vertellen.

346. Alle zorgzaamheid van onze grote moeder en vrouwe was gericht op de groei en de bloei van de heilige Kerk, de bijstand aan apostelen, leerlingen en gelovigen en op hun verdediging tegen de vervolgingen en aanvallen, die voorbereid werden door de helse draak en zijn trawanten. Vóórdat zij uit Jeruzalem vertrok om haar intrek te nemen in Efeze, regelde zij in haar onvergelijkbare naastenliefde vele zaken, hetzij zélf, hetzij door haar engelen om zoveel als mogelijk alles voor de Kerk, in haar afwezigheid, in orde te maken, want te dien tijde wist zij niet, hoelang zij weg zou blijven en wanneer wij wederom naar Jeruzalem zou terugkeren. De meest probate (par. 337) dienst die zij de gelovigen kon geven, was haar voortdurend gebed om hen de hulp van de oneindige macht van haar Zoon te verzekeren, die de apostelen en de gelovigen moest beschermen tegen de trotse en snoevende complotten van Lucifers boosaardigheid. De allervoorzichtigste moeder wist dat onder de apostelen, Jakobus de eerste zou zijn, die zijn bloed voor Christus, onze Heiland (par 320), zou geven en omdat zij hem op bijzondere wijze liefhad, zoals ik reeds hiervoor meedeelde, bad zij meer voor hem dan voor de andere apostelen.

347. Toen de hemelse moeder op de vierde dag voordat zij naar Efeze zouden vertrekken, in gebed verzonken was, voelde zij in haar allerzuiverst hart nieuwe en tedere gevoelens opkomen, een zeker teken, dat zij op het punt stond, een uitzonderlijke gunst te ontvangen. Deze tekenen worden woorden genoemd in de taal van de heilige  Schrift. Daarop ingaande, als de meesteresse van de heilige wijsheid, zei de allergezegendste vrouwe: “Heer, wat wilt Gij dat ik doe? Wat verwacht U van mij? Spreek, Heer, want uw dienares luistert“.

Terwijl zij deze woorden herhaalde, zag zij haar goddelijke Zoon persoonlijk neerdalen om haar te bezoeken. Hij was gezeten op een troon van onuitsprekelijke majesteit en vergezeld van ontelbare engelen uit alle koren en hiërachieën. Met het gehele Hof trad de Heer binnen in het bidvertrek van zijn allergezegendste moeder. De nederige, toegewijde maagd aanbad Hem met de grootste eerbied vanuit de diepste diepten van haar zuivere ziel. Toen sprak de Heer tot haar, zeggende:

“Mijn allerliefste moeder, van wie Ik het menselijk bestaan mocht ontvangen voor de redding van deze wereld. Ik weet wat uw smekingen en heilige wensen inhouden; zij zijn Mij een vreugde. Ik zal mijn apostelen en mijn Kerk verdedigen en Ik zal hun Vader en Beschermer zijn, zodat zij niet ten onder zullen gaan en de poorten der hel haar niet zullen overweldigen (Mt 16,18). Zoals gij reeds weet, is het nodig voor mijn glorie, dat de apostelen werken onder mijn genade en dat zij Mij tenslotte moeten volgen op de weg van het kruis en naar de dood, die Ik voor het gehele menselijke geslacht heb ondergaan. De eerste die mij daarin zal navolgen is mijn getrouwe dienaar Jakobus. Het is mijn wens, dat hij het martelaarschap in de stad Jeruzalem zal ontvangen. U moet hem in Spanje gaan bezoeken en hem meedelen, dat hij hierheen moet komen. Ook voor andere redenen wil ik, mijn moeder, dat gij naar Zaragossa gaat waar hij het evangelie predikt in mijn Naam. Maar voordat hij die stad verlaat moet hij een kerk bouwen in uw naam en titel, waar gij zult vereerd worden en aangeroepen voor het welzijn van dat land, voor mijn glorie en welbehagen en dat van de allergezegendste Drie-eenheid“.

348. De grote koningin van de hemel ontving deze opdracht van haar goddelijke Zoon met grote vreugde van haar ziel. En met warme dankbaarheid antwoordde zij:

“Mijn Heer en mijn God, laat uw heilige wil zich in uw dienares en moeder tot in alle eeuwigheid voltrekken en laten alle schepselen U prijzen voor de bewonderenswaardige werken van liefde, die Gij uw dienaren bewijst. Ik, o Heer, zegen en verheerlijk U in deze daden uit naam van de gehele Kerk en in mijn eigen naam. Sta mij toe, mijn Zoon, dat in de tempel, die Gij uw dienaar Jakobus opgedragen hebt te bouwen, het mij gegeven zal zijn, de bijzondere bescherming van uw machtige arm aan allen te beloven en dat deze heilige plaats deel moge uitmaken van mijn nalatenschap, ten gebruike van allen die uw heilige Naam met eerbied aanroepen en die mij vragen, mijn tussenkomst te verlenen bij hun aanvraag van uw barmhartigheid”.

349. Christus, onze Verlosser, antwoordde haar:

“Mijn moeder, waarin Ik mijn welbehagen heb gesteld. Ik geef u mijn  koninklijk woord, dat Ik met bijzondere barmhartigheid zal neerzien op allen, die met devotie en nederigheid een beroep doen op Mij door uw tussenkomst en dit in de toekomst in die Kerk zullen doen. Ik zal hen zegenen. In uw handen heb Ik al mijn schatten neergelegd en ze aan u toevertrouwd. Als mijn moeder, die mijn plaats bekleedt en mijn macht kan uitoefenen, kunt gij die plek onderscheiden door daarin uw rijkdommen neer te leggen en uw gunsten te beloven, want alles zal vervuld worden volgens uw wil en welbehagen”.

De gezegende Maria dankte haar Zoon en God opnieuw voor deze belofte. Toen vormden, op bevel van de Heer, een groot aantal engelen die haar vergezelde, een koninklijke troon van een schitterende wolk en zij plaatsten haar daarop als de koningin en meesteresse van de gehele schepping. Christus, de Heiland, gaf hen zijn zegen en steeg met de rest van de engelen ten hemel op.  De zuivere moeder, gedragen op de handen van de serafijnen en omstuwd door haar duizend engelen en vele anderen, vertrok met lichaam en ziel naar Zaragossa in Spanje. Ofschoon deze reis in zeer korte tijd gemaakt had kunnen worden, beval de Heer de engelen onder het zingen van hymnen en lofgezangen hun koningin in koren van de zuiverste harmonie plechtig te begeleiden.

350. Enige van hen zongen het “Ave Maria”, anderen het “Salve sancta Parens” en “Salve Regina”; wederom anderen het “Regina caeli laetare” etc. waarbij het ene koor het andere beantwoordde in zulk een harmonie van overeenstemming van klanken, als geen menselijke kunst ooit bereiken kan. De grote vrouwe beantwoordde dit alles vanuit een nederig hart des te deemoediger naarmate het geheel meer verheven werd, door de Heer te loven met de woorden van Jesaja:

“Heilig, heilig, heilig, Heer God Sabaoth, hebt medelijden met de arme kinderen van Eva. U is de glorie, U de macht, U de majesteit. Gij alleen zij heilig, de Allerhoogste en de Heer van alle hemelse legers en de gehele schepping”.

De engelen antwoordden dan wederom op deze gezangen van de maagd, die de Heer zo lieflijk in de oren klonken. Op deze wijze voortgaande kwamen ze ongeveer te middernacht in Zaragossa aan.

351.  De allergelukkigste apostel sint Jakobus kampeerde met zijn leerlingen buiten de muur, die langs de oever van de rivier de Ebro loopt. Teneinde zich terug te trekken in gebed had hij zich op enige afstand van zijn metgezellen teruggetrokken. Enige van zijn leerlingen waren in slaap gevallen, anderen waren in gebed; geen van hen verwachtte een vreemd gebeuren. De processie van de engelen spreidde zich wat uit en de serafijnen zongen steeds luider, zodat niet slechts de heilige Jakobus, maar ook de leerlingen het gezang konden horen. Degenen die sliepen, werden wakker en allen werden vervuld van innerlijke rust en verwondering, met hemelse troost die hen sprakeloos maakte en tot vreugdetranen bewoog. Zij zagen in de lucht een schitterend licht, stralender dan de zon, maar het verspreidde zich niet overal heen, bleef beperkt tot een bepaalde plaats; het had de vorm en het aanzien van een lichtgevende bol. In bewondering en vreugde stonden zij daar stil te kijken, totdat hun leraar hen riep. Door de wonderbaarlijke effecten die zij in zich voelden, wilde de Heer hen voorbereiden op wat hen geopenbaard zou worden over dit grote mysterie. De heilige engelen plaatsten de troon van hun koningin en vrouwe in het zicht van de apostel, die nog steeds in verheven gebed verzonken was, maar meer van de muziek hoorde en duidelijker de hemelse muziek hoorde dan zijn leerlingen. De engelen droegen met zich mee een kleine kolom, gemaakt van jaspis en een niet al te groot beeldje van hun koningin, gemaakt uit een ander materiaal. Dit beeld werd door de engelen onder grote eerbied gedragen. Gedurende die nacht hadden de engelen hun vaardigheid in het maken van dingen uit natuurlijke materialen de vrije loop gelaten en dit alles voor deze gelegenheid gereedgemaakt.

352. Op haar troon gezeten in de wolk, omgeven door de koren van engelen, openbaarde de koningin van de hemel zich aan de heilige Jakobus. De koningin deed voor haar bewonderenswaardige schoonheid en haar afstraling de schoonheid van de engelen verbleken. De gezegende apostel wierp zich op de grond en vereerde met de diepste eerbied de moeder van zijn Schepper en Verlosser. Tegelijkertijd werden hem het beeldje en de pilaar, door de handen van de engelen vervaardigd, getoond. De liefdevolle koningin gaf hem haar zegen in de naam van haar goddelijke Zoon en zei:

“Jakobus, dienaar van de Allerhoogste, gij zijt gezegend door zijn rechterhand. Moge Hij u opheffen en u het licht van zijn goddelijk gelaat laten zien”. Alle engelen antwoordden: ‘Amen’. De koningin van de hemel vervolgde: “Mijn zoon Jakobus. Deze plaats heeft de allerhoogste en almachtige God van de hemel bestemd om door u op deze aarde gewijd te worden tot een tempel en een huis van gebed waar Hij, onder mijn bescherming en naam, verheerlijkt en aanbeden wil worden. De schatten van zijn rechterhand zullen uitgedeeld worden en alle barmhartigheden beschikbaar komen door mijn tussenkomst, indien daarom gevraagd wordt in waar geloof en ernstige godsvrucht. In de Naam van de Almachtige beloof ik hen grote gunsten en liefdevolle weldaden en mijn bescherming en hulp, want dit wordt mijn huis en tempel, mijn erfenis en mijn bezit. Een borg voor deze waarheid en van deze belofte zal deze pilaar zijn met mijn beeltenis daarop geplaatst. In de tempel die gij voor mij zult bouwen, moeten deze dingen bewaard blijven tezamen met het heilig geloof, tot aan het einde der tijden. Gij zult onmiddellijk beginnen met het bouwen van deze tempel van God en nadat gij dit werk volbracht hebt, moet gij naar Jeruzalem vertrekken, want het is de wens van mijn goddelijke Zoon, dat gij het offer van uw leven brengt op dezelfde plaats, waar Hij het zijne offerde voor de redding van de mensheid”.

353. Nadat de grote koningin gesproken had, beval zij de engelen de pilaar met het beeldje erop te plaatsen op dezelfde plaats waar het nu nog steeds staat. De engelen voerden haar bevel in een ogenblik uit. Zodra de pilaar en het beeldje geplaatst waren, zagen de engelen en de apostelen dat deze plek een huis en een poort van God was, heilige grond en toegewijd als een tempel aan de glorie van de Allerhoogste en tot aanroeping van zijn heilige moeder. Tot getuigenis van dit feit aanbaden zij onmiddellijk de Godheid. De heilige Jakobus strekte zich op de grond uit en vierde tezamen met de heilige engelen onder het zingen van nieuwe lofliederen de eerste kerkwijding in deze wereld onder naam en titel van de grote meesteresse van hemel en aarde. Dit was het gelukkige begin van het heiligdom van onze Lieve Vrouw van de Pilaar in Zaragossa, dat terecht de kamer van de engelen, het huis van God en van zijn allerzuiverste moeder genoemd wordt. Het is waard om de verering van de gehele wereld naar zich toe te trekken en een veilige borg en onderpand te zijn van de gunsten en weldaden die niet verhinderd worden door onze zonden. Het schijnt mij toe, dat onze grote patroon en apostel, de tweede Jakobus, een meer glorieus begin aan deze tempel gaf dan de eerste Jakobus aan de zijne in Betel toen hij naar Mesopotamië reisde (Gn 28,18) , ofschoon in die naam en op die rots de tempel van Salomo gebouwd werd. Daar zag Jakob in zijn slaap het mystieke en symbolische beeld van de ladder met de vergezellende engelen, maar hier zag onze Jakobus de ware Trap naar de hemel met zijn lichamelijke ogen en vergezeld van veel meer engelen. Daar werd de steen gewijd als een tempel, die vele malen verwoest zou worden en na enige eeuwen zou ophouden te bestaan, maar hier in de soliditeit van deze waarlijk gewijde pilaar, werd de tempel, het geloof en de aanbidding van de Allerhoogste tot het einde der tijden gegrondvest. Daar zouden de engelen opstijgen met de gebeden van de gelovigen en neerdalen met de onvergelijkelijke weldaden en genaden die uitgedeeld zouden worden aan al degenen die in deze plaats gelovig deze grote koningin en vrouwe aanroepen en vereren.

354. Onze apostel dankte de gezegende Maria met grote nederigheid en vroeg haar om bijzondere bescherming van dit Spaanse koninkrijk en speciaal voor deze plaats die aan haar verering en naam was toegewijd. De hemelse moeder stond hem al zijn verzoeken toe. Na hem nogmaals haar zegen gegeven te hebben, werd zij door de heilige engelen naar Jeruzalem teruggebracht. Op haar verzoek droeg de Allerhoogste de zorg en de verdediging van dit heiligdom op aan een engel, die vanaf die dag nog steeds dit ambt vervult en het zal blijven vervullen zolang het heiligenbeeld en de pilaar daar zullen blijven. Alle gelovige katholieken kennen met eigen ogen de zeer goede staat van dit heiligdom, intact en ongemolesteerd gedurende meer dan zestien eeuwen ondanks alle trouweloosheid van de Joden, de afgodendienst van de Romeinen, de afvalligheid van de Arianen en de wilde woede van de Arabieren en heidenen. En nog groter zou de verwondering van de katholieken zijn, indien ze bekend waren met de complotten en samenzweringen, die de gehele hel door de eeuwen heen gesmeed heeft via deze heidense naties, tot vernietiging van dit heiligdom. Ik zal mij niet ophouden door al deze gebeurtenissen te vertellen, want ze zijn niet nodig en behoren niet thuis in deze geschiedenis en voor mijn doel. Het moet voldoende zijn, mee te delen dat Lucifer deze vijanden vele malen tot de aanval heeft opgezet, maar dat de bewaarengel van dit heiligdom alle pogingen verijdeld heeft.

355. Maar ik wil toch de nadruk leggen op twee punten, die mij te kennen gegeven werden om hier te boekstaven. Eerstens: wat betreft de beloften van Jezus Christus en van zijn allergezegendste moeder. Ofschoon ze met grote stelligheid de instandhouding van deze tempel en heiligdom verzekeren, zijn ze toch aan stilzwijgende voorwaarden gebonden, zoals dit het geval is met vele andere beloften van de heilige Schrift die betrekking hebben op bijzondere weldaden van goddelijke genade. Deze voorwaarden, die voor dit geval geldt is, dat wij ons van onze kant op zodanige wijze gedragen, dat wij God niet dwingen ons dit genadig toegestane privilege te ontnemen, dat ons op deze wijse beloofd en aangeboden is. Omdat de Heer, onder de geheimzinnige besluiten van zijn gerechtigheid de dwingende mate van zondigheid verbergt, is deze voorwaarde niet verduidelijkt of geheel aan ons geopenbaard en daarenboven weten we uit de leer van de heilige Kerk dat zijn gunsten en beloften niet tegen de Heer gekeerd mogen worden en dat wij niet mogen zondigen in vertrouwen op zijn vrijgevige barmhartigheid, want dat dit, meer dan iets anders, ons daarvoor onwaardig maakt. De zonden van deze koninkrijken en van die vrome stad Zaragossa kunnen zo groot en zo menigvuldig worden dat wij, in alle rechtvaardigheid, het verlies van deze grote weldaad en de bescherming van de grote koningin en vrouwe van de engelen aan onszelf te wijten zouden hebben.

356. Het tweede punt, dat ik wil aanstippen en dat niet minder onze aandacht verdient is, dat Lucifer en zijn duivelen, die alles afweten van deze feiten en van de beloften van de Heer, geprobeerd hebben en nog steeds proberen in deze beroemde stad, met meer geraffineerde boosaardigheid dan elders, afschuwelijke ondeugden en zonden te introduceren, in het bijzonder die de zuiverheid van de allergezegendste Maria zouden kwetsen. Het doel van de oude slang is een tweevoud van afschuwelijke uitwerkingen te bewerkstelligen: ten eerste, ofwel de inwoners van die stad, indien mogelijk over te halen om God zo te beledigen, dat Hij het heiligdom aan haar lot overlaat, waardoor hij zijn doelstelling die op geen andere wijze te bereiken is, zou verwezenlijken, of, indien dat mogelijk is, tenminste de zielen te verhinderen passende eerbied en devotie te tonen aan de heilige tempel en aan de grote weldaden, die Maria aan al haar toegewijde smekelingen beloofd heeft. Lucifer en zijn duivelen weten zeer goed, dat de inwoners van Zaragossa en omgeving meer verschuldigd zijn aan de grote koningin van de hemel dan degenen die in andere steden en provincies van de christenheid wonen. Want zij heeft binnen haar muren de voorraadschuur en fontein van gunsten en weldaden waaruit anderen slechts kunnen putten als ze van ver gekomen zijn. Daarom is het ook dat, indien haar inwoners, terwijl ze al deze voordelen bezitten, toch een zondiger leven leiden en dientengevolge meer deze neerbuigende barmhartigheid, die niemand ooit verdienen kan, met minachting behandelen, zij met zekerheid door hun ondankbaarheid jegens God en zijn gezegende moeder, groter verontwaardiging en straffen van de goddelijke gerechtigheid over zichzelve afroepen. Ik wil met vreugde aan allen, die deze geschiedenis lezen zeggen, dat ik mij uitzonderlijk gelukkig acht te mogen schrijven op een plaats die slechts twee dagreizen van de stad Zaragossa verwijderd is en dat ik het heiligdom aldaar met grote liefde aanschouw, waarbij ik de schuld gedenk, die -zoals allen weten- ik heb aan de grote meesteresse van de wereld. Ik erken ook mijn verplichtingen en mijn dank tegenover de godsvrucht van die stad. Als tegenprestatie wil ik met de meeste nadruk de inwoners in herinnering brengen, welke oprechte en vurige toewijding zij verschuldigd zijn aan de allergezegendste Maria, de gunsten die zijzelf daarvoor verkrijgen kunnen en de weldaden die ze verliezen zouden door vergeetachtigheid en lauwheid. Laten zij zichzelf als meer begunstigden en meer verschuldigden beschouwen dan andere gelovigen. Laten zij hun schat hoogachten, er met vreugde van genieten en laten ze het zoenoffer van hun God niet tot een gewoon huis maken of het omvormen tot een rechtzaal, want de allerheiligste Maria heeft het aangewezen als een werkcentrum, een raadszaal van haar barmhartigheden.

357. Nadat het visioen van de allergezegendste Maria vervlogen was, riep de heilige Jakobus zijn leerlingen, die onder de indruk waren van muziek en licht, ofschoon ze niets anders gehoord of gezien hadden, bijeen. Hun grote leraar openbaarde hen wat nodig was om hen te ontvlammen voor het bouwen van de Kerk, hetgeen hem was opgedragen. Met hulp van de heilige engelen maakten zij, voordat Jakobus Zaragossa verliet, de kleine kapel gereed, waarin het beeld en de pilaar nog steeds bewaard worden. Later stichtten de katholieken de weelderige tempel en alles wat dit beroemde heiligdom omgeeft en versiert. De evangelist, de heilige Johannes, wist op dat moment niets van de reis van de hemelse moeder naar Spanje en zij vertelde hem daar ook niets van, want deze privileges en gunsten hadden niets te maken met de universele Kerk, zodat zij het geheim daarvan voor zichzelf hield. Andere, grotere echter, werden aan de heilige Johannes en de andere evangelisten meegedeeld, omdat ze noodzakelijk waren voor de gewone onderrichting en het gloof van alle christenen. Maar toen de heilige Jakobus uit Spanje terugkwam en zijn broer Johannes in Jeruzalem zag, vertelde hij hem wat hem overkomen was gedurende zijn predikreizen door Spanje. Hij vertelde hem ook over de twee visioenen van de allerheiligste Maria en over wat er in Zaragossa betreffende de tempel die hij had opgericht in die stad, geschied was. Door de evangelist hoorden vele van de andere apostelen en leerlingen van dit wonder, want later vertelde hij het hen in Jeruzalem om hen te bevestigen in hun geloof en toewijding aan de meesteresse van de hemel en hun vertrouwen in haar bescherming  op te wekken. Zodoende riepen velen haar aan, omdat ze van de heilige Jakobus vernomen  hadden, hoe hij door haar begunstigd was. De liefhebbende moeder hielp enige van hen meermalen en hen allen op verschillende tijden in bepaalde moeilijkheden en gevaren.

358. De wonderbare verschijning van de allergezegendste Maria in Zaragossa had plaats in het begin van het veertigste jaar na de geboorte van  de Heer, gedurende de nacht van de 2e januari. Vier jaren, vier maanden en tien dagen waren voorbijgegaan sinds de dag, dat de heilige Jakobus Jeruzalem had verlaten op zijn missiereis, want hij was vertrokken in het jaar 35, op de 20e augustus, zoals ik reeds hiervoor vertelde (par. 319) en van de verschijning tot zijn dood, de tijd waarin hij de tempel bouwde, terugkeerde naar Jeruzalem en preekte leefde hij nog één jaar, twee maanden en 23 dagen. Hij stierf op de 25e maart in het jaar 41. De grote koningin van de engelen was ten tijde van haar verschijning in Zaragossa 54 jaar, 3 maanden en 24 dagen oud. Onmiddellijk na terugkomst te Jeruzalem, maakte zij voorbereidingen voor haar vertrek naar Efeze, zoals ik in het volgende boek (hoofdstuk 1), vertellen zal. Zij vertrok vier dagen daarna. Zo was deze tempel vele jaren voor haar glorierijke tenhemelopneming gewijd, hetgeen duidelijk zal zijn als ik haar leeftijd bij haar dood meedeel, want (boek 8 par. 742) vanaf deze verschijning tot aan haar dood verstreek meer tijd dan algemeen aangenomen wordt. Gedurende al deze jaren werd zij reeds vereerd in Spanje en werden er tempels te harer ere gebouwd, want in navolging van Zaragossa werden vele andere gesticht.

359. Deze prachtige onderscheiding verheft Spanje boven alles wat tot haar eer gezegd kan worden,  want daardoor steekt het boven alle andere naties en koninkrijken uit wat betreft openbare verering, eerbied en toewijding aan de grote koningin en meesteresse van hemel en aarde. Spanje riep haar met groter ijver aan toen zij nog leefde dan vele andere naties gedaan hebben en doen na haar ten hemelopneming. Als tegenprestatie voor deze algemene toewijding heeft de allergezegendste Maria -aldus werd mij te kennen gegeven- deze streken boven alle koninkrijken op deze aarde verrijkt door de openbare verering van zovele miraculeuze beelden en heiligdommen in Spanje, te harer ere, te verspreiden. Door deze gunsten te vermenigvuldigen heeft de hemelse moeder getracht de omgang met haar door alle Spaanse koninkrijken heen, te vergemakkelijken, waarbij zij haar bescherming in vele tempels en heiligdommen aanbood en de toewijding van de gelovigen door alle provincies heen, tegemoet kwam. Dit moet ons bewegen haar te erkennen als onze moeder en patrones en ons te verstaan geven, dat de verdediging en de verspreiding van haar eer over de gehele wereld, een bijzonder privilege van deze natie is.

360. Daarom bid en smeek ik alle onderdanen en inwoners van Spanje en in de naam van deze grote vrouwe spoor ik hen allen aan hun geheugen op te frissen, hun geloof te verlevendigen, hun oude toewijding aan de allergezegendste Maria te hernieuwen en op te wekken en zichzelf meer met haar verbonden en meer verplicht te gevoelen dan andere naties. Laten zij in het bijzonder het heiligdom van Zaragossa in de hoogste verering houden, omdat het alle andere overtreft en het beginpunt van de verering en toewijding aan deze koningin in Spanje is. En laten allen die dit lezen geloven, dat het geluk en de grootheid van het Spanje van vroeger een gave was van de allergezegendste Maria en een beloning voor de verdiensten, die het Spaanse volk aan haar bewezen heeft. Als wij, in onze dagen, de glorie en het geluk van Spanje zozeer verminderd zien, dan is dit de fout van onze nalatigheid, waardoor wij haar dwingen haar bescherming terug te trekken. Indien wij een geneesmiddel wensen voor zoveel rampen, dan kunnen we dit uitsluitend door deze machtige koningin verkrijgen, mits wij haar gunst door nieuwe en uitzonderlijke bewijzen van onze toewijdingm herwinnen! En aangezien de bewonderenswaardige weldaad van het katholieke geloof en de andere weldaden die ik genoemd heb, tot ons gekomen zijn door onze grote patroon en apostel Jakobus, laat dan ook onze toewijding en ons vertrouwen tot hem zich op gelijke wijze vernieuwen, opdat de Almachtige door zijn tussenkomst zijn wonderen moge vernieuwen.

Instructies die de koningin van de hemel, de allergezegendste Maria mij gaf.

361. “Mijn dochter, gij weet dat ik, niet zonder enigszins mysterieuze reden, u meerdere malen gewezen heb op de geheime machinaties en verraderlijke raadgevingen uit de hel tot ruïnering van het menselijk geslacht en tot het instandhouden van de woedende en rusteloze toorn, waarmee Lucifer de mens omgeeft. Bij deze aanval laat de hel geen kans voorbijgaan, geen gelegenheid, geen enkele mogelijkheid. Lucifer vergeet geen weg, geen land of persoon bij het spannen van valstrikken en bij het trachten, manieren te vinden om juist degenen die verlangen naar het eeuwig leven en de vriendschap van God, gevaarlijke en bedrieglijke voorspiegelingen te maken. Naast deze algemene waarschuwingen heb ik u meermalen de raadsvergaderingen in de hel en de samenzweringen tegen u laten zien. Het is belangrijk voor alle kinderen van de Kerk om te ontsnappen aan de onwetendheid, waarin zij leven betreffende de gevaren voor hun eeuwig leven. Zij weten niet, dat hun onkunde van deze geheimen de straf van de zonde van Adam is en hoe, na ingelicht te zijn, zij dit weer vergeten en steeds meer onwaardig worden dit te weten door hun eigen zonden. Vele van de gelovigen zijn zo vergeetachtig en zorgeloos, alsof er geen duivelen waren om hen te vervolgen en te bedriegen en indien ze al een enkele keer daaraan denken, dan is het toch maar oppervlakkig en vallen ze weer snel terug in de nonchalance, die voor vele van hen gelijk staat met eeuwige straffen. Indien de duivelen in alle plaatsen, bij alle werken en elke gelegenheid hun strikken spannen, dan is het toch duidelijk en terecht, dat de christenen bij elke stap die ze zetten, goddelijk Licht vragen om de gevaren te zien en te kunnen vermijden. Maar als de kinderen van Adam zo lauw zijn in deze zaken, kunnen ze nauwelijks één werk verrichten zonder door de helse slang aangevallen en besmet te worden door zijn vergift. Zo stapelen ze zonde en zonde, kwaad op kwaad en prikkelen ze de goddelijke gerechtigheid en verhinderen de toevloed van barmhartigheid.

362. In deze gevaren vermaan ik u, mijn dochter, dat juist als de woede en de sluwheid van de hel jegens u groter wordt, gij ook met de goddelijkke genade uw oplettendheid moet verhogen en bestendigen om uw geslepen vijanden te kunnen overwinnen. Overweeg wat ik deed toen ik de plannen van Lucifer zag om mij en de heilige Kerk te vervolgen; ik vermenigvuldigde mijn gebeden, tranen, zuchten en smekingen. Toen de duivelen zich trachtten te verzekeren van de hulp van Herodes en de Joden van Jeruzalem, gaf ik mijn wens om te blijven op, (ofschoon ik niets te vrezen had voor mijzelf) om een voorbeeld te stellen van voorzichtigheid en gehoorzaamheid door het gevaar te ontvluchten en in te gaan op de wil van de heilige Johannes. Gij zijt niet sterk en gij zijt in groot gevaar van de zijde van schepselen en, wat meer is, gij zijt mijn leerlinge en hebt mijn leven en mijn werken tot voorbeeld. Daarom is het mijn wens, dat gij het gevaar ontvliedt, zodra gij het ziet en indien dat nodig blijkt, vermijd dit dan ten koste van de grootste zintuiglijke pijn, steeds handelend onder gehoorzaamheid, die gij moet beschouwen als uw leidster en als uw steun tegen de gevaren van een val. Onderzoek met grote voorzichtigheid of er onder een schijnbaar godvruchtig werk geen strik van de duivel gespannen is en zie toe, dat gij geen kwaad doet door goed te doen aan anderen. Vertrouw uw eigen oordeel niet, ofschoon dit u goed en veilig toeschijnt; aarzel niet om in alle dingen te gehoorzamen. U kunt zien hoe ik, door te gehoorzamen, veilig door veel moeilijkheden en lastig werk heen ben gekomen.

363. Hernieuw uw op liefde gebaseerde wens om mijn voetstappen te volgen en mij volmaakt na te volgen, om dat wat nog te vertellen valt van mijn geschiedenis, af te maken, terwijl gij het tegelijk in uw hart grift. Volg de weg van de nederigheid en de gehoorzaamheid bij het beschrijven van mijn leven en mijn deugden en indien gij mij gehoorzaamt, -zoals ik steeds gewenst heb en steeds aan u heb gevraagd- zal ik u als mijn dochter helpen bij alles wat gij nodig hebt en in al uw bezoekingen. Mijn goddelijke Zoon zal zijn plannen voor u voltooien, zoals gij gevraagd hebt, voordat gij aan dit werk begon; zijn beloften die Hij zo dikwijls herhaald heeft, zullen vervuld worden en zij zult gezegend worden door zijn machtige rechterhand. Prijs en verheerlijk de Allerhoogste voor de genade, aan mijn dienaar Jakobus in Zaragosse gegeven; voor de tempel die daar werd opgericht vóór mijn tenhemelopneming en voor alle wonderen die daarmee verband houden. Overweeg dat dit de eerste tempel was onder de evangelische wet en ten zeerste aangenaam was in de ogen van de heilige Drie-eenheid!”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: