VISIOENEN AAN DE H.MAAGD MARIA; is waar gebeurd verhaal!

Uit de Mystieke stad Gods; deel 2 blz. 86 t/m 97. Van  Maria van Agreda o.i.c. Te bestellen á €12,– bij Fam. Frenkel Oyenseweg 19 5346 SN Oss. 0412-642611

Visioenen aan de H.Maagd Maria en de uitwerking daarvan:

615. De genaden van goddelijke visioenen, openbaringen en extases. ( ik spreek niet van het zalig aanschouwen), dienen, ofschoon zij werkingen zijn van de heilige Geest, onderscheiden te worden van rechtvaardigende genade en van deugden, welke de ziel heiligen en vervolmaken door hun activiteiten. Aangezien alle rechtvaardigen, noch alle heiligen, noodzakelijkerwijs visioenen of goddelijke openbaringen ontvangen, is het duidelijk, dat heiligheid en deugdzaamheid ook zonder deze gaven bestaan kunnen. Het is ook duidelijk, dat openbaringen en visioenen niet afhankelijk zijn van de heiligheid en volmaaktheid van hen, die op de wijze begunstigd worden, doch uitsluitend van de goddelijke wil afhangen. God staat ze toe volgens gewicht en maat, tot bereiking van de doeleinden, welke Hij in zijn Kerk wenst te verwezenlijken (W11,20). God kan zonder twijfel grote en zeer verheven visioenen schenken aan degenen, die minder heilig zijn en slechts kleinere openbaringen aan hen, die uitblinken in heiligheid. De gave van profetie en de andere vrijwillig gegeven (gratis data) geven, kan Hij zelfs geven aan hen, die geen heiligen zijn en sommige extases kunnen voortkomen uit oorzaken, welke niets met morele deugden te maken hebben. Daarom kan de heiligheid van de profeten, indien wij een dergelijke vergelijking zouden willen maken, niet volgens deze norm gemeten worden (Spr 16,2), dit kan slechts God, maar het goddelijk licht der profetie en de wijze van het ontvangen kan als basis dienen voor een vergelijking, welke min of meer de verhevenheid daarvan in haar verschillende uitwerkingen aangeeft. Zo is het dus, dat liefde en deugd, welke degenen, die ze bezitten, heilig en volmaakt maken, afhankelijk zijn van de wil, terwijl visioenen en openbaringen en op dezelfde wijze enige der extases, het begrip en het verstandelijk deel van de mens betreffen, waarvan de volmaaktheid op zich de ziel niet heiligt.

6161. Ofschoon dus de gave van het goddelijk visioen onderscheiden is van de heiligheid en daarvan ook gescheiden is, verenigt de goddelijke wil en de goddelijke voorzienigheid hen zeer dikwijls, in verband met het doel en het voorwerp van de vrijelijk gegeven gave van bijzondere openbaring, want somtijds schikt God dit zo voor het algemeen belang ( 1Kor 12,7) en voor het algemeen welzijn van de Kerk, zoals de apostel ons meedeelt. Zo spraken en profeteerden de profeten tot ons, geïnspireerd door de heilige Geest en niet vervuld van eigen fantansieën (2 Pe 1,21); zij deelden ons de mysteries van de verlossing en van het nieuwe Verbond mede (1Pe 1,10). Als de openbaringen van dit soort zijn, is het niet noodzakelijk, dat zij gepaard gaan met heiligheid, want Balaäm was een profeet en geen heilige. Maar in de regel achtte de goddelijke voorzienigheid het noodzakelijk, dat de profeten tevens heiligen waren, omdat Hij het beter achtte, dat de geest der profetie en der goddelijke openbaringen tenminste niet zonder meer en dikwijls zou ondergebracht worden in onzuivere vaten. Onder bepaalde omstandigheden verkoos Hij, de Almachtige, aldus te handelen, maar (om geen vele andere redenen  op te noemen), toch wenste Hij in de regel niet de waarde van de kracht zijner goddelijke waarheden en onderrichtingen in opspraak te doen brengen door het slechte leven van het instrument.

617. Soms hebben de goddelijke openbaringen en visioenen geen betrekking met dingen van zulk een algemeen belang en slaan zij niet zo duidelijk op het algemeen welzijn. Zij zijn dan bedoeld voor het bijzondere voordeel van degene, die ze ontvangt  juist zoals de eerstgenoemde de gevolgen zijn van Gods liefde voor zijn Kerk, zo zijn de laatste, de bijzondere openbaringen, tekenen van de bijzondere liefde Gods voor de betrokken ziel. Hij deelt ze mede om zijn uitverkorenen te onderrichten en hen zodoende op te heffen tot de hoogste graad van liefde en volmaaktheid. In dit soort openbaringen schittert de geest van wijsheid door opeenvolgende generaties van heilige zielen, die op deze wijze achtereenvolgens profeten en vrienden van God worden (W7,27).

Evenals de werkende oorzaak van de openbaringen de liefde Gods is, welke getoond wordt aan enige speciale zielen, zo is ook hun uiteindelijk doel de heiligheid, de zuiverheid en de liefde van deze zelfde zielen. God kiest deze middelen van goddelijke openbaringen en visioenen om dit doel te bereiken.

618. Ik zeg dit hier niet, omdat openbaringen en visioenen de onmisbare en noodzakelijke middelen voor heiliging en vervolmaking zouden zijn; velen zijn heilig en volmaakt door andere middelen, afgezien van de hiervoor genoemde. Maar ook al onderkennen wij deze waarheid, dat de toekenning of ontzegging van deze bijzondere gaven uitsluitend van de goddelijke wil afhangt, dan blijft het toch een feit, dat onzerzijds en wat God betreft er zekere redenen van gepastheid kunnen zijn, welke God nopen deze gaven veelvuldiger aan zijn dienaren mede te delen. De eerste onder vele is, dat het meest gepaste en gemakkelijkste middel om zich op te heffen tot eeuwige zaken, daarin binnen te dringen, vergeestelijk te worden en te komen tot de volmaakte vereniging van de ziel  met het hoogste Goed, het bovennatuurlijk licht is, welke de mysteries en geheimenissen van de Allerhoogste beschijnt en voortkomt uit openbaringen en visioenen, welke aan de ziel in de eenzaamheid en in de buitengewone inspanningen van haar geest geschonken wordt. Tot dit doel nodigt de Heer zelf de ziel onder vele beloften en liefkozingen, zoals dit meermalen in de heilige Schrift en in het bijzonder in het hooglied van Salomo geschreven staat.

619. De tweede van deze redenen van gepastheid betreft de Heer, want de liefde is vol ongeduld om haar gunsten en haar geheimen aan de geliefde en aan de vrienden mede te delen. “Ik wil u geen dienaren meer noemen, noch u behandelen als dienaren”, zeide onze Heer, de Meester der Waarheid, aan de apostelen, “want ik heb u de geheimen van mijn Vader geopenbaard”(Joh 15,15). En Mozes zegt van zichzelf (Ex 33,11), dat God tot hem sprak als vriend tot vriend. De heilige voorvaderen, patriarchen en profeten, ontvingen van de heilige Geest niet slechts algemene openbaringen, maar vele privé en bijzondere openbaringen en dat waren de tekenen van de liefde, waarmede God hen omringde, zoals kan worden opgemaakt uit de smeekbede van Mozes om hem toe te staan het aangezicht van God te mogen aanschouwen. Ditzelfde wordt ook aangetoond door de namen, welke de Almachtige toepast op de uitverkoren ziel, door haar op de volgende wijze toe te spreken: gade, vriendin, zuster, duifje, volmaakte, geliefde, schone enz. (Hl 4,8-9; 2,10; 1,14). Ofschoon al deze benamingen reeds veel zeggen over de kracht van de goddelijke liefde en haar uitwerking, is dit nog niets vergeleken bij dat, wat de oppermachtige Koning bewerkstelligt in hen, die Hij op deze wijze wenst te eren, want de Heer is machtig en kan alles, wat Hij verlangt en Hij alleen weet als een Gade te verlangen, of als een Vriend, als een Vader, als het hoogste en oneindige Goed, zonder grens en zonder maat.

620. De waarheid verliest niets van haar kracht, ook al wordt ze niet begrepen door aardse wijsheid: noch door de misleidingen der zinnelijke voorzichtigheid, waardoor sommige zielen valse visioenen en openbaringen ondervonden, welke door de duivel geënsceneerd waren onder het mom van licht (2Kor 11,14). Voor dit soort bedrog zijn vrouwen wegens hun onwetendheid en hun hartstochten meer toegankelijk dan mannen, maar toch heeft menige man hieronder moeten lijden, als hij zich als deugdzaam en wijs wilde voordoen. In hen allen spruitte dit voort uit een zondige wortel. Ik spreek niet van diegenen, die met duivelse huichelarij valse en schijnbare openbaringen, visioenen en extases hebben voorgewend, maar ik spreek van diegenen, die verward zijn geraakt door leugenachtige visioenen, komend van de duivel ofschoon met dit soort dingen toch niet schuldeloos kan worden ingestemd. Van de eersten kan gezegd worden, dat zij misleiden en van de laatsten, dat zij- althans in het begin- worden misleid, want de oude slang, wetend dat zij hun hartstochten nauwelijks onderdrukken en weinig bedreven zijn in de innerlijke beschouwing der goddelijke zaken, ontwikkelt in hen met subtiele slimheid een trotse aanmatiging als zouden zij zeer begunstigd zijn door God. De duivel berooft hen van hun nederige vreze en vervult hen met ijdele nieuwsgierigheid in het door openbaringen te weten te komen van hogere dingen, met de zucht om begunstigd te worden door visioenen en boven andere mensen onderscheiden te worden. Daardoor openen ze de poorten voor de duivel; hij vervult hun zielen met bedrieglijke en valse illusies, geheel verschillend van de goddelijke waarheid, slechts in schijn daarmede overeenkomend, zodat zijn vergif niet bemerkt wordt en de ziel bedrogen wordt.

621. De manier om dit gevaarlijk soort bedrog te ontlopen is: steed in deemoedige vreze te leven en geen hogere dingen na te streven (Rom 11,20); geen eigen rechter te willen zijn en de vooruitgang van onze neigingen niet af te wegen en nooit onze eigen voorzichtigheid te vertrouwen; het oordeel aan God, zijn bedienaren en goedonderlegde biechtvaders, die de drijfveren van onze daden kunnen onderzoeken, over te laten. Dan wordt het alras bekend of de ziel dit soort gunsten zoekt als een middel tot de deugd en de volmaaktheid of om meer eer te behalen onder de mensen. De meest zekere  weg is en blijft ze niet te wensen en het gevaar wat eraan verbonden is te allen tijde te duchten, zeker in het begin, want dan is dit zeer groot. Want de zintuiglijk waarneembare zoetheid der godsvrucht, zelfs als zij komt van de Heer en zij geen duivelsbedrog is, wordt niet geschonken, omdat de ziel reeds in staat is het stevige voedsel van zijn grotere gunsten en geheimenissen te verteren, maar het wordt gegeven als voedsel voor de kleinen, om hen met grotere ijver van hun fouten te doen afkeren, aan te zetten tot meer ontzeggingen van zinnelijke zaken en zeker niet om hen te laten denken, dat zij reeds ver gevorderd zouden zijn in de deugd. Zelfs extases, welke voortkomen uit bewondering, vooronderstellen eerder onwetendheid dan bijzondere liefde. Zodra onze liefde in vervoering raakt, brandend, verlangend, levendig, vol activiteit is en ongenaakbaar, ongeduldig met elke andere aanwezigheid dan die van onze Geliefde en indien buiten dit alles zij volledige heerschappij behoudt over alle aandoeningen des harten, dan begint de ziel eerst in de juiste toestand te geraken om het licht van mysterievolle openbaringen en goddelijke visioenen te ontvangen en des te  beter zal haar dispositie daartoe zijn, naarmate zij zichzelf onwaardiger vindt voor het ontvangen van veel geringere gunsten. Wijze mannen zijn niet verbaasd, dat er zovele vrouwen zijn,  die met dit soort gaven begunstigd zijn, want naast het feit, dat zij een grotere liefde kunnen opbrengen, worden zij door God extra bedacht, omdat zij de zwakste onder de schepselen zijn en zodoende beter geschikt zijn om te getuigen van zijn kracht. Vrouwen ontbreekt het ook meer aan de verworven kennis der theologie dan mannen, behoudens als de Allerhoogste hen deze wetenschap instort om hun zwak en onwetend verstand te verlichten.

622. Na deze principes te hebben vastgelegd moeten wij erkennen, dat in de allerheiligste Maria, zelfs indien daartoe geen andere redenen waren, de openbaringen en visioenen van de Allerhoogste meer verheven, meer wonderbaarlijk, veelvuldiger en goddelijker waren dan degene van heel de rest der heiligen. Deze gunsten dienen juist zoals haar gaven gemeten te worden naar haar waardigheid, haar heiligheid, zuiverheid, alsook naar de liefde, welke haar Zoon en de gezegende Drie-eenheid haar toedroegen, die de moeder was van de Zoon, de dochter van de Vader en de bruid van de heilige Geest. De invloeiingen van de Godheid waren in evenredigheid met de grootte van deze voorrechten: Christus en zijn moeder waren oneindig meer geliefd dan heel de rest van engelen en mensen. De goddelijke visioenen, genoten door onze oppermachtige koningin, kunnen verdeeld worden in vijf graden of soorten en ik zal elk daarvan beschrijven, voor zover ze aan mij geopenbaard werden.

Maria’s klare visioen van de Godheid.

623. De hoogste en prachtigste van al haar visioenen bestonden uit het zalig aanschouwn van het goddelijk Wezen. In haar staat van pelgrim genoot zij meermalen het ongesluierde visioen van de Godheid. Ik zal al deze visioenen vermelden in de loop van deze geschiedenis, telkens wanneer zij dit grootste voorrecht van een schepsel mocht genieten. (boek 1 par. 333, 334; boek 3 par. 139; boek 4 par. 473; boek 5 par. 245; boek 6 par. 823; boek 7 par. 62; boek 8 par. 494, 603-616, 654, 685). Sommige theologen zijn in twijfel, of de andere heiligen deze staat van het duidelijk en intuïtief zien van de Godheid, terwijl zij nog sterfelijk waren, ooit bereikt hebben, maar hoedanig hun onzekerheid omtrent zulke visioenen met betrekking tot andere heiligen ook geweest moge zijn, in betrekking tot de koningin des hemels kan een dusdanige twijfel niet bestaan en het zou een belediging zijn voor haar, indien wij haar gunsten zouden meten met de gewone maat der heiligen. Vele andere gunsten en genaden dan degene, die in hen konden bestaan, waren in hun volheid in de moeder der genade aanwezig en het is daarenboven minstens mogelijk, dat het zalig schouwen door mensen op hun pelgrimstocht kan voorkomen, hoe ook de wijze zal zijn, waarop dit geschiedt. Het eerste vereiste voor een ziel, die God van aangezicht tot aangezicht zal gaan zien, is een graad van heiligmakende genade welke ver boven het normale verheven is. Nu was de graad van heiligmakende genade, welke Maria bereikt had vanaf het eerste moment van haar bestaan overvloedig en van een dusdanige volmaaktheid, dat hij de genadegraad van de hoogste serafijn overtrof. Buiten de heiligmakende genade dient er een grote zuiverheid van alle vermogens te zijn, zonder een schaduw van schuld of de minste neiging tot zonde. Evenals een karaf, welke een onzuivere vloeistof bevat heeft en welke moet gevuld worden met een andere zuivere substantie, duchtig schoongemaakt, gewassen en gezuiverd moet worden, totdat er noch smaak, noch lucht van de vorige vloeistof meer overblijft, welke de nieuwe substantie kan schaden, zo besmetten alle sporen der zonde (en zeker die der persoonlijke zonden) de ziel en steken deze aan. En omdat al deze inwerkingen de ziel ongeschikt maken voor goddelijke vrijgevigheid, moet zij voorbereid worden, voordat zij kan verenigd worden met God door het intuïtieve visioen en de zaligende liefde. Zij moet gewassen en gezuiverd worden, zodat geen vleugje van de lucht of de smaak der zonde overblijft, noch enige spoor van zondige gewoonten of neigingen, welke daarmede verband houden. Dit slaat niet slechts op de uitwerkingen en smetten der doodzonde, maar ook op die der dagelijkse zonden, welke alle in de ziel een bijzondere vuilheid veroorzaken, gelijkend op (zoals wij dit op onze manier zouden zeggen) het effect van een vuile adem, welke de klaarheid van een kristallen beker beroert: al haar vroegere schittering en zuiverheid moet eerst aan de ziel zijn teruggegeven, voordat zij God van aangezicht tot aangezicht kan zien.

624. Naast deze zuivering, welke als het ware slechts de negatieve zuivering der natuur is van hem, die het visioen van God mag genieten, is het noodzakelijk de besmetting der erfzonde uit te branden, zodat deze geheel verdwijnt en geneutraliseerd wordt, alsof zij nooit bestaan had in het schepsel. Zo moet dus elk spoor of innerlijke oorzaak, welke de ziel tot enigerlei zonde of onvolmaaktheid geneigd maakt, verdwijnen en de gehele vrije wil dient als het ware in een staat gebracht te worden, waardoor het onmogelijk is iets te wensen, dat tegengesteld is aan de hoogste heiligheid en goedheid. Daarom is het duidelijk, ook in verband met wat ik later nog zal zeggen, hoe moeilijk het voor de ziel is de juiste instelling te verwerven, welke nodig is voor het klare visioen van God, zolang zij nog in het sterfelijk omhulsel woont en dat dit visioen slechts met de grootste behoedzaamheid kan worden toegestaan en uitsluitend voor zeer belangrijke redenen en na zorgvuldige voorbereiding. Volgens mijn begrip zijn er twee soorten tegenstrijdigheden en verschillen van het zondige schepsel in betrekking tot de goddelijke natuur. De eerste bestaat hierin, dat God onzichtbaar, oneindig en één zuivere en eenvoudige daad is, terwijl de mens een lichamelijke, aardse, aan bederf onderhevige ruwe substantie bezit.

Het tweede verschil wordt veroorzaakt door de zonde, welke onmetelijk ver van de goddelijke goedheid verwijderd is en dit brengt een nog grotere vervreemding met zich dan de eerstgenoemde tegenstrijdigheid. Maar beide moeten geheel verdwenen zijn voordat zulke extremen verenigd kunnen worden en voordat het schepsel op deze verheven wijze in de Godheid kan verblijven en voordat  het zichzelf in God kan assimileren, om Hem te kunnen zien en genieten, zoals Hij is (Joh 3,2).

625. Alle benodigdheden van onbevlekte zuiverheid en kristallen klaarheid, waardoor elke zonde en onvolmaaktheid werd uitgesloten, waren in veel hoger graad dan zelfs bij de engelen het geval is, in de koningin des hemels aanwezig, want zij was noch door de erfzonde, noch door persoonlijke zonden beroerd, noch door enigerlei gevolg daarvan. Wat dit betreft had de goddelijke genade in haar sterker gewerkt dan verdiend was door de zondeloze naturen der engelen en in Maria werd geen wanverhouding noch beletsel der zonde, welke het visioen van God kon weerhouden, aangetroffen. Naast haar onbevlektheid was daarenboven de genade, welke aan haar gegeven was veel groter dan de genade door engelen en heiligen ontvangen en haar verdiensten waren in overeenstemming met die genade. Door haar eerste daad verdiende zij meer dan alle anderen, meer dan hun allervolmaaktste en volledig overgegeven daden, welke ze stelden om het zalig schouwen te bereiken. Indien het rechtvaardig is, dat voor de andere heiligen de beloning van glorie, welke zij verdiend hadden werd uitgesteld tot het einde van hun stervelijk leven, is het niet onrechtvaardig en niet noodzakelijk, dat deze wet zo stipt moest nagevolgd worden met betrekking tot de allerheiligste Maria en dat de allerhoogste Wetgever anders kon handelen tegenover haar gedurende haar sterfelijk bestaan en dit ook in feite deed. De allerheiligste Drie-eenheid kon zo’n lang uitstel tegenover haar niet dulden en openbaarde zichzelf meerdere malen aan haar, omdat zij dit meer verdiend had dan alle engelen, serafijnen en heiligen, die met minder genaden en minder verdiensten de hoogste zaligheid genieten. Er was daarenboven nog een andere reden waarom de Drie-eenheid zich duidelijk aan haar zou vertonen: namelijk, aangezien zij was uitverkoren om de moeder van God te worden, was het passend, dat zij door het genieten en de ervaring de schat der oneindige Godheid leerde kennen en Hem van aangezicht tot aangezicht te zien als haar God, die zij, na Hem genoten te hebben zou bekleden met het menselijk vlees en zou dragen in haar maagdelijke schoot en die zij later als haar Zoon en als haar God zou moeten behandelen.

626. Zelfs met de hierboven beschreven zuiverheid en zondeloosheid en onder toevoeging van de heiligmakende genade is de ziel nog niet geschikt voor het zalig schouwen, omdat nog andere zieleninstellingen en goddelijke inwerkingen nodig zijn. Hiermede werd de koningin des hemels uitgerust, telkens wanneer zij dit visioen mocht genieten. Hoeveel te meer zal dan elke andere ziel deze genaden nodig hebben, indien zij in de toestand van sterfelijkheid op deze wijze begunstigd wordt. Nadat de ziel de staat van zuiverheid en heiliging, zoals hierboven beschreven werd, bereikt heeft, legt de Heer er de laatste hand aan door er een vergeestelijkend vuur aan toe te voegen, dat haar verfijnt en polijst, zoals het vuur het goud verfijnt, of zoals Jesaja gezuiverd werd door de serafijn (js 6,7). Dit heeft twee uitwerkingen op de ziel: eerstens wordt zij vergeestelijkt en losgemaakt (voor zover wij dit kunnen begrijpen) van de droesem en aardsheid, welke aan haar bestaan op aarde verbonden zijn en de vereniging met het lichaam aankleven. Ten tweede wordt de ziel vervuld met een nieuw licht, dat elk soort donkerheid en duisternis doet verdwijnen, zoals het licht van de morgenstond het nachtelijk duister verjaagt. Dit licht neemt bezit van de ziel, laat haar in klaarheid en vervuld van nieuwe pracht van een goddelijk vuur achter en verwekt in haar nog andere werkingen. Want indien de ziel schuldig is, of schuldig geweest is aan enigerlei zonde, dan betreurt de ziel deze zonden met onvergelijkelijke smart en berouw.

Dit is een smart, welke met geen andere menselijke smart kan vergeleken worden, want alle vallen daarbij in het niet. Tezelfder tijd ondervindt zij een andere werking van dit licht: het zuivert het begrip, dat de zintuiglijke en zichtbare dingen dezer aarde op haar hebben. Want alle indrukken en beelden, welke verworven zijn door de zinnen, vervormen het verstandelijk visioen en werken belemmerend op het klare visioen van het verheven geestelijke Wezen van God. Daarom is het nodig om de vermogens te zuiveren van al deze aardse afgoden en voorstellingen en deze uit te bannen. Dit is niet alleen nodig om God klaar en intuïtief te zien, maar eveneens noodzakelijk om Hem abstract te aanschouwen.

627. In de ziel van onze allerzuiverste koningin waren geen fouten te betreuren, geen nawerkingen van zinnelijke handelingen, geen afhankelijkheid van het lichaam en daarom wrochten deze verlichtingen en zuiveringen onmiddellijk de beoogde uitwerkingen en begonnen haar natuur te verheffen tot een staat, welke niet zo ver verwijderd was van het uiteindelijke verheven doel. Daarenboven veroorzaakten zij in deze allerheiligste ziel nieuwe gevoelens en roerselen van deemoed en kennis van de nietigheid van het schepsel in vergelijk met de Schepper en zijn zegeningen. Zo werd haar brandende hart tot vele heldhaftige akten van deugd geprikkeld. Hetzelfde effect wordt in andere zielen in een overeenkomstige graad teweeggebracht, wanneer zij gereedgemaakt worden voor het visioen van de Godheid.

628. Ons beperkt inzicht zou nu veronderstellen, dat de beschreven voorbereidingen voldoende zouden zijn om tot het zalig schouwen te worden toegelaten maar dat is niet het geval: er ontbreekt nog een verdere hoedanigheid aan, een goddelijke uitvloeiing van licht, het licht der glorie. Deze nieuwe zuivering is geheel verschillend in uitwerking van de alreeds besprokene, ofschoon zij van dezelfde natuur zijn. Want zij verheft de ziel tot een hoge en serene staat, waar zij in de meest grote rust de zoetste vrede geniet, welke niet ondervonden wordt bij de eerstgenoemde zuiveringen. Want daarin wordt de pijn en de bitterheid der zonde nog steeds gevoeld, als de ziel daaraan schuldig was en indien zij geen zonden bedreven had, bleef toch het aardse gewicht van onze lagere natuur. Deze gevoelens zijn onverenigbaar met de dichte benadering en assimilatie van de verheven gelukzaligheid. Het schijnt mij toe dat de eerste zuiveringen dienen tot verdeemoediging en dat datgene, waar ik zojuist over sprak de natuur weer nieuw leven schenkt en haar gezond maakt. God doet deze dingen zoals de schilder, die eerst het beeld omlijnt, daarna de grondkleuren opzet en tot slot de laatste hand eraan legt, zodat de schilderij geheel gereed tevoorschijn komt.

629. Boven en buiten al deze zuiveringen, voorbereidingen en hun bewonderenswaardige werkingen voegt God dan nog een laatste toe, het licht der glorie, waardoor de ziel zichzelf opricht om het zalig schouwen van God te bereiken en te genieten. In dit licht openbaart de Godheid zichzelf, want zonder dit licht kan God door geen schepsel gezien worden!  Aangezien de natuurlijke vermogens van het schepsel dit licht niet kunnen bereiken, noch de voorbereidingen daartoe, is het onmogelijk om God te zien door de kracht der natuurlijke vermogens alleen, want dit alles stijgt ver boven de krachten der natuur uit.

630. Met al deze schoonheid en aldus opgesierd werd de bruid van de heilige Geest, de dochter van de Vader en de moeder van de Zoon voorbereid op haar intrede in de kamer van de Godheid, om van tijd tot tijd het zalig schouwen en de intuïtieve vervulling te genieten. En aangezien deze gaven haar gegeven werden in overeenstemming met de mate van haar waardigheid en genade, is het onmogelijk om de op God gelijkende afmetingen van haar verlichting met verstandelijke termen, of met de gedachten van een schepsel en nog minder van een onwetende vrouw, te omspannen. Nog minder kunnen de vreugden van haar ziel geschat of berekend worden, want deze waren verre verheven boven alles wat voortreffelijk was in de hoogste serafijn en de grootste heilige. Indien het waar is dat, met betrekking tot alle rechtvaardigen, zelfs de minste van hen, die God genieten, moet zeggen, dat geen oog het gezien, geen oor het gehoord en geen verstand het begrepen heeft, wat God voor zijn uitverkorenen heeft gereedgemaakt (1Kor 2,9), wat moet dan wel het genot der grotere heiligen zijn? En als diezelfde apostel, die dit zegt, getuigt, dat hij niet kan herhalen, wat hij gehoord heeft (2 Kor 12,4), wat zullen wij dan met onze beperkte krachten kunnen zeggen van de heilige der heiligen, de moeder van Hem, die de glorie is van de heiligen?

Direct na de Ziel van haar allerheiligste Zoon, die mens en waarlijk Gods was, was zij degene, die de grootste geheimenissen en sacramenten in deze oneindige en verborgen uitgestrektheden der Godheid zag. Voor haar, meer dan voor alle uitverkorenen in hun geheel genomen, werden de oneindige schatkamers opengesteld en de zich uitstrekkende  grootheden van het onbereikbare Wezen, zonder begin of einde tentoongespreid (Ps 46,5), als de stad Gods, overspoeld door de stromen van het hoogste Wezen, dat haar overstelpte met de onstuimige golven van wijsheid en genade, haar geheel vergeestelijkte en haar doortrok met de Geest der Godheid.

Abstracte visioenen van de Godheid genoten door de allerheiligste Maria.

631. Het derde soort visioenen en openbaringen, genoten door de allerheiligste Maria, waren de  verstandelijke visioenen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: